Gerechtigheid
Door: Wies Blaize op 27 augustus 2011

Ze stond in de keuken en droogde haar handen. Het was een mechanische handeling vóór het koken van de avondmaaltijd van haar en haar man. Dat deed ze elke avond, al 40 jaar lang, zolang als ze getrouwd waren. Het waren geen bijzonder mooie handen. Kort en vlezig, en stevig. Krachtige handen, dacht ze zelf terwijl ze speelde met de afdroogdoek. Daarna draaide ze zich in de keuken om naar het aanrecht en vervolgde haar bezigheden terwijl ze met een half oog in het open geslagen kookboek keek.
‘De geweekte en ontvliesde zwezeriken worden eerst zachtjes in boter gebakken om ze wat steviger te maken en iets van hun sappen te doen afgeven. Daarna worden ze in wijn en andere smaakstoffen gestoofd. Hierna, en dat kan zelfs al een dag tevoren gebeurd zijn, zijn ze klaar om met een begeleidende saus te worden opgediend.’ Ze prevelde de woorden zachtjes voor zich uit terwijl haar behendige handen het werk deden.

Het was warm in de keuken en de zweetdruppeltjes parelden over haar voorhoofd. Ze sneed de winterwortel, de ui en de bleekselderij in kleine stukjes en maakte een kruidenboeket van de peterselie, de tijm en het laurierblad.
Gedachten onderbraken haar werk. Plotseling, zonder waarschuwing vooraf was daar weer die pijn in haar hart. Smartepijn, net zo fysiek voelbaar als de klappen die ze die ochtend nog van hem gekregen had. Waarom, waarom?
Ze keek even op en zag haar vage silhouet weerschijnen in het keukenraam. De blauwe plekken in haar gezicht waren nauwelijks te zien. Die zouden ook wel weer wegtrekken wist ze uit ervaring. Zoals altijd. Maar de pijn diep van binnen bleef en had zich verankerd in haar lijf.
Soms zou ze het willen uitschreeuwen tegen hem. Hou op, hou op, stop ermee! Soms zou ze met gebalde vuisten terug willen slaan, beukend op zijn schouderblad, met nietsontziende kracht willen meppen in dat gezicht dat ze zo goed kende.
Maar ze wist wat dat zou betekenen. Nog meer klappen, een nog grotere woede tegen haar gericht.
Een nooit aflatend gevoel van hulpeloosheid kwam daarvoor in de plaats. En ze schikte zich in haar lot. Elke dag opnieuw. En dan was daar de hoop dat het zou stoppen, een dag. Dat er bij hem de knop om zou gaan en hij zou inzien dat het zo niet langer kon. Dat hij zijn excuses zou maken en zou zweren dat het de laatste keer was en dat ze hem daarop kon vertrouwen.
Het was niet altijd zo geweest. Ze herinnerde zich goed hoe gelukkig ze waren samen, de eerste jaren. Je bent mijn lief, had hij haar destijds voorgehouden en hij had haar wangen zachtjes gestreeld. Maar de sleur had hun relatie veranderd en die grote handen waren een wapen geworden om haar pijn te doen.
Ze wreef de zwezeriken in met zout en peper, legde ze in de pan en goot de boter, de groenten en de kruiden er overheen. Het deksel ging op de pan om te sudderen. De Chateau Vignol Rouge uit 2008 werd ontkurkt. Een halve liter verdween in het gerecht. Uit het keukenkastje haalde ze een glas, nam een slok wijn en sloot even haar ogen.

