Precies jouw type
Door: Hanco Naninck op 10 februari 2011

Mijn dag begon als alle andere dagen: ik kuste Hans, gaf hem zijn lunchpakket mee en zwaaide hem uit tot zijn auto aan het einde van onze straat rechtsaf sloeg.
Daarna liep ik terug in de hal en sloot de voordeur zorgvuldig achter me. Bleef staan, mijn rug tegen het koele hout.
“Tot vanavond”, had Hans gezegd voor hij instapte.
Hij ging daarvan uit: dat ik er vanavond voor hem zou zijn, en in de tussenliggende tijd zou zorg dragen voor zijn huis, zijn overhemden en zijn eten. Terwijl hij de plastic scepter zwaaide in zijn tien jaar geleden overgenomen prullariawinkel.
Is het niet vreemd dat je maandenlang kon samenleven, en zoveel met elkaar kon delen, zonder elkaar werkelijk te kennen? Je zou toch zeggen dat Hans weleens iets aan me gemerkt moest hebben. Ik maakte me los van de deur, pakte mijn mobiele telefoon en toetste een nummer in. Mijn dag was dan misschien begonnen zoals alle andere dagen, hij zou beslist anders eindigen. Heel anders.
“Schatje, is de kust vrij?”
Zijn warme stem kuste mijn rechteroor. Een weldadige gloed verspreidde zich door mijn lichaam. Deze man was als geen ander in staat om me helemaal gek te maken.

Twee weken geleden heb ik hem bij Albert Heijn ontmoet. Ik stond af te rekenen bij de kassa en grabbelde in mijn tas om mijn bonuskaart te vinden. Hij stond dicht achter me, de warmte van zijn lichaam kroop als een gulzige slang over mijn rug. Eerlijk gezegd had ik hem al gezien. Bij de diepvrieskist, waar hij bijna geheel in verdween om de onderste pizza van de bodem te schrapen. En mij zijn harde billen in zijn schaamteloos enge jeans toonde. Ik kon me nog net beheersen om er geen goedkeurend tikje op te geven.
Er was geen tijd voor standaard openingszinnen en versierende prietpraat. Ik zag af van verdere zoektochten naar mijn bonuskaart en betaalde. Vandaag stond mijn bonus in levende lijve achter me en ook híj had alleen nog maar stomende haast. We renden naar buiten, hand in hand, twee zielen één gedachte, zonder die uit te spreken.
Zijn auto stond op de parkeerplaats, een Audi met een grote achterklep, een ideale ingang voor het mengen van hete hormonen. Zwijgend opende hij de brede deur, kroop naar binnen en trok me achter hem aan. Zijn onstuimige mond was plotseling overal en zijn handen zochten én vonden openingen in mijn luchtige zomerkleding. Voordat we het beseften, was het al voorbij. De explosie had eigenlijk al bij de kassa plaatsgevonden.
“Ik vier dat ik vandaag twintig jaar getrouwd ben”, mompelde mijn supermarktlover terwijl zijn handen mijn lange blonde haar fatsoeneerden.
Ook dat nog! Ga je een keer vreemd en ben je alleen maar een cadeautje op het feest van een ander. Een vangst zonder echte hartstocht. Gespeelde emoties om de geilheid van een vreemde te bevredigen.
“Was ik daar alleen maar goed voor?”, vroeg ik gespeeld verongelijkt. Ik kon moeilijk het slachtoffer gaan uithangen, terwijl het sap van mijn passie nog tussen mijn benen kleefde.
“Ik heb nog nooit zo’n mooie en hartstochtelijke vrouw ontmoet, ik wil je nooit meer kwijt”, gaf hij het enige juiste antwoord. En vervolgde: "Bij de diepvrieskist voelde ik je blik en ik kon niet anders dan je volgen naar de kassa. Bij de snoepafdeling was ik er dicht bij om je over mijn karretje te leggen en …”
Mijn hormonen gierden opnieuw door mijn nog steeds verlangende lijf. Dat was andere koek dan Hans die een of twee keer in de week de elektrische deken van ons bed een uur eerder aanzette om vervolgens ons gebruikelijke missionarisstandje af te werken.
De eerste ronde van ons lijfelijke gevecht werd moeiteloos gevolgd door de tweede, derde en de vierde totdat we uitgeput in elkaar zakten, op de bodem van een voor mij onbekende auto. Ik vroeg me af hoe Hans zou reageren als hij ons had gezien. Hij haatte Duitse auto’s en ik begreep nu waarom. Waar zou hij meer de pest aan hebben? Dat ik vreemd was gegaan of de keuze van onze auto delict?

Binnen vijf minuten stond hij voor de deur. Verder dan de gang kwamen we niet. Sinds ik hem kende, droeg ik geen string of beha meer. Mijn lichaam was een open huis geworden, ten prooi aan een mij onbekend natuurgeweld. Bezichtiging zonder afspraak. Alleen door hem.
Hij zei niets maar het vuur in zijn ogen sprak boekdelen. Zijn tong kronkelde als een aal in mijn mond en zijn strelende en knijpende handen gooiden steeds nieuwe kolen op het vuur in mijn hunkerende lijf.
Toen ik de eerste keer kwam, stond Hans in mijn gedachten al met één been in zijn graf en tijdens de razendsnel op elkaar volgende orgasmen verdween ook de rest van zijn lichaam in de grijpgrage handen van de eeuwigheid.
Mijn lover was na een half uur alweer verdwenen. Als een postbode die zijn bestelling had gebracht en verder ging, naar de buren. Hij moest op weg voor zijn zaak, naar zijn eerste afspraak. Ik wist niet precies wat hij deed maar het had met de import van porselein te doen. Uit het Midden-Oosten, daar kwamen volgens hem de mooiste spullen vandaan, en de goedkoopste.

Ik dacht weer aan Hans en zijn lunchpakket vol lekkere broodjes. Met kaas, gerookte ham en een kleine maar absoluut dodelijke portie rattengif. Hij zou waarschijnlijk niet eens spartelen als hij de laatste kruimels van zijn lippen zou vegen. Zelfs daar miste hij de hartstocht voor. Zijn begrafenis was al in details vastgelegd. Een liedje van André Hazes, ik weet bij God niet welk, en koffie en cake bij het afscheid, alles tot in de puntjes gefinancierd bij Dela. Alleen de datum van vertrek was prematuur. Voor Hans dan.
Eerst moesten alle sporen worden weggewerkt. De rest van het rattengif verdween in het toilet, tot grote schrik van de ratten in het riool voor wie het gif eigenlijk gedacht was. Vervolgens schrobde ik mijn aanrecht schoon als nooit tevoren. Inclusief alle messen en vorken die ook maar deels met mijn misdaad te maken hadden. Daarna ging ik naar boven en maakte me mooi voor de spiegel. Een extra likje lipstick en een vleugje mascara. Ik had iets te vieren en dat deed ik liggend op mijn bed. Met opgetrokken knieën dacht ik terug aan de hete morgen en mijn hand zocht het opgewonden plekje tussen mijn benen om mijn weer opborrelende lust nog eens op te poetsen. Daarna viel ik in slaap en droomde van mijn lover. En van de lege volzinnen die ik zou gaan debiteren bij de teraardebestelling van Hans.
Tot mijn mobieltje mij wekte.
“Met Hans. Ik moet je iets heel vreemds vertellen. Vanmiddag kwam er een vertegenwoordiger op bezoek. Met werkelijk fantastisch porselein. Wat een prachtige olifantjes! Ik wilde met hem uit eten te gaan om in alle rust over de collectie te praten. Je weet wel, naar die nieuwe Italiaan met die heerlijke sauzen. Maar helaas had hij niet genoeg tijd. Gelukkig hadden we jouw boterhammen nog. Hij nam er een met ham en pesto, jouw specialiteit. Een paar minuten later is hij in elkaar gezakt. Ik heb de ziekenwagen nog gebeld maar hij was al dood. Heel raar, zo’n jonge vent. Knappe man trouwens. Precies jouw type!”

Hanco Naninck

Hanco Naninck is na een carrière als leraar Nederlands, tennisleraar, tekstschrijver, dressman en uitgever van een paar sportmagazines eindelijk bij zijn passie beland: het schrijven van korte verhalen en romans. Momenteel vervolmaakt hij zijn eerste Nederlandse roman Mijn Monster en in december 2010 verscheen zijn parodie (in het Duits) over Duitse gewoontes met de naam Sind alle Deutschen Affen? Een tweede boek, ook in het Duits, is in voorbereiding. Zijn passie voor de Duitse taal en (on)hebbelijkheden haalde hij uit ellenlange vakanties in Oostenrijk waar hij al twintig jaar als kerstman optreedt in Hotel Rot-Flüh in Tirool.



Bezoekersreacties:
Sya Gorissen (53) op 6 november 2011:
Hoi Hanco, Geweldig zoals je dit korte verhaal beschrijft, ik herken er veel van uit de thrillers die mij boeien. Ga zo door. Ik zal ook eens een kort verhaal schrijven waar jij je mening over kan geven. groetje Sya