Vermist
Door: Jennefer Mellink op 9 augustus 2011

De ergerlijke klank van de ringtone van mijn mobiele telefoon galmt door het huis. Mozart. Normaliter een prachtig stuk, maar niet als ik bezig ben met mijn dagelijkse yoga-oefeningen. Zuchtend sta ik op en spoed mij in de richting van mijn mobiele telefoon. Het matje waar ik mijn oefeningen op uitvoer, krult op nadat het van mijn gewicht is verlost. Ik gris mijn mobiele telefoon, aan de voortgang van de ringtone te horen, net op tijd van de salontafel af.
‘Ja?’ In het scherm staat een onbekend nummer, vandaar dat ik mijn telefoon anoniem aanneem. Ik moet grinniken om mijn eigen zotheid.
‘Goedendag, u spreekt met rechercheur Middelink. Spreek ik met mevrouw de Wit?’
De humor die mij zojuist nog staande hield verdwijnt als sneeuw voor de zon en ik voel hoe ik begin te wankelen op mijn benen. Eén en al aandacht voor rechercheur Middelink. Ik ga op de bank zitten, voordat er vervelende dingen gaan gebeuren, het mobiele telefoontoestel tegen mijn oor geklemd.
‘Spreekt u mee.’
Waar zou hij nu mee op de proppen komen? Ik voel mijn hartslag versnellen. Dit is niet de eerste keer in mijn leven dat ik word overvallen door een rechercheur.
‘Komt het u gelegen dat wij, ik en mijn collega Zwiers, even bij u langskomen?’ Hij kucht beheerst na het uitspreken van deze zin.
Ik staar voor me uit, turend in het niets. Mijn vrije hand heb ik in een reflex voor mijn mond geslagen. ‘Ja, dat komt wel gelegen,’ mompel ik. De woorden komen met moeite uit mijn strot.
‘Mooi, dan zien we u zo.’
Als ik na een korte adempauze wil vragen waarom ze langs willen komen, wordt mijn stemgeluid afgekapt door de toon die aangeeft dat rechercheur Middelink al heeft opgehangen.

12 juli, een warme zomerdag precies tien jaar geleden, herinner ik me als de dag van gisteren. Op deze bewuste dag gaf mijn buurman een buurtbarbecue die plaatsvond in zijn tuin, op een prachtig aangelegd terras. De reden dat deze dag mij nog zo goed bijstaat is omdat mijn dochtertje Selena, destijds negen jaar, die dag werd vermist. Om kwart over tien ’s morgens bracht ik Selena naar haar vriendinnetje Merel Petersen.
Toen Selena en ik in de auto stapten, sloeg de hitte ons tegemoet. Ik zette alle ramen tegenover elkaar open, zodat het flink door kon tochten. In de achterbak lag Selena’s nieuwe roze fietsje, dat ze drie dagen eerder voor haar verjaardag had gekregen van oma. Ze wilde het fietsje perse meenemen naar Merel.
Sandra, de moeder van Merel bood me nog een drankje aan, maar ik wilde naar huis om wat te lezen in het zonnetje, alvorens de barbecue begon. Met een glimlach op haar gezicht zwaaide Selena naar me toen ik terug naar mijn auto liep en ondertussen riep ze wel zes keer uitbundig ‘Doei, doei, mama!’
Ik zag hoe ze haar fietsje pakte en samen met Merel de straat uit fietste. Een wit/grijze knuffelhond die met een touw zat vastgebonden aan Selena’s fiets, sleepte achter hen aan en op de snelbinder van Merel werd een babypop geplet. Lachend stapte ik in de auto, denkend aan de twee ondeugende meiden.
Eenmaal thuis installeerde ik me in een comfortabele tuinstoel met een goed boek en een glas limonade met ijsklontjes binnen handbereik. Uren gingen voorbij, nooit eerder had ik geweten dat lezen zo heerlijk ontspannend was. Het doet je de wereld om je heen volledig vergeten. Pas toen ik mijn boek helemaal uit had, stelde ik mijn tuinstoel zo in dat ik lekker horizontaal van de zon kon genieten, heerlijk. Zo te horen was mijn buurman Koos druk bezig met de voorbereidingen van de barbecue. Ik hoorde hoe hij aan de andere kant van de schutting, op zijn eigen erf, druk heen- en weer liep.
‘Kan ik misschien helpen?’ riep ik, hopend dat de buurman mij zou horen. Ik kreeg geen reactie. Met tegenzin verliet ik mijn heerlijke stoel en tuurde ik door een kier in de schutting die de grens tussen mij en mijn buurman scheidde.
‘Kan ik helpen?’ vroeg ik nogmaals.
De buurman schrok enorm toen hij mij in het vizier kreeg. Het mes dat hij in zijn handen geklemd hield liet hij in het gras vallen met de punt van het glimmende lemmet in de grond gespietst. Hij was bezig met het aansnijden van het vlees, een bloederig tafereel.
‘Welnee buurvrouw, geniet lekker van het zonnetje. Tot straks!’ zei de buurman, waarna hij zich zijn huis in spoedde. Mijn maag draaide bijna om bij het zien van al dat vlees in de volle zon, alles behalve hygiënisch.
Toen de barbecue om vier uur ’s middags begon, had het nieuws dat mijn dochter spoorloos verdwenen was mij nog niet bereikt. De zon scheen uitbundig, het was ruim dertig graden, de bloemen en planten stonden prachtig in bloei en iedereen vermaakte zich prima. Er werd veel met elkaar gepraat en gelachen en de vrouwen roddelden heel wat af.
‘Op onze goede buurt!’ zei buurman Koos die de toost uitbracht, terwijl hij een glas witte wijn ophield. Zijn rode verhitte wangen vloekten bij de wortelsalade die op tafel stond.
‘Op onze goede buurt!’ zeiden wij buurtbewoners in koor met een bord eten op schoot en onze glazen in onze handen om vervolgens met elkaar te kunnen proosten. Het vlees smaakte me helemaal niet, ook dat feit herinner ik me nog goed, zoals ik alles van deze dag nog weet, tot in de kleinste details. Mijn buren daarentegen genoten des te meer van het heerlijke eten.
Al smakkend kwam mijn buurman Koos op me afgelopen. Een druppel bloed van het stuk vlees dat hij niet al te charmant aan het vermalen was, droop via zijn mondhoek naar beneden.
‘Waarom heb je Selena eigenlijk niet meegenomen?’ vroeg hij terwijl hij met zijn vork met daaraan een stuk biefstuk door de ketchup op zijn bord streek.
‘Dat leek me niet zo handig,’ zei ik kortaf.
‘Handig misschien niet, maar wel leuk. Ach, ze is vast een beetje bij je, buurvrouw,’ zei Koos, waarna hij opzoek ging naar een nieuwe gesprekspartner.
‘Red je het nog in je eentje?’ vroeg een andere buurtbewoner mij die ineens naast me was komen staan. De beste man hield in iedere hand een glas bier en dronk ze achter elkaar leeg.
‘Ik ben niet alleen, ik heb Selena,’ zei ik, terugdenkend aan mijn scheiding van het jaar daarvoor, waar ik liever niet over praatte met Jan en alleman.
Mijn man Ronald, inmiddels ex-man, kon niet leven met het feit dat Selena niet zijn echte dochter was. Een brute verkrachting heeft Selena op de wereld gezet. Ik heb nooit geweten wie mijn verkrachter, ofwel de natuurlijke vader van Selena is; een gegeven dat mij nog dagelijks angstaanjagende nachtmerries bezorgt. Het werd mijn ex-man Ronald allemaal teveel.
Met een gezicht vol medelijden keek de buurtbewoner die een gesprek met mij probeerde aan te knopen mij een paar seconden aan, daarna verontschuldigde hij zich en ging hij zijn bierglazen bijvullen bij de tap. Ik pakte een glas jus d’orange en voegde me tussen een groepje oudere buurtgenoten die praatten over koetjes en kalfjes.
Pas toen ik later die avond thuiskwam bleek dat mijn dochter vermist was. Het was toen tien over acht om precies te zijn, en het was nog licht buiten. Er stonden twee agenten voor de deur die mij het slechte nieuws kwamen vertellen.
‘Maar ze is bij haar vriendinnetje aan het spelen,’ vertelde ik vol overtuiging tegen de agenten. ‘Ze is al sinds het begin van de middag niet meer gezien, mevrouw. De moeder van het meisje waar uw dochter speelde, mevrouw Sandra Petersen, belde ons met deze mededeling. Het spijt ons verschrikkelijk.’
In een reflex greep ik naar mijn mobiele telefoon die ik op stille stand had staan, opgeborgen in mijn handtas. Tien gemiste oproepen van Sandra en zes voicemailberichten.
Vanaf dat moment drong de waarheid tot mij door: mijn dochter was vermist.

Tot op de dag vandaag is het lichaam van mijn kleine meisje niet gevonden, hierdoor koester ik altijd nog hoop. Zenuwachtig drentel ik wat heen- en weer in de woonkamer. Als je me vraagt wat ik aan het doen ben, kan ik je daar geen antwoord op geven, want ik ben er niet bij met mijn hoofd. De televisie staat aan, maar ik hoor niets. Ik hoor het wel, maar ik verwerk het niet. De zon schijnt pal op de woonkamer, waardoor het lijkt alsof ik me in een sauna bevind. Ik veeg het zweet van mijn voorhoofd af en ga op de bank zitten. Ik sla mijn benen over elkaar, die zwetend aan elkaar plakken en probeer mijn gedachten op nul te zetten. Minutenlang staar ik voor me uit als een zombie. De komst van de agenten zal toch zeker met Selena te maken hebben? Honderden vragen spoken door mijn gedachten.
Wanneer de deurbel gaat, haast ik me naar de deur. Als een gier die op zijn prooi afvliegt, ren ik de woonkamer door, naar de hal en open ik onhandig de voordeur.
‘Goedendag, rechercheur Middelink en dit is mijn collega Zwiers,’ zegt de dikste en tevens de lelijkste van het stel als hij mij de hand schudt. Ik laat de agenten binnen en vraag ze of ze wat te drinken willen.
‘Nee, dank u,’ antwoordt rechercheur Middelink. Zijn collega schudt zijn hoofd van links naar rechts, waaruit ik opmaak dat hij ook niets hoeft.
Ik ga zitten op de bank en ben volkomen stil, bang voor wat er komen gaat. Mijn rechtervoet tikt zenuwachtig op de plavuizenvloer, alsof ik op de resultaten van mijn eindexamen zit te wachten.
‘We weten wie uw dochtertje Selena tien jaar geleden heeft ontvoerd,’ zegt Middelink op zakelijke toon. Het hoge woord is eruit. Zijn kleine ogen komen amper onder zijn enorme grijze haarbos vandaan, wat ik onder andere omstandigheden komisch gevonden zou hebben. Als hij praat, gaat zijn kleine brilletje,die hij op het puntje van zijn neus laat rusten, op en neer.
‘Vertel het me,’ zeg ik zachtjes, amper hoorbaar, terwijl ik mijn rug recht en de heren om en om aankijk. Ik merk dat ik begin te rillen, ondanks de hitte. Tien jaar lang heb ik de waarheid willen weten, en nu het zover is voel ik meer angst dan ik ooit had durven denken.
Middelink en Zwiers kijken even in elkaars richting. Dan schraapt Middelink overdreven hard zijn keel, gaat hij rechtop zitten en legt hij zijn dikke vingers op zijn schoot.
‘Het spijt me dat ik u moet vertellen dat wij uw buurman Koos verdenken van ontvoering en moord op Selena, mevrouw de Wit,’ zegt hij rustig, als een arts die een recept uitschrijft. Ik heb het gevoel dat ik me in een op hol geslagen draaimolen bevind na deze mededeling. Ik probeer te begrijpen wat rechercheur Middelink zegt, maar het wil niet tot me doordringen. Mijn hoofd tolt van onbegrip en woede.
‘Mijn buurman?’ weet ik stamelend uit te brengen. Middelink knikt zachtjes om het te bevestigen. ‘Zou u ons nogmaals, gedetailleerd, kunnen vertellen wat er precies is gebeurd tien jaar geleden, mevrouw de Wit?’ zegt Zwiers ditmaal, met een ernstig gezicht.
‘Ja. Ja, natuurlijk,’ zeg ik, nog altijd vol ongeloof. Ik bal mijn handen tot vuisten en besef me dat ik tot alles in staat ben.
‘Uw buurman gaf een barbecue. U dacht dat uw dochter aan het spelen was met een meisje uit de buurt, maar achteraf bleek ze al sinds de middag van de aardbodem verdwenen,’ zegt Middelink op neutrale toon. ‘Hoe laat was de aanvang van de barbecue?’ vraagt hij mij vervolgens.
‘Vier uur. Voordat iedereen uit de buurt aanwezig was, was het iets over vier,’ zeg ik, terugdenkend aan de ergste dag uit mijn leven.
‘Wie van de buurtbewoners bereidde die middag het vlees, mevrouw de Wit?’
‘Mijn buurman beheerde de grill, dus hij bereidde het vlees.’
Ik moet terugdenken aan al het vlees dat hij die middag aan het voorbereiden was. Ik ben honderd procent zeker van mijn antwoord als die bloederige beelden terug op mijn netvlies verschijnen.
‘Alleen uw buurman, of ook andere mensen uit de buurt?’
‘Alleen mijn buurman, hij had de barbecue dan ook georganiseerd.’
‘At uw buurman ook van het vlees dat hij bereidde?’
‘Ja, dat deed hij,’ zeg ik, me afvragend waarom ze me zulke nutteloze vragen stellen. Ik voel tranen over mijn wangen sijpelen. Met de rug van mijn hand veeg ik ze weg.
‘Uw buurman is tevens de natuurlijke vader van uw dochtertje gebleken, mevrouw de Wit. Hij heeft bekend u negentien jaar en negen maanden geleden te hebben verkracht.’
Als verstijfd kijk ik rechercheur Middelink aan, niet in staat iets te zeggen.
‘Hij vond dat hij het recht had uw dochtertje u te ontnemen, daar ze, zoals hij zelf vertelde, vijftig procent zijn eigendom was. Die man hoort thuis achter slot en grendel.’
Mijn oren suizen onophoudelijk.
‘Heeft hij gezegd waar hij het lichaam van mijn dochtertje begraven heeft?’ mompel ik, werkelijk aan het einde van mijn Latijn.
‘Er is geen lichaam meer, er is ook nooit een lichaam geweest, daar heeft hij zich meteen van ontdaan, want hij heeft iets verschrikkelijks met uw dochter gedaan nadat hij haar heeft vermoord,’ zegt Middelink met een vies gezicht, wijzend naar de tuin van mijn buurman, waar een barbecueset pronkend staat te glimmen in de zon.

Jennefer Mellink

Jennefer is 25 jaar en is woonachtig Twello, gelegen naast Deventer. Schrijven is haar grootste hobby, en dan vooral het schrijven van korte, spannende verhalen, maar ze schrijft ook recensies, columns, Engelstalige songteksten en ze is bezig met het schrijven van haar eerste boek in het thrillergenre.



Bezoekersreacties:
Aida (28) op 12 augustus 2011:
Leuk verhaal! De lezer weet vrijwel aan het begin van het verhaal al hoe & wat (ook door het nieuwsartikel), maar dat maakt de inhoud niet minder leuk. Sterker nog: ik vind het knap dat het verhaal toch spannend blijft en dat ik het uit wil lezen! De dialogen zijn goed uitgewerkt en ondanks dat het een kort verhaal is, maakt de hoofdpersoon indruk op mij. Ik leef met haar mee. Succes verder met schrijven, ik ben benieuwd naar meer!

Andrea (33) op 10 augustus 2011:
Een heel leuk verhaal. Weer eens wat anders.

Linda (35) op 9 augustus 2011:
Jammer dat ze aan het begin van het verhaal al weggeeft wat er met haar dochtertje is gebeurd. Ik ben er niet erg door geraakt.