De regeling
Een Mr. Smith thriller
Door: Nora Rose op 26 april 2017

Zaterdag, 17 maart 

Het probleem met ons als mensheid, is dat we denken dat we onoverwinnelijk zijn. We zijn narcistisch, egoïstisch en verwaand. We willen alles, zonder moeite te doen en liefst zo snel en zoveel mogelijk. We zijn nooit tevreden en we willen alsmaar meer. De kick van het leven, die ongeëvenaarde eerste rush, die we blijven nastreven, maar nooit meer terugvinden.




Mensen zijn ook dom. Niet IQ-onder-de-50 dom, maar echt oerdom. Vooral wanneer we panikeren of iets louche hebben gedaan. Onwettelijk, illegaal, verboden. Per ongeluk of opzettelijk. Alleen gecalculeerde, koude rotzakken komen weg met criminele activiteiten, maar de gewone mens wordt altijd gepakt. Het is menselijk: actie - reactie. Bij een gebeurtenis reageer je op een bepaalde manier. Sommige mensen zijn slim en laten bijna geen sporen na. Bijna. Maar sporen vind je altijd terug, vooral als je weet waar te zoeken. En er is altijd wel iemand die weet waar te zoeken.
Ik ben zo iemand. Wat je ook gedaan hebt, ik vind het bewijs. Soms vind ik het meteen en soms moet ik dieper graven, maar vinden, doe ik altijd. De perfecte misdaad bestaat niet. Je bent alleen maar zo goed of zo slecht als de meest luie of bij de pinken onderzoeker. Een klein stom ding kan je verraden. Een kassaticket, een verkeerscamera, een afscheidsbericht naar een geliefde. Het zit ‘em allemaal in de details. En in mijn business zijn details belangrijk. Details kunnen je de das om doen, of je net redden. Ik heb twee regels. Kijk nooit om en vertrouw niemand. Dat is het. Twee simpele regels. Hou je eraan en dan kom je weg met moord. Letterlijk. Zo niet, dan word je gepakt. Mensen denken altijd dat ze te slim zijn om gepakt te worden. Én daarom worden ze ook gepakt. 

Mijn naam is Mr Smith. Ik zorg ervoor dat mensen verdwijnen. En dat de misdaden die ze hebben begaan ook verdwijnen. Niemand weet wie ik ben, behalve mijn team en nog één andere persoon. Mijn team bestaat uit:  Riaz Flake, zij is mijn meestervervalser. Zij kan alles vervalsen, identiteitskaarten, paspoorten en zelfs tickets voor Tomorrowland. Ze werkt snel, efficiënt en ze is discreet. Momo Arezoo is mijn transportman. Hij kan me elke voertuig bezorgen dat ik nodig heb. Trix is mijn computernerd. Computernetwerken binnendringen is haar specialiteit. Ze doet het zonder moeite en blijft altijd onder de radar. En ik heb vaak onder-de-radar diensten nodig. En dan hebben we nog Gunner. Mijn schutter, bodyguard, spierbundel. Hij volgt me als een schaduw. Niemand kent zijn echte naam, maar dat is niet erg, want mijn echte naam is ook onbekend.
Ik had Gunner jaren geleden halfdood in een greppel gevonden. Ik heb toen één van mijn regels gebroken en toch omgekeken. Zonder bemoeienissen van ziekenhuizen en politie, heb ik ervoor gezorgd dat hij een tweede kans in het leven kreeg. Hij heeft me nooit verteld wat er was gebeurd en ik heb er nooit naar gevraagd. Sindsdien beschermt hij me. Ik heb er niet om gevraagd, maar ik waardeer zijn aanwezigheid. Gunner is groot, breed en heeft een permanente norse blik. Hij gaf klanten de kriebels en dat was goed, want ik ben namelijk klein. Bij elke meeting vermom ik mezelf, niet alleen om mezelf onherkenbaar te maken, maar ook gewoon omdat ik het leuk vind. Wanneer een klant beroep doet op mijn diensten, dan moet alles snel gaan.

Ik stond nu samen met Gunner, over het lijk van een slanke vrouw gebogen, die ooit knap was geweest, ware het niet dat het kogelgat in haar wang haar schoonheid ontsierde. De man die de trekker had overgehaald was haar vermoedelijke minnaar. Hij beweerde dat het een ongeluk was. Dat kon me niet schelen, ik stel nooit vragen, ik tel gewoon het geld en doe wat ik moet doen. Ik controleerde de pols van de vrouw voor de zekerheid, hoewel haar lege ogen indicatie genoeg waren dat haar ziel naar het hiernamaals was vertrokken. Ik bestudeerde de man aandachtig. Hij had bloedspetters op zijn kleren en nagelsporen op zijn gezicht. ‘Is er een bestaande connectie tussen jullie?’ vroeg ik. 
De man keek me vol ongeloof aan. Dat kreeg ik vaak. ‘Ben jij … Mr Smith?’ ‘Ja.’  
Hij schraapte zijn keel. ‘Ik had iemand anders verwacht.’ 
Ik keek op mijn horloge. ‘Wil je mijn levensverhaal of wil je dat ik je probleem oplos?’ 
‘Los het op.’  
‘Is er een reden waarom het politieonderzoek naar jou zou kunnen leiden?’ vroeg ik, terwijl ik handschoenen aandeed en het tasje van de vrouw opraapte. Ik vermeed de bloedvlekken en zocht haar identiteitsbewijs. Irene Feldman, vijfentwintig. 
Hij schudde zijn hoofd.
‘Denk na. Ken je haar persoonlijk? Kent iemand uit je kennissenkring haar persoonlijk?’
Hij haalde diep adem. ‘Ik geloof het niet.’  
Ik gooide het tasje naast het lijk en keek hem strak aan. ‘Niet geloven. Niet denken. Zeker weten. Als jij of iemand die je kent, haar kent is de kans groot dat vroeger of later het spoor naar jou zal leiden. Als dat het geval is dan moet je helemaal verdwijnen.’  
Hij keek me vol ongeloof aan. ‘Wat? Nee, dat kan ik niet maken! Ik heb een vrouw en kinderen!’ 
‘Het zou niet de eerste keer zijn dat een man zijn gezin in de steek laat.’ 
Hij klemde zijn kaken op elkaar. ‘Dat kan ik mijn familie niet aandoen.’ 
‘Daar had je eerder aan moeten denken. Ik ga er vanuit dat dit geen zakelijke afspraak was.’ 
‘Dat zijn je zaken niet!’ blafte hij.
Ik ging onverstoorbaar verder. ‘Hoe het ook zij, het leven zoals je dat kende is voorbij. Tijd om afscheid te nemen en je biezen te pakken.’ 
‘Dit is ongelooflijk! Loco zei dat je de beste was! Dat je alles zou doen verdwijnen! Hij zei dat je een ritselaar bent, en wat krijg ik?! Een meisje dat net uit het middelbaar is afgestudeerd!’  
Ik zou beledigd zijn als ik er een moer om zou geven. O, en had ik al gezegd dat ik een vrouw ben? 
‘Je hebt twee opties.’ Ik ging onbewogen verder. Niet veel kon me van mijn stuk brengen. ‘Je vlucht of je gaat naar de gevangenis.’ ‘Ik dacht dat je dit ging regelen.’
‘Ik kan regelen dat het lichaam verdwijnt, ik kan je zelfs een alibi bezorgen, maar ik heb geen controle over hoe je een ondervraging zult doorstaan.’ De meeste criminelen konden hun lichaamstaal niet beheersen tijdens een ondervraging en dat was altijd de doodsteek. Het getril van hun voeten, het overmatig zweten, overslaande stemmen, verdachte oogbewegingen. Daar hielden agenten allemaal rekening mee. Zij zijn getraind om op die details te letten en om ze te ontcijferen. Wanneer je eenmaal verdacht was, dan bleven ze graven. En wanneer agenten groeven, dan vonden ze vroeger of later iets. Het was niet persé de plaats delict of de bewijzen, die je verdacht maakte, maar soms was het simpelweg je gedrag dat je de doodsteek gaf. Daarom dat ik mijn klanten altijd adviseerde om hun biezen te pakken. Zelfs al werd je niet ter plaatse gearresteerd, een arrest kon maanden later nog altijd doorkomen.  
‘Maak je keuze. Je hebt nog twee minuten voor haar bloed zich onherroepelijk in je tegels dringt.
Vluchten of opruimen?’ 
Hij was duidelijk in conflict met zichzelf. Zijn knarsende tanden maakten een schrapend geluid dat mijn oorhaartjes deed trillen. Het zweet op zijn voorhoofd baande zich langzaam een weg over zijn gezicht en kwam samen in een druppelende poel water op de punt van zijn kin. Na wat een eeuwigheid leek, maar in werkelijkheid enkel dertig seconden duurde, hakte hij eindelijk de knoop door van zijn moreel dilemma. ‘Opruimen.’ Het was zijn begrafenis. Te oordelen naar zijn gedrag zou de politie hem in geen tijd als verdachte aanwijzen.  
Ik gaf een teken aan Gunner en hij ging het materiaal uit de SUV halen. 
‘Ik stel voor om die nagelsporen op je gezicht met make-up te bedekken.’ 
‘Wat gaan jullie doen met het lichaam?’ 
‘Maak jij je daar maar geen zorgen over. Heb je beveiligingscamera’s?’ 
 Hij schudde zijn hoofd. 
‘Is er ergens een foto van jullie twee samen? Sociale media? Sociale evenementen?’ 
‘Nee, niets.’  
Gunner kwam terug met een reinigingskit, een lijkzak, en tape, … veel tape. Hij deed een beschermingspak over zijn kleren aan en trok lederen handschoenen over zijn handen. Hij ging met de tape over de schouders van de vrouw en plakte haar armen aan haar romp en ging rondom. Daarna plakte hij haar enkels aan elkaar en rolde haar in de lijkzak.
‘Doe je kleren uit.’ beval ik. 
De wangen van de man kleurden rood.
‘Je kleren moeten vernietigd worden en ik moet je lichaam onderzoeken op sporen.’ 
Hij deed zijn kleren uit en ik zag enkele nagelsporen op zijn schouders en een blauwe plek op zijn borst. Hij had ook een tandafdruk op zijn bil. Ik onderdrukte de neiging om met mijn ogen te draaien en richtte mijn ogen in plaats daarvan op mijn horloge. Een half uur na middernacht.
‘Waar denkt je vrouw dat je bent?’  
Ze brengt het weekend door bij haar moeder.’
Perfect. Gunner sneed het tapijt waar het bloed naartoe gesijpeld was, in stukken. 
‘Hé, kunnen we die niet reinigen? Die is nog van mijn grootmoeder geweest.’ riep de man verontwaardigd. 
Rollebollen op het tapijt van omaatje. Gezellig. Gelukkig had hij nog het fatsoen gehad om zijn minnares naar zijn hut in de bossen te brengen. Omdat de politie niet meteen de deur had doorgebroken, was ik naar binnen gegaan met de overtuiging dat niemand het schot had gehoord. Goed dat het hier zo afgelegen was, dat was waarschijnlijk ook de reden waarom hij zijn minnares naar hier bracht.
‘Bloed krijg je niet uit een tapijt, hoe hard je ook reinigt.’ Ik gooide zijn kleren in een zak en beval hem om te gaan douchen. Gunner en ik behandelden elke kamer. We veegden vingerafdrukken weg, schrobden vloeren en gingen door de hut met een pincet en een vergrootglas. Gunner droeg het lichaam naar de SUV en gooide Irenes tas en schoenen in een vuilniszak. Toen we klaar waren, was er geen enkele spoor van een misdaad meer te bespeuren. 
‘Breng je gezin wanneer ze terug zijn. Zorg ervoor dat je kinderen alles aanraken en rommel maken.’ Het zou alleen maar argwaan wekken wanneer de politie hem op het spoor kwam en de hut zonder vingerafdrukken zou treffen. ‘Laat de ramen heel het weekend open.’ De geur van bleek moest weg. ‘Met wat geluk komen de wasberen erop af en dan hoeven je kinderen geen rommel te maken.’ zei ik.
‘Is dit echt nodig?’ vroeg hij verveeld.
‘De trekker overhalen was ook niet nodig.’ kaatste ik terug. Ik had geen geduld voor geklaag. ‘Heb je een huwelijk waarin je vrouw altijd hoofdpijn heeft?’ 
Zijn mond viel open. ‘Wat?’ 
‘Ik vis niet naar details, ik wil gewoon weten of je haar van je kunt afhouden tot het bewijs van je ontrouw helemaal verdwenen is.’ Daar had hij duidelijk niet aan gedacht.
‘Euhm, ze komt pas maandag terug en we laten meestal het licht uit. Ze is nogal zelfbewust wanneer het op haar lichaam komt, zeker na drie kinderen.’ 
Uitstekend. Ik keek door het raam naar buiten. Iets zat me dwars. 'Waar heb je je vriendin ontmoet? Is ze te voet gekomen? Heb je haar afgehaald?’
‘Ik heb haar bij haar thuis opgepikt.’  
Ik haalde mijn gsm uit mijn broekzak, belde naar Momo en gaf hem instructies om Irenes huis ‘schoon te maken.’ Daarna keek ik naar de man. ‘Het is nog niet te laat om te vluchten.’ 
Ik blijf.’ zei hij vastberaden. 
‘Dit was het dan. Ik accepteer alleen cash.’
‘Dat kan geregeld worden.’ 
‘Denk eraan. Geen grote, onverklaarbare bedragen overschrijven de komende weken. Je gedraagt je zoals gewoonlijk. Behoud al je afspraken. Bel je vrouw. Wees jezelf. Als er vragen komen, antwoord je kort en bondig. Moest het gebeuren dat de politie op je deur klopt dan vraag je meteen om een advocaat. Je zegt geen woord.’
‘Lijk ik dan niet schuldig?’ 
‘Het is beter om niets te zeggen dan iets verkeerd zeggen en argwaan wekken. De kans is dan ook groot dat je vergeet wat je hebt gezegd en dat is een probleem. De politie zal geen bewijzen vinden en zonder bewijs hebben ze geen zaak, tenzij je per ongeluk opbiecht. Dus hou gewoon je mond.’ 
‘Begrepen.’  
‘We zijn klaar.’ 
Hij wilde me een hand geven. 
Ik staarde er even naar en draaide me toen om. Buiten gekomen, keek ik naar de voetsporen in het zand en wendde me tot Gunner. ‘Verberg onze sporen.’ 
Hij knikte gehoorzaam. 
Daarna stapte ik in mijn Honda Civic en reed weg. — 

Maandag, 19 maart

‘De dochter van hoofdcommissaris Feldman, van het Easton politiebureau, is nu al twee dagen vermist. Irene Feldman is vijfentwintig en werd laatst gezien op vrijdagnamiddag toen ze van haar werk naar huis ging. De omstandigheden van haar vermissing zijn op z’n minst gezegd verdacht…’ 
Een klop op de deur deed me opkijken. 
‘Baas, we hebben een probleem.’ Trix kwam de kamer in gelopen, die ik als kantoor gebruik. Mijn ‘kantoor’ was een open ruimte die gescheiden werd van de rest van het pakhuis, met vijf treden.
‘Het is ons probleem niet. De klant is nu op zichzelf aangewezen.’ Ik had de klant de kans gegeven om te vluchten. Tenzij hij weer beroep deed op mijn diensten, kon ik hem niet helpen. 
‘Heb je gezien wie het onderzoek leidt?’ Rechercheur Joe Reynolds. 
Ik had gezegd dat alleen mijn team en nog één persoon wisten wie ik ben. Joe is die persoon. Hij is mijn ex-man. Toen ik hem leerde kennen, was hij nog in uniform. Het was toen al een dom idee, maar liefde en lust zijn sterker dan het verstand. Dat we niet met een goede verstandhouding uit elkaar waren gegaan is een understatement.
‘Ik heb het gezien. Maak je geen zorgen om Joe.’ — 

Dinsdag, 20 maart 

De haartjes op de achterkant van mijn nek kwamen overeind. Ik werd gevolgd. En niet door Gunner. Die zat in de auto te wachten terwijl ik mijn nagels ging doen. De afstand tussen de salon en de auto was niet groot en toch had mijn inwendige radar gevaar opgepikt. Ik wilde mijn pepperspray uit mijn broekzak halen, toen een stem me tegenhield. 
'Bespaar me die pepperspray van je.’
Gunner was niet alleen een spierbundel, hij was ook goed in het vervaardigen van extra-gevaarlijke wapens. De pepperspray die hij produceerde was verschrikkelijk pijnlijk. 
‘Rechercheur Reynolds. Wat doet u hier?’
‘Laat de formaliteiten maar vallen, Mr Smith.’ Dat laatste zei hij met een snerende toon. Hij had mijn beroep nooit gemogen.  
‘Wat wil je, Joseph?’ Ik zag Gunner uit de auto stappen. Hij kwam achter me staan en hield Joe scherp in de gaten. 
‘Ik zie dat je waakhondje nog steeds leeft. Dat verbaast me.’  
Ik hield mijn hoofd schuin, zonder een woord te zeggen, hopend dat hij dan tot de kern van de zaak zou komen. Hij kruiste zijn armen over zijn borst en ik zag dat hij nog steeds een afgetraind lichaam had. 
‘Weet je wat ik me afvraag?’
‘Nee, maar ik heb het gevoel dat je het me zult vertellen.’ 
‘De dochter van mijn baas verdwijnt, zonder enige spoor na te laten. Dat is toch vreemd?’  
‘Wat is daar vreemd aan? Veel mensen verdwijnen.’ 
Hij deed een stap dichterbij. Gunner deed hetzelfde. 
‘Daar weet jij natuurlijk alles van.’ 
Joe's blik was neutraal, maar zijn stem klonk bitter. 
 ‘Zeg gewoon wat je te zeggen hebt.’  
‘Je hebt gelijk, we doen dit dansje al veel te lang. Heb jij iets te maken met de verdwijning van Irene Feldman?’
 ‘Natuurlijk niet.’ zei ik zonder te knipperen. Liegen was een vak waar ik goed in was. Ik deed het zonder aarzelen, zonder blikken of blozen. Mijn hart sloeg niet over, ik zweette niet. Ik was een meesterleugenaar. En dat wist Joe. 
‘Dit ruikt naar jouw werk.’ 
‘Dan is er iets mis met je reukorgaan. Ik zou dat laten nakijken als ik jou was.’  
Hij haalde gefrustreerd een hand door zijn haar. ‘Op een dag zul je een fout maken, Mr Smith, en dan pak ik je.’
‘Ik weet echt niet waar je het over hebt, rechercheur.’
Hij keek me woedend aan. 
Ik keek onbewogen terug. Na wat een eeuwigheid leek, gaf hij als eerste op. Hij draaide zich om en stormde weg. — 

Woensdag, 21 maart 

‘Baas, we hebben een nieuwe klant.’  
Ik gooide de zak chips die ik bijna had opgemaakt, op mijn bureau. ‘Situatie?’ 
‘Slachtoffer van huiselijk geweld, zoekt een nieuw leven.’
‘Heb je haar nagetrokken?’ 
‘Trix is daarmee bezig.’
‘Wat voor werk doet ze?’
‘Huisvrouw.’ 
‘Wie heeft haar doorverwezen?’ 
‘Geen idee, ze zei dat ze toevallig op onze diensten is gekomen.’ 
Mijn inwendige radar begon te schreeuwen. ‘Heb je haar identiteitsbewijs?’  
‘Ik heb er een kopie van.’
‘Laat zien.’ 
Ik bestudeerde de foto van de vrouw en voelde mijn mondhoeken opkrullen. ‘Zeg maar tegen Trix dat ze haar pogingen staakt. We nemen de zaak niet.’
‘Waarom niet?’
‘Die vrouw is een agent.’ Ik had haar jaren geleden ooit gezien tijdens één van Joes politie-evenementen. En ik vergat nooit een gezicht. Goed geprobeerd, rechercheur. — 

Donderdag, 22 maart 
Joe Reynolds staarde naar de zenuwachtige man, door de observatiespiegel. De man had meteen om een advocaat gevraagd. Hoofdcommissaris Feldman kwam de ruimte binnen. ‘Wie is het?’
‘Jack Millis, hij is een marktanalist. Irene had een affaire met hem.’  
Feldman grimaste. ‘Ik ken hem. Gladde klootzak.’ ‘Glad, maar zenuwachtig.’ 
Een agent in uniform klopte op de deur. ‘Zijn advocaat is er.’ 
Een gezette, kalende man wandelde de onderzoeksruimte binnen en ging op de stoel naast zijn klant zitten. ‘Wat heb je gezegd?’ ‘Niets.’ 
‘Houden zo.’ 
Joe maakte aanstalten om het geluid te dempen toen Feldman hem tegenhield. ‘Ik wil horen wat ze zeggen. 
‘Baas, zijn burgerlijke rechten…’ 
Feldmans gezicht werd rood van woede. ‘De boom in met zijn burgerlijke rechten! Ik wil mijn dochter terug!’  
‘Wat moet ik doen?’ vroeg Millis. 
‘Je zegt gewoon niets!’
‘Maar Loco, …’
‘Heet zijn advocaat Loco?’ vroeg Feldman ongelovig. 
‘Loco is zijn bijnaam. Zijn echte naam is Manuel Sintra.’ 
 ‘Heeft Mr Smith het geregeld?’ 
 Joe spitste zijn oren toen hij dat hoorde. 
 ‘Ja.’ 
‘Hou dan verder je mond.’  
Feldman had het ook gehoord.
‘Wie is Mr Smith?’
‘Geen idee.’ 
Tot hij genoeg bewijs had tegen Mr. Smith, zou hij liegen. Ze was van hem, alleen hij zou haar binnen brengen en niemand anders. —

