Op Jacht
Door: Uitgeverij Verbum Crime op 5 november 2008

1.

Zolang je creditcards bruikbaar zijn, heb je geld zat.

Als ik chocola kon frituren dan zou mijn leven compleet zijn. Dat hield ik me tenminste voor, terwijl ik mijn BMW op de gebruikelijke plek voor het advocatenkantoor van Dane, Lieberman en Zarnowski parkeerde. Ik denk vaak aan eten als ik het moeilijk heb.

Het was een prachtige, zonnige ochtend in april waardoor het echt een probleem voor me werd om vol enthousiasme aan het werk te gaan. Hoewel, echt enthousiast over m’n werk was ik nooit, wat voor weer we ook hadden. Maar ja, wie wel? Ik pakte mijn verrukkelijke nieuwe lichtroze Chanel-tas en met een snelle onopvallende blik controleerde ik even of ik hem wel goed vast had. Dat was inderdaad het geval, dus hees ik hem op mijn schouder.

Ik zou me echt doodschamen als mijn collega’s die grote zwarte veeg van god mag weten wat op het lamsleer zagen. Die veeg zou me de das om doen. Ik had de beschadigde tas bij de outlet in Vero Beach gekocht, en ik wilde die geheime zwakte van me in mijn graf meenemen.
Niemand zou er ooit achter komen dat ik, Finley Anderson Tanner, een ... koopjesjager ben. En mijn volgende echt grote geheim is dat mijn stijl lichtelijk ongebruikelijk is. Mijn garderobe bestaat uit een verzameling niet populaire afdankertjes van de fabriek en/of de tweede keus producten met krassen en vlekken die de winkels in de hoofdstraat niet wilden verkopen en dan met een flinke korting weg deden. Dankzij die veeg was mijn nieuwe tas zo goedkoop dat hij in mijn budget paste.
Ehhhh... dat is niet helemaal waar. Ik heb geen budget, eigenlijk meer de neiging om net genoeg saldo op mijn creditcards te houden zodat ik gedwongen ben te beseffen dat ik weinig of helemaal geen zelfbeheersing heb als het om winkelen gaat.
Nou ja, niet alleen wat winkelen betreft. Mijn uitspattingen lijken geen grenzen te kennen en worden alleen geleid door mijn overweldigende behoefte om iets meteen te hebben. En dat kan van alles zijn. Dat wil zeggen, alles wat ik op afbetaling kan kopen. Betaling goedgekeurd, die woorden zie ik het liefst. Ik geniet daar vooral van als ze op een aanvraag voor een nieuwe creditcard staan.
En op die manier ben ik dus uitgegroeid tot een vrouw van negenentwintig die technisch gesproken helemaal niets bezit.
Ik heb een huurflat en een lease-auto en als we nog een armenhuis hadden, had ik daar onvoorwaardelijk levenslang.
Dat is dus de reden waarom ik me toch naar mijn werk sleep, hoewel deze spectaculaire maandagmorgen in Zuid- Florida me eigenlijk naar het strand roept. Ik zou veel liever in de zon liggen. Naar muziek luisteren op mijn bijna afbetaalde iPod, in mijn heel speciale, nauwelijks aanwezige, mijn lijf koesterende bikini en bijpassende sarong (vijf procent korting) en dan ten gunste van een bronskleurige huid passend bij mijn blonde teint alle waarschuwingen over blootstelling aan de zon negeren. Schuld is waardeloos.
Vooral voor iemand zoals ik die – uit vrije wil – van redelijke rijkdom is afgedaald tot sterk gefinancierde armoe. Het enige hoogtepunt van mijn week tot nu toe is dat ik op eBay een geweldig koopje heb ontdekt voor een massief inschroefknopje voor mijn Rolex-bouwpakketproject. Ja, hoor eens, een mens moet toch een hobby hebben. In het afgelopen jaar heb ik de roze parelmoer wijzerplaat al gevonden en het saffierglas. Tegen mijn vijfendertigste heb ik wel genoeg onderdelen om het horloge van mijn dromen in elkaar te zetten.
Vandaag ben ik echter nog afhankelijk van die leuke Kuber, die me vertelt dat ik meer dan twintig minuten te laat ben.
Toen ik de overdadig ingerichte hal van de firma binnenstapte was mijn horloge van geen enkel belang meer. Ik kreeg onmiddellijk een boosaardig grijnsje van Margaret Ford. Zoals altijd bevond de vijfenvijftigjarige receptioniste zich op haar plek achter het halfronde bureau, pen in de aanslag en Bluetooth achter haar rechteroor.
Margarets gebogen en veel te dunne wenkbrauwen werden afkeurend omhooggetrokken. ‘Fijn dat je er bent, Finley.’
Liegebeest! Liegebeest! Ik wist dat de weinig flatteuze bijnaam die ze bij de zaak voor me gebruikten bij Margaret vandaan kwam. Die was trouwens bepaald niet origineel. Ik geloof dat er op de lagere school al iemand was die mijn initialen achter elkaar zette. Het enige verschil tussen toen en nu is dat de kinderen op de lagere school me in mijn gezicht F.A.T. noemden. De receptioniste en haar mollige meiden hebben daar het lef niet voor. Ik begroette haar beleefd en vroeg toen: ‘Zijn er al telefoontjes voor me binnengekomen?’
Ze bladerde door het nette stapeltje roze briefjes, met een blik alsof ze volkomen ondersteboven is van mijn toch zeer redelijke verzoek.
Maar ja, Margaret ziet er altijd ondersteboven uit als ze gedwongen wordt zich met mij te bemoeien. Met een minder dan subtiel ‘hier’ schoof ze me over het gepolijste mahoniehouten bureaublad vier briefjes en een dunne map toe. ‘Meneer Dane wil dat je deze even doorneemt. De cliënt heeft een afspraak over’ – even pauze voor het effect – ‘twintig minuten.’
Twintig minuten? Jezus! Dan heb ik nauwelijks tijd voor een paar koppen fatsoenlijke koffie. Desalniettemin bedankte ik haar met een glimlach, pakte mijn spullen bij elkaar en liep naar de lift.
De afdeling Nalatenschappen en Trusts beslaat de gehele tweede verdieping van een gebouw van zes verdiepingen in West Palm Beach. Er zitten een paar secretaresses – pardon, management-assistenten – in een groepje rond verscheidene faxmachines, laserprinters, netwerkcomputers en onophoudelijk rinkelende telefoons. Niemand keek zelfs maar op toen ik langsliep, rechts de deur uitging en door de gang naar mijn kantoor liep.
Dankzij een van die geurapparaatjes in het stopcontact ruikt het er vaag naar mango. Ik volgde mijn gebruikelijke ochtendritueel: deed het licht aan, trok de jaloezieën open zodat mijn schitterende uitzicht op de parkeerplaats beneden zichtbaar werd. Vervolgens zette ik m’n koffiezetapparaat aan en haalde toen met een paar muisbewegingen mijn laptop uit de slaapstand.
Ik stopte mijn tas in de la van het bureau en pakte de telefoon. De mekkerende Margaret nam alleen boodschappen aan van mensen die geen geduld hadden of voicemail niet begrepen.
‘Dit is het toestel van Finley Tanner. Het is maandag 2 april. Ik ben wel op kantoor, maar kan op dit moment de telefoon niet beantwoorden. Als u een bericht inspreekt, bel ik u zo spoedig mogelijk terug. Toets nul als u onmiddellijk geholpen wilt worden, dan krijgt u de receptioniste.’
Ik luisterde mijn voicemail af en noteerde de belangrijkste punten van het bericht van de griffier over de zaak D’Auria.
Ik was veel te ongeduldig om op het koffiezetapparaat te wachten en vulde mijn beker vast met het eerste zetsel. Daarna richtte ik mijn aandacht op de map die ik bij de receptie had meegekregen.
Het was niet gebruikelijk dat Victor Dane een zaak aan mij overdroeg. Hij was civielrechterlijk advocaat en ik was 10 juridisch assistente voor Nalatenschappen, dus onze wegen kruisten zich – godzijdank – zelden. Victor is een absolute klootzak. Nog erger, hij is een klootzak met geld, geverfd haar en een passie voor mannenspeelgoed. Zijn nieuwste aanwinst is een zwarte Hummer. Een Hummer, ja echt! Ik schudde mijn hoofd. Wie heeft er nu een Hummer nodig in de vlakste staat van het hele land? Dezelfde kerel die ook regelmatig zijn nagels laat polijsten en zijn tanden laat bleken, denk ik.
Dus, dankzij Dandy Dane opende ik een nieuw document op mijn computer en begon gegevens in te voeren voordat Stacy Evans arriveerde. Ik was bij de basisinformatie op de overlijdensakte gekomen toen mijn intercom zoemde.
‘Ja?’
‘Mevrouw Evans is er. Kan ik haar doorsturen?’
‘Ja, graag.’
Ik stond op en liep naar de deur om de bedroefde weduwe te begroeten. Ik was daar de afgelopen zeven jaar best goed in geworden. Florida had een behoorlijk aantal bedroefde weduwen, die meestal in twee categorieën vallen. Echte weduwen waren meestal boven de zestig en kapot van verdriet. De andere groep is midden twintig tot begin veertig en heeft dollartekentjes in hun ogen.
Eén blik op Stacy Evans zei me dat ze een echte weduwe was. Haar tengere schouders waren gekromd en haar diepliggende groene ogen waren rood en opgezet. Ze zag er zwak en breekbaar uit. 
Nadat ik haar in mijn kantoor had gelaten, schoof ik zonder iets te zeggen een doosje tissues naar haar toe.
‘Ik ben Finley,’ begon ik, en ik zette me al schrap voor de verwachte huilbui. ‘Gecondoleerd met uw verlies.’
‘Dank je,’ antwoordde ze met vlakke stem. Ze klemde een grote leren tas tegen haar borst. Er staken twee dikke manillakleurige mappen uit.
‘Wilt u misschien koffie? Thee? Water?’
Ze schudde haar hoofd. Mevrouw Evans speelde golf. Ze had de bijbehorende bruine, tanige huid, een gemakkelijk kapsel en droeg van die vreselijke korte sokjes met golfballetjes eraan.
Ik ga vast naar de hel. Hier zit een vrouw in haar wanhoop te verdrinken en ik zit te zeuren over haar sokken.
Ik wees op de mappen die ze vasthield en zei: ‘Meneer Dane had u gevraagd om het testament van wijlen uw man mee te brengen?’
Ik nam een slokje van mijn Kona koffie, macadamiasmaak, terwijl ze de mappen uit haar tas trok. Ze legde ze op mijn bureau, maar leek het moeilijk te vinden om ze aan mij te geven.
Ze legde haar handen er bovenop en keek me aan. ‘Mijn man is niet gestorven.’
Ik verslikte me zowat in mijn eigen speeksel. Ik had een kopie van zijn overlijdensakte. Marcus Evans was wel degelijk dood. Zo dood zelfs dat hij was gecremeerd. Nu snapte ik waarom Dandy Dane deze vrouw naar mij had doorgeschoven in plaats van haar zelf te helpen. Lul. 
‘Mevrouw Evans,’ zei ik met de meest meevoelende uitdrukking op mijn gezicht, ‘misschien vindt u het prettiger als we deze bespreking nog een poosje uitstellen. Er is geen haast bij en het klinkt alsof u –’
Ze onderbrak me met ‘Hij is vermoord,’ en met een plotseling geanimeerd gezicht: ‘Mark zou nooit achter het stuur van zijn auto in slaap vallen. En al helemaal niet om negen uur ’s ochtends.’
‘Er gebeuren nu eenmaal wel eens ongelukken,’ bracht ik voorzichtig naar voren. Geen goed idee. De vrouw tegenover me keek ineens woedend.
‘Jongedame,’ begon ze, met haar kleurloze lippen in een strakke lijn. ‘Ik zou maar eens goed luisteren. Ik ben dan wel oud, maar niet seniel.’ Ze haalde diep adem en liet de lucht langzaam weer ontsnappen. ‘Ik probeerde Victor tijdens ons telefoongesprek te vertellen dat mijn man vermoord is.’
Victor? Allemachtig. Het had wel aardig geweest als Dandy Dane me even had verteld dat deze vrouw een persoonlijke kennis van hem was. Houd je in.
‘Mevrouw Evans, mijn verontschuldigingen als ik u van streek heb gemaakt.’
‘Ik ben van streek door de moord op mijn man,’ snauwde ze. ‘Jij bent alleen maar irritant.’
‘Het spijt me echt.’ Ik ging tegen de rugleuning van mijn leren stoel zitten en vouwde mijn handen rond mijn nu koude koffiebeker en probeerde tijd te winnen. ‘Waarom beginnen we niet bij het begin?’ 
‘Marcus is vermoord.’ Ze pakte een vel papier, netjes aan weerskanten volgetypt, uit een van de mappen, schoof het over mijn bureau en bleef daarna zo stil als een standbeeld zitten, terwijl ik het officiële verslag van het ongeluk bekeek.
Als er iets niet klopte, stond dat in elk geval niet opvallend op die bladzijde. Ik bedacht dat ik misschien een verlengd blond moment had, dus ik las het nog een keer. Dat leek mevrouw Evans plezier te doen.
Om 09.05 uur op de ochtend van de zevenentwintigste maart was Marcus Evans in zijn Cadillac via de glooiende oever van de I-95 afgereden, en was ondersteboven in een kanaal ten zuiden van Jupiter terecht gekomen. De officiële doodsoorzaak was verdrinking. Het was een ongeluk.
Mevrouw Evans was niet bepaald seniel, maar ze had wel ongelijk. Of was ze gestoord? Het enige wat ik zeker wist was dat Dandy Dane haar aan mij had overgedaan. En dat is weer net iets voor hem.
‘Heeft u dit met de politie besproken?’ vroeg ik met de vereiste ernst. Vereist, dat wil zeggen, omdat mijn baas een lul en een lafaard is, een klootzak die zijn gestoorde vriendin op mij afgeschoven had, in plaats van haar zelf te helpen.
Met half dichtgeknepen ogen perste mevrouw Evans haar lippen op elkaar. Kennelijk was ik niet de eerste die dat vroeg. ‘Ze luisterden niet.’ Ze zwaaide met één hand – de hand met een vijf-karaat als smaragd geslepen diamant – en legde toen haar tas in de stoel naast zich en boog zich naar me toe. ‘Het moet wel moord zijn,’ zei ze op samenzweerderige toon.
In de bibliotheek? Met de steeksleutel? Door professor Plum? ‘Is de auto onderzocht op technische mankementen?’ Bent u al eens onderzocht op psychische mankementen?
Maar dat was niet eerlijk, moest ik wel toegeven. Deze vrouw had verdriet. Dat zag ik wel. Maar had ze dat niet kunnen verwerken vóórdat ze met mij kwam praten? Het was moeilijk om een rationele conversatie te voeren met iemand die er niet helemaal bij was. Ik vond het erg naar voor haar, maar ze zou dit verhaal echt aan de politie moeten vertellen – o ja, die geloofde haar ook niet.
Het kostte me veel moeite om geen diepe zucht te slaken. Ik vouwde mijn handen op mijn bureau en gaf haar de blik die ik in de loop der jaren had geperfectioneerd en die duidelijk zei dat ik aan haar lippen hing. Ik was daar best goed in. Die had ik bij saaie afspraakjes al heel vaak gebruikt.
‘Niet door de politie,’ zei ze monotoon. ‘Er was iets met de getuigenverklaringen die hun theorie bevestigden dat het een ongeluk was en ze beweren dat er geen reden is voor nader onderzoek. Ik heb zijn auto toen naar Palm Beach Motor Specialists op de Okeechobee Boulevard laten slepen,’ verklaarde ze. ‘Ik wil dat jij regelt dat een expert hem inspecteert. Nog een keer. Mark onderhield zijn auto goed. Sloeg nooit een afspraak voor onderhoud over. Iemand moet ermee geknoeid hebben, misschien wel met de remleidingen. Ik weet niet precies wat, maar iemand moet iets met die auto gedaan hebben en ik verwacht van jou dat je het tot op de bodem uitzoekt.’
Stacy streek met haar hand over haar functionele, maar door een expert geknipte lichtbruine haar, terwijl ik probeerde te verzinnen wat de beste handelwijze zou zijn.
Ik zag aan haar op elkaar geklemde kaken hoe vastberaden ze was en dat weerspiegelde zich ook in haar samengeknepen ogen. Ik herinnerde me er ook aan dat ze een vriendin van de baas was. En dat betekende dat het mijn eerste prioriteit was om de klant tevreden te stellen. Het was niet belangrijk dat mijn ervaring als detective eigenlijk beperkt was tot het onderzoeken van de rechten bij de overdracht van onroerend goed. Als zij wilde dat ik voor tweehonderd dollar per uur voor detective speelde, zou ik dat doen.
‘Ik moet even deze papieren van u kopiëren,’ zei ik tegen haar en zag hoe de spanning van haar schouders afviel. Ik haalde een formulier voor een aanbetaling uit mijn la en gaf dat aan haar. Ik vertelde haar uit mijn hoofd vast de belangrijkste punten. ‘Voor deze zaak kan het noodzakelijk zijn dat we een aparte privédetective inhuren,’ legde ik uit, ‘en alle eventuele kosten daarvoor vallen buiten de uurtarieven van Dane, Lieberman en Zarnowski.’
‘En hoe zit het met jou?’, vroeg ze spits.
‘Pardon?’
‘Nou, waarom word ik nu door een juridisch assistente geholpen? Zou ik geen echte advocaat moeten hebben nu het om een moordzaak gaat?’ 
Ja, dacht ik, een moordzaak zou wel door een advocaat worden behandeld. De paranoïde waanideeën van een bedroefde weduwe vormen daarentegen het kruis dat ik moet dragen. ‘Ik werk onder direct toezicht van een advocaat,’ zei ik tegen haar, terwijl ik ‘hier tekenen’-plakbriefjes op de verschillende formulieren bevestigde en daarbij iets meer druk uitoefende dan noodzakelijk was. ‘Meneer Dane is er persoonlijk bij betrokken en dat blijft ook zo.’
‘Dat accepteer ik dan maar,’ zei ze na een korte pauze. ‘Ik verwacht dat je regelmatig verslag over je vorderingen uitbrengt. Ik ga vanmiddag met de as van mijn man naar New Jersey voor de afscheidsdienst.’ Ze trok weer een netjes volgetypt papier uit haar tas. ‘Hier heb je al mijn telefoonnummers, met de datum en tijd waarop het mij het beste uitkomt als je me belt.’
Paranoïde, door verdriet overmand en overdreven secuur. Geweldige combinatie.
‘Heb je een mobieltje of een pieper?’
Dat verbaasde me. Niemand had me daar ooit naar gevraagd.
‘Ik heb voicemail,’ zei ik, ‘en die luister ik regelmatig af...’
‘Ik heb liever je rechtstreekse nummer,’ zei mevrouw Evans op een toon die feitelijk duidelijk maakte dat dit niet zozeer een voorkeur als wel een eis was.
Ik pakte een visitekaartje en haatte mezelf dat ik mijn mobiele nummer nog op de achterkant krabbelde ook. Iets vertelde me dat ik er beslist spijt van zou krijgen dat ik Stacy Evans onbeperkte toegang tot mijn leven gaf. 
Tegen lunchtijd was die profetische gedachte al werkelijkheid. Stacy had me niet minder dan drie keer gebeld.
Een keer op mijn werklijn en twee keer op mijn mobieltje. En nu ik langzaam door Clematis Street liep, onderweg naar de afspraak met mijn vriendinnen Becky, Jane en Olivia, trilde mijn tas zonder onderbreking. Ik keek wie me belde en zag dat het Stacy was, dus ik nam niet op. Ze was misschien een hele goeie vriendin van Dandy Dane, maar ik was haar slaaf niet. In elk geval niet tussen half een en twee uur. Dat was mijn versie van een drie kwartier durende lunchpauze.
Het mooiste van mijn baan als juridisch assistente op de afdeling Nalatenschappen was de betrekkelijke vrijheid.
Niemand vroeg zich ooit iets af over mijn afwezigheid van kantoor, zo lang ik tenminste naar mappen greep en iets mompelde over dingen indienen bij de griffier. Blijkbaar viel het niemand op dat mijn ‘afspraken’ bijna altijd met eetmomenten samenvielen. En als het ze al opviel, dan zeiden ze er in elk geval niets van en dat kwam mij prima uit.
In het centrum van West Palm Beach was het druk, maar dat zou al snel veranderen. De plaatselijke bevolking beweert dat Florida twee seizoenen heeft, de zomer en de sneeuwvogels. De zomer begint in februari en duurt tot de eerste week van november. Het sneeuwvogelseizoen duurt ongeveer vanaf Thanksgiving op de 3e donderdag in november tot Pasen, en is vooral te herkennen aan een hele optocht van enorme campers die op de I-95 verkeersop- stoppingen veroorzaken omdat hun bewoners de kou ontvluchten en in een milder klimaat de winter willen doorbrengen tot thuis de sneeuw weer gesmolten is.
Voor mensen die hier het hele jaar wonen, zoals ik, betekent dit dat alle parkeerterreinen overvol zijn, dat er lange rijen in de supermarkt staan, om maar te zwijgen over wat er gebeurt als de dokter je toevallig een recept voor medicijnen meegeeft. De apotheek is kennelijk een soort Mekka voor 65-plussers. Pasen valt laat dit jaar, dus hebben we twee extra weken ‘hoogseizoen’ voordat ze naar huis en haard terugkeren.
Iemand toeterde en ik schrok ervan. Ik dook omlaag om een palmblad te ontwijken, terwijl ik langs een witharige vrouw met haar rollator probeerde te komen. Ik wéét dat ik sympathie voor haar zou moeten hebben. Respect voor ouderen en zo. Maar als verdediging kan ik aanvoeren dat degene die deze regels heeft opgesteld, vast nooit op de snelweg is gesneden door een negentigjarige die het niet meer nodig vindt om even in de achteruitkijkspiegel te kijken voordat hij op z’n gemak van rijbaan verandert.
Toen ik bij de hoek van de North Olive Street kwam keek ik snel even hoe ik eruit zag. Sushi Rok was een trendy, tamelijk nieuw Aziatisch/Japans visrestaurant met voornamelijk zakenmensen als klanten. Het was een goede keus voor de lunch, omdat de toeristen deze plaatsen meestal overslaan en de minder deftige gelegenheden opzoeken waar ze welkom zijn in hun korte broek, T-shirt en met slordige paardenstaart.
Natuurlijk moest ik wel toegeven dat, hoewel ik elke seconde ervan haatte, de resultaten van mijn tijd in de sportschool de moeite waard waren. Vooral nu ik in de gevarenzone kwam, en mijn lichaam zich begon te gedragen als de waarschuwing op een doos cornflakes: de inhoud kan tijdens transport enigszins inzakken.
De lente betekende maar één ding voor mij – Lilly Pulitzer. Ik had mijn hibiscusroze vest (70% korting wegens een veeg lipstick) over mijn schouders geslagen en gecombineerd met een patchwork-jurk – volle prijs, slik – in haar bekende citruskleuren. Omdat de katoenen stretchjurk strak aansloot en mijn armen vrijliet, bedankte ik in gedachten wel even Neal, mijn persoonlijke trainer, die me steeds afbeulde tijdens de work-out. Terwijl ik hem in gedachten de eer gaf, dacht ik ook aan mijn geweldige stomerij, want dankzij hun inspanningen was er van de veeg niets meer over dan een vaag spoortje langs de met pailletten afgezette halslijn van het wollen kasjmier kledingstuk.
Het ensemble, gecombineerd met mijn nieuwe handtas en sandaaltjes was volgens mij echt heel flatterend. Lilly is gewoon de beste vriendin die een blondine maar kan hebben.
Het was vrij druk in het restaurant. Een zacht gegons van door elkaar lopende gesprekken werd afgewisseld door het getinkel van glazen en bestek. Terwijl ik mijn zonnebril op mijn hoofd schoof, keek ik rond of ik mijn vriendinnen kon ontdekken. Binnen een seconde zag ik Olivia die naar me zwaaide.
Ik liep tussen de tafels door naar hen toe en de single in mij inspecteerde automatisch alle in de zaal aanwezige mannen. Nou ja, ik was niet helemaal single. Ik heb feitelijk wel een piloot in mijn leven, Patrick heet hij. Als ik aan hem denk zou ik me gelukkig, duizelig of zoiets moeten voelen. Iets anders dan gezellig in elk geval.
Ik slaakte een diepe zucht toen ik bij Olivia en Becky ging zitten. ‘Is Jane er nog niet?’ Dat was een retorische vraag. Jane kwam altijd te laat. Jane zou nog te laat zijn voor haar eigen begrafenis. Olivia was met haar Blackberry bezig, dus richtte ik mijn begroeting op Becky.
Becky nam een slokje van haar ijsthee met perziksmaak. Haar donkerbruine ogen waren verborgen achter oranje gekleurde brillenglazen. Rebecca Jameson en ik waren al vriendinnen sinds de universiteit. Zij werkt als Junior Associate op het kantoor, specialisatie: contracten, onder de waakzame blik van Ellen Lieberman. De enige vrouwelijke partner en het ergste kreng dat je je maar kunt indenken.
Ik was degene die Becky overhaalde om te solliciteren nadat ze cum laude afstudeerde aan Emory Law School. Ik was ook degene die suggereerde dat ze zich op een ander juridisch terrein dan alleen contracten moest richten. Becky had zich niets van dat advies aangetrokken en dat bleek later maar goed ook. Om de een of andere reden kunnen Becky en Ellen eigenlijk heel goed samenwerken. Zo goed als het überhaupt mogelijk is om met Ellen samen te werken. Ellen, die trouwens gelooft dat op de weg naar succes elk spoortje oestrogeen uit haar wezen moet worden verwijderd. Ellen Lieberman is één en al saaie pakken, stoere sandalen en grijze haaruitgroei. Becky was gekleed in een taupe pantalon en een katoenen blouse in haar lievelingskleur oranjerood. Ik complimenteerde haar met haar leuke topje.
‘Dank je wel,’ antwoordde ze en draaide haar lange haar in een knot, terwijl de middagzon door het raam achter haar naar binnen stroomde. ‘De koffie komt eraan.’
Ik glimlachte dankbaar dat mijn vriendinnen genoeg van me hielden om rekening te houden met mijn voortdurende behoefte aan cafeïne.
Ik richtte mijn aandacht op Olivia die haar nieuwste en meest geliefde elektronische speelgoed in haar tas liet glijden, begroette haar en vroeg toen ‘Hoe is het met je garageventje?’
De hoeken van Olivia’s perfecte mond zakten omlaag.
‘Het is geen ventje.’
‘Hij woont in de garage van zijn ouders,’ weerlegde ik.
‘Hij is al zesendertig. Hij werkt niet. Het is...’
‘Een klootzak,’ maakte Becky zonder pardon mijn zin af.
‘Jemig, Liv, geef hem een schop en zoek nu eens een echte man.’
‘Net als jij zeker?’ antwoordde Olivia zonder enige aarzeling. ‘Wanneer was jouw laatste afspraakje ook alweer?
Op het examenfeest van de middelbare school?’
Becky lachte omdat we allemaal wisten dat Liv er niet zo ver naast zat. ‘Ik bouw aan mijn carrière. Later heb ik tijd zat om de ware te vinden.’
‘Later??’ vroeg Liv. ‘Later als je alleen in je flatje zit, zowat vijftig bent en naar de herhalingen van de Gilmore Girls zit te kijken, terwijl je een hele doos speculaasjes leeg eet, omringd door je zestien katten?’
‘Geen grapjes over speculaasjes, hè’ , waarschuwde Becky, terwijl ze in het restaurant om zich heen keek, ‘dat is toevallig wel mijn troosteten.’
‘Dames?’ onderbrak ik hen, want ik wist heel goed dat deze kattige opmerkingen eindeloos door konden gaan.
Becky en Liv mochten elkaar graag plagen. Misschien wel omdat ze totaal tegenovergestelde persoonlijkheden zijn.
‘Dat was een mailtje van Jane,’ zei Liv. ‘Ze kan niet komen.’
Becky en ik kreunden allebei en pakten toen meteen het menu. Ik zat te aarzelen tussen de dagschotel van geelvintonijn en sushi toen de ober met mijn koffie kwam.
‘Wachten we nog op nummer vier?’ informeerde hij.
Zoals gebruikelijk sprak hij eigenlijk alleen tegen Olivia. Vroeger had ik er last van, dat zij altijd alle mannelijke aandacht kreeg. Nu begrijp ik dat ze er niets aan kunnen doen. Olivia is gewoon zo knap. Buitengewoon knap. Ze heeft een exotische huidskleur en onberispelijke gelaatstrekken. In eerste instantie denken de meeste mensen dat de viooltjeskleur van haar ogen namaak is – van die vreselijke contactlenzen die er in allerlei onnatuurlijke kleuren zijn. Ze zijn echt, net als haar hoge jukbeenderen, gebo- gen lippen, sierlijke hals, royale buste, slanke taille – allemachtig, haar hele lichaam, 1 meter 68 en maatje 32, is om jaloers op te worden.
‘Eh, nee, we blijven maar met ons drieën,’ vertelde Liv.
Ze knipperde met haar wimpers. Flirten was even natuurlijk voor haar als adem halen. ‘Kun je ons nog een paar minuten geven?’
‘Natuurlijk, dames,’ zei de ober. ‘Ik haal even wat vers komkommerwater, terwijl jullie een keuze maken.’
Hij was wel zo aantrekkelijk dat ik hem over mijn menu nakeek om zijn achterste te inspecteren. ‘Te mager,’ mompelde ik.
‘Te klein,’ voegde Liv daaraan toe.
‘Ik wil hem wel,’ kondigde Becky aan.
‘Jouw celibaat duurt al veel te lang,’ zei ik met een zucht.
‘Jij zou iedereen wel willen.’ Ik keek mijn tafelgenoten eens aan. ‘Dankzij jouw recente kleurverandering, Becky, zien wij er nu uit alsof we zo uit Happy days komen.’
Becky draaide aan een lok van haar onlangs rood geverfde haar. ‘Ik ben Betty Jo. Was dat niet die rooie die uiteindelijk met die smakelijke piloot eindigde? En nu we het toch over piloten hebben, hoe is het eigenlijk met Patrick?’
Ik haalde mijn schouders op. ‘Best. Hij komt vanavond laat weer thuis.’ En weer haatte ik het dat mijn fantasie nauwelijks geprikkeld werd als ik aan hem dacht. Op papier was hij het helemaal. De ware Jacob. De man van mijn dromen. Hij was vierendertig, gemiddelde lengte, blond met blauwe ogen en piloot. Dat is toch perfect? Zijn financiële vooruitzichten zijn zoals het hoort; hij is intelligent, grappig en sportief; we houden van veel dezelfde dingen – het strand, de film, restaurants enzovoort. Genetisch gezien is hij de ideale man om de vader van mijn kinderen te worden. Maar... er is helemaal geen magie tussen ons.
Ik had al lang geleden mijn sprookjesgedachten aan de kant gezet, maar ik zou het wel een stuk fijner vinden als mijn hart wat sneller ging kloppen als ik de deur open deed. Of tenenkrullende seks, dat mag ook. De seks was niet verkeerd, Patrick was wel bedachtzaam, eh methodisch. Methodisch was bevredigend, maar wekte nu niet bepaald passie op. Als ik bij Patrick ben, wordt het hele voorspel in een bepaalde, specifieke volgorde afgewerkt. Het is net alsof er bij seks ook een van tevoren opgestelde checklist is die hij moet nalopen voordat hij kan opstijgen. Ik trok mijn wenkbrauwen op, legde mijn menu op tafel en wachtte op de terugkeer van de ober.
Liv stak haar hand uit en klopte op de mijne. Haar dubbele grove armbanden rinkelden tegen het tafelblad. ‘Nog steeds geen vuurwerk?’
Ik schudde mijn hoofd. ‘Nog geen vonkje.’
‘En dat wordt heus niet beter, hoor,’ merkte Becky op. ‘Het is mijn ervaring dat goede seks heel anders is dan goede wijn. Het wordt op den duur niet beter.’
‘Wanneer hebben jullie voor het laatst seks gehad?’
vroeg Liv. ‘Slechte seks telt ook.’
‘Ik probeer het me te herinneren,’ zei Becky lijzig. ‘Eens even denken, dat was op de bank toen de ouders van mijn vriendje naar bed waren gegaan. O nee, wacht even! Dat was jij.’
‘Je kunt me rustig plagen, Betty Jo,’ reageerde Liv. ‘Ik ben tenminste niet met mijn werk getrouwd.’
‘Trouwerijen zijn jouw werk,’ bracht ik naar voren. ‘En nu we het daar toch over hebben, heb je nog verhalen over horrorbruiden voor ons?’
Liv is een veelgevraagde organisator van trouwerijen, met klanten aan weerskanten van de brug.
Ik zal even uitleggen dat de ‘brug’ dat gedeelte van Okeechobee Road is dat over het water loopt waardoor West Palm Beach wordt gescheiden van de superrijke wereld – alleen op uitnodiging – van Palm Beach. Oud geld, zoals de familie Post, Flagler en de Kennedy’s mengen zich niet zo graag met de inwoners met nieuw geld.
Nieuw geld is eigenlijk de verkeerde benaming, omdat in Florida niets van vóór 1924 is. Alleen maar familiekapitalen die zijn gebruikt voor het bouwen van enkele van de meest ongelooflijke landhuizen met uitzicht op de oceaan aan de oostkust. Behalve het aanbod van schitterende golfbanen en diepe aanleghavens voor privéjachten, is Palm Beach ook een paradijs vol evenementen.
Liv en haar partner, Jean-Claude DuBois, hadden van Concierge Plus, dat kinderfeestjes organiseerde, de bekendste huwelijksplanner in de streek gemaakt. Recent zijn ze begonnen met het coördineren van andere evene- menten, zoals de meest creatieve gala’s waar geld bij elkaar wordt gebracht voor een lange rij goede doelen.
Maar het liefste hoorde ik nog steeds de verhalen van wat er allemaal mis kon gaan bij die trouwerijen. Dat komt waarschijnlijk omdat ik er een soort kinderlijke, perverse troost uit put. Ik liep dan wel niet gelukzalig in de kerk naar mijn bruidegom, maar ik was niet de enige. En dat zegt natuurlijk helemaal niets, omdat ik echt geen brandend verlangen naar eigen huis en haard heb. Nog niet.
De lunch was tamelijk rustig. Goed eten, gezellig gebabbel en veel gelach. Ik verwachtte dat ik helemaal opgeladen zou vertrekken, klaar voor de rest van mijn dag.
Becky en ik stonden met Liv te wachten tot de parkeerservice haar champagnekleurige Mercedes cabriolet naar de voordeur van het restaurant bracht. Anders dan ik verdiende Liv goed, maar net als ik gaf ze het geld met bakken uit.
Becky verdiende waarschijnlijk drie keer zoveel als ik, maar haar enige zwakte was kleding, dus had zij meer geld op haar rekening dan wij.
Zodra Liv wegreed, keerde Becky zich om en zei: ‘Ik heb gehoord dat Victor vanochtend een zaak naar jou heeft doorgeschoven.’
‘Ja.’ Ik vertelde Becky over mijn vreemde gesprek.
Daarna beluisterde ik de berichten op mijn mobieltje.
Stacy Evans had tijdens de lunch nog twee keer gebeld. Ik keek naar de tijd op het scherm. Volgens het reisschema dat ze me had gegeven, stond ze net op het punt om in het vliegtuig naar Newark te stappen. Met een beetje geluk zou ze pas landen als ik al een paar minuten klaar was met mijn werk.
‘Wat verwacht ze eigenlijk van je?’

Uitgeverij Verbum Crime



Bezoekersreacties: