Indra
Sterre Carron
Door: VrouwenThrillers.nl op 15 april 2016

Indra is het zesde boek met hoofdpersoon Rani Diaz. Sterre Carron behoort tot de top van de Nederlandse thrillerschrijfsters. Haar boeken worden op internetflora telkens met het hoogste aantal sterren beoordeeld.


Na een avondje feesten rijdt Lore Nauwelaerts met de auto twee fietsers aan. Behalve Lore zitten in de auto ook haar vriendin Indra en de straalbezopen Andreas. Om niet de schuld te krijgen van het ongeval stelt Lore aan Indra voor om Andreas achter het stuur te zetten en zelf het hazenpad te kiezen. Maar dat is buiten Andreas gerekend. Wanneer zijn geheugen jaren later beetje bij beetje terugkeert en hij zich vaag herinnert hoe de vork écht in de steel zit, schuiven de vreselijke gebeurtenissen van die septemberavond als een legpuzzel in elkaar. Plotseling voelt Indra zich opgejaagd wild. Ze probeert de touwtjes van haar leven in handen te houden maar glijdt steeds dieper weg in een web van leugens. Ze stort zich in de armen van een steenrijke investeerder uit Saoedi-Arabië, die haar vraagt zich te bekeren tot de islam.

Nieuwsgierig naar deze thriller? Wij hebben een leesfragment voor je, met dank aan Sterre Carron en Witsand Uitgevers voor het beschikbaar stellen.

 

Lore trapte uit alle macht op de rem, maar de ondergrond was glibberig en de auto slipte alle kanten op. Ze konden onmogelijk uitwijken zonder dat ze tegen een boom aan zouden rijden. Wild sloeg Lore met haar vuist op de claxon. 'Stop!' schreeuwde ze. 'Stop dan toch!' 
 De natte weg leek wel een touw waarmee de fietsers naar de auto werden getrokken. Ze bewogen niet, weken niet uit. Plots keken ze hen aan. Ze zagen twee paar ogen die langzaam groter werden. En hoorden toen het gekletter van opspattende modder tegen de ruiten, gevolgd door schrille jammerkreten en een doffe bons. Ze hoorden het geluid van schurend metaal en zagen toen iets wat op een roofvogel leek, die zich te pletter vloog tegen de voorruit en nog een laatste keer zijn snavel opende. Een geluidloze kreet in een kille duisternis...
  Indra, die geen gordel droeg, werd door Lores plotselinge remmanoeuvre met haar hoofd tegen de voorruit gekatapulteerd. In haar ribben voelde ze een stekende pijn en in haar voorhoofd kwam een venijnig gebonk opzetten. Ze bleef roerloos zitten en ademde haastig in en uit, niet goed wetend wat haar was overkomen. Ze drukte haar handen tegen haar pijnlijke ribben, kreunde en keek voorzichtig opzij. Lores hoofd lag op het stuur. Ze bewoog geen millimeter.
  De auto was al een keer bij een ongeluk betrokken geweest en de airbags waren, omdat zoiets nog steeds niet verplicht was, niet vervangen door de hoge kosten.
  Indra zocht de hand van haar vriendin, die ijskoud aanvoelde. 'Lore? Lore? Gaat het wel met je?
  Indra hoorde zichzelf kort en zwaar ademen. Haar hart klopte razendsnel en door de pijn in haar ribben was ze alleen in staat haar longen  met kleine teugjes zuurstof te vullen. 'Lore? Zeg iets, alsjeblieft.'
  'Laat me maar even. Ik voel me verschrikkelijk duizelig,' zei Lore.
  Een gedachte greep Indra naar de keel. De twee slachtoffers. Leefden ze nog?
  'Lore, ik kom snel bij je terug. Ik ga even een kijkje nemen. Ik wil weten hoe erg de fietsers er aan toe zijn.'
  Lore antwoorde niet. Het enige wat ze deed, was kreunen.
Voordat Indra uitstapte, keek ze naar de gebarsten voorruit. Tussen de insnijdingen zag ze iets zwarts. Iets harig. Iets bloederigs. Haar hart stopte een tel met kloppen toen tot haar doordrong dat het om een wenkbrauw en een stuk huid van een van de slachtoffers ging. Haar maag maakte een vreemde tuimeling en ze moest moeite doen om niet over te geven. Ze werd overvallen door een onweerstaanbare drang om te vluchten. Ver weg van hier. Het maakte niet uit waarheen... Haar hersenen bevolen haar evenwel iets anders: uitstappen en hulp bieden!
  Indra kroop over Andreas heen. Ze stapte uit en liep met ingehouden adem en lichtjes voorovergebogen naar de plaats waar de gewonden lagen. Een jongen en een meisje. De jongen lag op zijn buik, een arm onder zich en de andere uitgestrekt naar de hand van het meisje, dat op haar zij lag. Haar benen lagen in een vreemde hoek. Ze bewoog niet, maar ze ademde. Bij iedere hartslag gutste er bloed uit de wond. De plaats waar de weggerukte wenkbrauw had gezeten, leek ingenomen door een tandeloze mond die constant open- en dichtging. Indra hurkte en praatte zachtjes tegen het meisje, maar zij had de ogen dicht en antwoordde niet. Onder haar zag Indra een donkere vloeistof zich verspreiden. Bloed! Ook al deed dat veel pijn aan haar ribben, toch riep Indra: 'Volhouden, meid! Niet weggaan! Hier blijven!'
  Ze wierp een schuine blik op de jongen, die onbeweeglijk lag.
  Was hij dood?
  Op handen en voeten kroop Indra tot bij de jongeman. Zachtjes raakte ze zijn schouder aan. 'Hoor je me? Zeg alsjeblieft dat je me hoort.'
  Indra beet zo hard op de binnenkant van haar wang dat ze bloed proefde.
  Dit is alleen een nare droom, Indra. Het is niet echt...
  Ze opende haar mond, wilde weer wat vragen, maar slaagde er niet in. Regendruppels bevochtigden haar droge lippen en maakten haar opnieuw bewust van de ernst van de situatie. Het achterwiel van een van de fietsen, dat nog steeds in beweging was, leek het enige te zijn dat normaal functioneerde op deze plek. Voor het overige was het er griezelig stil. Een stilte die je kon horen. Een stilte die je het stuipen op het lijf joeg. Geen geluid van auto's of van een vliegtuig dat zijn bestemming zocht. Wel van het geschuifel van haar eigen voeten en het gehijg van een zachte adem. Verder niets. De dood heerste over deze plek. Hij had gewonnen en als hij nu nog niet de absolute overwinnaar was, dan zou hij het weldra zijn.
  Uiteindelijk lukte het Indra om enkele keren na elkaar te slikken, maar haar tong bleef zo droog als kurk. Over haar gezicht zigzagden tranen. Verdomme, Lore, waarom moest je zo nodig rijden als een wegpiraat...Dit komt nooit meer goed...Nooit meer...
  Plotseling snakte de jongen naar adem. Hij kokhalsde en maakte een gorgelend geluid. Zijn gezicht zat onder het bloed, alsof iemand net een pot rode verf over hem had leeggekieperd. 'Hou vol,' lispelde Indra. 'Hou vol, alsjelieft.' Ze wist dat haar woorden zinloos waren. De jongen lag te sterven, het leven vloeide uit hem weg en zij was niet in staat om te redden. Het enige wat ze kon doen, was bij hem blijven. Zijn hand vasthouden. Erin knijpen en fluisteren dat alles oké was. De jongen begon hevig te trillen en na een paar tellen was het voorbij. Zijn ziel had zijn lichaam verlaten.

VrouwenThrillers.nl



Bezoekersreacties: