Martine Kamphuis
Door: Annette & Eric op 10 mei 2008

Vorige maand kwam het boek Kift van Martine Kamphuis uit. Het is alweer haar derde boek dat ze naast haar beroep als psychiater heeft geschreven. Wij stelden haar de volgende vragen en kregen uitgebreid antwoord van deze sympatieke expert op het gebied van de menselijke psyche.

1. Al je boeken sluiten aan bij de hype rond "gewone mensen die in de problemen komen", de echte 'vrouwenthrillers'. Ben je bewust aangesloten aan de hype?

Martine: Eerlijk gezegd heb ik me niet zo gerealiseerd dat ik aansloot bij een hype. Maar dat komt misschien omdat ik niet zo'n planmatige schrijver ben. Meestal begin ik ergens met een idee, een gedachte of een gebeurtenis en als ik dan ga schrijven, is het net alsof het verhaal min of meer vanzelf verder rolt. Ook omdat ik zelf niet zo gek veel (Nederlandse) thrillers lees ben ik niet zo hype-bewust.
"Gewone mensen" vind ik trouwens wel een twijfelachtig concept. Het doet me denken aan een slogan van Pandora, de belangenvereniging voor mensen met een psychiatrische ziekte. Zij hadden ooit folders met op de voorkant de vraag: "Ooit een normaal mens gezien?" IJzersterk. Zelf ken ik gelukkig niet zoveel mensen die ik normaal of gewoon vind...

2. Je laatste boek Kift gaat over de thriller-site Crimezone.nl. Risicovol, want het internet is heel vluchtig en veranderlijk. Over 5 jaar weet misschien niemand nog dat Crimezone.nl bestaan heeft. Waarom wilde je dat risico nemen en heb je geen fictief forum gebruikt?

Martine: Dat heb ik wel overwogen, maar ik vond het leuker om het beestje bij de naam te noemen. Er een fictieve site van maken had ik flauw gevonden, zeker omdat ik er dingen van Crimezone in verwerkt heb die mensen toch wel zouden herkennen. Terwijl ik Kift schreef werden de vertaalrechten van Ex, mijn tweede thriller, aan een buitenlandse uitgeverij verkocht en toen heb ik wel even gedacht: door Kift zo in te vullen, met een specifieke Nederlandse site als decor, loop ik het risico dat het niet buiten Nederland verkocht zal worden. Later dacht ik: soit. Ik schrijf omdat ik schrijven leuk vind en ik schrijf zolang er mensen zijn die wat ik produceer leuk vinden. Als ik rekening ga houden met vragen als: is dit in de toekomst nog interessant? of: is dit in het buitenland verkoopbaar?, dan verlies ik uit het oog waar het om gaat.

3. Wat is er autobiografisch aan Kift? Hoe ga je zelf om met kritiek?

Martine: Er zitten zeker autobiografische elementen aan Kift. Bij mijn allereerste interview bijvoorbeeld, liepen de journaliste en ik elkaar bijna mis omdat ik naar het toilet was toen zij het restaurant waar we af hadden gesproken binnen kwam. En ook het speuren in kranten naar recensies is iets wat ik zeker gedaan heb en ook nu nog doe. Het was leuk om dergelijke dingen in een verhaal te verwerken.
Wat ik na het verschijnen van mijn eerste boek ook merkte, was dat je via internet ontzettend gedetailleerd kunt volgen wat ermee gebeurt. De kritiek - die er gelukkig niet frequent kwam - haalde me toen echt wel even onderuit. Daardoor ging ik me afvragen wat er zou kunnen gebeuren als een auteur die niet zo lekker in zijn of haar vel zit, uitgesproken negatieve reacties krijgt. Vanuit die vraag ben ik begonnen met dit boek.

4. Tegenwoordig worden steeds meer mensen "recensent". Dit kan door het internet heel makkelijk. Hoe kijk je daar als schrijver tegenaan? Raakt de mening van elke lezer je?

Martine: Als schrijver wil je dat mensen reageren op datgene wat je geschreven hebt, niets is zo akelig als een oorverdovende stilte na het uitkomen van je boek. Dankzij de overvloed aan recensenten is de kans dat een boek in het luchtledige verdwijnt veel kleiner en dat is op zich heel prettig.
Maar als schrijver moet je wel om leren gaan met die aandacht. De neiging is om het negatieve harder aan te laten komen dan het positieve, dat merkte ik bij mezelf en dat zie ik ook bij collega schrijvers. Die houding moet je doorbreken. Want een boek zal nooit bij iedereen in de smaak vallen, er zal altijd kritiek zijn. Waar het om gaat is dat er mensen zijn die het boek waarderen. Eigenlijk heb je als schrijver zodra de eerste oprecht enthousiaste reactie binnen is je doel bereikt.
Kritiek is overigens wel nuttig, ik probeer er in principe altijd serieus naar te kijken. Een enkele keer leg ik de mening van een lezer of recensent naast me neer. Dat doe ik als ik het idee krijg dat iemand er genoegen aan beleeft om kritiek te geven, waardoor het allemaal meer zegt over die persoon zelf, dan over het boek. Bij sommige interacties op internet forums over boeken heb ik ook mijn vragen. Tijdens het schrijven van dit boek heb ik wat rondgeneusd op dergelijke sites en toen viel me op dat mensen zich daar soms wel erg laten gaan. Rondom Kift zijn er inmiddels ook opmerkelijke discussies gevoerd. Mensen verliezen soms hun relativeringsvermogen en nemen het allemaal, zichzelf incluis, veel te serieus. En dat is nooit een goede houding.

5. Ken je de boeken van Robert Anscombe? (Hij schrijft ook vanuit een sterk psychologische inslag.) Zo ja, wat vind je ervan?

Martine: Nee, die schrijver ken ik niet. En als ik op Vrouwenthrillers naar de recensie van 'De Bekentenis' kijk, krijg ik er ook niet direct een neiging om naar de winkel te rennen... Het is overigens zo dat ik met sommige schrijvers die "psychologische thrillers" schrijven moeite heb, omdat ze psychiatrische stoornissen gebruiken op een manier die de werelijkheid geweld aandoet. Dan kan het boek verder nog zo spannend of sfeervol zijn, voor mij is het bedorven.

6. Ik las op de achterkant van één van je boeken dat je naast schrijver psychiater van beroep bent? Is dat goed te combineren? Zou je full-time schrijfster willen worden?

Martine: Mijn werk als psychiater zou ik nooit willen missen. Het is een voorrecht om dat beroep uit te mogen oefenen en - ik hoop dat ik hier niemand mee beledig - het zal als ik op mijn sterfbed lig en terugkijk op mijn leven voor mij ook van meer waarde zijn dan mijn schrijversschap. Een thriller ontspant en zet hopelijk lezers soms een beetje aan het denken, maar meer is het uiteindelijk niet.
Maar het schrijven is gewoon vreselijk leuk om te doen. Voor mij vormt het een mooi tegenwicht voor mijn "echte" beroep, waar het vaak om ernstige en verdrietige zaken gaat en waar van alles op me afkomt waar ik adequaat op moet zien te reageren. Het schrijven is veel luchtiger en daar ben ik zelf diegene die iets in gang zet. Ik heb enorm veel plezier in het puzzelen, in het laten kloppen van de plot, in het proberen ondanks een vrij klein aantal personages de lezer toch te verrassen aan het einde van het verhaal.

7. Komen de cases die je in je boeken gebruikt uit je praktijk? Vind je het belangrijk dat de karakters in je boeken psychologisch kloppen?

Martine: De praktijk van mijn werk komt hooguit heel indirect in de boeken terecht. Omdat ik ook in de TBS gewerkt heb, heb ik met de daders van allerlei delicten te maken gehad, wat voor een thrillerschrijver nuttige achtergrond kennis oplevert. Maar de personages in mijn boeken zijn verzonnen en lijken op geen enkele manier op mensen die ik behandeld heb.
Wel probeer ik te zorgen dat het psychologisch klopt in de boeken, dat er geen dingen zomaar uit de lucht komen vallen en dat de personages geen dingen doen die eigenlijk niet bij zijn of haar karakter passen. Dat geldt ook voor andere details: auteurs die de lezer zand in de ogen strooien met zaken die eigenlijk niet kloppen, spelen vals! Hoezeer ik ook houd van onverwachte wendingen en verrassingen, het moet wel kloppen, de voortekenen van wat er later gaat gebeuren moeten er eerder in het boek al zijn, zorgvuldig verstopt tussen andere zaken.

Annette & Eric



Bezoekersreacties:
Hetty v.d. Eijk (43) op 3 december 2009:
Ik ken Martine persoonlijk en ik had tot ik haar leerde kennen geen hoge pet om van psychiaters. Dat is met haar veranderd, zij is wel betrokken en luistert ook echt. Ik heb de geboorte van haar eerste boek mee mogen maken, heel apart, zowel de ervaring als het boek. De boeken zijn spannend en herkenbaar. Heerlijk! Hopelijk komen er nog veel meer.