Zaterdag, 24 maart  

Jack Millis wil verdwijnen.’ zei Momo. 
Daar had je het. Millis was dom geweest en had zich verdacht gemaakt bij de politie. Ik had niets anders verwacht. Ik kon hem laten verdwijnen, maar dat ging niet eenvoudig worden, vooral niet nu de politie hem in de gaten hield. 
‘Regel het.’ 
‘Hij wil je ontmoeten.’
‘Geen ontmoeting. Regel zijn verdwijning. Neem extra voorzorgen. Dit keer betaalt hij van te voren, met een toeslag van twintig procent. Geen geld, geen service.’ — 

Terwijl Riaz, Millis' papieren in orde maakte, zorgde Momo voor het nodige transport. De juiste mensen waren afgekocht en alle puzzelstukjes lagen op hun plaats om Millis te doen verdwijnen.
‘Ik heb het web gescand naar alle foto’s van Jack Millis.’ zei Trix. 
‘Heb je alles gewist?’ vroeg ik. 
‘Ja, ik heb alleen geen toegang tot zijn gedrukte foto’s.’  
‘Dat is geen probleem. De meeste zoekopdrachten gebeuren toch via het internet.’ 
‘De papieren zijn in orde.’ zei Riaz.  
‘Gunner, jij ontmoet Loco om het geld op te halen. Tel het na en geef een sein naar Momo wanneer hij alles in gang mag zetten.’ —

‘Waar is Irene Feldman?!’ Joe sloeg met zijn hand tegen de tafel. 
Millis keek hem met een angstige blik aan. ‘Ikkk bbberoep me ooppp mmmijn zwijgrecht.’  
Joe greep hem bij de kraag. ‘Je kunt maar beter je mond opendoen. Mijn baas is niet blij, en hij kan je het leven zuur maken.’  
Op dat moment kwam Loco binnengestormd. ‘Tijd om mijn cliënt vrij te laten.’ 
‘Ik ben nog niet klaar.’ 
‘Mijn probleem niet. Staat hij onder arrest?’ 
‘Nee, maar dat kan nog veranderen.’  
‘Wanneer het zover is dan kun je hem ophalen. Laat hem vrij voor ik het departement aanklaag wegens onmenselijke behandeling!’ 
Joe maakte schoorvoetend de handboeien los. 
‘Millis, je komt met mij mee. Rechercheur, hopelijk tot nooit meer.’ Hij trok Millis met zich mee. Toen ze eindelijk buiten stonden, duwde Loco hem in een zwarte Sedan. 
‘Vaarwel, Millis. Niet meer met wapens spelen, jongen.’
‘Wacht! Mijn gezin! Ik wil afscheid nemen!’ ‘
Dat zal niet gaan.’ 
‘Maar, …’ 
Loco sloeg het portier dicht. — 

Woensdag, 28 maart 

‘Millis is op zijn bestemming aangekomen.’ zei Momo. 
‘Enige problemen gehad?’ vroeg ik.
‘Alles is op rolletjes gegaan, zoals gewoonlijk.’
‘Uitstekend.’ — 

Epiloog 
Zaterdag, 17 maart - de hut van Millis - 23u30  

‘Schatje, wil je een glas champagne?’ vroeg Millis.
‘Champagne? Wat is de gelegenheid?’ vroeg Irene nieuwsgierig. 
Hij schonk twee glazen uit en nestelde zich naast haar neer in de sofa. ‘Weet je het niet?’ 
‘Wat?’ 
‘We hebben elkaar drie maanden geleden ontmoet.’ 
Ze nam een glas van hem over. ‘Is dat zo?’
‘Ik snap nog steeds niet wat je in een lelijke man als ik ziet.’ 
Ze dronk haar glas in één teug leeg.
‘Wow schatje, van champagne moet je genieten.’ 
Ze nam zijn glas over, kwam overeind en legde beide glazen op het keukeneiland. ‘Ik weet het, liefje, ik ben gewoon zenuwachtig.’ Hij klopte zachtjes op de plek naast hem. ‘
Waarom? Kom gewoon bij me zitten en breng mijn glas mee terug’ Hij gniffelde. ‘Ik zal er wel van genieten.’ 
Ze liep terug naar de sofa, maar in plaats van naast hem te gaan zitten stopte ze bij het tafeltje waar haar tas lag en haalde er iets uit. 
‘Schatje?’ Zijn ogen werden groot toen hij het wapen zag. Hij kwam in één ruk overeind. ‘Wat doe je?!’
‘Het spijt me.’ mompelde ze.
Hij was in één sprong bij haar en nam het wapen af voor ze kon richten. ‘Wat de…?’ Nu richtte hij het wapen op haar. ‘Wat bezielt je? Waarom heb je een wapen?’
 ‘Alsjeblieft, het spijt me, ik ging niet schieten! Ik zweer het je!’ smeekte ze. ‘Ik heb een fout gemaakt. Geef me het wapen terug, ik zal het terug wegsteken.’ 
Hij lachte hysterisch. ‘Dat zal wel! Ik ben niet dom hoor! Zeg op! Waarom?!’ 
Ze bleef even stil. 
‘Wel?!’ Zijn geschreeuw deed haar verschrikt opkijken. 
'Ik werk voor Global Industries. Ze willen de plannen van je nieuwste project.’ 
'Ben je een spion?’ 
‘Zoiets. Ik was niet van plan om je neer te schieten, ik zweer het. Ik wilde gewoon de plannen hebben.’
‘Is dat waarom je met me hebt aangepapt?!’ 
Ze knikte beschaamd. 
Dus dat was de reden waarom ze zich zo schaamteloos op hem had gegooid. Niet omdat ze hem aantrekkelijk vond, niet omdat hij intelligent was, gewoon om de stomme plannen te krijgen voor zijn nieuwe creatie. Hij had het moeten weten, Irene is een knappe griet. En knappe grieten vielen niet op hem. Iets knapte in hem. Zijn gezicht vertrok in een spookachtige grijns. ‘Je wilde de plannen?!’ Hij begon hysterisch te lachen. ‘Er zijn geen plannen!’
‘Wat?’ 
‘Ik heb dat gerucht de wereld in gestuurd om mijn aandelen op te krikken. Er is helemaal geen nieuwe creatie!’ Hij stopte bruusk met lachen. ‘Dus je wilde me gebruiken?!’ Hij spande de trekker. ‘Weet je wat er gebeurd met knappe trutten zoals jij?’ Hij richtte op haar gezicht en schoot zonder aarzelen. De kogel ging door haar wang en kwam er door de achterkant van haar hoofd uit. Ze was op slag dood, dat zag hij aan haar ogen. Haar hoofd viel met een misselijkmakende klap op de tegels en bloed begon uit de schotwonde te stromen. Op dat moment ontwaakte hij uit de verschrikkelijke trance waarin hij had verkeerd. ‘Shit! Wat heb ik gedaan?!’ Hij liet het wapen vallen en belde naar Loco. 
‘Ik heb een probleem.’ —

Nora Rose

Chiraz schrijft onder het pseudoniem Nora Rose. Ze woont in Antwerpen en is 32 jaar. Ze is sinds haar vijfde levensjaar, gebeten door de schrijfkriebel. Fantasie is haar tweede naam. Ze kan rond elke situatie een heel verhaal verzinnen. Alles wat met literatuur en schrijven te maken heeft, fascineert haar. Al vanaf jonge leeftijd is ze begonnen met schrijven, maar ze heeft het gewoonlijke pad gevolgd. Studeren, werken, geld verdienen en rekeningen betalen. Ze heeft haar fantasie achter slot en grendel gestoken en heeft gewoon gedaan wat er van haar verwacht werd. Tot ze twee jaar geleden plots de lok van de pen niet meer kon weerstaan en de fantasiedraak die in haar huisde heeft losgelaten. Ondertussen heeft ze vier manuscripten liggen die ze hoopt te publiceren. Onlangs heeft ze het platform Drafts & Stories opgestart, voor beginnende schrijvers. 


info@draftsandstories.com



Bezoekersreacties:
Amal (28) op 26 april 2017:
Het verhaal is erg spannend en vlot leesbaar. Er zat duidelijk veel denkwerk achter de verhaallijn en de opbouw van de personages. Ik zat op de rand van mijn stoel. Graag zou ik toekomstgericht meer willen horen van deze talentvolle auteur.