Geef de pen door...5
Door: Janneke Bazelmans op 3 juni 2018

Geef de pen door... is een schrijfproject waarbij tien auteurs hun krachten hebben gebundeld om gezamenlijk een spannende vrouwenthriller te schrijven. Een idee dat spontaan is ontstaan en waar de tien auteurs enthousiast aan willen meewerken.

De auteurs die meedoen zijn: Gaby Rasters, Tamara Haagmans, Esther Boek, Janneke Bazelmans, Antoinette Kalkman, Tamara Onos, Saskia Oudshoorn, Barbara Sevenstern, Jojanneke Buschgens en Ingrid Mulder.

Elke twee weken zal er een vervolg verschijnen waarbij de auteurs uitgedaagd worden verder te schrijven op de gedeeltes die een andere auteur heeft geschreven. Het is een experiment en we zijn allemaal benieuwd wat voor verhaal hieruit gaat rollen... 
Lezen jullie mee?

Voor hoofdstuk 4 klik hier





Janneke Bazelmans is jurist, auteur en spreker. Zij combineert een juridische praktijk met onderzoek en publicaties, gericht op milieu, duurzaamheid en mensenrechten. In mei 2017 debuteerde zij met de ecothriller Verkapt (Godijn Pubishing). Een thriller die zich afspeelt in het hart van Indonesisch Borneo en de genadeloze palmolie-industrie blootlegt. Fictie gebaseerd op de rauwe randen van de werkelijkheid.

Momenteel doet zij research voor haar tweede thriller. Meer informatie over Verkapt: www.thrillerverkapt.nl

