Eva
Door: Kasper Kombrink op 12 december 2010

Lara verlaat het uitzendbureau, waar ze een parttime baan heeft als intercedent. Ze kijkt op haar horloge. Shit, bijna kwart voor twaalf. Ze is laat vandaag. En zal zich moeten haasten om op tijd bij Eva’s school te zijn. Hoewel juf Annelien een kind nooit zal laten gaan voordat ze een van de ouders heeft opgemerkt, vindt Lara het vervelend om te laat te zijn.
Ze begint op een holletje in de richting van haar auto te lopen, maar de stapjes die ze op haar pumps maakt, zijn zo klein, dat ze meteen het zinloze ervan inziet. Gelukkig heeft ze alle verkeerslichten mee, zodat ze toch nog op tijd bij school aankomt.
Als ze met Eva naar de auto loopt, valt haar op dat haar dochtertje wat stilletjes is. Alsof haar iets dwars zit. Het is Lara de afgelopen weken vaker opgevallen. Ze vraagt regelmatig wat er aan de hand is, maar het lijkt of haar meisje er niet over wil praten. Het doet Lara pijn. Een kind van negen hoort vrolijk te zijn.
Op een moment als dit mist ze de partner, met wie ze dit zou kunnen bespreken. Niet dat ze Guido, haar ex, mist. Integendeel, met hem zou ze over zoiets niet eens kúnnen praten.

Later thuis, tijdens een broodje, komt na enig aandringen het hoge woord eruit: ‘Lotte, dat nieuwe meisje, pest mij altijd.’
Hoewel Lara blij is dat haar dochtertje eindelijk vertelt wat haar dwarszit, schrikt ze. Haar kind, net negen jaar, wordt gepest. En lijdt daar zichtbaar onder.
Pesten op school, er wordt tegenwoordig veel over geschreven. Menig tv-programma wordt eraan gewijd. Over de impact die het op een kind kan hebben. Nu, maar ook later. Vaak zelfs vele jaren later, als het kind al lang volwassen is.
Lara vloekt binnensmonds.
Ze herinnert zich nog heel goed hoe ze zelf vroeger op school een meisje in haar klas gepest heeft. Weliswaar samen met anderen, maar zij, Lara liep daarbij altijd voorop. Het gaf haar een kick. Toen wel, ja. Maar wat heeft ze later spijt gehad. Nachten heeft ze er van wakker gelegen.
En nu, zo’n dertig jaar later, moet haar meisje doormaken wat dat kind toen heeft ondergaan? Ze kan wel janken.
‘Lotte pest je altijd? Dat is niet lief van haar. Waarom doet ze dat?’
Eva haalt haar schouders op.
‘Zal mama eens met juf Annelien gaat praten?’
‘Als juf het dan maar niet aan Lotte of de andere kinderen vertelt.’
‘Doen de andere kinderen ook mee dan?’
‘Nee, maar als ze het weten, gaan die me misschien ook pesten.’
‘Mama gaat vanmiddag juf Annelien bellen. En haar zeggen dat het supergeheim is wat wij bespreken.’
Een glimp van een glimlach verschijnt op Eva’s gezicht. ‘Nu ga ik buiten spelen,’ zegt ze. ‘Met Karlijn. Die doet altijd aardig.’
Zodra Eva naar buiten is, belt Lara haar juf. Die schrikt van de mededeling. Het is haar wel opgevallen dat Lara de laatste weken wat teruggetrokken is, maar van pestgedrag heeft ze nooit iets gemerkt. Het moet dus tijdens de pauzes gebeuren. Het bevreemdt haar wel dat Lotte zoiets zou doen. Dat is zo’n schatje. Ze belooft Lara, dat ze het in de gaten zal houden.

Tijdens het avondeten vertelt Lara haar dochtertje dat ze vanmiddag met juf Annelien heeft gebeld. Ze heeft beloofd dat ze op zal letten. Als Lotte haar weer plaagt, moet ze het tegen juf zeggen.
‘Dat durf ik niet,’ zegt Eva.
‘Dat durf je niet?’ vraagt Lara verbaasd. ‘Waarom niet lieverd?’
‘Dan gaat ze mij nog meer pesten.’
Dit herkent Lara maar al te goed uit de tijd dat zij zelf een meisje in haar klas pestte. Als dat meisje het aan de meester vertelde, zagen zij en haar vriendinnen dat als klikken. Een vrijbrief om vooral door te gaan. Liefst nog een tandje erger.
‘Weet je, als Lotte je weer plaagt, vraag je gewoon waarom ze dat doet.’
‘Is dat niet raar dan?’
Lara begint ongewild te lachen. ‘Natuurlijk niet, schat. Pesten is raar. Vragen waarom ze dat doet niet, hoor.’

