Gevarenzone
Jennefer Mellink
Door: VrouwenThrillers.nl op 6 mei 2016

In juni verschijnt de nieuwe young adult thriller van Jennefer Mellink: Gevarenzone.


Pip wil uit huis. Ze heeft voortdurend ruzie met haar moeder, die haar elke dag weer de huid vol scheldt omdat ze gestopt is met haar opleiding. Op een mooie dag in september lijkt alles op zijn pootjes terecht te komen: Pip vindt een leuke baan én een eigen huisje. Maar dat huis is niet zo geweldig als het lijkt. Nadat Pip en haar vrienden een ouijabord hebben gebruikt, gebeuren er allemaal vreemde dingen: spullen verdwijnen of gaan kapot en er gaat zelfs iemand dood, zoals het ouijabord al had voorspeld. Pips nieuwe leven verandert in een regelrechte hel. Wie heeft het op haar voorzien? Is het iemand van haar vrienden die haar in de maling neemt? Zijn het kwade geesten? Of zijn het spoken uit haar verleden?


Nieuwsgierig naar deze thriller? Wij hebben een exclusief leesfragment voor jullie met dank aan Jennefer Mellink en Clavis Uitgeverij.


In onderstaand fragment is Pip al helemaal geïnstalleerd in haar nieuwe woning. Ze geeft een housewarmingparty en van goede vriendin Jody krijgt ze een ouijabord. De vrienden besluiten het bord diezelfde avond meteen te gebruiken. 

Nadat ik een rondleiding heb gegeven en iedereen letterlijk alle hoeken van het huis heb laten zien, wordt er unaniem besloten dat we zo het ouijabord gaan gebruiken. Het liefst ga ik keihard protesteren, maar ik weet dat het geen zin heeft in mijn eentje tegen de rest.
  Nog wat vrienden die ik goed ken van het uitgaan kwamen ook langs om mijn huis te bekijken, maar zij moesten snel weer weg. Ik vind het fijn dat ze toch gekomen zijn. Toen iedereen die uitgenodigd was aanwezig was, waren we met vijftien man. Precies zoals Sanne vanmiddag aan de telefoon zei. Inmiddels is het bijna middernacht en zijn we nog met z’n zevenen. Sanne, Bas, Angelina en haar vriendje Pepijn, Leonard, Jodie en ikzelf.
  ‘Oké, lieve mensen, laten we de salontafel even wegzetten, dan kunnen we op de grond gaan zitten,’ zegt Jodie dwingend met haar ogen op het ouijabord gericht. Mijn hart klopt in mijn keel. Volgens mij is het helemaal niet goed om daarmee te spelen. Ik moet ze op andere ideeën brengen. 
  ‘Top idee,’ klinkt het achter me. Het is Bas. Pepijn en Angelina knikken. Leonard zet samen met Bas de salontafel tegen de muur, waarna ze naast elkaar op de grond gaan zitten. Shit. 
  Ach, wat stelt het eigenlijk ook voor. Het is maar een stom houten bord. Misschien moet ik me niet zo aanstellen en gewoon lekker gaan genieten in het bijzijn van mijn goede vrienden. 
  Als ik ook ga zitten, kijkt Pepijn me op een indringende manier aan. Donkere, kille ogen vanachter lange, vrouwelijke wimpers. Ik word er verlegen van. Angelina past niet bij hem, concludeer ik in stilte. Angelina is vlot, energiek vrolijk en aanwezig. Pepijn is precies het tegenovergestelde, al weet ik niet hoe hij bij zijn eigen vrienden is. Op Angelina na kent hij hier natuurlijk niemand. Eigenlijk is het al aardig dat hij met zijn vriendin mee is gegaan naar de andere kant van het land. 
  ‘Superleuk dat je mee wilde komen, Pepijn,’ mompel ik, in de hoop dat hij dan een andere kant op kijkt. Angelina haakt haar arm om Pepijn heen en drukt een kus op zijn wang. Ze beaamt wat ik zeg en knuffelt haar geliefde vol overtuiging. Haar lange paardenstaart zwiept mee met haar bewegingen. Grote zilveren creolen sieren haar oren. Pepijn haalt enkel zijn schouders op en blijft me aanstaren. Angelina heeft het niet door. Ik schraap mijn keel.
   ‘Jodie, heb jij dit weleens eerder gespeeld?’ 
   ‘Dit speel je niet, lieve schat. Dit gebruik je,’ antwoordt ze gedwee, met de nadruk op het voorlaatste woord. Kippenvel verspreidt zich over mijn armen als Bas zegt: ‘Dit is geen spelletje, dit is fokking echt. We gaan de doden oproepen.’ 
   Als Sanne iets te drinken voor zichzelf heeft ingeschonken, loopt ze een ronde door het huis om alle lampen uit te doen. De maan is verscholen achter een dik pak wolken, waardoor het aardedonker is binnen. Enkel het zachte licht van de buitenlamp schijnt naar binnen. 
  ‘Waar liggen de kaarsen?’ vraagt Sanne als ze een lampje aanklikt op mijn ladekast om vervolgens wat laden te openen en rond te neuzen. Ze wordt achtervolgd door haar eigen, dreigende schaduw. 
  ‘Nee, geen kaarsen,’ zegt Jodie bits. ‘Dat doen we pas na de sessie. Dan brengen we positieve energie de woonkamer in. Ook branden we dan wierrook,’ vervolgt ze.
   Het woord ‘sessie’ gaat door mijn hoofd. Jodie neemt dit wel erg serieus. Of moet dit ook serieus genomen worden? Ik laat mijn gespannen schouders zakken en probeer te ontspannen. 
  ‘Eh, ik heb geen wierrook, Jodie,’ stamel ik onhandig. Ik hoop dat de hele sessie daardoor niet door hoeft te gaan.
   ‘O, maar ik wel.’ Ik kijk naar haar tas, die naast mijn bank staat, formaatje hutkoffer. 
  Toen ik nog een relatie met Bas had, noemde hij Jodie altijd ‘zweefteef’, omdat ze aan yoga doet, zich bij een sekte heeft aangesloten, tarotkaarten legt en wierrook brandt. En ze slaapt in een omgebouwde doodskist, dat vond Bas het allerergst. Onmenselijk vond hij dat, zelfs een beetje cru. 
   Angelina en Pepijn kunnen niet van elkaar afblijven. Angelina is inmiddels bij hem op schoot gekropen en zijn handen betasten haar op plekken waarvan ik zou willen dat ze dat voor straks bewaren, als ze weer thuis zijn.
   ‘Het tocht hier als de neten, man. Straks word ik nog ziek,’ zegt Leonard, terwijl hij zijn vest strakker om zich heen trekt. Vervolgens slaat hij zijn brede armen om zichzelf heen en trekt een gezicht. Ik negeer zijn opmerking.
   ‘Klopt, het raam in de keuken is stuk, het sluit niet helemaal goed. Dat moet ik gauw laten maken,’ zeg ik luchtig. Leonard gaat nog net niet lopen klappertanden.