Hoofdstuk 5

1992 

Sanne tuurt ingespannen in de vlammen, alsof daar het antwoord op de vraag ligt. In vlammen kan je zien wat je wilt, zegt Monica altijd. Ze verplaatst haar blik naar het ven, waarboven honderden vliegjes, muggen en andere insecten in een streep maanlicht rondcirkelen. Het ven is smal, maar verraderlijk diep en ligt midden in het bos. Vroeger mocht ze er nooit heen van haar moeder. Achttien jaar geleden is er een meisje verdwenen. In 1974, Sannes geboortejaar. De laatste jaren deed haar moeder er minder moeilijk over. De tijd heelt alle wonden.
  ‘Nou Sanne, wat wordt het?’ Rob trekt een grimas wat er in het licht van het vuur spookachtig uitziet. Zijn donkere krullen liggen als in een krans rondom zijn gezicht. ‘Truth or dare?’ 
  Ze bijt op haar lip. Ze moet nú kiezen. 
  Abel reikt haar de fles aan. 'Neem eerst een slok.' 
  Ze pakt de fles bessenjenever aan en neemt een klein slokje. Niet te veel drinken is haar voornemen voor deze avond. Volgende week begint het eindexamen en ze wil per se slagen. Ze kijkt naar Monica, maar die is met Karien en Patrick in gesprek. 'Dare.' 
  Rob grinnikt. Blijkbaar hoopte hij daarop. Het is zijn beurt om een opdracht te verzinnen. ‘Ik wil dat je naar de schuilplaats gaat, een nieuwe fles Blue Curaçao haalt en een paar zakken chips.' Hij houdt de fles omhoog waarin hij een restje blauw vocht heen en weer schudt.   
  Paniek overvalt haar. 'Alleen?' Het hutje staat amper tweehonderd meter verderop, maar nog dieper het bos in, verscholen tussen bomen en struiken.
  ‘Durf je niet?’ Rob kijkt haar aan. Zijn hoofd houdt hij schuin, zijn ogen geknepen tot spleetjes. Dan grijnst hij. 
  'Natuurlijk durf ik.' Sanne staat op. Hij moet niet denken dat ze zo'n bange tuthola is. ‘Ik ben zo terug.’ Ze draait zich om en kijkt de donkere nacht in. Een knoop zit hoog in haar buik.
  'Ga je vanavond nog?' De stem van Karien. 
  Sanne knipt haar zaklamp aan en steekt het open veld over. De nachtelijke lucht is fris, nu ze de warmte van het vuur mist. Ze schijnt in de richting van het pad, dat als een duistere tunnel voor haar ligt. Zwarter dan ze had verwacht. Ze haalt diep adem en net voordat ze het pad oploopt, kijkt ze om. Tussen de bomen door flikkeren de vlammen van hun kampvuur, alsof het bos in brand staat. Boven hen een zee van sterren. Vanaf hier heeft ze goed zicht op de groep. Een moment overweegt ze terug te gaan, maar ze wil zich niet laten kennen. Als ze de omgevallen boom maar vindt, de stam die de plek markeert waar ze van het pad af moet gaan. Muggen zoemen om haar heen en ze slaat ze van zich af. Een enkeling lukt het om door haar kleren heen te steken.
   Een ruisend geluid. Ze kijkt omhoog naar het bladerdek waar de maan nog net tussendoor glipt. Een vogel maakt zijn aanwezigheid luid kenbaar en vliegt naar een andere boom. Vanuit de verte klinkt geschater. Sanne draait zich om, maar de groep is niet meer te zien. Ze houdt de rechterkant van het pad in de gaten, daar moet de omgevallen boom liggen. De roep van een uil. Een tweede volgt.
  Na een paar minuten ziet ze een stam gedeeltelijk over het pad liggen. Als je niet weet dat deze er ligt, breek je je nek nog. Nu moet ze van het pad af. Ze schijnt op de grond, op zoek naar een opening tussen de struiken om dieper het bos in te gaan. Ze duwt de struiken opzij en er schiet iets weg. Een tak schuurt langs haar hoofd en met haar handen beschermend voor haar gezicht loopt ze verder. Krakende takjes onder haar. In de verte ziet ze de contouren van het hutje. Nog een meter of dertig, schat ze. Ze slaat opnieuw de muggen van zich af. Gek wordt ze van dat gezoem om haar heen.
  In de schuilplaats bewaren ze hun voorraad. Abel had hem al een paar maanden geleden ontdekt. De deur van het hutje zat op slot, maar het raam kon open. Sinds die tijd zaten ze vaak 's avonds bij het ven. Vanavond had ze niet mee willen gaan. Nachtenlang had ze doorgeleerd voor de examens en ze wilde vroeg naar bed. Maar Rob zou komen. Niemand wist hoe leuk ze hem vond. Ook Monica niet. Sterker nog, Monica probeerde haar aan Nico te koppelen. De sukkel van de klas die alleen maar achter zijn computer zat. Niemand had een eigen computer thuis. Hij wel. Hij kon er spelletjes op doen, zei hij. En hij schreef er verhalen op. Wie zat er nou voor zijn lol de hele dag achter de computer? Zij was al lang blij dat ze dat uurtje informatica op school achter de rug had: MS dos, Word Perfect. Ze begreep er niks van. Na haar eindexamen ging ze nooit meer zo'n computer gebruiken. Godzijdank was Nico vandaag niet meegekomen. 
