Gotcha!
Door: VrouwenThrillers.nl op 2 november 2016

Gotcha! is al weer de zevende thriller uit de Rani Diaz reeks, geschreven door Sterre Carron. De Rani Diaz reeks omvat thrillers met een hoge spanningsboog en sympathieke personages. Liefhebbers van thrillers van Nederlandse en Vlaamse bodem zullen hiervan genieten en begin je eenmaal aan de thrillers van Sterre Carron dan ben je verkocht.

Benieuwd? VrouwenThrillers heeft een exclusief leesfragment uit Gotcha! voor je.
Met dank aan Sterre Carron en Witsand Uitgevers.



'Lorena?'
 'Ze hebben alweer geschoten, mama.'
 'Op Papa?'
 Lorena snikt gierend.
 Mijn mond is kurkdroog. Ik beleef de schrik van mijn leven.
Snakkend naar adem loop ik naar het telefoontoestel dat naast de koelkast hangt. Ik zeg tegen Lorena dat ik nu de politie ga bellen. Ze antwoordt niet. Ze wacht.
 Ik toets het nummer van de nooddiensten in, leg de man, die de telefoon aanneemt, kort en bondig uit wat er aan de hand is en waar ze als de bliksem heen moet gaan.
 De politieagent luistert zonder me ook maar één keer te onderbreken. De warmte in zijn stem, waarmee hij alles herhaalt, geeft me een veilig gevoel. Het laatste wat ik mezelf hoor zeggen voor ik de verbinding verbreek, is dat ze er vooral voor moeten zorgen dat mijn dochter ongedeerd blijft.  Dat ze mijn dochter moeten redden uit haar schuilplaats. Dat ik haar levend in mijn armen wil sluiten...Waarom heb ik niets gezegd over mijn man, Mattias? Ook hij mag niet sterven. Ik hou zielsveel van hem. Ik heb hem leren kennen op school. We waren zestien. Ik had nooit gedacht dat hij voor mij zou vallen. De meisjes hingen om hem heen als een zwerm bijen om de koningin. Toen ik op een nacht, na een feestje, te voet naar huis liep, stopte er een wagen naast me. De chauffeur sprong eruit en was van plan  me in de auto te sleuren. Maar dat was buiten Mattias gerekend. Hij had me niet durven te benaderen op het feestje, maar was me stiekem gevolgd omdat hij er zeker van wilde zijn dat ik veilig thuis zo komen. Hij overmeesterde de kerel in een mum van tijd. Enkele judogrepen waren voldoende geweest om de overvaller als een zielig hoopje mens tegen de grond te smakken. Vervolgens had Mattias de politie verwittigd en de man werd ingerekend. Sinds die bewogen nacht zijn wij een stel. Een onafscheidelijk stel. Mattias was mijn eerste grote liefde en dat is hij, tot op de dag van vandaag, nog steeds. Hij is attent en romantisch en bovendien een schat van een vader. Lorena wordt door hem op handen gedragen. We vormen het perfecte gezinnetje en daar mag geen verandering in komen. Zeker niet door toedoen van die gangsters. Ik slik mijn tranen weg.
 'Lorena?'
 Ze antwoordt niet.
 Ik noem nogmaals haar naam. Ze antwoordt weer niet, maar ze hoest.
 Die smerige bacillen zullen haar verraden. Ik heb altijd angst gehad dat haar iets ergs zou overkomen. Ik heb geprobeerd haar niet te veel af te schermen. Maar Lorena is een gouden kind. Toen bleek dat ik twee jaar na ons huwelijk nog steeds niet zwanger was, besloten we om een IVF-behandeling te starten. We wilden beiden dolgraag een kind. Na de derde poging was het resultaat uiteindelijk positief. Het was één van de gelukkigste dagen uit ons leven. Mijn hele zwangerschap lang moest ik, omdat er vroegtijdige weeën waren, blijven liggen. Maar het is het allemaal meer dan waard geweest. Lorena, mijn Lorena, is diegene voor wie ik leef. Haar mag niets overkomen. Zij kan nooit worden vervangen. Nooit.
 "Mama!. De man loopt rond in de woonkamer. Ik ben bang...'
 Met mijn voorarm veeg ik de zweetdruppels van mijn voorhoofd.
Ik begin te bibberen en omdat mijn dochter hoort dat ook ik in paniek raak, begint ze nog harder te huilen. Ik zeg voor de zoveelste keer dat ze vooral geen lawaai mag maken en dat er hulp onderweg is.
 Ik loop weer naar mijn spreekkamer, zoek naar mijn handtas en rommel erin tot ik mijn autosleutels heb gevonden. Zonder iemand te verwittigen, trek ik mijn schoenen aan en hol het gebouw uit. De vele zweetdruppels onder mijn oksels en op mijn rug voelen aan als kruipende mieren. Lorena's gehijg prikt in mijn gehoorgang. Het lijkt wel alsof mijn trommelvliezen geteisterd worden door speldenprikken.
 Terwijl ik de Kronenburgstraat oversteek, blijf ik maar ratelen dat ze zich rustig moet houden en dat het niet lang meer zal duren voor ze geredt wordt. Maar dan zegt ze me iets waardoor mijn maag van plaats verandert.
 'De man heeft gezegd dat ze me moeten vinden, mama.'
 Ik spring in mijn wagen en probeer met trillende vingers de sleutels in het contact te steken. Na verscheidene pogingen lukt het me om de motor aan de praat te krijgen. De bluetooth neemt het van me over. Ik zal immers mijn beide handen nodig hebben om de auto in deze toestand veilig te besturen.
 Terwijl ik met gierende banden wegrijd, besef ik dat ik niet eens de moeite heb genomen om de deur van mijn kantoor te sluiten en de lichten te dimmen. Ik haal snikkend mijn schouders op. Wat kan het me ook schelen. Het enige wat nu belangrijk is, is mijn kind redden. Ik rijd de snelweg op en druk het gaspedaal dieper in. Ik kijk op de snelheidsmeter. Die geeft 160 km per uur aan.
Gelukkig is het bijzonder kalm op de weg en moet ik me niet te veel concentreren op het verkeer. Het enige wat er nu kan gebeuren, is dat ik geflitst word voor overdreven snelheid of dat ik word tegengehouden door een stel flikken die worden gedwongen om de staatskas te spijzen. Ik bijt hard op mijn tanden. Als dat gebeurt, sla ik hen verrot.
 Ik vraag Lorena hoeveel reserve de batterij van haar mobiel nog heeft.
 'Niet veel meer, mama.'
 Ik druk het gaspedaal nog dieper in. Waar blijven die verdomde flikken? Ze hadden ondertussen allang ter plaatse moeten zijn.
 Ik vang een glimp op van het bord 'Rumst'. Nog zes kilometer voor ik bij de afrit ben. Ik klem mijn ene hand zo hard om het stuur dat de auto wat van de weg afwijkt. Het scheelt geen haar of ik kom in de vangrails terecht.
 Eindelijk, na vele minuten die wel uren lijken, kan ik de snelweg verlaten.
 Ik negeer de stoplichten, maar kijk wel uit of er geen andere auto uit de zijstraat komt gereden. Een ongeluk kan ik nu missen als de pest.
 Lorena zegt dat de verbinding weg zal vallen.
 Ik bid onophoudelijk dat ze bij me blijft. Ze mag niet wegvallen.
Niet nu.
 En dan schalt er plotseling een gekrijs door de luidsprekers dat door merg en been gaat. Ik moet mijn uiterste best doen om de auto onder controle te houden. 'Hij is hier, mama. Hij is hier! Ik hoor gekletter en de woorden: 'Niet doen, niet doen...'En dan niets meer.
 Dan hoor ik een mannenstem, die iets brult wat me bijna tot waanzin drijft: 'Gotcha', gevolgd door een sadistische schaterlach.
 Ik trap hard op de rem en kom met piepende banden tot stilstand. Ik schreeus Lorena's naam, maar tevergeefs. Ik bonk met mijn voorhoofd tegen het stuur. Mijn ribben lijken wel van staal, waardoor ademen haast onmogelijk wordt. Maar dan besef ik dat ik mezelf moet vermannen en naar mijn dochter toe moet gaan.
Ze hebben haar te pakken en ik zit hier medelijden te hebben met mezelf. Verblind door tranen rijd ik door Bonheiden, op nog geen tien kilometer van de plek waar deze nachtmerrie plaatsvindt...

VrouwenThrillers.nl



Bezoekersreacties: