Familiegeheim
Door: Hedi Derijks op 21 november 2011

Ze zijn weer bezig boven. Ingrid hoort het niet, maar ze weet het. Veel gevoel heeft ze er niet bij. Haar emoties zijn al lang geleden opgeslokt door een dikke donkere mist aan de randen van haar bewustzijn. De wil om zichzelf of iemand anders te beschermen is er uitgeslagen toen ze een jong meisje was. Daarna is het slaan voortgezet door de volgende man in haar leven, tijdens haar huwelijk. Trouwen en snel een kind krijgen is uiteindelijk geen oplossing gebleken. Dat weet ze nu. Huiselijk geweld en misbruik zijn voor haar normaal. Geestelijk lamgeslagen. Haar overlevingsstrategie is slikken en de andere kant opkijken. Daarom moet ze hier nu zo snel mogelijk weg.
Als ze haar boodschappentas uit de gangkast pakt, roept ze plichtsgetrouw naar boven dat ze naar de supermarkt gaat. Ze verwacht geen antwoord en laat de voordeur zachtjes achter zich in het slot vallen.
Buiten realiseert ze zich dat ze haar portemonnee is vergeten. Aarzelend steekt ze de sleutel weer in het slot. Snel gaat ze naar binnen om hem van de keukentafel te pakken, maar daar heeft ze hem blijkbaar niet achtergelaten. Ingrid probeert zich te herinneren waar hij dan wel kan liggen. Het zweet breekt haar uit als het gestommel boven haar hoofd steeds luider wordt. Paniekerig zoekt ze haar zakken na. De gesmoorde kreten van boven kan ze bijna niet meer negeren. De boze stem van haar dochter neemt in volume toe. Een harde klap en daarna gekreun. Ze wil hier weg!
Dan voelt ze haar portemonnee, gewoon in haar binnenzak! Ze haast zich weer naar buiten.
Schuldgevoel dringt zich op. Ze weet te veel en doet te weinig. Altijd al. Hard fietst ze weg. Aan het eind van de straat is ze buiten adem. Haar hart gaat tekeer en bloed gonst in haar oren, maar het paniekgevoel is gelukkig verdwenen. Ze stopt en gunt zichzelf nu pas de tijd om haar jas dicht te doen en haar vergrijsde blonde haar uit de kraag te vissen. Het boodschappenlijstje ligt thuis op het aanrecht. Ze doet het wel uit haar hoofd.

Yvonne stuurt de oude Renault het parkeerterrein op. Het is erg druk, maar zij mogen gelukkig op een invalidenplaats staan. Mensen kijken als ze haar vader voorzichtig uit de auto helpt. Dat doet haar goed, dan voelt ze zich belangrijk. Haar moeder staat achter haar te wachten met de rolstoel. Yvonne ziet het afgetobde gezicht van haar moeder. Ze herkent de blik in haar ogen. Een mengeling van angst en onvermogen. Heel even voelt ze vage genegenheid voor deze getergde vrouw. Snel slaat dat gevoel weer om in de vertrouwde, agressieve ergernis die de afhangende willoze schouders altijd bij haar oproepen. Totaal gebrek aan daadkracht, die moeder van haar! Ruw duwt ze het been van haar vader in de beugel en rijdt met hem richting de hoofdingang. Ze kijkt achterom waar haar moeder blijft. Die staat te treuzelen bij de auto. Ze spoort haar aan om op te schieten. Haar onderrug doet pijn als ze stil staat en ze wordt ongeduldig. Ze roept weer, nu dwingender.
”Kom nou, ma! Ik heb alles al in mijn tas, jij zou toch weer de helft vergeten!”
Een jonge vrouw loopt voorbij en kijkt haar zijdelings aan. Ze heeft haar zoontje aan de hand en duwt een kinderwagen met daarin een baby. Yvonne beantwoordt de blik met een knik van verstandhouding. Die vrouw weet natuurlijk ook hoe zwaar het is om je eigen leven op te offeren voor dat van anderen. Het kleine jongentje kijkt vol adoratie naar zijn moeder. Yvonne voelt een steek van jaloezie. Nu schreeuwt ze achterom.
“Kom je nou eindelijk!”

Als ze op de poli aankomen, zet ze haar vader in een hoek van de wachtkamer. Haar moeder gaat naast hem zitten en Yvonne loopt naar de balie. Een opgewekt trutje achter de desk vertelt haar dat de afspraken wat zijn uitgelopen die ochtend. Zuchtend draait ze zich om en neemt plaats tussen haar zwijgende ouders. Er zijn nog twee wachtenden voor. Een jong stel praat geanimeerd. Hij lacht haar liefdevol toe. Yvonne ergert zich, maar weet niet precies waarom. Verderop zit een oude man met naast zich zijn jonge evenbeeld. Waarschijnlijk is dat dus zijn zoon. Ze negeert de twee tortelduifjes. Zij haar ook.
De zoon is van haar leeftijd. Ze zoekt oogcontact. Ze voelt zich zeker in de rol van zorgzame dochter en frutselt wat aan de kleding van haar vader. Die schrikt en deinst terug.
“Och pap, wat schrik je nou, alsof ik jou iets zou willen aandoen!”
Meewarig hoofdschuddend kijkt Yvonne schuin naar de zoon. Hij gaapt en lijkt haar niet op te merken, wel ziet ze de oudere versie met toegeknepen ogen kijken. Ze is gewend dat mannen niet geïnteresseerd in haar zijn, maar een beetje blijk van wederzijds respect voor elkaar als zorgzame kinderen kan er toch wel af? En wat zit die oude vent nou argwanend te kijken! Plotseling is ze woedend, het liefst zou ze tegen hem gaan schreeuwen, maar ze perst haar lippen op elkaar. De laatste tijd is ze een beetje buiig. Het lukt haar nauwelijks haar stem in bedwang te houden als ze haar moeder zegt mee te komen.
“Kom mee! We maken wel een nieuwe afspraak, dit duurt veel te lang!” Ingrid protesteert een beetje, maar al snel staat ze op. Ze heeft haar schouders opgetrokken en richt haar lege blik op de nogal forse achterkant van haar dochter. Zonder iemand aan te kijken loopt ze achter haar aan.

Ingrid heeft zijn koffie gebracht en is daarna weer naar de keuken beneden gegaan. De achterdeur staat open. De zon schijnt even op het kleine plaatsje, maar niet lang genoeg om de eeuwige groene aanslag op de tegels te laten verdwijnen. Meestal is het straatje ondergedompeld in vochtige schaduw. Ze zucht en ziet de overeenkomst met haar eigen leven. Soms lijkt het bijna normaal. De laatste blauwe plek als teken van fysiek geweld is al jaren geleden verdwenen. Van hem daarboven heeft ze geen last meer. Het is heerlijk stil in huis als Yvonne naar haar werk is. Maar ze komt altijd weer thuis. Ook zij weet niet beter.
Haar dochter werkt al jaren in het plaatselijke bejaardentehuis. Vroeger was ze daar een onopvallende verschijning, maar in de jaren na het ongeluk is ze steeds meer op de voorgrond getreden. Nu heeft ze een centrale rol in de verzorging van de bejaarden. Haar collega’s bewonderen Yvonne. Naast een baan waarin ze niet gemist kan worden heeft ze ook de zorg voor haar gehandicapte vader op zich genomen. Dat Ingrid er ook nog is gaat meestal aan iedereen voorbij. Die ondergeschikte rol speelt ze graag, dat geeft haar een excuus om zo min mogelijk op te vallen en alles een beetje langs haar heen te laten gaan. Er is trouwens ook geen ruimte voor twee grote rollen in het toneelstuk van de zelfopofferende dochter Yvonne. En zo hoort het ook, dat is ze haar dochter wel verschuldigd. Op zijn minst! Toen hij haar steeds meer met rust liet had ze moeten weten dat haar dochter nu aan de beurt was. Aan het aanrecht staand neemt ze afwisselend een slokje koffie en een trekje van haar zelfgedraaide sigaretje. Ze moet het avondeten klaarmaken. Gelukkig komt Yvonne de laatste maanden steeds minder vaak tussen de middag thuis een boterham eten. Dan blijft het in ieder geval overdag rustig boven.

De balkondeuren staan open en hij hoort zijn vrouw beneden in de keuken met potten en pannen rommelen. Het klinkt vertrouwd. Maar vertrouwd is niet hetzelfde als vredig. Vertrouwd is de constante pijn in zijn lijf. Vertrouwd is het lichaam van zijn dochter. Vertrouwd is het zwijgen van zijn vrouw. Vertrouwd is de angst. Vertrouwd is de zekerheid van een rotleven. Hij heeft het te accepteren. Wie zou hem geloven? Niemand toch? Hij heeft overwogen het aan de dokter te vertellen, maar zijn dochter is er altijd bij. Uiteindelijk heeft hij het toch aan zichzelf te wijten. Hij is hopeloos aan haar overgeleverd, net als zij vroeger aan hem. Zijn vrouw kiest er voor om het niet te weten, dat is ook net als vroeger. Hij weet dat hij ook geen recht heeft op haar hulp, hij mag al blij zijn dat ze voor hem zorgt na alles wat hij hen heeft aangedaan.

Yvonne staat in de kamer en geeft haar vader een kus. Hij draait zijn hoofd weg.
“Wat is er, pa? Ben je niet blij dat ik thuis ben? Ik heb jou wel gemist!”
Ze grijpt met haar harde handen zijn magere gezicht en kust hem op zijn mond. Boos geeft ze een harde duw tegen zijn rolstoel. Hij valt eruit. Hulpeloos ligt hij op de grond.
Ze loopt de trap af naar de keuken. Ingrid heeft de tafel gedekt.
In stilte eten ze. Daarna loopt Yvonne zonder haar moeder een blik waardig te keuren de trap weer op.
Daar ligt hij. Gelaten staart hij naar het plafond. Yvonne heeft haar witte uniform aan. Haar panty en onderbroek heeft ze uitgetrokken. Ze gaat naast hem zitten. Haar handen strelen zijn gehavende benen. Eerst laag, waar hij verlamd is. Steeds hoger betast ze hem tot waar zijn gevoel begint. Onwillekeurig begint zijn verder zo zwakke lichaam sterk te reageren.
“Zie je wel, je hebt mij ook gemist!”
Geroutineerd ontbloot ze zijn onderlijf.
Yvonne gaat met haar benen wijd boven op hem zitten en schuift net zo lang heen en weer tot ze er genoeg van heeft. Ze wil hem en zichzelf laten voelen dat zij nu de baas is. Daarna veegt ze met haar onderbroek eerst zichzelf en dan haar vader schoon. Ze knoopt zijn broek dicht en zet hem voorzichtig weer in zijn rolstoel. Het euforische gevoel van macht ebt langzaam weg. Steeds sneller de laatste tijd. Dan voelt ze de beklemmende leegte die ze maar al te goed kent uit haar jeugd. Hetzelfde gevoel als vroeger als hij uit haar kamertje liep. Ze wilde liefde van haar vader, maar ze kreeg hetzelfde als dat zij zelf nu van hem neemt. Niemand anders wil haar. Liefde kent ze niet, ze verwart het met macht. Maar toch blijft ze er naar hunkeren.

Behoedzaam doet Ingrid de voordeur open. Ze luistert. Opgelucht hoort ze dat Yvonne in de badkamer rommelt. Het is dus weer voorbij. Ze ruimt de tafel af. Afwassen kan nu niet want dan staat haar dochter onder een koude douche. In de magnetron warmt ze een bord eten op. Het restje van overgebleven stamppot schraapt ze uit de pan en gooit het in de vuilnisbak. Dan loopt ze de trap op om hem zwijgend zijn eten te brengen. Heel even vangt hij haar blik, die ontwijkt ze handig. Ze gaat naar beneden om thee te zetten.
’s Avonds op de bank ziet ze hoe haar man ineen krimpt als Yvonne hard lacht om iets op de televisie. Ingrid probeert haar gedachtestroom te laten stoppen door haar nagels hard in haar handpalmen te drukken. Meestal lukt dat. Nu niet, het deurtje in haar brein staat iets te ver open. Ze begint te malen. In dit gezin draait alles om angst en macht. Het ongeluk destijds had een eind moeten maken aan al deze ellende. Maar zelfs dat is haar niet gelukt, net zoals ze haar huwelijk en het moederschap verpest heeft. Als ze de moed had gehad om het stuur echt helemaal om te gooien dan had ze iedereen een hoop pijn bespaard.

Ze hadden die zaterdagmiddag de weekboodschappen gedaan. Hij ging altijd mee om haar te controleren. Zij reed omdat hij al bier op had. Hij ging naast Yvonne achterin de auto zitten. Zoals gewoonlijk deed hij geen gordel om. Dan had hij meer bewegingsruimte, zei hij altijd. Ingrid keek in de achteruitkijkspiegel. Per ongeluk had ze oogcontact met haar dochter. Ze zag in haar dochters ogen datgene wat ze altijd had geprobeerd te ontkennen. Scherp als een mes kwam ineens het besef door de dikke mist in haar brein. Ze moest dit nu stoppen!
Het leek een gewoon, maar ongelukkig eenzijdig ongeval. De politie dacht dat ze een fractie van een seconde de macht over het stuur verloren was. Yvonne had een gebroken sleutelbeen en zijzelf had zelfs geen enkel schrammetje met dank aan de airbag. Hij werd door de voorruit naar buiten geslingerd. Twee verlamde onderbenen, een verbrijzelde hand en een zware hersenschudding, maar jammer genoeg was hij niet dood. Achteraf gezien was het misschien wel erg naïef van haar om te denken dat alles opgelost zou worden door deze ene wanhoopsdaad. Dan was ze er wel heel gemakkelijk van af gekomen. Ze had het kwaad onder haar eigen ogen laten geschieden en nu moest daarvoor de prijs betaald worden. Even was er de rust, waar ze zo naar had verlangd. Maar al snel werd haar duidelijk dat met het stoppen van het lichamelijke geweld, de sporen van geestelijke beschadigingen niet meer weggenomen konden worden. Niet bij Yvonne en ook niet bij haar. Er ontstond een andere macht/angst verdeling binnen het gezin.

Ingrid schrikt op uit haar gepeins als Yvonne opstaat. Ze gaat eerder naar bed dan gewoonlijk. Ze ziet er moe uit. Als ze zich uitrekt ziet Ingrid de opbollende buik van haar dochter naar voren steken. Bloed schiet naar haar hoofd en het lijkt alsof de wereld stil staat. Yvonne is zwanger!

Ingrid zit beneden in de kleine keuken. De veilige wazige mist in haar hoofd is helemaal verdwenen. Hoe heeft ze zo stom kunnen zijn! Er woedt een storm in haar hoofd met orkaankracht vijf en ze is niet in staat die tot bedaren te brengen. Uiterlijk is ze helemaal stilgevallen. Ze ademt amper. Haar handen liggen roerloos in haar schoot terwijl ze staart naar de sigaretten die op de keukentafel liggen. Het is nacht en stil in huis. Ze denkt aan het moment drie jaar geleden, net voor het ongeluk.

Ze zit weer in de auto. De verwijtende blik van haar kind brandt in de achteruitkijkspiegel. Ze smeekt zwijgend om hulp. Ze heeft die blik al zo vaak genegeerd en wil gewoon weer wegkijken. Net te laat. Ze ziet haar dochters ogen groot worden en haar gezicht pijnlijk vertrekken. Als ze naar achter kijkt ziet ze dat haar man zwaar over Yvonne heen hangt. Zijn hand maakt niet mis te verstane bewegingen onder haar rokje. Nu kan Ingrid het echt niet meer te ontkennen. Haar dochter wordt door haar vader misbruikt. Ze voelt de onmacht en pijn van Yvonne en zichzelf alsof zij één en dezelfde persoon zijn. Dan ziet ze zijn losse gordel en geeft een wanhopige ruk aan het stuur.

Maar hoe nu verder? Pijn, beschadiging en blauwe plekken gaan van generatie op generatie over in dit gezin.
Langzaam komt ze in beweging. Ze is behalve slachtoffer ook medeplichtige. Zij is degene die deze vicieuze cirkel moet doorbreken. Er mag niet nog een onschuldige ziel worden toegevoegd aan deze routine van geweld en ontkenning.
Ze loopt langzaam naar het gasfornuis. Dat Yvonne haar boosheid en frustratie op haar vader afreageerde wist ze wel. Maar dat haar dochter zo ver ging heeft ze niet geweten. Of wel? Het doet er niet meer toe, ze mag nu niet meer laf zijn. Geweld is als onkruid. Het verdwijnt alleen als het met wortel en tak wordt uitgeroeid.
Ze draait het gas open en als in trance beweegt ze zich naar de keukentafel. Hoe lang zou ze moeten wachten? Het duurt waarschijnlijk uren voordat het huis zich heeft gevuld met het explosieve gas. Met dat besef draait ze zich om en trekt de la open om een scherp keukenmes te pakken. Als ze klaar is gaat ze zitten. Voor de laatste keer pakt ze haar sigaretten- vulmachientje. Ze heeft de handeling al zo vaak uitgevoerd, de filter, de lege huls en de tabak. De gewoonte is nu tevens afscheidsritueel en het maakt haar rustig en vastbesloten. Deze keer zal ze niet falen. Ze kan niets terugdraaien, maar ze kan er wel voor zorgen dat deze terugkerende nachtmerrie eindigt.

De sigaret is klaar en ze houdt hem in haar linkerhand. Haar blik blijft op het fornuis gericht terwijl haar rechterhand reikt naar de aansteker die op de asbak ligt. Ze tast de tafel af maar voelt niet de vertrouwde koelte van de glazen asbak. Met tegenzin wendt ze haar blik van het gasstel af. Plotseling is daar een allesomvattende pijn. De grote, zware asbak komt hard op haar magere hand terecht. De tere botjes breken. Met een schreeuw laat ze de sigaret vallen. Het door haat vertrokken gezicht van haar dochter doemt boven haar op. Ingrid drukt haar gewonde hand beschermend tegen haar borst en weert daardoor te laat af. De asbak raakt de zijkant van haar gezicht. Ze hoort eerst gekraak en dan voelt ze een diepe pijn. Haar jukbeen is gebroken. Ze zakt ineen op de grond.
“Jij weet het, hè?”
Yvonne draait eerst de knop van het gasfornuis dicht en kijkt dan naar het bebloede gezicht van haar moeder.
“Jij neemt dit niet van mij af! Altijd heb je de andere kant opgekeken en nu wil je ineens iets doen… mooi niet! Dit is van mij. Ik ga alles goedmaken!”
Met een verwilderde blik wrijft ze als een bezetene over haar buik.
Dan bukt ze voorover om de verfrommelde peuk van de grond te pakken. Ze mompelt binnensmonds iets dat meeroken slecht voor de baby is en gooit de sigaret in de volle afvalbak die op het plaatsje staat. Daarbij raakt haar hand de met aardappelprut besmeurde vuilnisdeksel.
“Gatver!”
Yvonne keurt haar moeder geen blik waardig als ze naar de gootsteen loopt om haar handen te wassen. “Het spijt me!” zegt Ingrid terwijl ze naar haar dochter kijkt, die de warme kraan open draait. De geiser slaat aan. Yvonne kijkt opzij om een hatelijke opmerking tegen Ingrid te maken. Dan ziet ze de doorgesneden gasslang achter het fornuis hangen. Het laatste wat ze ziet is de liefdevolle en vastberaden blik van haar moeder. Zo heeft ze haar nog nooit gezien. Ze wil schreeuwen, maar een alles verzengende hitte smoort het geluid in haar keel.

Hedi Derijks

Hedi Derijks is 42 jaar, moeder van 3 (14,12,9) en woont in Oudewater.



Bezoekersreacties:
Astrid Out (41) op 7 maart 2012:
Geweldig!! Wat een spannend verhaal. Ga zo door en we zien je boek graag!!

Bets Wagevoort (62) op 22 december 2011:
Super spannend en mooi opgebouwend naar het einde toe geschreven.

Anneke (40) op 1 december 2011:
Zucht ... Wat jammer dat het zo kort is! Wat sterk en wat spannend! Ook ik kijk uit naar een boek, wow!

Rita Hilhorst (66) op 30 november 2011:
Wat een geweldig en spannend verhaal!!! Ga zo door, je hebt beslist aanleg.

Myra Verdouw (41) op 25 november 2011:
Bizar verhaal, mooi stukje werk! Pakkend vanaf het begin.

Ria van Raalte (62) op 22 november 2011:
Weer zo'n spannend verhaal!! Helemaal geweldig, in een keer uitgelezen, want als je eraan begint kan je niet meer stoppen!! SUPER!!

Hennie van Hove (61) op 21 november 2011:
Wat een geweldig goed spannend verhaal. Ik denk dat hiermee alles gezegd is. Hoop echt dat ik nog eens een boek van je kan lezen.