Kort verhaal - Esther
Door: Nienke Pool op 29 april 2016

Als historica schrijft Nienke Pool het liefst historische verhalen. Haar kinderverhaal over het Oude Egypte met de titel ‘En met de regen kwam de wind’, werd in het schooljaar van 2014-2015 uitgegeven als Vlaams Filmpje. Haar verhaal over de kinderoffers in het Oude Carthago schittert in het jaarboek voor fantasy Ganymedes-14. Onlangs publiceerde ze haar scriptie over de martelaren van de Vroegchristelijke kerk in prozavorm: Johannes 14:6. Verder zijn haar verhalen te lezen in talloze verhalenbundels, literaire tijdschriften en jaarboeken in Nederland, België, Polen en sinds kort zelfs in de VS. Een van haar meest dierbare verhalen staat in de verhalenbundel:Insomnia, Spannende verhalen tegen het slapen gaan, van uitgeverij LetterRijn die jaarlijks een geweldige schrijfwedstrijd uitschrijft. Dat verhaal kunt u hier lezen en heet Grafdicht.








'Je hebt het recht om te zwijgen, is dat niet wat je behoort te zeggen?' vroeg Adri, de dienders negerend. Zijn blik was strak gericht op de spiegelwand achter hen. Afwachten, dacht hij. Het spel begint pas. De dienders volgden zijn blik en haalden hun schouders op. 'Hij zegt niets zonder zijn advocaat, commissaris.'
Niet veel later sloeg de deur met een klap open en stapte een brede kerel van middelbare leeftijd in een iets te gelikt pak de verhoorkamer binnen. 'D’r uit! Ik regel dit zelf wel,' snauwde hij tegen de agenten en zette de recorder uit. 
De commissaris ging pontificaal op de tafel zitten waardoor hij de mensen achter het glas hun zicht op de gevangene goeddeels ontnam. 'Dit hoeft niemand te horen,' fluisterde hij tegen Adri. 'We hebben precies drie minuten voordat een van die hielenlikkers de hoofdcommissaris vanachter haar mahoniehouten bureau heeft weggeplukt. En als Mrs. Bitch hier is, zijn alle deals van tafel.' 
Adri keek om de commissaris heen en grimaste naar het zwarte glas. 'Ik maak met jou geen deals, Bertus. We weten allebei dat afspraken nakomen niet je beste kant is.' 
'Bartholumeus-Jan heet ik tegenwoordig,' zei de commissaris terwijl hij aan de pleisters rond zijn ogen peuterde. 'Dat vindt Esmée gepaster.' 
'Heb je nu werkelijk je ogen laten liften om voor dat chique wijvie van je? Je wordt met het jaar zieliger.' Adri staarde naar de pleisters. 'Nee, de Bertus die ik ken, ben je inderdaad niet meer, maar och, daar zal de wereld niet van wakker liggen. Je was een lul en dat ben je, zo te zien, nog steeds. Maar nu zonder wallen.' 
De commissaris liep rood aan. 'Ik had een goede reden om naar die kliniek te gaan. Ik zag haar. Ik meen het: toen ik Esmée een maandje terug van een lipo-behandeling ophaalde bij chateau Rozenburg, zag ik haar achter het glas.’ ‘Wie zag je? Eén van je vele vergissinkjes?'
'Nee, luister Adri, geen geintjes. Ik zag Rosie. Ik weet zeker dat zij het was. Alleen mooier.'
Adri spuugde de commissaris in het gezicht. 'Een junkie heb je van d’r gemaakt en toen je betere kansen in het leven zag, dumpte je haar. En mij erbij.' Hij keek naar de deur waar hij ieder moment de hoofdcommissaris verwachtte. 'Wat wil je van me? Dat ik tegen je zeg dat Rosie niet verdwenen is? Dat je haar dood niet op je geweten hebt?'
'Ik weet het zeker, Adri, ze leeft! Daarom ben ik teruggegaan en heb mijn wallen laten doen.'
'En, heb je Rosie gevonden?' Adri was op zijn hoede. 
De commissaris schudde zijn hoofd. 'Nee, maar die ochtend vond ik dit in mijn jaszak.' Hij haalde een verfrommelde foto tevoorschijn. Adri hoefde niet te kijken om haar tandeloze glimlach te kunnen zien.
'Wat is de deal?'
De commissaris peuterde aan zijn pleisters tot ze loslieten. 'Jij gaat naar het chateau en helpt haar ontsnappen. En dan zorg ik dat deze oude-vrouwtjes-fraudezaak in de onderste lade verdwijnt. Dan ben je een vrij man.'
'Ontsnappen?' Met een ruk zat Adri rechtop. Hij trok aan zijn boeien. 'Je zei niets over gevangenschap. Wat bazel je toch?'
De commissaris hield haar foto onder de neus van Adri. 'HELP ME' stond er in rode letters op. Hij boog zich naar Adri toe. 'Als ze haar daar echt gevangen houden, betekent het dat ze daar al zes jaar zit. En we hebben al die tijd niets gedaan om haar te helpen.'
Adri bekeek de foto nu aandachtig. Hij was vergeten hoe lelijk ze was, op haar groene kijkers na. Die waren betoverend. Hij zuchtte. 'We dachten dat ze het slachtoffer was geworden van die drugsbende. Dat iemand haar mee zou nemen om te houden, dat kwam niet eens in ons op. Ze was zo verslaafd en uitgemergeld dat zelfs de hoerenlopers haar links lieten liggen.' Adri keek op naar zijn oud-collega. 'Wat wil je dat ik doe, Bertus? Waarom organiseer je niet gewoon een inval?'
De commissaris kreunde.
Adri lachte schamper. 'Ah, ik begrijp het. Je wilt haar redden maar nog liever wil je dit met de mantel der liefde bedekken. Nou laat me je dit zeggen: er kwam geen liefde aan te pas toen je haar volspoot met partydrug om je eigen feestje op haar te botvieren. Je hebt haar maandenlang misbruikt. Als de hoofdcommissaris zo binnenkomt en ik het haar vertel, kun je die prachtige commissaris-titel gedag zeggen en dat dure vrouwtje van je erbij.'
'Dat weet ik. Hou op me de les te lezen. Jij was tijdens je dienstjaren ook geen heilig boontje. Jij had ook je pleziertjes met Rosie als ze out was.'
'Ik ben eruit gestapt. Nadat Rosie verdween, kon ik niet meer, maar jij …' Adri keek Bertus met openlijke minachting aan. 'Jij wist door die smerige zaak nog promotie te maken ook. Jij en ik zijn niet uit hetzelfde hout gesneden.'
De commissaris stond op. 'Zes jaar is een lange tijd, Adri. Het wordt tijd dat je me vergeeft.'
Hij keek naar de foto. 'En het wordt tijd dat we haar vinden. Zes jaar in gevangenschap is een hele lange tijd.'
Adri slikte. 'Wat wil je wat ik doe?'
'Wat je het beste doet.'
'Huh, oude vrouwtjes hun pensioen ontfutselen?'
'Nee. Ik weet hoe je bij die vrouwtjes binnenkomt. Je spoelt hun pijpen door. En ik heb gezorgd dat er in chateau Rozenburg een hardnekkige verstopping plaatsvindt en dat jouw bedrijfsnaam bovenaan in Google verschijnt met de nodige aanbevelingen.'
'Denk je echt dat Rosie in gevaar is?'
De commissaris knikte. 'Kijk naar de inkt: het is in bloed geschreven. Haar bloed.'
Op het moment dat Adri het politiebureau met een schoon blazoen verliet, pakte de commissaris de telefoon. 'Het is geregeld. Maak er een einde aan.'
'Komt in orde, Bertus.'
'Dat zei je zes jaar geleden ook. Geen getuigen dit keer.'

Adri ontwaakte in een witte zaal. Zijn hoofd bonkte en flarden van het gevecht dat hij pijnlijk had verloren, borrelden in flitsen bij hem op. Zijn handen zaten met boeien aan een bedrand gekluisterd en zijn benen kon hij niet bewegen. Hij voelde hoe zijn voorhoofd met zorg werd drooggedept. Voorzichtig opende hij zijn ogen en keek in het lachende gezicht van een meisje. 
Rosie? vroeg hij. Zijn hoofd bonkte. Ik hallucineer, dacht hij.
'Mijn naam is Lo-, ik bedoel Esther,' antwoordde het meisje. 
Adri opende nogmaals zijn ogen en keek in de groenste kijkers die hij ooit had gezien. Ze deed hem denken aan Rosie, maar die kon het niet zijn want dit kind was niet ouder dan een jaar of vijftien. Aan de uitgemergelde wangen en het verrotte gebit kon hij zien dat drugs al een tijdje haar beste vriend moesten zijn geweest. Toch klopte er iets niet. Hij bestudeerde haar verband.
Ze zag zijn blik die op haar neus bleef rusten. 'Fase twee is afgerond,' zei Esther met trots in haar stem. 'Afgekickt en nu mijn eerste schoonheidsverandering achter de rug.'
'Waar ben ik in godsnaam?' vroeg Adri. 'En waarom zit ik vastgebonden?'
'Je sloop door de gangen en zei dat je was verdwaald. Dat klonk niet erg geloofwaardig met een inbrekerssetje in je zak.'
Flitsen van zijn nachtelijke avontuur schoten door zijn hoofd. Hij was naar chateau Rozenburg gegaan om de pijpen te ontstoppen. Al snel had hij aangepapt met het meisje van de receptie van wie hij ongemerkt een plattegrond van het kasteel had ontfutselt. Overdag verkende hij tussen alle klusjes door de verdiepingen, totdat alleen de kelders overbleven. Die had hij afgelopen nacht bezocht. Nog voor hij iets had ontdekt, was hij overmeesterd. Nu was hij hier. 
Adri keek naar het meisje dat absoluut niet bang was maar eerder opgetogen leek met een beetje aanspraak. 'Wat doe je hier?' vroeg hij. 'Ben je daar niet een beetje te jong voor?' Hij knikte in de richting van haar verbouwde neus.
'Altijd te jong. Te jong voor drugs en voor m’n stiefpa die zijn poten niet thuis kon houden.'
'Het leven is oneerlijk,' zei Adri vaderlijk, terwijl hij de zaal rondkeek. In het bed naast hem lag een figuur van wie het hoofd geheel verbonden was. Er sijpelde bloed door. Ook zij was met handboeien aan het bed vastgeketend. Van haar overigens goed verzorgde hand miste de ringvinger. 'Wat is er met haar hand?' vroeg hij.
'Dat is fase drie, het huwelijk.' Esther liep naar haar bed en tilde het verband van haar gezicht een stukje op. 'Ik maak me meer zorgen om haar hoofd. Zo gewond komen ze meestal niet binnen.' Ze draaide zich om naar Adri. 'Ze heeft haar huwelijk niet serieus genoeg genomen, hoorde ik. Die fout zal ik niet maken.'
Adri probeerde zijn hoofd op te tillen om de vrouw naast hem beter te kunnen zien. 'Wie heeft dit gedaan, Esther? Komen ze terug? Kunnen we ontsnappen?'
Esther lachte. 'Ontsnappen? Ik dacht het niet.' Geschrokken draaide ze zich om. 'Er komt iemand. Ik spreek je later,' fluisterde ze en sloop naar haar bed.
'Dat zal niet gaan Esther9. Ik neem deze man onder mijn hoede,' zei een vrouwelijke stem terwijl ze een injectienaald voor Adri's neus hield. 
Rosie, dacht Adri voordat hij voor de tweede keer die nacht het bewustzijn verloor.