  De geluiden in het bos klinken harder. Ze kijkt om, de duisternis in. Iedere keer als ze in het bos loopt, heeft ze het idee dat er iemand achter haar loopt. Ook nu heeft ze dat gevoel weer. Waarschijnlijk heeft ze te veel griezelfilms gezien. Ze verhoogt haar tempo. Hoe eerder dit achter de rug is, hoe beter. Het zweet loopt tussen haar borsten en haar shirt kleeft aan haar buik. Ze moet ook nog een nieuwe vraag en opdracht bedenken. Zo meteen is zij aan de beurt. Gisterenavond heeft ze met Monica enkele vragen en opdrachten bedacht. Wanneer heb je voor het laatst iets voor het eerst gedaan? Deze vonden ze geweldig, maar nu vindt ze de vraag kinderachtig. 
  Ze baant zich een weg door de struiken, duwt een tak weg. Nog een. Een struik schuurt langs haar enkel. Ze zouden hier wat struiken weg moeten kappen en een pad maken. Abel wil dat niet. Dat valt te veel op, vindt hij. Blijkbaar is de eigenaar vergeten dat hij het hutje heeft. Toen ze de hut ontdekte, zag deze eruit alsof iemand daar vele jaren geleden de deur achter zich dicht had getrokken en er nooit meer naar terug was gekeerd. Alles zat onder een dikke laag stof en van tafel naar stoel naar boekenkast waren spinnenwebben gesponnen. 
  Uit het niets is daar een kleine opening in het bos waardoor het maanlicht vrij spel heeft en zich op hun schuilplaats richt. Ze schijnt met haar zaklamp op de houten wand, op het raam dat uit twee delen bestaat met in het midden een lat. Haar vingertoppen strijken langs het hout op zoek naar de pin in het kozijn. Ze trekt de pin los, schuift de lat weg en sjort aan het raam dat zich krakend overgeeft. Ze schuift de rood-wit geblokte gordijnen opzij, trekt zichzelf omhoog, draait haar billen zodat ze op het kozijn zit, zwaait haar benen naar binnen en landt voorzichtig op de vloer. Het raam valt met een klap dicht. 
  Ze inspecteert de ruimte. Het is een puinhoop. Een stoel ligt op de grond, de rieten zitting ernaast. De oude schilderijen hangen scheef en in een van de doeken zit een scheur. De lichtstraal blijft hangen bij de hertenkop aan de muur. Aan het uiteinde van zijn gewei hangt een sok. Een aantal boeken uit de boekenkast ligt op de grond en ze pakt er een op. Alleen voor jagers, luidt de titel van het boek. Het stof dwarrelt er af; ze ruikt aan de pagina's. Een muffe geur, zo een uit een antiquariaat. De geur van het verleden.
  In de hoek, naast de ijzeren kist, ligt een uitgerolde slaapzak en ze vraagt zich af of een van hen hier weleens slaapt. Ze opent de kist en er zit een lege plastic tas in, twee flessen drank en vier zakken chips. Ze moeten hun voorraad nodig bijvullen. De dromenvanger die midden in het huisje hangt, beweegt zacht. De veren worden afgewisseld met kralen die ooit felgekleurd moeten zijn geweest. Hij doet haar denken aan de dromenvanger die ze van Monica voor haar zestiende verjaardag heeft gehad. Volgens Monica zit de nachtelijke lucht vol dromen. De mooie dromen glippen door de zachte veren heen, de nachtmerries raken verstrikt in het web om als de zon opkomt te sneuvelen.
  Geritsel. Met een ruk trekt ze haar hand terug en schijnt door de ruimte. In een straal licht ziet ze de staart van een muis achter de boekenkast schieten. Of een rat. Ze haalt de plastic tas uit de kist, stopt er een fles drank en twee zakken chips in en sluit de kist. Achter haar een krakend geluid. Met een ruk draait ze zich om. Het raam zwaait open. Ze deinst naar achter. Een straal licht schijnt naar binnen. Een schaduw. Ze gilt.
  Op het kozijn zit Abel. Hij grijst. 'Sorry schat, ik wilde je niet laten schrikken.' 
  Ze slaakt een zucht en richt de zaklamp op hem. Zweetdruppels parelen boven zijn lip. 
  'Haal die lamp uit mijn gezicht!' Hij laat zich op de grond zakken en loopt naar de kist. Daarachter haalt hij een weekendtas vandaan, ritst die open en knikt goedkeurend. 'Ik bedacht me dat we dit ook nodig hebben. Zo lullig als je terug moet.'
  'Terug? De opdracht was anders alleen dat ik drank en chips zou halen.'
  'Weet ik toch, schat.'
  'Slaap je hier weleens?' Ze merkt dat ze fluistert.
  'Hoe bedoel je?' Het komt er fel uit.
  'Omdat daar een slaapzak ligt.'
  'Niet van mij.' Hij rommelt wat in de weekendtas, pakt er een papieren zak uit en loopt naar het raam. 'Kom we gaan terug. Hou jij het raam open?' Hij gooit de zak naar buiten en klimt over het kozijn. Sanne geeft hem de tas met drank en chips en volgt hem. Abel houdt haar arm vast, zodat ze makkelijker kan springen. Hij sluit het raam, stopt de pin terug, plaatst de lat er weer tegenaan en gaat haar voor, terug naar het pad. 
  Ze zwijgen allebei. Sanne rilt, ze heeft het nu echt koud.
  'Vertrouw jij Rob?' verbreekt Abel de stilte. 
  'Hoe bedoel je?' 
  'Zoals ik het zeg. Is hij te vertrouwen'
  'Ik zou niet weten waarom niet. Waarom denk jij dat?' 
  Abel antwoordt niet en versnelt zijn pas. 
  Als ze bij het open veld zijn, zien ze de anderen bij het vuur zitten, dat nu nog feller lijkt af te steken tegen de donkere nacht dan daarnet. Monica zit nu naast Rob. Haar haren hangen los, als een gordijn van kralen strengen Patrick en Karien zitten aan de andere kant; zijn arm om haar schouders. 
  Abel staat plotseling stil. 'Moet je ze zien zitten.' Hij buigt zich voorover en fluistert in haar oor: 'Zij zitten in het licht en zien ons niet. Dat betekent dat iemand ons kan bespioneren zonder dat we het in de gaten hebben.' Druppels speeksel belanden op haar wang. Ze ruikt een mix van zweet en Blue Curaçao en draait haar hoofd weg. 'Doe niet zo eng, man.' Snel loopt ze door, het veld over en ploft neer bij het vuur. 'Gelukt hoor!' De plastic tas geeft ze aan Rob.
  'Mooi zo.' Hij opent de zak chips, haalt er een handvol uit en geeft de zak aan Monica. Dan draait hij de dop van de fles Blue Curaçao en zet die aan zijn mond. Abel gaat naast Sanne zitten, de papieren zak voor zich en haalt er een pakje sigaretten uit. Barclay, vast gejat van zijn moeder. Hij neemt een sigaret, drukt zorgvuldig de gaatjes dicht en steekt de sigaret aan. Monica werpt haar een veelbetekenende blik toe. Sanne rolt met haar ogen. Dacht Monica nu werkelijk dat zij en Abel hadden getongd?'
  Sanne schuift dichterbij het vuur en voelt haar huid warmer worden. De rook van het kampvuur vermengt zich met de sigarettenrook. Ze schuift een stukje bij Abel vandaan.
  'Nu is het jouw beurt om iets te bedenken,' zegt Abel en blaast de rook in cirkels uit. 'Voor mij.'
  'Truth or dare?'
  'Doe mij maar een truth, schat.' 
  Sanne lacht. Ze heeft een ingeving. 'Ok, Abel. Daar ga je. Wie van ons vertrouw je het minst?'
  'Jou.' Ze hapt naar adem. Hij hoeft er niet eens over na te denken. 'Waarom?' 
  'Dat is een tweede vraag. Tegen de regels. Je mag maar één vraag stellen.'  
  'Kom op zeg, deze vraag hoort erbij.' 
  'Nee, want dan had je hem anders moeten formuleren.'
  'Wat een gezeik.' 
  Abel zucht. ‘Jou ken ik niet goed.’ 
  'En Monica wel dan?'
  'Beter dan jij denkt’. Hij knipoogt. 
  Sanne kijkt Monica aan, maar die mijdt haar blik.
  'De echte reden is dat ik mensen wantrouw die niemand wantrouwen.' 
  Sanne laat zijn woorden tot zich doordringen. 
  'Kom op zeg, we spelen gewoon een spel.'
  Hij schudt zijn hoofd. 'Ik houd niet van spelletjes. Ik ben bloedserieus.' Hij gooit de sigaret in het vuur. 'Ik heb wat beters.' Uit de papieren zak haalt hij een pakje vloeitjes en een plastic zakje tevoorschijn. Hij pakt een vloeitje, legt er wat wiet op, draait een puntige joint en ruikt eraan. 'Niet slecht.' Hij steekt de joint aan en neemt een hijs. 'De geur van Cannabis bepaalt de kwaliteit, wisten jullie dat?' 
   'Nee,' antwoordt Sanne. Ze probeert met haar hand de rookwalm de andere kant op te leiden. 
   Abel neemt nog een hijs. 'De vrouwelijke bloemen van de Cannabisplant zijn verrukkelijk.' 
   'Alleen de vrouwelijke?' vraagt Karien.
   'Wiet bestaat alleen uit vrouwelijke bloemen. En daarom neem ik wiet.' Hij geeft de joint aan Rob die een hijs neemt en zich achterover laat vallen in het zand. 'Doorgeven a.u.b.' Abel geeft hem een por in zijn zij. Rob neemt nog een hijs en geeft de joint aan Monica die er gretig aan lurkt voordat ze de joint doorgeeft aan Karien. Sanne is als laatste aan de beurt.
   'Ik hoef niet.'
   'Kom op zeg. Niet zo saai,' bast Abel. 'Aan saaie wijven hebben we niks.' 
   Haar hart bonst. Ze zet de joint tegen haar lippen aan en inhaleert voorzichtig. Een kriebel in haar keel.
   ‘Je moet dieper inhaleren.’ 
   Ze probeert een opkomende hoest te onderdrukken. 
   'Dieper.' 
   Als ze nu een overdosis binnenkrijgt dan kan ze haar eindexamen wel vergeten. Ze doet net alsof ze een hijs neemt. 
   Monica laat zich op haar rug rollen en staart naar de hemel. ‘Denken jullie dat ze het plafond hebben weggehaald zodat we de maan kunnen zien?’ 
   Niemand reageert. 
   ‘Fake!' Abel trekt de joint uit haar handen. 'Extra rondje truth or dare, Sanne.’
   'Nee, kom op.' 
   'That's the rule.' Hij kijkt de kring rond. 'Wie is er voor een extra vraag voor Sanne? Handen omhoog.' Alle handen schieten omhoog, behalve die van Patrick. Zelfs Monica doet mee.
   'Duidelijk. Abel kijkt haar triomfantelijk aan. Sorry schatje, zo zijn de regels.'
   In haar keel welt woede op en ze moet slikken om die in te houden. Ze moet weigeren. Iets bijdehands zeggen. Dat ze geen zin heeft in weer een opdracht. Ze is moe. Maar dan ligt ze eruit. Ze kijkt naar Monica. Die ligt nu op haar buik en tekent met een stokje in het zand. Rob grijnst en geeft haar een knipoog. 
   ‘Kom maar op,’ zegt ze en hoopt dat niemand de piep in haar stem hoort. ‘De truth dit keer.’ 
   Wie bepaalt wat de waarheid is? 
   Abel lurkt opnieuw aan de joint en blaast rustig uit, zodat hij wat tijd heeft om iets te bedenken. Dan kijkt hij Sanne strak aan, zijn ogen vernauwen iets. ‘Je moet één van ons vermoorden, één martelen en met de derde naar bed. Wat doe je met wie?’

Voor hoofdstuk 6 klik hier

Janneke Bazelmans



Bezoekersreacties:
Website Security Test