‘Ik vind het stom,’ is het eerste dat Eva zegt als ze de klas uit komt.
‘Wat vind je stom lieverd?’
‘Dat Lotte mij moet pesten van haar moeder.’
Lara is sprakeloos. ‘Wat zeg je nu? Dat is toch niet waar?’
‘Echt hoor. Ze zegt het zelf.’
Dat kan niet waar zijn. Ze moet dat verzonnen hebben. Zoiets zal een moeder toch nooit tegen haar kind zeggen?
‘Dat zegt ze vast omdat ze het zelf eigenlijk niet leuk vindt, dat geplaag. Kom maar, we gaan naar huis, lekker een broodje eten.’

Dat Lotte mij moet pesten van haar moeder. De rest van de dag blijven die woorden in haar hoofd rondspoken. Dit is onmogelijk. Zoiets doet een moeder niet.
Wat weet ze eigenlijk van haar? Ze pakt de schoolgids erbij. Leerlingen groep 7a, Lotte den Hartog. Lara zet haar laptop aan en gaat naar detelefoongids.nl. De naam den Hartog komt twee keer voor, beide vermelden hetzelfde adres:
W. S. den Hartog
Ivanka den Hartog – Oomen, Praktijk voor Voetverzorging
Een hele tijd staart Lara naar de tweede naam: Ivanka Oomen. Opeens gaat haar een lichtje op. Ze gaat naar schoolbank.nl. De klassenfoto van groep 6 van de Beatrixschool in Apeldoorn,
schooljaar 1978 – 1979.
Lara ziet meester Kees met haar tot op de schouders. Naast hem staat de kleine Lara, het populaire meisje van de klas. Ze kijkt brutaal en zelfverzekerd in de camera. En dan ziet Lara haar staan, aan de rechterkant, helemaal achteraan. Dat teruggetrokken meisje. Ze herkent haar meteen aan de vlechtjes en het bedeesde, bijna bange gezichtje: Ivanka Oomen.

‘Sssst!’ fluisterde Lara. Zachtjes liep ze het klaslokaal in, op de voet gevolgd door Daniëlle, Floor en Machteld, haar hartsvriendinnen. Het was pauze. Vanaf het schoolplein hadden ze gezien dat meester Kees de klas verliet om samen met de andere meesters en juffen koffie te gaan drinken. Juf Karin, die pleinwacht had, werd afgeleid door de andere meiden uit hun klas, zodat ze ongestoord het schoolgebouw konden binnenlopen.
Op meester Kees’ tafeltje lagen de rekenschriftjes waarin ze die ochtend hadden gewerkt. Meester had de sommen nog niet nagekeken. Snel zocht Lara het schriftje van Ivanka. Onder de sommen op de laatst beschreven bladzijde tekende Lara een groot rood hart met een pijl erdoor. Links van het hart schreef ze “meester Kees”, aan de andere kant “Ivanka”. Snel legde ze het schriftje weer op de goede plaats tussen de stapel. Daarna verlieten de meiden giebelend het klaslokaal. Net goed! Moest ze maar niet altijd zo stom doen.

Toen de meeste meiden de kleedkamer al hadden verlaten, waren Lara en haar vriendinnen nog bezig hun gymkleren aan te trekken. Expres lekker langzaam, zodat ze als laatste overbleven.
Meester Kees gaf een klap op de deur van de kleedkamer. ‘Hé, treuzeltantes, schiet eens op!’ ‘Bijna klaar, meester!’ riep Lara.
Snel pakten de meiden de schoenen van Ivanka en lieten die bij het fonteintje in de wc vollopen met water. En goten het er meteen weer uit. Zo viel het niet op, maar waren de schoenen aan de binnenkant wel lekker nat. Dat had ze verdiend, die trut.

Het was woensdagmiddag. Lara en haar vriendinnen waren aan het hinkelen. Ze hadden op de stoep met krijt een hinkelbaan getekend. Het krijt hadden ze die ochtend uit het bakje van meester Kees gejat.
Een eindje verder stond Ivanka toe te kijken. Weer met die stomme kat van haar op de arm. Altijd was het Minet voor en Minet na. Nergens anders kon ze over praten.
Opeens kreeg Lara een idee. Dat vervelende kind zouden ze eens een lesje leren. Ze fluisterde haar vriendinnen wat in het oor en na haar: ‘Eén, twee, drie!’ renden ze met z’n vieren op het meisje af. Terwijl Floor en Machteld aan Ivanka’s armen trokken en Daniëlle aan haar vlechten, griste Lara de poes uit haar handen. Het hevig tegenspartelende beest viel op de grond. ‘Ksssst, ksssst,’ joegen de meiden achter de kat aan. Het arme dier kon geen kant op. In paniek schoot ze de drukke rijweg op. Piepende banden. Het gejank van de kat ging door merg en been. Nog heel even lag het beest te spartelen in de goot.
‘Moordenaars!’ gilde Ivanka. ‘Jullie hebben haar doodgemaakt. Minet was het allerliefste dat ik had.’
De vriendinnen stonden er onthutst bij te kijken. Dit hadden zij niet gewild. Lara pakte Ivanka bij de schouder.
‘Laat me los, vuile moordenaar! Je hebt mijn poes gedood.’
Nachten had Lara er van wakker gelegen. Ze wist niet wat voor haar het allerliefste was: de hond, haar konijn of papa en mama, maar ze moest er niet aan denken dat ze een van die vier zou moeten missen.

Dat Lotte mij moet pesten van haar moeder. De woorden van Eva blijven maar rond suizen in Lara’s hoofd. Ze zal toch niet … ? Ach, natuurlijk niet. Die vrouw weet vast niet dat ik de Lara van vroeger ben. Ze heeft me nooit gezien bij school. Lotte wordt elke dag gebracht en gehaald door haar vader. En op de ouderwerkavond vorige maand, waren ze niet aanwezig.
Lara kan die avond de slaap niet vatten. Voortdurend komen de beelden uit haar jeugd weer voorbij. Wat hebben ze dat arme kind indertijd aangedaan. En wat heeft ze er spijt van gehad. Na het voorval met de poes was er menig hartig woordje met haar gesproken. Thuis, met haar ouders. Op school samen met de meiden met meester Kees en de directeur.
Later hadden ze dikwijls geprobeerd Ivanka in hun vriendinnengroepje op te nemen, maar het meisje bleef halsstarrig weigeren. ‘Moordenaars zijn jullie. Wacht maar tot ik wraak neem,’ zei ze dan steevast.

Die nacht droomt Lara dat ze Eva kwijt is. Aan één stuk door haar naam roepend, rent ze straat in, straat uit. Op elke hoek staat de negenjarige Ivanka met de poes op haar arm. Ze lacht Lara uit. Het gelach gaat over in het geluid van piepende remmen. Ze hoort het gillen van een kind: ‘Mama!’
Badend in het zweet wordt Lara wakker. Nog nabevend van de droom trekt ze een schoon nachthemd aan. Als ze bij Eva gaat kijken, ligt die te slapen als een roos.

De volgende ochtend rijdt Lara, nadat ze Eva naar school heeft gebracht, naar de straat waar Ivanka woont. Als ze langzaam het huis passeert, schrikt ze. De vrouw die juist de voordeur uit komt stappen, kijkt, zonder haar blik ook maar één moment af te wenden, in haar richting. Lara herkent haar meteen. Ook zonder vlechten. Zou de vrouw doorhebben wie haar zo vol belangstelling gadeslaat?

Een paar weken later heeft Lara, als ze van haar werk komt, alle verkeerslichten tegen.
Tien minuten te laat komt ze aan bij Eva’s school. Gelukkig houdt juf Annelien de kinderen binnen zolang de ouder er nog niet is.
Op het moment dat Lara de school binnenstapt, komt juf Annelien met haar tas aan de schouder het gebouw uit. Verbaasd kijkt ze Lara aan. ‘Maar … ’
‘Is Eva nog binnen?’ vraagt Lara.
‘Nee, die is al opgehaald.’
‘Opgehaald?’ Lara begrijpt er niets van.
‘Ja, door Lotte’s moeder.’
‘Wat?’ zegt Lara geschrokken. Ze voelt haar hart bonzen.
‘De moeder van Lotte vertelde, er was afgesproken dat Eva vanmiddag bij Lotte zou spelen. Zij zou de beide meiden uit school halen.’
‘Nee! Laat het niet waar zijn!’ schreeuwt Lara in paniek. Zo snel haar pumps het toelaten, rent ze naar haar auto, de juf verbouwereerd achterlatend.
Met brullende motor scheurt de auto het parkeerterrein af. Onderweg lapt ze alle verkeersregels aan haar laars. Luid claxonerend rijdt ze enkele malen door rood. Voetgangers op het zebrapad stuiven opzij. De oude dame achter de rollator mist ze op een haar. En de scooter, die van rechts komt, kan ze nauwelijks ontwijken.
Met gierende banden komt ze tot stilstand voor het huis waar Lotte woont. Ze springt de auto uit en rent naar de voordeur. Op haar langdurig bellen wordt niet opengedaan. ‘Doe open, verdomme,’ schreeuwt ze, terwijl ze met haar vuisten op de deur bonkt. Ze rent de tuin in en kijkt door het raam naar binnen. Niemand te zien. Als een waanzinnige timmert ze op de ruiten. ‘Doe nou open, trut!’
De voordeur van het huis ernaast gaat open. Een al wat oudere dame komt naar buiten. ‘Er is niemand thuis,’ roept ze.
‘Waar zijn ze? Dat mens heeft mijn dochter ontvoerd,’ gilt Lara.
De vrouw komt op haar toegelopen. ‘Ivanka is een minuut of tien geleden aan komen rijden. Terwijl ze de auto stationair liet draaien, is ze even binnen geweest. Twee minuten later is ze weer vertrokken. Of beter gezegd: weggescheurd. Ze had vast weer één van haar buien.’
‘En mijn dochtertje, zat die bij haar in de auto?’ vraagt Lara huilend.
‘Lotte zat in de auto, samen met een ander meisje. Dat zou uw dochter geweest kunnen zijn. Wacht, ik zal haar man bellen op zijn werk. Misschien kan hij u verder helpen. Kom maar even mee.’
Met trillende benen volgt Lara de vrouw naar binnen.
De vrouw belt haar buurman en legt uit wat er aan de hand is. Nadat ze heeft opgelegd, vertelt ze dat Ivanka’s man meteen naar huis komt.
De vrouw vertelt dat het met Ivanka niet goed gaat. Ze heeft een posttraumatische stressstoornis, waarvoor ze onder behandeling is. Met medicatie is het redelijk in de hand te houden, maar af en toe heeft ze een terugval. De vrouw weet er het fijne niet van, het schijnt te maken te hebben met dingen die in haar jeugd gebeurd zijn.
Dingen die in haar jeugd gebeurd zijn … de woorden snijden als een zwaard door Lara’s ziel. Opnieuw hoort ze de negenjarige Ivanka: Moordenaars zijn jullie. Wacht maar tot ik wraak neem. Lara’s hoofd voelt of het elk moment uit elkaar kan spatten.

‘Gelukkig, daar is Wiebe,’ zegt de vrouw.
Lara rent naar de voordeur. Ze herkent de man van het schoolplein.
‘Mijn kind!’ schreeuwt ze tegen de man. ‘Je vrouw heeft mijn kind ontvoerd.’
De man probeert haar gerust te stellen. ‘Ivanka wilde vanmiddag gaan winkelen. Ze zou Eva bij mijn moeder brengen. Je dochter is daar vast ook. Stap maar bij mij in, dan rijden we er meteen naar toe.’

Als ze bij het flat van Lotte’s oma aankomen, krijgt ze weer een sprankje hoop.
Maar als ze even later het appartement binnenstappen, ziet ze tot haar grote schrik alleen Lotte. Wiebe’s moeder vertelt dat Ivanka haar dochter, zoals afgesproken, bij haar heeft afgeleverd. Meteen daarna is ze vertrokken om te gaan winkelen. Over een vriendinnetje heeft Ivanka niet gesproken.
‘Waar is Eva?’ schreeuwt Lara tegen Lotte.
Het kind begint van schrik te huilen.
Wiebe, die zich nu ook zichtbaar ongerust begint te maken, belt het nummer van de politie. Nadat hij merk en kenteken van Ivanka’s auto heeft doorgegeven, belooft de politieman dat hij een bericht zal laten uitgaan naar Ivanka’s auto uit te kijken.
Wiebe klapt zijn mobieltje dicht. Op het moment dat hij hem weer in zijn zak wil stoppen, komt er het sms’je binnen. Terwijl hij het berichtje leest, trekt hij wit weg. ‘Nee!’ schreeuwt hij. ‘Dit mag niet gebeuren. Dat kan ze ons niet aandoen!’
‘Wat is er?’ roept Lara, ‘Iets met Eva?’
‘Ja, verdomme. En met Ivanka. Ik ga haar bellen. Laat ze geen domme dingen doen!’
‘Nee, nee, nee,’ gilt Lara. ‘Ze mag mijn meisje niets aandoen.’
‘Wat is er gebeurd?’ roept Wiebe’s moeder.
‘Ivanka … ,’ brult Wiebe, terwijl hij met trillende handen het nummer van zijn vrouw kiest.
‘Verdomme, ze heeft haar telefoon uitgezet. Kom op,’ zegt hij tegen Lara, ‘Naar de brug. Misschien zijn we nog niet te laat.’
‘Wat brug? Welke brug?’
‘De fietsbrug over de rivier. Kom, elke seconde telt.’
Hij stuift het appartement uit. Op de voet gevolgd door Lara. Ze gunnen zich niet de tijd op de lift te wachten. Met drie treden tegelijk rennen ze de twee verdiepingen naar beneden.

Als ze bij de brug aankomen zien ze dat het roodwitte paaltje, dat het autoverkeer moet tegenhouden, omver is gereden. Midden op de brug staat de kleine auto van Ivanka, dwars op het fietspad, met draaiende motor en de lichten aan. Wiebe’s auto blijkt te breed om de brug op te rijden. Hij springt eruit. Schreeuwend: ‘Ivanka, nee, wacht, doe dit niet!’ rent hij de brug op.
Lara probeert te volgen. Als ze merkt dat ze hem niet bij kan houden, trapt ze haar pumps uit en rent op kousenvoeten verder.
Minder dan tien meter van hun verwijderd, rijdt de auto dwars door de brugleuning. Met zijn neus omlaag belandt hij in het donkere, snelstromende water. Heel even blijft de achterkant van de auto aarzelend boven het water uitsteken. Dan verdwijnt hij helemaal. Na een paar enorme luchtbellen is het over.
Als verdoofd, blijven de twee staan.
‘Nee, dit niet!’ schreeuwt Wiebe.
Lara gilt. ‘Mijn meisje, mijn alles!’ Ze wil over de brugleuning klimmen om in het water te springen, haar kind achterna.
Wiebe houdt haar huilend tegen. ‘Dat heeft geen zin. Het is hier diep en er staat een sterke stroming. We kunnen niets meer doen, verdomme.’ Daarna zakt hij op de grond. Met zijn vuisten bonkt hij op het asfalt.
Lara trapt, afgrijselijk gillend, tegen de brugleuning.
Op dat moment gaat Lara’s telefoon. Met trillende handen opent ze het klepje. ‘Lara,’ zegt ze met snikkende stem.
‘Mevrouw de Jong?’
‘Ja?’
‘U spreekt met de politie. Uw dochtertje Eva is zojuist hevig overstuur het bureau binnen komen lopen.’

Kasper Kombrink

Kasper Kombrink (63 jaar) was tot 1 oktober 2008 docent ICT in het HBO. Om niet in het bekende ‘zwarte gat’ te vallen of achter de geraniums te geraken is hij vanaf die datum substantieel meer tijd gaan besteden aan zijn hobby: het schrijven van verhalen en gedichten.



Bezoekersreacties:
Nessies71 (39) op 13 september 2011:
Ik heb het verhaal gelezen en vind er veel herkenning in (helaas). Pesten is en zal altijd blijven bestaan, ook dat helaas. Ik hoop dat er ooit iets aan gedaan kan worden om het minder te maken. Verhalen als deze doen de 'pesters' misschien beseffen dat ze verkeerd bezig zijn en dat het niet beperkt blijft tot de tijd van het pesten, maar dat het jaren later ook nog invloed heeft op iemand. In ieder geval mooi en duidelijk beschreven.

Annet Elders (58) op 5 januari 2011:
Wat een prachtige mengeling van spanning en opluchting. Mijn gevoel wordt voortdurend op twee sporen geraakt . Super gaaf gedaan.

Rie Verkerk (74) op 3 januari 2011:
Spannend verhaal over een helaas nog altijd actueel probleem. Knap vind ik ook, hoe Kasper aantoont hoeveel mensen betrokken raken bij deze verdrietige toestand.

afkemiedema (66) op 2 januari 2011:
Spannend verhaal. Mijn dochter werd erg gepest op school. Ze is nu 40 jaar en heeft er nog last van.

Tilly (63) op 31 december 2010:
Goed geschreven verhaal. Het raakt mij erg enbrengt mij terug naar mijn jeugd. Ook ik werd geziekt/gepest. Pesten en alle andere vormen van negatieve discriminatie(zo zie ik pesten) vind ik zo ellendig!

Cocky van Dijk (33) op 13 december 2010:
Hoi Kasper, Eindelijk weer een quiller van jou. En dit was wel een hele spannende. Je beste tot nu toe wat mij betreft.

Anad Haen (44) op 12 december 2010:
Ik heb dit verhaal met plezier gelezen. De spanning wordt goed opgebouwd en de afloop is verrassend. Pesten op de basisschool kan op latere leeftijd nog enorme invloed hebben, zo blijkt. Goed gedaan!

Website Security Test