Die ochtend was zo op het oog geen andere dag dan andere. De wekker was om 8 uur gegaan en ze had zich even uitgerekt, de armen langs haar hoofd naar achter in een poging haar spieren wat te verlichten. Een ogenblik zoals daar vele waren, van frisheid, welbehagen en zelfs een gevoel van geluk. Alles kon nog op dat moment. De wereld lag nog steeds aan haar voeten, ze was nog steeds die mooie vrouw van vroeger. Al op leeftijd, zeker, maar nog steeds met een gevoel om verder te komen. Vandaag zou het gebeuren, ze was er helemaal klaar voor. Vandaag was ze jarig.
De snurk naast haar in bed deed haar ineen krimpen. En zoals op alle andere dagen was daar direct die zware wolk rond haar hoofd. Haar man draaide zich nog eens om, zijn pezige bovenarm raakte licht haar schouder en ze voelde een bittere smaak in haar mond opkomen. Haar voorhoofd verkrampte licht en de gedachten begonnen te malen. Gevangen in een uitzichtloos leven met een man die ze haatte. Want ze haatte hem, oja, met alles wat er in haar was.
‘Wat kijk je me aan,’ had hij haar met een slaperige stem toegeworpen. Een oog open, de ander nog dicht van de slaap.
‘Niks, er is niks. Ik sta op, ga slapen.’ Vlug had ze de dekens van bed geslagen en stond ze naast het ledikant. Klaar om uit de slaapkamer te vluchten, weg van hem.
 Maar hij was klaarwakker nu, en met een snelle sprong stond hij naast haar. Een bonk vlees, een bonk kwaadheid.
‘Waarom begin je altijd al in de vroege ochtend met je gemiauw,’ had hij haar toegeworpen. Zijn handen gebald tot een vuist, zijn gezicht verkrampt van woede.
En hij had haar geslagen, in het gezicht, op haar borsten en in haar maag. Tot ze naar adem snakte en hem had gesmeekt om te stoppen.
Met een grauw had hij zich daarna verschanst in de badkamer om een douche te nemen. Ze had het water horen stromen terwijl zij nog stond na te bibberen op de mat bij de deur. Haar armen gekruist voor haar lichaam, haar wangen nat van de tranen.
Die ochtend had ze zich snel aangekleed. Een kop koffie aan de keukentafel. Een gevoel alsof ze stikte. Pas toen de buitendeur was dichtgeslagen had ze weer vrij kunnen ademen.
In een roes had ze het huis aan kant gemaakt, de was gedaan en de zwabber over de vloeren gehaald. Tijdens het boodschappen doen was daar even dat gevoel van paniek, ze was naar huis gerend, de tas met groente bungelend aan haar armen. Thuis was ze in tranen uitgebarsten. In haar gang naar huis was ze het gekochte vlees verloren.
Hij was die middag om 4 uur thuis gekomen. Ze had nog gehoopt dat hij een bos bloemen zou hebben meegebracht voor haar 60ste verjaardag. Maar hij had haar aangekeken of ze gek was.
Op dat moment had ze geweten dat er iets moest gebeuren.
Toen hij met zijn rug naar haar toestond had ze een groot slagersmes van het aangerecht gepakt. De vier stoten gingen haar wonderlijk makkelijk af. Toen hij in elkaar zakte zonder een kik te geven kwam er een vredig gevoel over haar heen. Ze ruimde de bloederige massa op de vloer op, waste hem in de bijkeuken en sleepte zijn naakte lichaam terug naar de keuken. Met alle kracht die in haar was hees ze hem met behulp van de keukentrap op de grote tafel. Daarna ging ze douchen. Ze was klaar om te kunnen koken.

1. Leg de benodigde materialen en grondstoffen klaar voor gebruik.
2. Leg het vlees met de bolle kant op de snijplank.
3. Verwijder met een scherp uitbeenmes de buitenste vliezen van de schouder.
4. Maak de borstlap los door tussen de twee vleesspieren in te snijden tot aan de bloedader.
5. Verwijder het schouderblad door vanuit de kop van de schouder te beginnen met lossnijden.
6. Snijd, indien nog aanwezig, het schenkelbeen los en haal het weg.
7. Verwijder het been door het vlees langs het bot los te snijden.
8. De schouder kan je opbinden en verder verwerken.
9. Reinig en desinfecteer alle gebruikte materialen, gereedschappen en werkplek.

Wies Blaize

Wies Blaize is het pseudoniem van Petra van Geenen (1961). Ze heeft 3 poeziebundels uitgegeven, Lettergreep (1988), Gat in de tijd (1990) en Onder welke omstandigheden in het bijzonder (1995) alsmede een thriller en een theaterstuk in eigen beheer. Recent waagt ze zich aan korte verhalen.



Bezoekersreacties:
Hedi (42) op 5 september 2011:
Geweldig geschreven. Dat zal hem leren!!!

karin (49) op 5 september 2011:
Heel spannend, heel goed. ga zo door.

Jacqueline (42) op 1 september 2011:
Heel erg sterk en pakkend. Dat vraagt om meer van zulk verhalen. Ga zo door! Groet Jacq.

Kasper (64) op 27 augustus 2011:
Pffft ... heftig hoor!

Nel (58) op 27 augustus 2011:
Zeer spannend om te lezen. Chapeau Petra, ga zo door! Groetjes Nel