Moord voor mij
Karen Rose
Door: Uitgeverij De Fontein op 21 mei 2010

Dutton, Georgia, vrijdag 2 februari, 14.00 uur

Ze had pijn. Overal. Dit keer hadden ze haar op haar hoofd geslagen en in haar ribben geschopt. Monica vertrok haar lippen tot een tevreden grimas. Het was het waard geweest. Ze zou kans zien te ontsnappen of zich doodvechten. Ze zou hen dwingen haar te vermoorden voor ze zich nog eens zou laten misbruiken.

Dan zouden ze een afschrijfbare post kwijtraken. Zo hadden ze haar genoemd. Ze had ze horen praten terwijl ze aan de andere kant van de muur stonden. Ze kunnen mijn afschrijfbare post kussen. Alles, zelfs de dood, was beter dan dit leven dat ze al... hoe lang nu al?
Ze was de tel kwijtgeraakt van de maanden die waren verstreken. Vijf, misschien zes. Monica had hiervoor nooit echt in de hel geloofd. Dat deed ze nu verdomme wel.
Ze was een tijdje de wil om te leven kwijt geweest, maar dankzij Becky had ze die weer teruggekregen. Becky was degene die zo vaak had geprobeerd te ontsnappen. Ze hadden geprobeerd haar tegen te houden, haar te breken. Ze hadden Becky’s lichaam gebroken, maar nooit haar geest. In de korte periode dat ze door de muur die hen van elkaar scheidde hadden gefluisterd, had Monica kracht geput uit het meisje dat ze nooit had gezien. Het meisje wier dood haar eigen verlangen om te leven weer had aangewakkerd. Ze zou leven, of zich doodvechten.
Ze probeerde diep adem te halen en vertrok haar gezicht voor haar longen vol lucht zaten. Ze had waarschijnlijk een rib gebroken. Misschien wel meer dan één. Ze vroeg zich af wat ze met Becky’s lichaam hadden gedaan nadat ze haar hadden doodgeslagen. Ze hoorde nog steeds de moordende slagen, want die waren ook voor haar bedoeld geweest. Ze hadden alle deuren opengezet zodat ze elke klap, elke trap en elke kreun van Becky kon horen. Ze wilden dat ze het allemaal konden horen. Zodat ze bang werden. Om hun een lesje te leren.
Elk meisje in het gebouw. Er waren er minstens tien, in verschillende stadia van afschrijving. Sommigen waren pas ingewijd, anderen al ervaren rotten in het oudste beroep ter wereld. Net als ik. Ik wil alleen maar naar huis.
Monica schudde zwakjes met haar arm en hoorde het gerinkel van de ketting waarmee ze aan de muur was geketend. Net als elk ander meisje daar. Het lukt me nooit om te ontsnappen. Ik ga hier dood. O god, laat het alstublieft gauw gebeuren.
‘Schiet op, stelletje lamzakken. We hebben geen tijd om maar wat aan te klooien.’
Er was daar iemand, daar, in de gang voor haar cel. De vrouw. Monica klemde haar kaken op elkaar. Ze haatte de vrouw.
‘Schiet op,’ zei de vrouw. ‘Kom op. Mansfield, breng deze dozen naar de boot.’
Monica wist niet hoe de vrouw heette, maar ze was slecht. Ze was erger dan de mannen – de hulpsheriff en de dokter. Mansfield was de hulpsheriff, degene die haar had ontvoerd en haar hierheen had gebracht. Ze had lange tijd niet geloofd dat hij echt bij de politie zat. Ze had gedacht dat zijn uniform gewoon een kostuum was, maar hij was echt. Op het moment dat ze erachter kwam dat hij een echte politieagent was, had ze alle hoop laten varen.
Hoe gemeen Mansfield ook was, de dokter was nog erger. Hij was wreed, want hij genoot ervan hen pijn te zien lijden. Die blik in zijn ogen wanneer hij zijn gang ging... Monica huiverde. De dokter was niet goed bij zijn hoofd, dat wist ze zeker.
Maar de vrouw... die was kwaadaardig. Voor haar was deze verschrikking, dit zogenaamde leven... ‘gewoon handel’. Voor de vrouw was elk meisje in het gebouw een afschrijfbaar en vervangbaar goed. Vervangbaar, omdat er altijd tienermeisjes zouden zijn die stom genoeg waren om zich uit de veilige familiekring te laten lokken. Zich hiernaartoe te laten lokken. Naar de hel.