'Je ziet er goed uit.' Adri dronk dankbaar uit het glas dat ze hem voorhield. 'Beeldschoon, zelfs.'
'Dacht je dat ik dood was?'  Rosie hield haar hoofd schuin waarbij haar lange rode haar bevallig over haar schouder viel. 'Waarom heb je nooit naar me gezocht?' 
'We dachten dat je dood was.'
Rosie slikte een traan weg. 'Niemand heeft naar me gezocht, is het wel?' 
Adri schudde zijn hoofd. 'Gemist heb ik je wel.' 
Ze veegde een lok van zijn voorhoofd. 'En hij?' 
Adri knipperde. 'Bertus heeft me gevraagd om naar je te zoeken. Hij geeft om je'
'Voor een oplichter kun je slecht liegen.'  Ze keek over haar schouder. 'Stil,' fluisterde ze. 'Ik ken je niet. Esther2 komt er aan.'
Adri keek om en verwachte het onbevangen meisje van de afgelopen nacht te zien. Door de deur kwam echter een vrouw van midden dertig aangelopen. Voor Adri bleef ze staan. Vanuit het niets gaf ze hem een harde tik in zijn gezicht. 'Wat heeft hij gezien, Esther6?'
'Niets,' antwoordde Rosie. 'Ik heb hem genoeg serum gegeven om de waarheid vanaf zijn kindheid uit hem te trekken, dus ik weet zeker dat hij niets te verbergen heeft. Hij is een doodgewone loodgieter.'
Esther6? dacht Adri. Wat is hier aan de hand? Hij keek van de vrouw die Esther2 werd genoemd naar Rosie. Ze lijken op elkaar, op het leeftijdsverschil na. Hij dacht aan het meisje met de verbouwde gezicht en een onheimelijk gevoel bekroop hem.
'Heb je zijn antecedenten nagetrokken?' vroeg Esther2.
'Niets bijzonders. Geen vrouw of kinderen, zelden een vaste baan en als hij zo doorgaat, is binnen een maand zijn zaakje failliet. Geen noemenswaardige aanvaringen met de politie,' antwoordde Rosie alsof ze het rechtstreeks voorlas van haar Ipad.
'Doe hem het voorstel, we kunnen wel een nieuwe vent gebruiken.' 
Adri wachtte tot Esther2 was vertrokken. 'Een nieuwe vent? Wil ik weten wat er met de oude is gebeurd?'
'Heb je vannacht de vrouw in het bed naast je gezien? Dat was Esther7. Zij probeerde samen met de 'oude vent' te ontsnappen. Ze mag nog van geluk spreken, zijn gezicht was echt toegetakeld.' Rosie zuchtte. 'Dat zijn de regels. Wij Esthers mogen alles zolang we maar precies doen wat Hij zegt.'
'Wie is hij?' 
'De Redder, onze echtgenoot.'
'Wil je daarom weg?'
'Weg?'

De taken van de nieuwe vent waren uitermate eenvoudig en aangenaam. Adri werkte een paar uur per dag en werd de rest van de tijd uitstekend verzorgd. Rosie deed er hardnekkig het zwijgen toe dus gaf Adri zijn oren en ogen goed de kost. In de weken volgden, kreeg hij de Redder, zoals de echtgenoot en eigenaar van de Esthers werd genoemd, niet eenmaal te zien. Adri hoorde van de jonge Esther, die in haar vorige leven Lola heette, dat alle meiden van een miserabel straatleven waren gered. Bij binnenkomst in het chateau werden ze geïsoleerd om van alle verslavingen af te kicken en een beetje bij te tanken. Daarna begon fase twee, 'de make-over.' Wat daar voor motivatie achter zat, begreep Adri niet precies maar het resultaat was zonneklaar. Een opeenvolging van Esthers, met prachtige groene kijkers en tot perfectie gemodelleerd, woonden in alle denkbare luxe en comfort. Enkelen van de dames hadden goede banen en derhalve overdags afwezig. Alles leek - op de missende ringvingers en wat blauwe plekken na - perfect. Het ontbreken van een aantal Esthers baarde Adri het meeste zorgen.
Nummer 1 miste, maar uit alles wat hij opmerkte, concludeerde hij dat deze Esther een soort archetype moest zijn geweest. De Esther met de harde linkse werd derhalve niet Esther2 genoemd maar simpelweg Esther. Zij nam in alles het voortouw. Zij was degene die al jarenlang met zorg de nieuwe Esthers van de straat plukte. Lola was de laatste. Zij had aan alle miserabele voorwaarden voldaan, maar was - ook voor de begrippen van dit vreemde concept - veruit de jongste.
'Het zijn niet de jaren maar de kilometers die tellen,' lachte Lola. 'Ik ben al stokoud.'
Adri keek naar haar stralend witte glimlach die een pijnlijke operatie verbloemde. 'Ze zijn mooi geworden,' zei hij. 'Ben je nu bijna klaar?'
'Klaar met fase twee of klaar voor hem?' Ze lachte nog breder. 
'Ben je niet bang?'
'Bang? Waarvoor?'
'Voor hem, voor het huwelijk. Je weet waartoe hij in staat is.'
'Hij slaat niet uit woede maar om ons te leren. Hij modelleert ons, dat kost toewijding.'
'Ik heb de toewijding gezien waartoe hij in staat is en dat was niet best.' Adri tilde de kin van het meisje op. 'Dat is geen liefde, Lola.'
'Zonder hem was ik niet meer in leven.'
Adri schudde zijn hoofd. 'Ik weet dat er een paar van jullie vermist worden. Wat is er met hen gebeurd?'
Lola schoof heen en weer op haar stoel. 'Ze voldeden niet,' antwoordde ze zacht. 
Beiden schrokken ze van Rosie. Adri vroeg zich af hoelang ze daar al in de deuropening stond. Hij zag dat ze weer eens een blauw oog had en zelfs haar lip hing een beetje scheef. Ze liep naar Lola toe en aaide haar over haar rode haren. 'Je wordt steeds mooier. Het is zonde om je aan die oude haai te voeren.'
Lola lachte. 'Hij heeft me gered van de straat, de naald, prostitutie en noem maar op. Kijk eens hoe mooi ik ben geworden. Ik ben hem dankbaar en ik weet wat mannen van me willen, hoe oud ze ook zijn.' Ze glimlachte naar Adri. Zijn maag draaide om.
'Je bent een kind, je hoort niet zo te praten,' zei Rosie. 'Adri is niet zo. Hij kijkt alleen naar mij op die manier.' Ze lachte om zijn blossen. 'Wil je echt weten wat er met de verdwenen Esthers is gebeurd?'
Adri knikte. Rosie ging zitten en schudde de kaarten voor Lola. 'Hij redde ons van de straat,' zei ze. 'We werden hier gebracht en kickten af. We werden mooi gemaakt en klaargestoomd voor het huwelijk. Ik weet nog hoe opgewonden ik was.'
Achteloos pinkte Rosie een traan weg. 'Als huwelijksgeschenk mochten we ons ontdoen van een spook uit ons verleden.' Zonder op te kijken legde ze de kaarten neer. 'Ik heb mijn dealer om laten leggen en Lola heeft voor haar stiefpa gekozen. Maar sommige Esthers waren anders. Ze hielden vast aan hun vorige bestaan. Ze wilden terug. De Redder heeft hen laten gaan. Een dag later werden ze gevonden. Althans, wat er van hen over was.'
Lola’s hand trilde. 'Ik heb gekozen en ik zal de Redder dankbaar zijn.' 
Rosie snoof. 'En na precies twee jaar mag je zijn kamers verlaten omdat de Redder een nieuw exemplaar wil. Ik wilde hem ook. Echt. Maar het gaat niet langer, de Redder wordt met de dag gewelddadiger.' Ze tilde haar shirt op. 
Adri keek weg en zag nog net hoe Lola de kamer uitrende.
'Ik moet alle spoken doden,' zei ze, 'dat begrijp je toch, Adri?'
Hij knikte. 

Adri kuste Rosie op haar voorhoofd. 'Weet zeker dat je hier weg wilt?' Hij zat al een tijdje met deze vraag in zijn maag. 'Heb je daarom Bertus om hulp gevraagd?' Hij wees naar haar buik. 'Juist nu.' 
Rosie glimlachte moederlijk. 'Hoe lang weet je het al?'
'Doet het er toe?' Adri pakte Rosie bij haar hand waarvan de vinger ontbrak. 'De Redder is een monster. Ik ben blij dat je weggaat. Hij slaat je zelfs nu je zwanger bent.'
'Begrijp je het echt niet?' Rosie keek hem recht aan. 'Ik ga nergens heen. Bertus is een geschenk voor de baby. Net als bij mijn huwelijk mag ik een gunst vragen. Mijn Redder eert mij en doodt voor mij een spook uit mijn verleden. Ik vroeg om het leven van Bertus. Ik lag op de uitkijk naar hem,' Ze kuste Adri op zijn mond. 'maar toen kwam jij.'
'Bertus?' vroeg Adri. 'Ik dacht dat je van hem hield.'
'We weten beiden dat Bertus me heeft laten stikken. Hij is helaas niet veranderd en heeft zelfs een mannetje achter je aangestuurd. Om ons beiden te doden. De commissaris wil geen getuigen inzake zijn duistere zaakjes.'
Adri voelde dat ze gelijk had. 'Is hij-?'
Ze knikte. 'En vannacht volgt het laatste spook. Ik wil dat mijn kind geboren wordt zonder dat mijn verleden mij pijn kan doen.'
'Wat heb je gedaan?'
'De Esthers hebben de Redder gedood. Er is nog maar een spook over.'
Verschrikt keek Adri om zich heen. Achter zich zag hij alle roodharige Esthers hem zwijgend aanstaren. Stapje voor stapje kwamen ze dichterbij. In de hand van Lola zag hij een mes.
'Ik kan het niet, Rosie.'
'Dat hoeft ook niet, Lola. Ik doe het voor je.'
Adri sloot zijn ogen en wachtte tot Rosie zich van haar laatste spook ontdeed.

'De dood lost alle problemen op. Geen man, geen probleem,' Josef Stalin.

Nienke Pool



Auteursrechten en intellectuele eigendomsrechten

Het auteursrecht van bovenstaande tekst berust bij Nienke Pool of bij derden welke bij toestemming dit materiaal beschikbaar hebben gesteld aan VrouwenThrillers.nl. Vermenigvuldiging in wat voor vorm dan ook is alleen toegestaan door voorafgaande toestemming door Nienke Pool.



Bezoekersreacties: