Prooi
Elisabeth Mollema
Door: Uitgeverij Arena op 12 september 2007

Hoe ze haar best ook deed, ze kon niet stoppen met trillen. De rechterkant van haar hoofd ketste met korte harde stootjes op de koude stenen vloer. Haar spieren verkrampten van de ondraaglijke pijn, haar maag kromp zo hevig samen dat ze ervan moest overgeven. Ze voelde het maagzuur met schokken naar boven komen en in haar keel branden. Paniek overviel haar.

Ze probeerde haar mond zo wijd mogelijk open te doen. Haar lippen voelden als gelei en schuurden pijnlijk langs iets ruws dat over haar mond zat. Per ongeluk zoog ze haar onderlip naar binnen, het leek alsof er stukjes vel meekwamen. Ik los op! Ik verrot levend!

Ze lag op haar zij en probeerde zich op haar buik te draaien zodat het maagzuur niet in haar longen terechtkwam, maar door een stekende pijn in haar schouder kon ze niet anders dan weer terugdraaien. Haar arm stak naar achteren. Ze probeerde hem onder haar lichaam te schuiven, maar haar handen waren strak op haar rug samengebonden. Er sneed iets in haar polsen, iets van hard plastic. Het moest zo’n tie-wrap zijn die om haar polsen zat, zo’n ding dat tuinmannen gebruiken om takken mee op te binden.

Hoe lang lag ze hier al? Door een gat in de hoek van de ruimte had ze het dag en nacht zien worden. Maar hoeveel keer dat was geweest kon ze zich niet herinneren. Steeds zakte ze weg in een diepe bewusteloosheid, om dan weer wakker te schrikken van pijn, een geluid of een vreselijk angstgevoel. Ze had de geluiden horen wegsterven in de avond en langzaam horen terugkomen in de vroege ochtend. Eén keer had ze een auto over een nat wegdek horen rijden. En kinderstemmen! Ja, die herinnerde ze zich nog het beste. Hoe lang was het geleden dat ze de warme armen van haar dochter om haar nek had gevoeld?

De tranen liepen langs haar brandende oogleden. Het zout beet in de huid van haar wangen. Ze kreunde en keek weer naar het gat in de hoek van de ruw stenen muur. Het beeld werd wazig. Met moeite slaagde ze erin om bij bewustzijn te blijven. Haar gedachten begonnen als een draaikolk te tollen, tot ze uiteindelijk toch in een diep zwart gat viel en haar bewustzijn verloor.

Met een schok kwam ze weer bij. Ze moest naar die muur zien te komen, die bood de enige mogelijkheid om dat verdomde plastic om haar polsen door te kunnen snijden. Het moest lukken, ze moest haar kind redden voor het te laat was. En ze moest zorgen dat die mensen ontmaskerd werden en laten zien dat ze geen onnozele vrouw was die je zomaar kon misleiden om haar vervolgens als oud vuil weg te smijten. Ze verzamelde alle kracht die ze nog in zich had. Millimeter voor millimeter schoof ze naar de muur. Het duurde een eeuwigheid, maar uiteindelijk lukte het om er te komen. Hoewel ze bijna flauwviel van de pijn, draaide ze zich om en begon het plastic langs de stenen te schuren.

Ze hadden er vast niet op gerekend dat ze nog leefde.


Angela Altman probeerde zich voor te stellen hoe de kamer eruit zou zien zonder de schimmelplekken in de hoek boven de deur, de grauwe vitrages die licht opbolden door de tocht van de slecht sluitende ramen en het talloze malen overgeschilderde Rauhfaserbehang. Haar blik bleef rusten op een plek waar iets gehangen moest hebben. Een misselijkmakend gevoel van verlatenheid en wanhoop kwam in haar naar boven en bleef steken in haar keel, die voelde alsof ze werd dichtgeknepen. Ze sloot haar ogen en probeerde aan iets anders te denken.

Ze had voor het eerst in het nieuwe huis geslapen. De enige ingerichte kamer was haar slaapkamer,al was ‘ingericht’ misschien te veel gezegd: een deel van haar kleren hing in de kast en het bed stond, dat was alles. Het bed had Max buiten in het gras gezet bij de paar bezittingen die ze kon ophalen in het uurtje dat hij haar had gegund. Het was een tweepersoons Aupingbed waarvan je de hoofd- en voeteneind elektrisch omhoog en omlaag kon bewegen, en zo’n beetje de enige luxe die ze bezat. Dat ze er zo veel jaren samen in hadden geslapen, kon haar niets schelen. Het gaf nog wel iets vertrouwds in deze omgeving waar verder bijna niets van haarzelf was en waarvan ze zich afvroeg of ze er ooit zou kunnen wennen. Aan beide kanten van het bed stonden kastjes die ze van haar ouders had geleend, net als het tafeltje voor haar laptop in de hoek van de kamer.

Gistermiddag, toen de verhuizers weg waren,kwam haar vriendin Georgina na haar werk in de Armaniboetiek langs om te zeggen hoe laat ze de volgende dag zou komen helpen. De meester zelf zou ter plekke flauwvallen als hij zijn naamgenote en tevens bedrijfsleidster had kunnen zien,want als meestal was ze veel te uitbundig gekleed. Het blauwe jasje met het rood geruite rokje en de cognackleurige laarzen hadden nog wel gekund als ze daar niet die groene sjaal bij had omgeslagen. De koperkleurige knopen van het jasje pasten bovendien niet bij de zilveren Indiase armbanden die om haar polsen rinkelden. En ook nu had ze weer te veel make-up op voor de tijd van de dag en haar haar extra gekruld en getoupeerd. Ze leek meer op de Nanny dan op een stijlicoon van een modeontwerper. Haar uitbundige manier van praten versterkte het geheel.

‘Hálló!’ riep ze met die voor haar typerende lijzige manier om een woord te eindigen. ‘Jezús! Wat zie jij eruít!’
‘Ja, zeg! Ik ben aan het verhuizen, weet je nog?’
‘Hi, Jack!’ Georgina begroette de oude labrador, die haar uitgebreid besnuffelde.
‘Je ruikt naar Armani, zeker?’ vroeg Angela.
‘Wat dacht je? Giorgio moet er iets in hebben gedaan wat heel aantrekkelijk is voor honden. Ik weet niet of dat zijn bedoeling was. Waar zijn Tania en Luc?’
‘Ze logeren een paar dagen bij mijn ouders.’

Misschien kwam het door Georgina’s opgedofte uiterlijk dat nogal afstak tegen de aftandse omgeving, of door haar hoge hakken die irritant tikten op de versleten houten vloer, maar opeens had Angela zich afgevraagd of het wel een goed idee was geweest om dit huis te huren.

Ze twijfelde de laatste tijd sowieso over alles en vroeg zich minstens twintig keer per dag af of ze wel de juiste beslissing had genomen: had ze wel het goede verhuisbedrijf ingehuurd? Had ze de glazen wel op de goede manier ingepakt? Had ze het huis niet beter eerst helemaal kunnen inrichten en er dan pas intrekken? Van geen enkele beslissing was ze zeker. Ze werd gek van die onzekerheid en dus gek van zichzelf. Niemand – inclusief zijzelf – snapte hoe een intelligente vrouw die vroeger zo sterk en onafhankelijk was, tot zo’n nerveus en onzeker wrak had kunnen verworden. Hoe was het mogelijk dat ze de grip op zichzelf kwijt was geraakt? Hoe kreeg ze weer vat op haar leven? Steeds als ze dacht dat ze op de goede weg was, gebeurde er iets waardoor ze weer aan alles begon te twijfelen.

Lees meer informatie over Prooi op deze site!

Uitgeverij Arena



Bezoekersreacties:
Astrid (35) op 31 januari 2008:
Klinkt spannend en leest lekker vlot weg, ben wel benieuwd hoe het verder gaat. Ik denk dat ik hem wel zou kopen.