   We zijn compleet en zitten in een kring. Ik kijk mijn vrienden een voor een aan. Jodie, die zich geconcentreerd voorbereidt op deze ‘sessie’ door ter opening een gebed voor bescherming te doen, Sanne, die verveeld om zich heen kijkt, wachtend tot we eindelijk gaan beginnen. Bas, die uit zijn bierflesje nipt. Het liefdeskoppel Pepijn en Angelina, die denken dat ze zich op de kamasutrabeurs bevinden en Leonard, die stiekem naar me lacht en ondertussen in zijn handen wrijft om warm te worden. 
  Jodie klapt in haar handen en eist daarmee alle aandacht op. Met haar krijtwitte huid lijkt ze zelf wel een spookverschijning. Donkere make-up legt nog eens de nadruk op de kringen onder haar ogen. 
  ‘We leggen zo allemaal een vinger op deze steen,’ legt Jodie uit. ‘Ik ben de leider, want ik heb hier ervaring mee en ik beschik over de benodigde energie. Ik weet dat ik hier sterk genoeg voor ben. De entiteit zal via mij gaan spreken.’
   ‘Wat is entiteit?’ vraagt Sanne geïnteresseerd. 
   ‘Dat zijn de energieën van overleden mensen,’ antwoordt Jodie nonchalant. 
   Ik slik. 
   Bas kijkt mistroostig in Jodies richting. Volgens mij staat hij te popelen een nieuw biertje voor zichzelf te pakken. Als Jodie is uitgepraat, legt iedereen een vinger op de steen. Angelina is weer naast Pepijn op de grond gaan zitten op verzoek van Jodie. Ook hebben we allemaal onze mobiele telefoons uit moeten zetten, zodat we niet gestoord kunnen worden. Ik heb slechts de tonen uitgezet. Dat zal wel genoeg zijn. Ik kijk naar de handen van mijn vrienden. Verschillende huidskleuren, de een heeft prachtig gemanicuurde handen, de ander afgekloven nagels. Jodie heeft afgebladderde rode nagellak. Mijn nagellak is pikzwart. Angelina’s hand trilt geloof ik een beetje. Sanne heeft prachtige gelnagels, daar moet ze iedere zes weken voor naar de manicure. Ik moet er niet aan denken.
  Buiten is het nog harder gaan regenen. Druppels kletteren tegen het raam en de wind waait via mijn kapotte keukenraam de woonkamer binnen. Leonard houdt zijn ogen gesloten, lijkt zich volledig over te geven aan Jodies strenge eisen. Ik ben blij dat hij niet weer over het kapotte keukenraam begint, want nu voel ik de tocht ook langs me heen strijken. 
  ‘Ik wil de geest, ik vraag de geest, ik krijg de geest.’ Jodies monotone stem galmt door de living. Ik probeer mijn lach in te houden. Dit is toch te gek voor woorden. Ik open mijn rechteroog een klein beetje en merk de gespannen gezichten van al mijn vrienden op. Iedereen heeft de ogen gesloten. Pas nadat Jodie de eerste vraag heeft gesteld en we het antwoord hebben, mogen we onze ogen weer openen. Het was geen mededeling, maar een bevel. Bespottelijk eigenlijk, dit hoort mijn housewarmingparty te zijn, niet een of ander bordspelavondje. Ik sluit mijn ogen weer en besluit maar even mee te spelen. Zo meteen, als dit neppe gedoe voorbij is, drinken we nog lekker een slaapmutsje met z’n allen en daarna gaat iedereen lekker naar huis. Samen met Sanne kruip ik dan onder de warme wol, kletsen we gezellig over deze avond en morgen ben ik lekker vrij. Wat een heerlijk vooruitzicht.
   ‘Bent u daar?’ hoor ik Jodie zeggen. Er komt direct beweging in de steen die onder mijn vinger rust. Mijn gedachten dwalen af naar morgen. Samen met Sanne ga ik dan nog wat spullen kopen bij de kringloopwinkel. Er stond genoeg. Ik wil hierbinnen iets meer sfeer creëren, iets meer gezelligheid. Schilderijen, knuffels voor op de rugleuning van de bank en nog wat leuke frutsels die de boel een beetje aankleden. De cake van Leonard bleek trouwens spacecake. Toen ik een hap nam, vond ik het echt goor, maar omdat iedereen nam, wilde ik me niet laten kennen. Inmiddels duizel ik er een beetje van. Ik heb die troep nooit eerder gehad. Volgens Leonard treden de effecten na het eten van spacecake later op dan wanneer je bijvoorbeeld een joint rookt. Het duurt vaak minimaal drie kwartier voordat je iets voelt. Angelina, die ook nooit eerder spacecake heeft gegeten, nam om die reden twee plakken. Volgens Bas is dat helemaal niet verstandig, straks merkt ze de gevolgen wel. Ook houden de effecten langer aan dan wanneer je een joint rookt en de ervaring zal heftiger zijn. Het zal mij benieuwen. Een kwartier geleden nam ik een hele plak van die gore cake. Misschien beeld ik me ook wel in dat ik me nu draaierig voel. Net als Leonard, die zichzelf altijd van alles aanpraat. Een soort van omgekeerde placebo. 
  Jodie zegt dat we onze ogen mogen openen. Ze klinkt kalm. Ik open mijn ogen en heb het gevoel dat ik er een hazenslaapje op heb zitten. Verbaasd kijk ik naar het bord. Yes staat er in het oog van de steen.

VrouwenThrillers.nl



Bezoekersreacties: