Wraak
Door: Antoinette Verstegen op 14 september 2011

Drie jaar geleden leerde ik Antoinette Verstegen kennen. Ze deed mee aan de schrijfwedstrijd op VrouwenThrillers.nl en eindigde met het manuscript Wraak bij de laatste vijf. Tijdens een gezellige high tea ontmoetten we elkaar. We hadden zo'n lol dat we ter plekke besloten dat Antoinette columns voor VrouwenThrillers.nl zou gaan schrijven. Van de columns kwam de Thriller on Demand Niet omkijken! die als gratis e-book verscheen. 
En nu is het dan eindelijk zover. Haar manuscript is veranderd in het boek Wraak. Lees hieronder alvast de preview!

Annette

***


Proloog

Al uren lig ik op bed. Ik begrijp nu waarom toeristen afgeraden wordt in het regenseizoen naar deze regio af te reizen. Dit is andere koek dan de ‘hier en daar een bui’ van de weerman thuis. De afgelopen zes dagen is het geen moment droog geweest, ook ’s nachts is het afwisselende geroffel van de slagregen en het getik van dikke druppels op het dak van mijn strandhutje niet gestopt. Ik weet zeker dat de plotselinge stilte me gewekt had.
Afgelopen nacht schrok ik wakker van een geluid. Ik griste mijn pistool onder mijn kussen uit en rolde in een moeite door tot achter de sofa. De enige bedreiging was een gekko die mij vanaf de muur naast het bed verbaasd aankeek. Het was een mooi moment, ik was kalm en geconcentreerd, zelfs als ik ’s nachts door een gekko werd gestoord.
Hoe anders was het toen ik hier maanden geleden was. Ik was een wrak toen, een grijze schim. Zo verlaten en grauw als Vagator nu is, had het in die dagen moeten zijn. Juist toen werd de badplaats door zon overgoten en gonsden de straatjes van feestende backpackers. Hun vrolijkheid stak zo schril af tegen mijn verslagenheid, dat het me moeite kostte niet te braken.
Langzaam veranderde dat. De misselijkheid ging elke dag meer over in haat. Elke relaxte wij-zijn-lekker-op-vakantie-blik, versterkte mijn haatgevoelens. Totdat een goed geplaatste schaterlach vlak bij me, toegang gaf tot een gebied in mijn hersenen, waarvan ik het bestaan niet eens kende. Mijn hele lijf vulde zich met het onbekende gevoel. Het beviel me. Het rechtte mijn rug, verstrakte mijn weke spieren, het maakte me sterk, sterker dan ik me ooit in mijn leven had gevoeld. Het was een veel beter gevoel dan de verslagenheid en het allesverterende verdriet van de dagen ervoor.
Het hield niet lang stand, maar lang genoeg om me met de vastberadenheid van de haat een weg door de jungle van de Indiase bureaucratie te kappen. Het hielp me Sarah het land uit te krijgen. Terug naar huis voor haar laatste rustplaats. Dat was het enige dat ik nog voor mijn ooit zo levenslustige zus kon doen. Haar uit handen krijgen van de Indiase dienstkloppers, die leken te wachten totdat haar lichaam het geheim van haar dood prijs zou geven. Het kogelgat in haar hoofd sprak niet, net zo min als haar perfect gevormde mond nog ooit zou spreken.

Het kost me moeite de levendigheid van toen voor de geest te halen. Nu heb ik op deze plek het aanhoudende geruis en getik van de regen als enige storende factor. Ik rek mijn van het zo lang op bed liggen, stijf geworden spieren tot leven en sta op. Ik ga maar eens wat oefeningen doen, om de conditie waarvoor ik zo hard heb gewerkt op peil te houden. Ik verbaas me er nog steeds over dat ik me zonder moeite dertig keer opdruk. Ook moet ik wennen aan mijn vastberadenheid en wilskracht, waarvan ik de afgelopen maanden meer heb gezien dan in het grootste gedeelte van mijn zevenentwintigjarige leven.
Soms heb ik een moment van zwakte, vraag ik me af waar ik mee bezig ben, vraag ik me af waarom ik niet gewoon terug naar mijn huis ga. Gelukkig duren die momenten maar kort. Ik wil helemaal niet naar huis, het enige dat ik wil, is uitvinden wie mijn zus vermoordde. Nee, het enige dat ik wil is wraak nemen op degene die mijn zus vermoordde. 


1


‘Dag…. Steven’. Om hem nu vader te noemen, gaat wat ver. Zelfs het gegeven dat dit de dag is dat we mijn zus en zijn dochter hebben gecremeerd, lijkt me geen reden voor valse sentimenten.
‘Lucy!’ Hij slaat zijn armen om me heen en begint hevig te snikken.
Ik houd mijn armen recht langs mijn lijf en weiger mee te werken aan dit unieke vader-dochter moment. Ik ben harder dan acht jaar geleden, op de begrafenis van mama. Toen had ik medelijden met hem, vooral nadat Sarah hem toesnauwde dat hij niet hoefde te wachten op zijn dood, maar nu al rechtstreeks naar de hel kon lopen. Ik zag hem ineenkrimpen en kon het niet over mijn hart verkrijgen net zo lullig tegen hem te doen. Ik stemde er zelfs mee in de dag erna wat hem te gaan eten.
Het was geen succes. Misschien als hij eerder was gekomen, niet pas op de begrafenis. Misschien als ik de vragen had durven stellen die ik wilde. Misschien. Ik was te bang voor de antwoorden maar kon ook niet aan iets anders denken. Halverwege het etentje zat ik zo vol schuldgevoel en twijfel dat ik in paniek raakte en zonder iets te zeggen vertrok. Ik hoorde in al die jaren niets meer van hem, tot nu. We konden een begrafenisrelatie beginnen.
Ik zeg het hardop, ‘we kunnen een begrafenisrelatie beginnen’, en zie hem tot mijn genoegen op dezelfde manier ineenkrimpen als hij op mama’s begrafenis deed door Sarah’s opmerking.
Hij gaat een eindje van me vandaan staan, droogt zijn ogen en snuit zijn neus met een antracietkleurige zakdoek. Zouden er speciale zakdoeken voor begrafenissen worden verkocht? Ik had nog nooit een zakdoek in deze kleur gezien. En zou dat dan ook op de verpakking staan, ‘rouwzakdoeken, nu drie voor de prijs van twee’?
‘Kan ik even met je praten, Lucy?’
Ik voel de zwakte alweer bezit van me nemen. Zijn smekende ogen laten me automatisch mijn schouders onverschillig ophalen en oké mompelen.
Hij is oud geworden. Hij ziet er ouder uit dan de vierenvijftig die hij nu is, met zijn dun geworden grijze haar en de diepe groeven in zijn grauwe gezicht. Hij lijkt ook gekrompen, hij lijkt maar nauwelijks groter dan mijn 1.65. Dat zal vooral komen vanwege zijn hangende schouders en het feit dat ik hem sinds mijn tiende nu pas weer voor de tweede keer zie.
‘Loop je een eindje mee?’
Opnieuw haal ik onverschillig mijn schouders op en samen lopen we in de richting van de parkeerplaats. Een eindje verderop kijkt een man, die me vaag bekend voorkomt, onze kant op. Voor zover ik dat op deze afstand kan beoordelen, een aantrekkelijke man. Beslist een van Sarah’s minnaars. Als hij ziet dat ik hem opmerk, draait hij zich snel om en bestudeert vol interesse een bakstenen muurtje.
Plotseling staat Steven stil en kijkt me dwingend aan. ‘Ik moet weten of jij meer weet over haar dood. Ze was volgens mij met hele foute dingen bezig.’
Ik probeer zo ongeïnteresseerd mogelijk terug te kijken.
‘Ja, dat idee krijg je als iemand met een kogel in haar hoofd eindigt.’ Ik zeg het best vriendelijk.
‘Toen ik bij haar in India was, deed ze nogal geheimzinnig.’
Mijn haren gaan recht overeind staan. ’Wat moest jij bij haar in India?’ Ik snauw het meer dan dat ik het vraag.
‘Heeft ze je dat niet verteld? Sarah heeft me hier opgezocht en we hebben een paar dagen samen doorgebracht. Ze nodigde me uit om naar India te komen, ze wilde zelfs de reis voor me betalen, maar dat heb ik natuurlijk geweigerd. Ik heb het van haar geleend.’
Trots haalt hij een foto uit zijn zak en houdt die vlak voor mijn gezicht. Ik doe een stap achteruit en zie hem gearmd met Sarah voor een zonovergoten, strakblauwe achtergrond.
Ik wil de foto van het vrolijke tweetal uit zijn handen rukken en vertrappen, maar heb het te druk om alles wat ik zie en hoor niet te willen begrijpen.
Ik vervloek mijn dode zus, omdat ze aanpapte met die verrader en nog achter mijn rug om ook. Omdat woede op een dode erg lastig is, richt ik mijn gifpijlen op de man voor me.
‘Dan moet ze op dat moment niet toerekeningsvatbaar zijn geweest, of heb je lekker zielig lopen doen?’
Zijn gekwetste blik doet me goed, het voedt mijn woede en verzacht de pijn.
‘Zij is naar mij gekomen, ze zei dat ze me wilde leren kennen. Ze heeft ook verteld wat het voor haar als kind betekende dat ik ben weggegaan. Dat was heel moeilijk voor me om te horen, maar ik ben blij dat ze het verteld heeft. Ze wilde ook graag mijn verhaal horen, het begrijpen.’
‘Interessant dat er iets te begrijpen valt. Je hebt ons van de een op de andere dag in de steek gelaten en kwam doodleuk acht jaar later weer opdagen op mama’s begrafenis.’ Ik spuug de woorden er meer uit dan dat ik ze zeg. Ik zie zijn onderlip gevaarlijk trillen en wend mijn gezicht af, waar de woede intussen vanaf moet spatten. Een eind verderop staat de me vaag bekend voorkomende knappe man intussen een strooiveld te bestuderen. Als mijn ergste woede is gezakt, kijk ik Steven weer aan.
Hij praat zacht met neergeslagen ogen. ‘Sarah leek het te begrijpen, maar ik ben hier niet om mezelf in een goed daglicht te zetten of jou het leven moeilijk te maken.’
Hij richt zijn blik weer op me. ‘Wat weet je over de dood van Sarah? Ik ben zo bang dat jij ook gevaar loopt.’ Toegeven dat ik niks weet, is het laatste dat ik nu ga doen. Ik voel me plotseling misselijk van moeheid. Ik zeg niets en zet een snelle stap achteruit als ik zijn handen op me af zie komen.
‘Alsjeblieft Lucy, ik wil niet nog een dochter verliezen.’
Het liefst schreeuw ik in zijn gezicht dat hij me al jaren geleden verloren heeft, maar ik zwijg en draai me resoluut om. Ik hoor zijn voetstappen achter me en ik sis dat hij me met rust moet laten. Ik zet het op een lopen. Ver achter me roept hij dat hij nog iets van Sarah heeft of weet, dat versta ik niet goed. Maar ik wil weg, alleen zijn. Eerst de veiligheid van mijn auto, dan de geborgenheid van mijn bed en verder helemaal niets.

Antoinette Verstegen



Bezoekersreacties:
Ingrid (42) op 7 oktober 2011:
Wraak is een boek vol actie,passie,emotie en humor. Alles wat een goede thriller nodig heeft!!!

ans (54) op 18 september 2011:
hoewel ik niet speciaal thrillers lees, is ook mijn nieuwsgierigheid gewekt. ben heel benieuwd, anto!

belin (38) op 14 september 2011:
Kan niet wachten om het boek te lezen!