Monica kon het gesteun horen terwijl ze dozen laadden op... op wat eigenlijk? Ze hoorde gepiep en herkende het geluid meteen. Het was de brancard met de roestige wielen. Dat was de plek waar de dokter hen ‘oplapte’, hen klaarmaakte om ‘weer aan de slag te gaan’ nadat een ‘cliënt’ ze helemaal verrot had geslagen. Uiteraard was het af en toe de dokter die sloeg, en het enige wat hij dan hoefde te doen was ze van de vloer oprapen en op de brancard leggen, zodat zijn werk een stuk eenvoudiger werd. Ze háátte hem. Maar ze vreesde hem nog meer.
‘Neem de meisjes uit tien, negen, zes, vijf, vier en... één,’ zei de vrouw.
Monica’s ogen vlogen open. Zij zat in cel nummer één. Ze kneep haar ogen samen, dwong ze om gewend te raken aan de duisternis. Er was iets mis. Haar hart begon sneller te slaan. Er was iemand in aantocht om hen te helpen. Schiet op. Schiet alsjeblieft op.
‘Bind hun handen achter hun rug vast en neem ze een voor een mee,’ snauwde de vrouw. ‘Hou de hele tijd je pistool op ze gericht en laat ze niet ontsnappen.’
‘Wat doen we met de anderen?’ Het was een zware stem. De bewaker van de dokter.
‘Dood ze,’ zei de vrouw zonder enige aarzeling.
Ik zit in cel één. Ze zet me op een boot en neemt me mee.Weg van de hulp die onderweg was. Ik zal knokken. Ik zweer je, ik zal ontsnappen of me doodvechten.
‘Ik neem ze wel voor mijn rekening.’ Dat was de dokter, met zijn gretige blik. Zo’n wrede blik.
‘Prima,’ zei de vrouw. ‘Als je hun lichamen maar niet hier laat liggen. Gooi ze in de rivier. Gebruik de zandzakken die achter de generator liggen. Mansfield, sta daar niet zo. Breng die dozen en de meisjes naar die verdomde boot voor we de politie op ons dak krijgen. Breng de brancard daarna naar onze fijne dokter. Hij zal hem nodig hebben om de lichamen naar de rivier te vervoeren.’
‘Jawel, meneer,’ zei Mansfield spottend.
‘Hang niet de wijsneus uit,’ zei de vrouw, en haar stem verstierf terwijl ze wegliep. ‘Schiet óp.’
Het bleef even stil. Toen zei de dokter zachtjes: ‘Zorg voor die twee anderen.’
‘Je bedoelt Bailey en de dominee?’ vroeg de bewaker op normale toon.
‘Sst,’ siste de dokter. ‘Ja. Doe het zachtjes. Zíj weet niet dat ze hier zijn.’
De twee anderen. Monica had ze door de muur heen gehoord. Het kantoor van de dokter was naast haar cel, dus ze hoorde veel. De dokter had de vrouw die ze Bailey noemden dagen achtereen mishandeld terwijl ze een sleutel eisten. Een sleutel van wat? Hij had de man ook geslagen om een bekentenis los te krijgen.Wat wilde hij dat de dominee opbiechtte?
Een paar seconden later vergat Monica alles over Bailey en de dominee. Het gegil en gesnik klonken nog luider dan het bonzen van het bloed in haar oren. De kreten schraapten langs de binnenkant van haar hoofd toen het eerste meisje werd weggesleept, en toen nog een en nog een. Kalm blijven. Ze moest zich blijven concentreren. Ze komen me halen.
Ja, maar ze moeten eerst de ketting losmaken voor ze je kunnen boeien. Je zult je handen een paar seconden vrij hebben. Je gaat ervandoor, krab hun ogen uit als het moet.
Maar terwijl ze probeerde moed te vergaren, wist ze al dat het geen zin had. Vóór de laatste keer dat ze in elkaar was geslagen, had ze misschien een kans gehad. En als ze weg wist te komen, wat dan? Ze zaten mijlenver bij alles vandaan. Ze zou dood zijn voor ze bij de hal was.
Er welde een snik in haar keel op. Ik ben zestien jaar en ik ga dood. Het spijt me, mam. Ik had naar je moeten luisteren.
Beng.
Ze kromp in elkaar bij het geluid van het schot. Meer geschreeuw, wanhopige, hysterishe kreten. Maar Monica was te uitgeput om te schreeuwen. Ze was bijna te uitgeput om bang te zijn. Bijna.
Nog een schot. En nog een. En nog een. Vier schoten tot dusver. Ze kon zijn stem horen, de dokter. Hij treiterde het meisje in de cel naast die van haar.
‘Doe maar een gebedje, Angel,’ zei hij, en er klonk een lach in zijn stem. Monica haatte hem. Ze wilde hem vermoorden. Ze wilde hem zien lijden en bloeden en sterven.
Beng. Angel was dood. En vier anderen.
De deur vloog open en hulpsheriff Mansfield stond op de drempel. Zijn blik was hard en kwaadaardig. Met twee stappen was hij bij haar en allesbehalve zachtzinnig maakte hij de ketting los waarmee ze aan de muur vastzat. Monica kneep haar ogen samen tegen het licht terwijl Mansfield de boei van haar pols rukte.
Ze was vrij. Verdomme, ja, nou en? Ze zat nog net zo goed in de val.
‘Meekomen,’ gromde Mansfield en hij trok haar overeind.
‘Dat kan ik niet,’ fluisterde ze, terwijl ze door haar knieën zakte.
‘Hou je kop.’ Mansfield sleurde haar overeind alsof ze niet meer woog dan een lappenpop. Dat was op dat moment niet ver bezijden de waarheid.
‘Wacht.’ De vrouw stond in de hal, pal voor Monica’s deur. Ze stond in de schaduw, zoals ze altijd deed. Monica had haar gezicht nog nooit gezien, maar toch droomde ze van de dag dat ze de vrouw de ogen zou uitkrabben.
‘De boot is vol,’ zei de vrouw. ‘Hoe kan dat nou?’ vroeg de dokter vanuit de gang. ‘Er kunnen er zes in. Je hebt er nu vijf.’ ‘Die dozen nemen een hoop ruimte in beslag,’ antwoordde de vrouw kortaf. ‘Vartanian kan elk ogenblik hier zijn met de politie.We moeten een eind stroomafwaarts zijn voor hij hier is. Dood haar en zorg dat de lichamen weg zijn.’
Dus het gebeurt nu. Ik hoef niet te vluchten of te vechten. Monica vroeg zich af of ze het schot zou horen of dat ze meteen dood zou zijn. Ik ga niet smeken. Dat plezier gun ik ze niet.
‘Deze hier is er nog niet zo slecht aan toe,’ zei de dokter. ‘Ze kan nog maanden mee, misschien wel een jaar. Gooi wat van die dozen overboord of verbrand ze. Maar maak ruimte voor haar. Als ik haar eenmaal heb getemd, wordt ze de beste die we ooit hebben gehad. Kom op, Rocky.’
Rocky. De vrouw heette Rocky. Monica prentte de naam in haar geheugen. Rocky deed een stap in de richting van de dokter, waardoor ze uit de schaduw kwam, en Monica kon voor het eerst een blik werpen op het gezicht van de vrouw. Monica kneep haar ogen tot spleetjes en probeerde het rondtollen van de kamer te negeren ter- wijl ze elke gelaatstrek in zich opnam. Als er leven na de dood bestond, dan zou Monica terugkomen en de vrouw blijven kwellen tot ze één kwijlende brok waanzin was.
‘De dozen blijven aan boord,’ zei Rocky ongeduldig.
De dokter vertrok geringschattend zijn mond. ‘Wie zegt dat?’
‘Dat zegt Bobby. Dus tenzij jij Bobby wilt vertellen waarom je belastend materiaal hebt achtergelaten dat ons allemaal te gronde kan richten, hou je je mond en vermoord je deze slet zodat we eindelijk weg kunnen. Mansfield, meekomen. Granville, doe het nou maar en schiet op. En zorg er in vredesnaam voor dat ze allemaal ook echt dood zijn. Ik wil niet dat ze beginnen te gillen als we ze in de rivier gooien. Als er politie in de buurt is, komen ze daar als een speer op af.’
Mansfield liet Monica los en haar benen begaven het. Ze viel op haar knieën en zocht steun bij het smerige bed terwijl Mansfield en Rocky het vertrek verlieten en zij alleen, starend in de loop van het pistool van de dokter, achterbleef.
‘Doe het dan,’ siste Monica. ‘Je hebt mevrouw gehoord. Schiet op en doe het.’
De mondhoeken van de dokter gingen omhoog in die cobraglimlach van hem, die haar ingewanden week maakte. ‘Je denkt dat het snel gaat. Je gelooft dat het pijnloos zal zijn.’
Beng. Monica gilde het uit toen de pijn in haar hoofd werd verdrongen door het brandende gevoel in haar zij. Hij had haar neergeschoten, maar ze was niet dood. Waarom ben ik niet dood?
Hij keek haar glimlachend aan terwijl ze kronkelend de pijn een halt probeerde toe te roepen. ‘Je bent al sinds je komst hier een nagel aan mijn doodskist. Als ik de tijd had, zou ik je in reepjes snijden. Maar die heb ik niet. Dus zeg maar dag met je handje, Monica.’ Hij hief het pistool, en zijn gezicht werd rood van woede toen hij met een ruk opzij keek, op hetzelfde moment dat er weer een schot haar oren deed tuiten. Monica gilde opnieuw, terwijl één kant van haar hoofd in brand leek te raken. Ze kneep haar ogen dicht en wachtte op het volgende schot. Maar dat kwam niet. Ze knipperde haar tranen weg en deed haar ogen open.
Hij was weg en ze was alleen. En niet dood.
Hij had gemist. Vervloekte klootzak, hij had gemist. Hij was weg. Hij komt terug.
Maar ze zag niemand. Vartanian kan hier elk ogenblik zijn met de politie. Dat had die vrouw gezegd. Monica kende niemand die Vartanian heette, maar wie hij ook was, hij was haar enige kans op overleving. Ga naar de deur. Monica kwam overeind op haar knieën en begon te kruipen. Een halve meter. Nog een halve meter. Als je de gang haalt, kun je ontsnappen.
Ze hoorde voetstappen. Een vrouw, mishandeld, onder het bloed en met gescheurde kleren, kwam in haar richting gestrompeld. ...die twee anderen, had de dokter gezegd. Dit was Bailey. Ze was weggekomen. Er was nog hoop. Monica stak haar hand op. ‘Help me. Alsjeblieft.’
Bailey aarzelde en trok haar toen overeind. ‘Kom op.’
‘Ben jij Bailey?’ slaagde Monica erin uit te brengen.
‘Ja. Nou, schiet op of blijf hier en sterf.’ Samen strompelden ze door de gang. Uiteindelijk bereikten ze een deur en wankelden het daglicht tegemoet. Dat was zo fel dat het pijn deed.
Bailey bleef plotseling staan en de moed zonk Monica in de schoenen. Voor hen stond een man die een revolver op hen richtte. Hij droeg hetzelfde uniform als Mansfield. Op het naamplaatje op zijn overhemd stond SHERIFF FRANK LOOMIS. Dit was niet Vartanian met de politie. Dit was Mansfields chef en hij zou ze niet laten ontsnappen.
Dus zo zou het aflopen. Tranen biggelden over Monica’s wangen en brandden op haar kapotte huid terwijl ze wachtte op het volgende schot.
Geschokt zag ze hoe sheriff Loomis zijn vinger tegen zijn lippen hield. ‘Ga langs die rij bomen,’ fluisterde hij. ‘Dan kom je vanzelf op de weg.’ Hij wees naar Monica. ‘Hoeveel zijn er nog binnen?’
‘Niet één,’ fluisterde Bailey schor. ‘Hij heeft ze allemaal vermoord. Behalve haar.’
Loomis slikte. ‘Wegwezen dan. Ik haal mijn auto en zie jullie bij de weg.’
Bailey verstevigde haar greep. ‘Kom,’ fluisterde ze. ‘Nog even volhouden.’
Monica staarde naar haar voeten en dwong die te bewegen. Een stap, en nog een. Vrijheid. Ze zou de vrijheid bereiken. En dan zou ze het hun allemaal betaald zetten. Of zich doodvechten.

Lees meer over Moord voor mij...

Uitgeverij De Fontein

Meer lezen? Dat kan! Moord voor mij van Karen Rose is eind mei verschenen bij uitgeverij De Fontein.



Bezoekersreacties:
Karin Krijnen (53) op 6 juni 2011:
Ik heb ook de eerste 2 boeken gelezen, maar dit gaat verder en hoe verder je in het boek komt hoe spannender het word, ja juist als je de eerste 2 hebt gelezen dan deze zeker, super boek..

Kitty (40) op 3 juni 2010:
Derde boek in een reeks. Eerste twee boeken met veel plezier gelezen. Dit deel heb ik niet uitgelezen. Het kon me niet boeien, want de verhaallijnen heel onwaarschijnlijk en onsamenhangend.