Droomvakantie
Door: Wilma Hollander op 31 december 2012

‘Mamááá!’ Het verontwaardigde en zeer doordringende kinderstemmetje schalde door de prachtige tuin van het hotelzwembad.
Sarah zuchtte en draaide zich op haar ligbed geërgerd op haar buik. Waarom moesten kinderen tegenwoordig toch altijd zo gillen? Vooral dit exemplaar! De hele middag was het kleine kreng al aan het jengelen en krijsen. De moeder rende er met een steeds wanhopiger blik in haar ogen achteraan. Met ijsjes, limonade, opblaasballen, zwembandjes...

Niet dat het iets hielp. Dochterlief deed precies waar ze zelf zin in had. Het gezin – vader, moeder, een baby en de jengelende vijfjarige – was gistermiddag aangekomen, waardoor het tot dan toe zo rustige hotel ogenblikkelijk was veranderd in een veredelde kindercrèche.
De andere gasten leken het heel normaal te vinden. Glimlachend sloegen ze de waterdruppels van hun lijf als het kind met een boosaardige grijns op haar gezicht haar emmertje water over hen uitstortte. Ze gaven haar snoepjes en brachten haar zelfs gedienstig terug wanneer ze weer eens aan de aandacht van haar ouders was ontsnapt en krijsend door het hotel liep te rennen.
Nou, zij, Sarah, deed daar niet aan mee. Ze had expres voor dit hotel gekozen omdat het volgens de brochure perfect was voor “alleengaande jonge ouderen” die op zoek waren naar rust en een vriendelijke service. Dat laatste was waar, maar dat eerste was dus sinds gisteren ver te zoeken.
Opnieuw klonk er een snerpend gekrijs door de tuin en gefrustreerd sprong Sarah van haar ligbed. Met driftige bewegingen grabbelde ze haar spullen bij elkaar, knoopte haar hemelsblauwe pareo om haar heupen en vluchtte met grote passen de tuin uit, het hotel in. Ze liep zich zo op te winden over het gedrag van het kind dat ze niet uitkeek en in de lobby pardoes tegen iemand op botste.
‘Oeps!’ Van schrik liet ze haar grote rieten strandtas op de marmeren tegelvloer vallen. Ondersteboven uiteraard.
‘Mijn fout,’ zei een diepe mannenstem onmiddellijk. ‘Sorry. Hebt u zich pijn gedaan?’
‘Ik… Nee, eh…’ Verward keek Sarah op, recht in twee grijsgroene ogen die haar bezorgd aankeken. ‘Mijn spullen...’ Ze zakte door haar knieën en begon haastig haar overal verspreid liggende bezittingen bijeen te zoeken.
‘Wacht, ik help wel even.’ De man bukte zich en raapte haar natte handdoek op.
‘Laat maar.’ Sarah graaide haar leesbril van de grond en propte de vettige zonnebrandfles onhandig tussen haar boek en de tijdschriften die ze had meegenomen om aan het zwembad te lezen.
‘Het spijt me echt,’ zei de man. ‘Mag ik u misschien een drankje aanbieden om het goed te maken? Dat is toch het minste wat ik kan doen. Tenzij u andere afspraken hebt?’
‘Nee, ik was onderweg naar mijn kamer.’ Sarah gebaarde vaag naar de lift. ‘Dank u wel, maar...’
‘Toe? Eén drankje? Ik beloof u dat ik me netjes zal gedragen. Zeg maar ja, u hebt vakantie. Wat dacht u van de bar bij het zwembad?’
‘O, nee, daar al helemaal niet,’ riep Sarah meteen vol afschuw uit.
De man zuchtte begrijpend. ‘Aha, dus u bent ook op de vlucht. Mijn kamer ligt aan de zwembadzijde. Ik zat lekker op mijn balkon te lezen, maar het was geen doen meer. Ik word helemaal gek van dat gekrijs.’
‘Ik ook,’ bekende Sarah. ‘Daarom ga ik naar mijn kamer. Ik hield het niet meer uit.’
‘Des te meer reden om samen iets te gaan drinken en er alsnog een gezellige middag van te maken.’ Hij stak zijn hand uit. ‘Hugo Ramakers. Aangenaam.’
‘Sarah van Dongen.’
‘Leuk je te ontmoeten, Sarah.’ Plechtig schudde hij haar de hand. ‘Als het zwembad geen optie is, zouden we natuurlijk de hotelbar kunnen uitproberen, maar we kunnen ook naar de boulevard lopen. Daar zitten genoeg leuke terrasjes.’
Sarah aarzelde. Het was niet haar gewoonte om met vreemde mannen iets te gaan drinken, maar aan de andere kant... Ze was inderdaad op vakantie en deze Hugo leek best aardig te zijn. Hij was op dezelfde dag als zij gearriveerd. Een rustige man, die zich nauwelijks bemoeide met de andere gasten. Net als zij.
‘Goed dan,’ stemde ze verlegen toe. ‘Een drankje in het dorp klinkt inderdaad gezellig, maar dan wil ik me toch eerst even omkleden.’
‘Dat begrijp ik,’ zei Hugo. Zijn ogen kregen een ondeugende glinstering. ‘Hoewel ik er persoonlijk geen enkel bezwaar tegen zou hebben om zo met je op een terrasje te zitten.’ Zijn blik rustte even op het goed gevulde bovenstukje van haar gele bikini voor hij eraan toevoegde: ‘Maar ik wacht wel, hoor. Geen enkel probleem.’
‘Ik ben met tien minuten terug,’ beloofde Sarah. Ze draaide zich om en schoot haastig de lift in. Onderweg naar haar kamer kreeg ze bijna de slappe lach. Wat een giller. Had ze zomaar een afspraakje met een man. En een aantrekkelijke ook nog. Hugo Ramakers mocht er beslist zijn. Ze schatte hem ergens achter in de veertig, een jaar of twee, drie ouder dan zijzelf. In zijn donkere haar viel nog weinig grijs te ontdekken en hij had een energieke uitstraling die, net als zijn slanke postuur, deed vermoeden dat hij in zijn vrije tijd graag in beweging kwam. Ze was benieuwd waarom hij hier in zijn eentje vakantie aan het vieren was. Een man met zijn uiterlijk had de vrouwen immers voor het uitkiezen? Zou hij net gescheiden zijn? Of misschien viel hij wel op mannen, dat kon toch ook?
Niet dat het haar iets aanging. Bovendien zat ze niet echt te wachten op zielige verhalen over scheidingen en verbroken relaties. Die hoorde ze in haar omgeving de laatste jaren al meer dan genoeg. De een na de ander werd ingeruild voor een nieuwe vlam. Nee, ze zou gewoon een drankje met hem drinken en het gesprek lekker oppervlakkig houden, dat was het beste.
Snel verwisselde ze haar bikini voor een felrood topje en een wijde, witte rok van luchtige India katoen die tot op haar kuiten viel. Een paar rode platte sandaaltjes eronder maakte het helemaal af. Ze had het stelletje speciaal voor deze vakantie gekocht, op aanraden van Hetty, haar beste vriendin. ‘Die saaie donkerblauwe bloesjes en truttige broekrokken laat je mooi thuis,’ had ze Sarah ingepeperd. ‘Het wordt hoog tijd dat je eens laat zien wat je in de aanbieding hebt. Verdikkeme, Saar, als je een beetje je best doet, kun je nog makkelijk voor eind dertig doorgaan, maar zoals jij je kleedt en opmaakt lijk je wel ver in de vijftig. Nergens voor nodig, je hebt een prima figuur. Jij kunt echt alles dragen.’
En dus had Sarah haar koffer vol gepakt met een hele nieuwe garderobe. Het was beslist even wennen geweest, die eerste dagen nadat ze in dit kleine Griekse kustplaatsje was gearriveerd. Haar onzekerheid had echter al snel plaatsgemaakt voor een heerlijk gevoel van triomf.  De aandacht die ze ineens van de mannen kreeg deed absoluut wonderen voor haar zelfvertrouwen. Hetty had gelijk gehad, ze mocht er inderdaad nog zijn. Niet dat ze nu ineens met al die mannen aanpapte. Dat zeker niet. “Kijken, kijken, maar niet aanraken” was haar motto. En als dat de heren der schepping niet beviel, dan was dat hún probleem, niet het hare.
Zíj kon er niet mee zitten.

Voor de badkamerspiegel bracht ze haastig nog wat mascara en een helderrode lipgloss aan. Het stond prachtig bij de goudbruine tint van haar huid. Wat maakte een beetje zon toch een hoop verschil. Weg was het bleke, afgetrokken smoeltje dat haar gewoonlijk vanuit de spiegel aankeek. In plaats daarvan zag ze een stralende, sprankelende vrouw, die duidelijk lekker in haar vel zat. Deze vakantie deed haar beslist goed, ook al had ze er, diep in haar hart, als een berg tegenop gezien om in haar eentje op reis te gaan.
Robert was het er uiteraard niet mee eens geweest dat ze alleen op vakantie ging. Maar ja, wanneer was Robert het nu wel met haar eens? In de twintig jaar dat ze waren getrouwd, was er maar één de baas geweest in huis. En dat was Robert.
Toch had ze deze keer haar zin doorgedreven. Ze had zijn woede, smeekbedes en dreigementen met een stoïcijns gezicht aangehoord en zich niet laten verleiden tot oeverloze discussies. Tot op het laatste moment had hij niet geloofd dat ze het echt zou doen, maar ze had het wél gedaan. Ze had de vriezer volgestopt met vers ingevroren maaltijden, de koelkast voorzien van zijn favoriete drankjes en een lijst achtergelaten met dingen die tijdens haar drie weken durende afwezigheid per se gedaan moesten worden. Vervolgens had ze de huisdeur achter zich dichtgetrokken en was ze met haar gloednieuwe koffer vol fleurige kleren in de taxi gestapt die haar naar Schiphol zou brengen. Dat was nog maar een paar dagen geleden geweest en nu al kende ze zichzelf nauwelijks terug.
Ze had het jaren eerder moeten doen, dacht ze, toen ze op de lift wachtte die haar naar de lobby zou brengen. Maar ja, waar had ze het geld vandaan moeten halen? Robert zou het haar nooit hebben gegeven als ze erom had gevraagd. Niet voor een vakantie in haar eentje. Al vanaf het begin van hun huwelijk had hij de financiën beheerd. Volgens hem was hij daar beter in dan zij en hoewel ze dat betwijfelde, had ze hem zijn gang laten gaan. Hij was nu eenmaal een man die graag zelf de touwtjes in handen had.

Vierentwintig was ze geweest toen ze hem in de bibliotheek had leren kennen. Een verlegen, volgzaam meisje dat huizenhoog opzag tegen de knappe, vijf jaar oudere architect. Ze had nooit begrepen wat hij in haar zag, maar twee jaar later waren ze getrouwd en hadden ze hun eerste woning betrokken. Een woning die Robert zelf had ontworpen. Het was de eerste van vele. Steeds mooier, steeds groter werden de huizen waarin ze woonden, want bij elke carrièrestap die Robert maakte, hoorde een nog mooier, nog groter huis. Volgens hem dan.
In al die jaren had hij nooit gevraagd wat zíj wilde. Hij had klakkeloos aangenomen dat zijn keuze ook háár keuze was. En ze had hem niet tegengesproken. Waarom zou ze ook? Hij werkte hard en zorgde op zijn manier goed voor haar. Zij op haar beurt deed haar best een goede echtgenote voor hem te zijn. Meteen na hun huwelijk had ze haar baantje als bibliothecaresse opgezegd. Robert vond het niet fijn dat ze buitenshuis werkte. Hij verdiende meer dan genoeg voor hen beiden, had hij gezegd. Ze hadden het geld niet nodig en bovendien had hij liever dat ze thuis was en de maaltijd op tafel had staan als hij vermoeid en hongerig van zijn werk kwam.
Later, toen hij naam begon te maken, bracht hij regelmatig zakenrelaties mee naar huis, potentiële opdrachtgevers, die in de watten gelegd moesten worden. En daar was Sarah goed in. Het huis was háár fort, háár terrein, waar ze zich kon uitleven op exclusieve diners en gezellige avondjes. Avondjes die altijd alleen maar tot doel hadden Roberts carrière tot nog grotere hoogten te stuwen.
Toegegeven, af en toe had ze wel eens een steek van onvrede gevoeld. Misschien was het anders geweest als ze kinderen hadden gehad. In het begin hadden ze er nog wel eens over gepraat en gezegd dat het leuk zou zijn als ze ooit…
Maar ooit was nooit gekomen. Ze hadden het te druk gehad met Roberts carrière om over een eventuele kinderwens na te denken.
Pas toen ze Hetty leerde kennen, waren haar ogen echt opengegaan. Spontane, roodharige Hetty, die op een regenachtige middag op de stoep had gestaan om te vertellen dat zij en haar man Jochem de oude boswachterswoning, die vijfhonderd meter verderop lag, hadden gekocht. Het was het begin geweest van een hechte vriendschap. Door Hetty leerde ze een totaal andere wereld kennen. Een wereld waarin vrouwen binnen hun huwelijk eigen dingen deden, hun eigen identiteit bewaarden en hun eigen gevoel volgden. Het had haar onvrede alleen maar groter gemaakt. O, ze had vaak genoeg geprobeerd om er met Robert over te praten en uit te leggen dat zij soms behoefte had aan andere dingen dan hij. Maar Robert begreep het niet. Of liever gezegd, ze had niet het gevoel dat hij erg zijn best deed óm het te begrijpen. Hij vond hun leven goed zoals het was en dus was alles gewoon bij het oude gebleven.
Tot de dag dat er op het lot, dat ze iedere maand stiekem van haar opgespaarde huishoudgeld bij de kiosk in het dorp kocht, een geldprijs van tienduizend euro was gevallen. Als het haar een jaar eerder was overkomen zou ze het waarschijnlijk meteen aan Robert hebben opgebiecht en hem het geld hebben gegeven, maar nu aarzelde ze. Het was háár lot, ze kon er toch mee doen en laten wat ze wilde? En wat ze altijd al had gewild, was een reisje naar zonnig Griekenland. De Zweedse meren, waar Robert zo graag de vakanties doorbracht omdat hij daar zo heerlijk kon vissen, kwamen haar zo langzamerhand de neus uit. En dus, ervan overtuigd dat hij er alles aan zou doen om haar plannen te dwarsbomen, had ze het gewonnen geldbedrag voor hem verzwegen en haar droomvakantie op een mooie ochtend bij het reisbureau uitgezocht, geboekt en betaald. Pas daarna had ze het hem verteld.
En nu was ze hier, in een hotel in Kala Nera, wachtend op de lift die haar naar haar afspraakje met de onbekende, maar zeer aantrekkelijke Hugo Ramakers zou brengen. Een zacht getingel kondigde de komst van de lift aan en na een kleine aarzeling stapte Sarah erin. Met een zacht zoevend geluid gleden de deuren achter haar dicht.

‘Hugo?’
‘Ja?’
‘Vind je mij mooi?’
‘Ik vind je prachtig,’ antwoordde Hugo eerlijk. ‘Je hebt het soort schoonheid dat van binnenuit komt. Als ik kon schilderen, zou ik niet rusten voor ik die serene blik van je met mijn penseelstreken had vastgelegd.’
Sarah glimlachte. Ze rolde zich loom op haar buik en steunde op haar elleboog. ‘Ik heb mezelf nooit mooi gevonden. Gewoontjes, dat was de omschrijving die ik het beste bij mij vond passen. En saai. Ik was een saai kind met maar heel weinig vriendinnetjes. Ik hield van lezen en zat altijd met mijn neus in een boek. Daarom ben ik destijds ook bibliothecaresse geworden. Het leek me heerlijk om al mijn tijd tussen boeken door te brengen.’
‘En was het dat ook?’
‘O ja, ik vond het altijd een feest om naar mijn werk te gaan.’ Dromerig staarde ze voor zich uit. ‘Het leukste waren de woensdagmiddagen. Dan hadden we het voorleesuurtje voor de kleintjes. Daar kon ik zo van genieten. Het waren niet van die schreeuwers zoals dat kind in ons hotel. Nee, muisstil zaten ze te luisteren, met rode koontjes en van die grote, opengesperde ogen. En dan die reacties. Kinderen kunnen soms zulke rake opmerkingen maken. Ja, ik heb altijd heel veel plezier in mijn werk gehad, maar… Nou ja, mijn man vond het niet zo leuk dat ik buiten de deur werkte, dus toen ben ik er maar mee gestopt.’
Haar ogen, haar prachtige lavendelblauwe ogen, kregen ineens een verdrietige uitdrukking en Hugo moest zich inhouden om niet hardop te vloeken. Hij kon die man van haar wel iets doen!
Het was nu ruim twee weken geleden dat Sarah in de lobby van het hotel tegen hem op was gebotst, en vanaf dat moment hadden ze eigenlijk iedere dag wel iets samen ondernomen. In het begin waren hun gesprekken luchtig gebleven, maar gaandeweg waren de onderwerpen steeds persoonlijker geworden. Ze had hem al vrij snel verteld dat ze getrouwd was, en dat dit haar eerste vakantie in haar eentje was. ‘Maar vreemdgaan komt in mijn woordenboek niet voor,’ had ze er meteen aan toegevoegd. ‘Dus als je zoiets voor ogen hebt, kun je beter op zoek gaan naar iemand anders.’
Hij wilde niemand anders. Hij wilde alleen haar, maar als dat er niet in zat, zou hij al tevreden zijn met alleen haar gezelschap. Dus had hij zich netjes aan haar regels gehouden. Als hij haar ’s avonds na het eten bij haar kamer afleverde, nam hij braaf met alleen een vriendschappelijke kus op haar wang afscheid. Lagen ze samen op het strand, zoals nu, dan zorgde hij ervoor dat er tussen hun strandlakens of ligbedden minstens een halve meter zat. Natuurlijk flirtte hij af en toe met haar. Dat hoorde nu eenmaal bij het spel. En ze genoot van zijn aandacht, dat was duidelijk te merken. In die paar weken tijd had hij haar zien veranderen van een onzeker muurbloempje in een levendige, zelfbewuste vrouw.
Weer slikte hij een vloek in. Ze was gewoon met de verkeerde man getrouwd, dat stond als een paal boven water.
Robert van Dongen, architect. Een arrogante, egoïstische bal, die haar al jarenlang zijn wil oplegde. Het ergste was nog dat die vent in Sarah’s ogen geen kwaad kon doen. Geen slecht woord kwam er over haar lippen als ze het over haar echtgenoot had. Er was alleen die droevige blik in haar ogen.
Abrupt sprong hij overeind en gebaarde naar het helderblauwe water van de zee. ‘Zullen we nog een keer? Overmorgen zitten we weer in ons koude kikkerlandje, dus eigenlijk moeten we er nog maar even van genieten nu het nog kan.’
Sarah stond al. ‘Wie er het eerste in is!’ riep ze over haar schouder en voor hij kon reageren sprintte ze al lachend langs hem heen.

Robert van Dongen bladerde vluchtig door de stapel rapporten die de afgelopen drie weken met de regelmaat van de klok op zijn bureau terecht waren gekomen. ‘Dus u weet zeker dat mijn vrouw niet vreemd is gegaan?’ informeerde hij voor alle zekerheid nog eens.
‘Absoluut zeker,’ beaamde de man tegenover hem. ‘We hebben uw vrouw constant in de gaten gehouden. Er was geen sprake van vreemdgaan of andere uitspattingen. Ze heeft zich keurig gedragen. Uw achterdocht was geheel onterecht.’
De architect bromde wat en haalde zijn chequeboekje tevoorschijn. Hij vulde een fors bedrag in, zette zijn handtekening en schoof de cheque over het bureau naar zijn bezoeker toe. ‘Ik neem aan dat mijn vrouw er niets van heeft gemerkt?’
‘Waar ziet u ons voor aan?’ De man vouwde het papiertje dubbel, stopte het achteloos in zijn borstvakje en stond op. ‘Ons bureau behoort tot de top vijf van het land. Wij weten precies hoe we een opdracht moeten uitvoeren. Dus mocht u ons nog eens nodig hebben, neemt u dan vooral contact met ons op. Het was me een waar genoegen om zaken met u te doen.’

Sarah staarde met droge ogen naar de kist die langzaam in de kuil zakte.
Robert was dood. Ze kon het nog nauwelijks bevatten. Drie dagen na haar terugkeer uit Griekenland had hij zichzelf op zijn kantoor achter zijn bureau door het hoofd geschoten. Er was geen afscheidsbrief gevonden, maar de politie zei dat het motief duidelijk was: de financiële crisis had Roberts bedrijf op de rand van faillissement gebracht. ‘Uw man zag blijkbaar geen andere uitweg,’ had de agent op meelevende toon gezegd.
Robert was dood…
Ze was in ieder geval dankbaar dat hij het fatsoen had gehad om te wachten tot ze weer terug was. Het zou net iets voor hem zijn geweest om het tijdens haar vakantie te doen. Als wraak omdat ze zonder zijn toestemming naar Griekenland was vertrokken. Maar gelukkig had hij dat niet gedaan. Hij had keurig gewacht en zich pas van kant gemaakt toen ze weer thuis was.
‘Gaat het?’ fluisterde Hetty bezorgd in haar oor.
Sarah knikte. Het was vreemd, maar ze voelde niets. Waarschijnlijk zou dat nog komen. Later, als alles echt door was gedrongen. Of… misschien ook niet.
Ze rukte haar blik los van de kist en liep met haar handen in de zakken van haar blazer het pad naar de uitgang van de begraafplaats op. Ineens voelde ze het visitekaartje dat de uitvaartleider vlak voor de kist werd gesloten in haar hand had geduwd.
‘Dit vonden we nog in het borstzakje van zijn kostuum,’ had hij haar discreet toegefluisterd. Net op dat moment was een van Roberts zakenvrienden naar haar toe gekomen om haar te condoleren en ze had het visitekaartje snel in haar zak gestopt.
Automatisch haalde ze het tevoorschijn om het in haar tas op te bergen. Ineens viel haar blik op een bekende naam en geschokt bleef ze midden op het pad staan. Met grote ogen staarde ze naar de letters. “Ramakers Investigations” las ze, en daaronder iets kleiner gedrukt: “Hugo Ramakers – privédetective”.
Hugo Ramakers? Háár Hugo Ramakers? Hugo met wie ze het in Kala Nera zo gezellig had gehad?
‘Sarah? Wacht, ik zal je een arm geven.’ Hetty schoof behulpzaam een hand onder haar elleboog. ‘Nog een paar meter, dan zijn we bij de auto. Even volhouden, lieverd. Ik begrijp dat het moeilijk is, maar we zijn er bijna. In de auto mag je instorten.’
Sarah beet op haar lip om niet in een hysterische lachbui uit te barsten. Had Robert een detectivebureau ingeschakeld om haar op vakantie te bespioneren? Was dat haar beloning voor twintig jaar loyaliteit?
Ongelovig schudde ze haar hoofd. Hij had een detective achter haar aan gestuurd. Privédetective Hugo Ramakers, met zijn lachende mond, zijn grijsgroene ogen, de zwarte krulhaartjes op zijn gebruinde borst.
En nu was Robert dood. Zelfmoord, zei de politie.
Haar vingers klemden zich nog steviger om het visitekaartje. Robert zou zichzelf nooit van kant maken. Daar was hij te laf voor. En als hij het al zou doen, dan zou hij er beslist geen pistool voor gebruiken. Hij viel al flauw als hij een druppel bloed zag. Maar dat had ze de politie niet verteld. Ze was te geschokt geweest om logisch na te denken.
Geschokt of opgelucht?
Vastberaden duwde ze het kaartje diep in het zijvakje van haar tas. Er viel niets te vertellen aan de politie. Haar echtgenoot had zelfmoord gepleegd.
Langzaam, geholpen door Hetty, stapte ze in de auto. De chauffeur reed met een kalm gangetje door de hoge hekken de begraafplaats af. Op de plek waar ze net hadden gestaan waren twee mannen al druk bezig met het dichtgooien van de kuil.
Sarah leunde achterover in de kussens en dacht aan de woorden die Hugo haar bij het afscheid op de luchthaven in het oor had gefluisterd: ‘We zien elkaar spoedig terug, Sarah. Dat beloof ik je. En dan zal alles anders zijn.’
Ze glimlachte.
Hugo had helemaal gelijk gekregen.

Wilma Hollander

Wilma Hollander emigreerde zeven jaar geleden naar het Griekse schiereiland Pilion, waar ze nu fulltime haar boeken en korte verhalen schrijft op het zonnige terras van haar knusse woning. Ze heeft inmiddels zes romans op haar naam staan, won in 2009 de Nieuwegeinse Literatuurprijs en publiceerde korte verhalen in o.a. Azra-Magazine en het Amerikaanse literaire tijdschrift The Society On Da Run.

Met het verhaal Droomvakantie wil zij graag benadrukken dat het haar zo geliefde Griekenland ondanks de crisis nog steeds een echte droomvakantie-bestemming is.



Bezoekersreacties: