De visvijver
Door: Mara Smits op 3 januari 2017

Sharon keek nog één keer achterom voordat ze de douanepost van Eindhoven Airport passeerde. Haar oog viel daarbij op de reiskoffer met daarop het opgerolde Eindhovens Dagblad van 24 december. Ze glimlachte.

De voorbereiding was niet eenvoudig geweest. Maandenlang had Brenda het internet afgespeurd naar een geschikte rijopleiding. Het aanbod was immers enorm en de woorden “rijvaardigheidstraining” of “slipcursus” leverden elk duizenden hits op. Het plan dat zij had opgevat was ingenieus, ingewikkeld ook. Een klein onvoorbereid detail zou haar de kop kunnen kosten, zou haar noodzaken weer van nul af aan voorbereidingen te treffen. En erger nog, ze zou niet kunnen ontsnappen. De gedachte hieraan greep haar nu al bij de keel. Ze kon nog niet bevroeden dat de oplossing uit geheel onverwachte hoek zou komen. 

Haar gedachten gingen terug naar het moment waarop het allemaal was begonnen. Haar buurvrouw Nicole had haar met veel enthousiasme een boek geleend, eigenlijk opgedrongen. De ontvoering van Alfred Heineken. Nicole was op veel gebied een domme trut maar anderzijds las ze altijd de meest bijzondere boeken. Ze had het boek uit beleefdheid in ontvangst genomen en het weggelegd alsof het ongewenste reclame was. Toen Nicole haar maar bleef vragen wat ze ervan vond had Brenda zich de moeite getroost om toch maar te beginnen met lezen. En wat ze niet had verwacht gebeurde. Ze werd volledig opgezogen en meegenomen in het verhaal. Ademloos had ze het gelezen en herlezen, gretig alle details tot zich nemend. Brenda kreeg zelfs begrip voor de ontvoerders, maar dat terzijde. Niet dat ze iemand wilde ontvoeren. Ze zou het niet eens kunnen. Een vlieg doodslaan was de ergste misdaad die ze tot op heden had begaan. 
Nee, ze was een watje. Kon geen nee zeggen. Liet over zich heenlopen. Met zich sollen. Maar dat zou binnenkort afgelopen zijn. Als haar plan zou slagen. Zou het slagen? Zou het werkelijk gaan lukken? Mocht ze eindelijk de smaak van succes proeven?

“Brenda waar zit je?” De schelle stem van haar moeder ging door merg en been. Geen ontkomen aan. Brenda kon wel doen of ze haar niet had gehoord maar ze wist waar dat op uit zou draaien. Negeren betekende sancties, vernedering. Ze rilde. Dacht terug aan de kleine bedompte kelder, waar ze een paar uur werd opgesloten als haar moeder haar zin niet kreeg en zij zogenaamd niet luisterde. Of die eeuwige honger. Niets dat haar zo vertrouwd voorkwam dan het geluid van haar altijd knorrende maag en haar klapperende tanden. Bedelen om een boterham. Het was meer regel dan uitzondering geweest. De koude douches. Ze maakte gewoon de geiser uit, die ene keer in de week dat ze mocht douchen. Wat een secreet was het. Elke keer weer wist ze haar zin door te drijven, haar voor haar karretje te spannen, haar te kleineren. Ze was geraffineerd. Instanties wikkelde ze om haar vinger. Brenda kreeg een Wajonguitkering. Die had zij voor haar geregeld. Er was geestelijk en lichamelijk helemaal niks mis met Brenda maar door leugens en gemanipuleer van haar moeder had Brenda het etiket “autistisch” opgeplakt gekregen. Uiteraard beheerde zij het geld hiervan niet zelf. 

Ze had beter geen kind kunnen krijgen. Lara was ongewild zwanger geraakt van een of andere scharrel en toen ze het eenmaal had ontdekt was het te laat voor een abortus. Van alles had ze geprobeerd om het leven in haar een halt toe te roepen. Ze was op kickboksen gegaan, in de hoop dat haar tegenstander haar keihard in haar buik zou trappen. Ze liet zich regelmatig op de grond vallen, een methode die vroeger vaak werd gebruikt. Ze gebruikte laxeermiddelen maar dat verdomde kind bleef zitten. De biologische vader was voor zijn verantwoordelijkheden op de vlucht geslagen en Lara bracht haar kind moederziel alleen ter wereld. Wat had ze Brenda gehaat. Geen greintje liefde kon ze voor dit monster op brengen. De eerste maanden waren een hel geweest. Het gehuil, de weinige nachtrust, het thuis moeten blijven. Een ongewenste kostganger die ze met haar schamele loontje niet kon gebruiken. Voor haar was Brenda een blok aan haar been. Menig hond had het nog beter dan Brenda. Die kreeg ten minste nog een aai over de bol en een gevulde voerbak. Al haar frustratie over het alleen grootbrengen van dit kind reageerde ze dan ook op Brenda af. Ze sloot haar op, liet haar honger lijden. Haar harde hand kon ze meestal ontwijken maar soms stond haar handafdruk op haar lichaam. Toen ze qua lichaamslengte nog even groot waren sleepte ze haar zelfs aan haar haren de trap af. 

Brenda had lang nagedacht wie ze nog meer in het complot zou betrekken. Makkelijk was dat niet geweest. Haar sociale vangnet was maar klein. Eigenlijk kwam er maar één iemand voor in aanmerking. Maar een persoon was ook meer dan voldoende. Haar gedachten dwaalden af. Ard had haar ooit eens aangesproken. Ze had het zo koud gehad en had zo’n honger dat ze de warmte van het plaatselijke winkelcentrum had opgezocht. 
Verlangend had ze langs een broodjeszaak gelopen. Het water liep haar in de mond. Een tantaluskwelling waar ze vanwege geldgebrek geen einde aan kon maken. “Jongedame, kan ik wat voor je doen?” 
Een kleine, gezette man met een vriendelijk en open gezicht had haar aangesproken. Brenda had niet geantwoord. Ard echter had Brenda meegetroond naar een bankje en haar gemaand daar te wachten. Al snel kwam Ard terug met een overheerlijk belegd broodje, een warme beker chocomel en ging naast haar zitten. Aan de donkerbruine, oplichtende ogen en de verlegen glimlach had Ard gezien dat zijn gift in dankbaarheid was ontvangen.
Nadat Brenda de verkregen heerlijkheden met huid en haar had verslonden en de hete chocomel nog in haar slokdarm nagloeide waren ze aan de praat geraakt. Twee eenzame zielen zo bleek. Ard had een paar jaar geleden zijn vrouw verloren. Ze hadden geen kinderen kunnen krijgen. Toen zij stierf viel hij in een zwart gat. Met de weinige vrienden die ze hadden gehad verloor hij al snel het contact. Ze konden niet met zijn verdriet, zijn lusteloosheid en de later ontstane depressies omgaan. Behalve zijn dagelijkse autoritje naar het winkelcentrum en de lichting van de brievenbus kwam Ard de deur niet meer uit. Werken hoefde hij al jaren niet meer. Hij had een riant pensioen.
“Kom je hier vaker?” vroeg Ard aan Brenda nadat de laatste kruimel van het broodje was verslonden. Brenda haalde schokkend haar schouder op. Wie was er nou geïnteresseerd in wat zij deed? Wie zou naar haar treurige verhalen willen luisteren, laat staan ze voor waar aannemen? Toch begon Brenda te vertellen. Eerst heel zachtjes, het hoofd naar beneden gericht en met afhangende schouders. Maar al snel kwamen de woorden en de zinnen uit haar mond met de dunne gesprongen lippen gerold. Harder, heftiger, steeds sneller, soms onsamenhangend, vechtend om als eerste openbaar te mogen worden, zoals een immens gezwel dat na maanden rijpen in al zijn heftigheid openbarst en haar viezigheid naar buiten laat. 
Ard liet Brenda begaan en pas toen het donker werd en het geroezemoes van de winkelende mensen om hen heen was verstomd stonden ze op, als vrienden. Brenda snel en soepel, Ard stram en stijf. 

Toen Brenda haar plan met Ard besprak twijfelde die geen moment. Er zou een lijfrentepolis tot uitkering komen. Een fiks bedrag. Ard stemde er dan ook direct mee in en zodoende kocht hij al snel een autosloperij die de passende naam “Bij Ard geen valse start” kreeg. De autosloperij was een prima dekmantel voor hun toch wat niet alledaagse activiteiten. Niemand die vroeg naar een deuk, een kras, een bolide die tot de helft was gereduceerd, een kreukelzone waar een accordeon jaloers op zou zijn.
Wie zou er verder enige aandacht schenken aan het grondverzetbedrijf dat het terrein aan het herinrichten was? Ard had altijd al een vijver willen hebben. En er zou een vis in komen! Een bijzondere maar wel een van de giftigste soort.  

Ze lag op haar buik in de berm achter een muurtje van groene struiken. Het scenario had ze honderden malen in gedachten herhaald. Tot op de seconde en de millimeter nauwkeurig. Ze keek op haar horloge. Nog 4 minuten en 12 seconden. Haar maag kromp ineen. Wat als het nu mislukte? Wat als Ard zich niet aan zijn woord hield? Wat als hij…… 

Ard stapte in zijn meest geliefde vervoermiddel, zijn snoek. Straks zou zij zeker een deuk oplopen. Hij wist wel een sloopbedrijf. Hij dacht aan Brenda. Aan hun eerste ontmoeting, hun gesprekken die na die ontmoeting dagelijks volgden. Brenda was opgebloeid en zij was niet de enige. Ard keek altijd reikhalzend naar Brenda’s komst uit. Samen speelden ze een potje schaak. Ard was er niet goed in maar juist daarom kon hij soms van Brenda winnen met een onvoorziene zet. Vanavond zou hij niet schaken, geen remise, wel schaakmat! Hij reed richting de Schadewijkstraat. Al snel zag hij de gifgroene Volvo van Lara in zijn achteruitkijkspiegel. Hij wachtte tot ze links van hem reed en duwde haar slinks van de weg. De voorkant van haar auto gleed richting de berm. Precies zoals bedoeld. Juiste plek, juist tijdstip. Op drie wielen nog wel liefst! Ard stuurde zijn snoek doelbewust richting een lantaarnpaal om hem tot stilstand te brengen. De snoek deed haar naam eer aan en kronkelde keurig om de lantaarnpaal heen. Hij voelde aan zijn hoofd. Bloed! Mooi! Hij sloot tevreden zijn ogen en wachtte de onvermijdelijke ambulance af. 

Brenda tuurde naar de voorbij rijdende auto’s en hun koplampen. Die van Ard waren heel herkenbaar. De oude modellen van Citroën hadden gele lampen, niet zo fel wit als de hedendaagse Xenonverlichting. Een rilling ging door haar heen. De onmiskenbare gele ronde puntjes kwamen steeds dichterbij, werden groter en groter. Een klap! Geluid van splinterend glas. Het schuren van metaal over het asfalt. Een dreun. Het klonk haar als bekende muziek in de oren. 

Brenda sprong op. Sjorde de deur van de vlak voor haar tot stilstand gekomen auto open. De anders zo kille ogen keken verbaasd, angstig, vragend. Ze sleurde haar uit de auto, de kruising over achter de relatief veilige beschutting van een paar struikjes. Met alle kracht die ze had hief Brenda de metalen buis boven haar hoofd op en liet hem genadeloos steeds weer op haar moeders nek neerkomen om haar vervolgens in het klaarstaande busje te slepen. Met gedoofde lichten reed ze in het nachtelijk duister naar de autosloperij en ontdeed zich van het ontzielde lichaam van de zo door haar gehate vrouw. 

Brenda schrok. De vrouw keek haar met felblauwe ogen en korte, blonde, piekerige lokken vanuit het kleine rode document aan. Brenda keek in de spiegel. En weer naar de foto in het rode document. Het was toch echt Sharon die haar bemoedigend toelachte!

Mara Smits

Mara Smits is 51 jaar oud en woont samen met haar man, 2 kinderen en 2 honden in Limburg. Ze heeft de Nederlandse taal altijd leuk en interessant gevonden. Als jong meisje schreef ze al graag opstellen, verzamelde gedichten, las en leest nog steeds vele boeken. Met sinterklaas schudt ze het ene na het andere gedicht uit haar mouw. 

Als moeder van opgroeiende kinderen komen nu pas weer bepaalde interesses aan bod zoals schrijven. Ze is hier sinds enkele weken mee bezig en mede geënthousiasmeerd door haar vriendin Mieke. Vooralsnog wil zij zich richten op het schrijven van korte verhalen maar wellicht volgt er ooit nog een boek.



Bezoekersreacties: