Als blikken konden doden
Door: Rosalinde van Mansum op 27 januari 2011

Die ogen van hem, daar was ze meteen als een blok voor gevallen. Helder groen, met een donkere rand om de iris. Niet dat ze zijn ogen direct had opgemerkt toen ze hem op de halfduistere dansvloer van De Eenhoorn zag. In eerste instantie was ze druk in gesprek met haar vriendin en was hij haar niet eens opgevallen. Nathalie en Barbara gingen elke zaterdagavond naar De Eenhoorn en volgens Barbara was het van levensbelang om de indruk te wekken dat je het naar je zin had. En daarom hadden ze elke zaterdagavond de grootste lol – zo niet, dan toch. Barbara was acht jaar ouder. Een vrouw van de wereld, als je haar mocht geloven. En dat deed Nathalie, want ze wist niet beter. Ze had geen andere vriendinnen. Zonder Barbara zou ze nooit zijn uitgegaan. En dan had ze Jimmy niet ontmoet. Nu zag ze één moment alleen zijn ogen. Het was zoals wanneer ze een glimmend schroefje op straat zag liggen en één seconde geloofde dat er een sierraad lag. Groene ogen. Jimmy. De betovering sloeg om in alles verterende haat.

Nathalie was twintig jaar en woonde met haar moeder en haar oudere zus in een grauwe portiekflat in een niet al te populaire buurt. Haar moeder en zus waren erg close met elkaar en schepten er een groot plezier in om Nathalie ‘een beetje te stangen’, zoals haar moeder het noemde. Heb je nou alwéér een glas laten vallen? Nathalie is nou eenmaal niet zo slim... Tja, als je zo’n dikke kont hebt, bots je overal tegenop! De hele dag door, dag in, dag uit. Speldenprikjes. Maar ja, ze wás toch onhandig? En niet zo slim... Ze nam aan dat alle vervelende opmerkingen een kern van waarheid bevatten. Anders zouden ze die dingen toch niet zeggen? Bovendien kon het allemaal nog veel erger. Dagelijks hoorde ze Barbara klagen over háár leven, waar ze uiteraard zeer binnenkort uit zou ontsnappen door een rijke man aan de haak te slaan. Ze woonde in een soortgelijke flat als Nathalie. Alleen moest ze die delen met veel meer mensen: haar moeder, haar tante en drie strontvervelende neefjes. Het was altijd heibel bij hen thuis en er was weinig gelegenheid tot ontsnappen, want Barbara zat al jaren werkloos thuis.

Nathalie daarentegen had een leuke baan als caissière bij de Albert Heijn in een fleurige, groene nieuwbouwwijk aan de andere kant van de stad. Het leek wel alsof de zon daar vaker scheen dan in de buurt waar ze zelf woonde. De mensen waren in elk geval mooier. Dat was duidelijk. Hier kwamen keurig verzorgde huisvrouwen Franse kaas en wijn kopen. In de Spar waar haar moeder boodschappen deed, werd vooral diepvriespatat en bier verkocht. Nathalie hoopte ooit hoofdcaissière te worden bij de Albert Heijn, en later misschien zelfs filiaalmanager. Hoe langer ze er werkte, hoe meer werkervaring ze had, toch? Ze werkte er al vier jaar. Maar als ze over die toekomstdromen vertelde, begon Barbara honend te lachen: “Vergeet het maar! Zodra je 23 bent, vlieg je eruit, want dan ben je te duur. Dat gebeurde bij mij ook.” Zo’n vaart zou het vast niet lopen. Naïef als Nathalie was, dacht ze dat haar niets kon gebeuren als ze haar werk gewoon maar goed deed.

Hoewel steeds duidelijker werd dat De Eenhoorn niet of nauwelijks werd bezocht door de stinkend rijke mannen waar Barbara naar zocht, bleven ze er elke zaterdag heen gaan. Barbara praatte geanimeerd, Nathalie schikte zich braaf in de rol van sidekick en aan het eind van de avond stond er altijd wel een aangeschoten man in Barbara’s decolleté te gluren – waar ze hem uitgebreid de gelegenheid toe gaf. En dan ging zij met haar verovering mee (eerder stinkend naar bier dan naar geld, maar je moet toch wat) en Nathalie ging naar huis. Of de man bedacht zich en dan fietsten ze met zijn tweeën terug. In dat geval begon de kater al om vijf uur ’s nachts in plaats van de volgende dag, met een klaagzang over ‘mánnen...’ waar Nathalie zwijgend naar luisterde. Soms wilde ze dat ze ook een vriendje of een ex had om over te klagen. Ze kon moeilijk mopperen dat geen enkele man haar opmerkte. Bij vlagen verlangde ze er hevig naar om in de schijnwerpers te staan. Dat kon alleen maar positief zijn, dacht ze. Barbara maakte goed gebruik van haar sexy uitstraling. Blijkbaar was dat iets waar je kracht uit kon putten. Als mannen je maar opwindend genoeg vonden, dan lagen ze aan je voeten. Dacht Nathalie.

Die ene avond ging het anders. Nathalie was neergeploft op de loungebank in de hoek in de veronderstelling dat haar vriendin zo terug zou komen van de dames-wc, waar ze haar lipgloss ging bijwerken. Het was al half vier. Ze was moe en dacht: als Barbara terug komt, ga ik naar huis. Maar ze kwam niet terug. Eigenlijk zou Nathalie even moeten gaan kijken bij de wc’s, maar ze was uitgeput van het dansen na een hele week werken. Hoe langer ze op de bank zat, hoe roziger ze werd. Barbara was allang vertrokken. Dat had ze gezegd, dacht ze. Dat zei ze achteraf tenminste. Na een poosje plofte er nog iemand op de bank neer. Een rusteloos type, een jongen van haar leeftijd. Hij keek zoekend om zich heen en leunde toen achterover met een geërgerd gezicht. Achteraf realiseerde Nathalie zich dat haar eerste gedachte was geweest: oppassen geblazen, die jongen wil iemand in elkaar slaan. Direct daarna had ze zichzelf gecorrigeerd: welnee, hij is gewoon onrustig, energiek.

“Ben jij ook iemand kwijt?” vroeg Nathalie. Het was eruit voor ze er erg in had. Anders had ze vast haar mond gehouden. De jongen keek haar geïrriteerd aan.
“Wat?” Hij had haar niet verstaan, boven de muziek uit.
“Nee, laat maar,” antwoordde ze met een rood hoofd. Hij wendde zijn blik af en begon opnieuw zoekend rond te kijken. Er waren niet zoveel mensen meer. Hij kon in één oogopslag zien wie er nog was. Hij gaf het blijkbaar op en keek opzij. Op dat moment ging het grote licht aan en zag ze zijn ogen. Helder groen, met een donkere rand om de iris. Zulke ogen had ze nog nooit gezien. Betoverd staarde ze hem aan. Hij glimlachte alsof hij ineens een briljant idee had. Ze wist niet wat haar overkwam. Hij boog zich naar haar toe.
“Hoe heet jij?” vroeg hij. Met moeite kon ze haar naam uitspreken.
“Mooie naam,” zei hij en stak zijn hand uit. “Ik ben Jimmy.” Ze voelde hoe haar gezicht nog roder werd en wist niet wat ze moest zeggen. Gelukkig kon ze het praten aan hem overlaten.

Tegen Barbara zei ze later: “We hebben zitten praten tot De Eenhoorn dicht ging.” Dat klonk heerlijk romantisch, maar het waren in feite maar twintig minuten. Daarna ging ze met hem mee naar buiten en stapte bij hem in de auto. Terwijl ze over de snelweg reden, stelde ze zich voor hoe hij de auto zou parkeren op een heuvel, waar vandaan je een mooi overzicht had over de stad, met allemaal lichtjes, zoals ze dat in films doen. Even later namen ze de afslag naar een verlaten parkeerhaven.
“Doe je riem maar los,” zei Jimmy vriendelijk. Hij kantelde de rugleuning van de passagiersstoel zo ver mogelijk naar achter. Het gele licht van de natriumlamp scheen in haar ogen. Een kwartier later was het voorbij.

“Nou, dat werd ook wel eens tijd, zeg!” zei Barbara de volgende dag. “Op je twintigste...” Nathalies feestelijke gevoel maakte schoorvoetend plaats voor teleurstelling en een lichte gêne. “Ach, mánnen...” ging ze verder bij het zien van Nathalies blik. “Ze willen allemaal maar één ding.” Nou ja, zo erg was het ook weer niet. Als dit was waar je je als vrouw geregeld aan moest blootstellen, dan kon ze het wel aan.
“Zie je hem zaterdag weer?”
“Ik denk het wel.” Ze dacht: ik heb geen flauw idee, maar we zullen het wel merken.

Inderdaad, de volgende zaterdag was hij er weer. Toen ze haar hand opstak, liep hij naar haar toe, kuste hij haar op beide wangen en omhelsde haar. Dat was een intense begroeting voor Nathalie die qua hartelijkheid niets gewend was. Dat hij andere vrouwen op dezelfde manier omhelsde, viel haar niet op. Ze was niet eens beledigd toen hij na een uur tegen haar zei: “Je moet niet zo om me heen hangen, oké? Straks denken ze nog dat ik bij je onder de plak zit.” Ze wilde hem niet voor gek zetten, dus ze bleef uit de buurt. En volgde hem de hele avond met haar ogen. Aan het eind van de avond zat hij weer geïrriteerd om zich heen te kijken. En in de vroege ochtend lag ze weer op de passagiersstoel van zijn auto, in het gele licht van de natriumlamp. Hij was altijd hartstikke lief. “Lig je goed? Is het niet te koud?” Na afloop vroeg hij vaak: “Ik heb je toch geen pijn gedaan, hè?”
“Nee, hoor,” zei ze dan, niet altijd naar waarheid.
“Nee? Echt niet? Niet liegen. Ik haat het als je tegen me liegt.” Er trok een schaduw over zijn gezicht. Dan gaf ze toe dat het inderdaad een beetje pijnlijk was geweest, want ze wilde hem graag tevreden stellen.

Het was verbazingwekkend hoe snel iets wat nieuw en spannend was, een ingesleten gewoonte kon worden. Aan Nathalies leven veranderde nauwelijks iets. Doordeweeks werken achter de kassa, op zaterdag dansen in De Eenhoorn. En dan nog even met Jimmy naar die parkeerhaven. Soms kwam hij niet opdagen en dan baalde ze een beetje. Maar de volgende zaterdag was hij er gewoon weer en na een paar weken kon ze niet meer navertellen hoe vaak hij afwezig was geweest. Maanden lang, maanden die voelden als jaren, zag ze hem ‘altijd’ op zaterdag in De Eenhoorn. Het lag niet in haar aard om zich af te vragen of dat zo zou blijven.

Op een avond vertrok hij al om elf uur en liet haar achter bij De Eenhoorn. Dit keer geen uitstapje naar de parkeerhaven. Hij was op de fiets.
“Volgende week moet ik naar het buitenland, voor mijn werk,” zei hij toen ze afscheid namen. Zoals hij het zei, klonk het als iets uit een televisieserie en Nathalie voelde zich plotseling een vrouw van de wereld. In gedachten probeerde ze de woorden uit waarmee ze Barbara de ogen zou uitsteken: “Mijn vriend is naar het buitenland voor zijn werk.” Man, wat klonk dat cool! Vooral dat ‘mijn vriend’. Zo had ze hem nog niet eerder genoemd.
“Ik ga je missen,” zei hij. Haar mond viel nog net niet open. “Maar we kunnen elkaar zien. Heb je een webcam?”
“Ja,” antwoordde ze. “Maar mijn zus zit altijd achter de computer. Tenminste... vanaf woensdag zijn mijn moeder en mijn zus op vakantie.”
“En je vader?”
“Mijn vader is al heel lang geleden vertrokken.” Ze kon zich niet herinneren wanneer ze voor het laatst ‘mijn vader’ had gezegd. De woorden smaakten bitter.
“Mooi,” zei Jimmy opgewekt. “Dan zie ik je woensdag.”

Toen ze elkaar zagen via de webcam, konden ze voor het eerst rustig praten zonder harde muziek of het geluid van de motor van de auto. (In de parkeerhaven spraken ze nauwelijks. Daar waren ze bovendien nooit lang.) Nathalie bloeide op door alle aandacht die ze nu zomaar ineens kreeg.
“Vertel eens wat meer,” zei hij. “Je hebt zo’n geile stem.” Ze kreeg een rood hoofd en schraapte haar keel. Daarna ging ze verder met haar verhaal: “Het is best moeilijk werk, hoor. Je moet ook het geld tellen en in de kluis stoppen enzo. Dat doen we om twee uur, want als je het aan het eind van de dag doet, ben je een makkelijke prooi voor overvallers, zegt mijn bazin altijd.” Ze had nog nooit zoveel over haar werk verteld zonder te worden afgekapt met een “Jajaja, nou weten we het wel”. Eindelijk werd ze een keer serieus genomen.

“Je hebt echt een hele geile stem,” zei hij nog een keer. Nathalie voelde opwinding die ze tot nu toe in zijn armen nog niet had gevoeld. Via de webcam keek hij haar indringend aan, met die prachtige groene ogen. Die kwamen bij dit licht een stuk beter tot hun recht dan in de kille schemer van de natriumlampen langs de snelweg.
“Poeh, ik krijg het warm,” giechelde ze.
“Nou, dan trek je toch wat uit,” zei Jimmy laconiek. “Niemand kan het zien.” Ze keek om zich heen.
“Wacht even,” zei ze. “Even de gordijnen dicht doen.” Toen ze de gordijnen dicht schoof, zag ze aan de overkant van de straat de buurman van een paar huizen verder, een oudere man in een groezelige regenjas, met een hondje. Hij keek omhoog en stak zijn hand op. Ze voelde zich betrapt en werd overvallen door een vlaag van achterdocht.

“Ben je echt alleen?” vroeg ze toen ze weer tegenover de webcam zat.
“Ja, ‘tuurlijk!” antwoordde hij. “Kijk, ik zal het laten zien.” Hij draaide zijn webcam alle kanten op. Hij was inderdaad alleen. Ze was niet achterdochtig genoeg om op te merken dat de kamer waarin hij zich bevond, helemaal niet leek op een hotelkamer in het buitenland. Wat ze zag, leek meer op een Hollandse jongensslaapkamer.
“Hé schatje, trek je nog wat uit?” vroeg Jimmy glimlachend, om er zuchtend aan toe te voegen: “Ik wou dat je hier was.” Terwijl ze haar bloes los knoopte, begon hij uitgebreid te beschrijven wat hij allemaal met haar zou doen als ze daar was. Hoe goedkoop zijn woorden ook waren, het was onbeschrijfelijk opwindend.

“Wanneer zie ik je weer?” vroeg ze toen ze een uur later afscheid namen.
“Ik weet niet,” antwoordde hij vaag. “Ik heb het erg druk. Ik mail je wel.” En weg was hij. Het was stil in huis, zonder haar moeder en haar zus. Ze zette de computer uit en ging televisie kijken. Verbazingwekkend hoeveel knappe, Amerikaanse acteurs haar aan Jimmy deden denken. Ze prees zichzelf gelukkig met zo’n leuk vriendje. Ze zag zelfs de kans om dat gevoel een paar dagen vast te houden, zonder dat Barbara het voor haar kon verpesten met haar cynische opmerkingen. Gewoon niet teveel vertellen, hield ze zichzelf voor. Maar op een gegeven moment ontglipte haar toch een hartenkreet.

“Ik wou dat Jimmy mailde,” zuchtte ze. “Ik weet niet eens hoe lang hij in het buitenland blijft.”
“Die is allang terug, hoor,” zei Barbara. “Ik zag hem gisteren lopen achter het winkelcentrum. Hij deed net alsof hij me niet kende.”
“Hè?” zei Nathalie. “Dat kan niet! Het was vast iemand die op hem leek.”
“O nee, hij was het echt,” zei Barbara overtuigd. “Ik keek hem recht in zijn ogen. Hij schrok.” Nathalie vroeg niet verder door. Het zou toch niet waar zijn? Dat hij alweer thuis was en haar niet eens had gemaild... Ze werd zo ongerust dat haar maag pijn deed. Zodra Barbara weg was, checkte ze haar mail. Een bericht van Jimmy! Met een zucht van opluchting opende ze het bericht.
“Nog bedankt voor het lekkere filmpje,” stond er, zonder aanhef, met een knipoog erachter. Filmpje?? Ze begreep er niets van, al begonnen op de achtergrond van haar gedachten de puzzelstukjes op hun plek te vallen. Hij zou toch niet... nee... toch? Ze klikte ‘reply’ aan en typte: “Welk filmpje?” Nadat ze het bericht had verzonden, bleef ze nog anderhalf uur zitten wachten op antwoord. Tevergeefs. De volgende ochtend vlak voordat ze naar haar werk moest, controleerde ze snel nog even haar mail. En ja hoor: antwoord. Haar hart klopte in haar keel terwijl ze het bericht opende.
“Het filmpje van jouw striptease natuurlijk.” En weer een knipoog erachter. Alsof het grappig was.

Het angstzweet brak haar uit. Straks ging hij dat filmpje nog op het internet zetten... of misschien had hij dat al gedaan! Ze wist niet wat ze moest doen. Haar blik viel op de klok. Ze was laat. Ze moest nu de deur uit. Ze trok haar jas aan en vroeg zich wanhopig af hoe ze de dag moest doorkomen zonder in tranen uit te barsten. Onderweg kon ze haar tranen al nauwelijks bedwingen. Toen ze eenmaal achter de kassa zat, leek het echter net alsof het allemaal maar een nare droom was geweest. Ze had uit zelfbescherming een soort cocon om zich heen gesponnen en niets kon haar meer echt raken.

Het was ontzettend druk in de winkel. Iemand probeerde om zo snel mogelijk met zijn karretje tussen de andere klanten door te zigzaggen en raakte een hoge toren met op elkaar gestapelde blikken. De toren, die vlak bij de kassa’s stond, donderde met veel geraas in elkaar en iedereen schrok zich rot – behalve Nathalie. Onverstoorbaar pakte ze de telefoon om de hulp in te roepen van de vakkenvullers. Binnen de kortste keren kwamen de vakkenvullers aan gerend – vooral uit nieuwsgierigheid naar de bron van het lawaai. En daarna kabbelde haar werkdag voort alsof het een dag als alle andere was. Maar dat was het niet. Om kwart voor twee stormden drie jongens met bivakmutsen en pistolen de winkel binnen.

En nu keek ze in die prachtige groene ogen van Jimmy, de ogen die ze was gaan haten. Hij hield een pistool op haar gericht en snauwde: “Haal het geld uit de kassa! NU!” Het eerste wat ze voelde, was verbazing. Ze wilde haast zeggen: “Hé Jimmy, wat doe jij hier?” Ze glimlachte zelfs even, maar die glimlach verdween snel toen ze zich herinnerde wat ze de hele ochtend had verdrongen: het filmpje. Als hij het op het internet zou zetten, zouden mannen over de hele wereld... afschuwelijk! Ze ging nog liever dood. Ze staarde naar het pistool in Jimmy’s hand “Schiet op, bitch!” siste hij. Zijn woorden sneden door haar ziel. In gedachten hoorde ze de instructies van de filiaalmanager: “Ga nóóit de held uithangen.” Ze kon beter na afloop door de politie een robottekening laten maken van zijn gezicht. Dan kon ze hen precies vertellen hoe hij eruit zag onder die bivakmuts. Maar ze had zich lang genoeg inschikkelijk opgesteld. Ineens zag ze het pijnlijk helder. Hij had haar niet alleen gebruikt voor de seks, maar ook om haar uit te horen over het geld in de kassa. Die klootzak dacht toch niet dat hij overal mee weg kwam? Een onbedwingbare woede borrelde omhoog. Ze greep naar een blik Karvan Cévitam dat naast haar stond te wachten om te worden opgeruimd door de vakkenvullers en gooide het naar zijn hoofd. Hij ontweek het blik behendig en lachte schamper: “En gooien kun je ook al niet.” Ze werd bijna hysterisch van frustratie. Ze was in staat om hem met haar blote handen te wurgen. Pistool of niet. Maar dat was niet nodig. Het blik limonadesiroop rolde tegen zijn voeten aan en hij verloor zijn evenwicht. Hij viel achterover, schuin over het pad, precies met zijn hoofd op de uitstekende punt van de stapel metalen winkelmandjes. Daarna bleef hij roerloos liggen. Rode vloeistof vormde een kronkelig riviertje op de tegelvloer. Wat gek, dacht ze, ik dacht dat het sinaasappelsmaak was.

Rosalinde van Mansum

Rosalinde van Mansum (41) is freelance journalist, maar schrijft eigenlijk veel liever fictie. Ze houdt ervan om mensen te observeren en is gek op verhalen over miscommunicatie en mensen die worstelen met relaties. Op het moment leest ze het allerliefst literaire thrillers van Ruth Rendell, maar daarnaast heeft ze nog veel meer favoriete schrijvers.



Bezoekersreacties:
Kasper (63) op 31 januari 2011:
Goed verhaal. Lekkere stijl van schrijven En een super titel!