Opgeruimd staat netjes
Door: Vivian op 5 december 2016

Jody doofde het gebrul van de wekker en wist meteen, dit wordt geen goede dag. Er zijn zo van die dagen dat je dat meteen weet, je voelt het instinctief aan en meestal is dat dan ook wel zo. Andersom gebeurt dat ook wel eens. Dan schiet je wakker en ben je meteen vol energie. Klaar om de dag tegemoet te lachen. Dat gevoel was nu bij Jody heel ver weg. Ze ging rechtop zitten en slaakte een gil toen ze het bebloede kadaver aan haar voeteneind zag liggen. De kleine, ronde zwarte oogjes van de gehavende muis keken haar grimmig aan. Zijn buik vertoonde een gapende zwarte wond en het bloed had een kleine plas veroorzaakt op haar witte lakens.
“Jakkes Felix, moet dat nu?” Boos keek Jody naar haar grijze kat die haar vanuit de hoek van de slaapkamer gade sloeg. Felix was een pracht dier dat zo uit een Sheba-reclamespotje gestapt kon zijn maar haar karakter was lang niet zo sierlijk als haar uiterlijk. Ze kon niet aan haar jachtinstincten weerstaan en had er vandaag niet beter op gevonden dan haar prooi mee naar binnen te nemen in plaats van buiten in de kou op te peuzelen.

 

Jody nam een viertal zakdoekjes uit de doos, raapte het dier gruwelend op en liet het met een plof in de vuilniszak neerkomen. Gelukkig was het net vandaag de ophaaldag van het vuilnis zodat er geen ontbindingsgeuren zich meester van het huis konden maken. Er zijn echter leukere manieren om op te staan, daar was ook haar maag het mee eens.


Ze liep naar de badkamer om eventuele restanten dode muis weg te wassen. De douche was veel te lang koud en eens ze warm was moest ze er weer onderuit om het weer koud te hebben omdat het contrast met de hete laatste stralen te groot was. Ze trok kleren aan die volgens haar gevoel haar niet echt stonden en maakte een ontbijt dat ze zonder veel smaak opat. Ook dat gebeurt wel ‘ns. Je eet je ontbijt als een voorgeprogrammeerde robot maar je vergeet te proeven. Zonde eigenlijk.

Jody trok haar regenjas aan. Hoe had het ook anders gekund, het regende buiten. Nog enkele graden kouder en de vieze regen hadden mooie sneeuwvlokken kunnen zijn. Sneeuw kan een grijs, donker landschap omtoveren in een prachtige wenskaart maar dat was nu niet het geval. Het was allemaal grijs, nat en heel koud. Met haar tas en sleutels in de ene hand en de muislijkzak in de andere liep ze naar buiten. Ze zette de grijze zak neer en liep naar haar rode Opel Corsa die vandaag zijn 300.000 km verjaardag te vieren had. Het was zo een fijne verjaardag zoals elke vrouw blij is als ze 40 wordt. Terwijl ze de berm overstak trapte ze in een hondendrol die daar door een blijkbaar niet al te kleine viervoeter neergelegd was. “Shit!” was nu de enige juiste uitroep. Zo goed en zo kwaad ze kon, veegde ze het goedje kokhalzend aan het gras af en stapte ze in haar wagen. De geur van het verteerde voedsel van de hond stapte helaas met haar in. Ze startte de motor en blijkbaar had de oude kar zijn feestneus opgezet want het rode lichtje van de benzinetank lichtte fel op. Een extra 5 minuten trip naar de benzinepomp kon er nog wel af. Ze reed naar pomp nummer drie en voor het eerst in haar leven blij met de doordringende benzine geur die ze rook, liet ze het feestvarken drinken van ongelode benzine 95. Proost!

Een zwarte pickup truck met op de achterbak een stijlvolle rode sticker waarop ‘Kom aan mijn bumper en ik kom aan de jouwe!’ stond, stopte aan pomp nummer 4. Een dikke vijftiger stapte uit en hees zijn broek op tot aan zijn dikke buik die over zijn broeksriem puilde maar dat verhinderde niet dat Jody even later zijn behaarde bouwvakkersdecolleté moest aanschouwen toen hij plots besliste zijn veters te knopen. Ze wendde haar blik met afschuw af. “Moest dat nu echt?” brulden haar gedachten die alles uit de kast haalden om het beeld niet in het lange termijngeheugen op te slaan. Er zijn zo van die dagen. Toen de pomp klikte en haar vertelde dat haar auto vol was en ze de slang terug in de pomp opborg viel haar blik onfortuinlijk weer op de man die, ook al was het nog maar kwart na acht in de morgen, zijn blikje cola leegdronk, het samenkneep en op de grond smeet. “De vuilbak staat recht achter u,” zei Jody zelfverzekerd. De man liet zijn blik net iets te nadrukkelijk over Jody haar lichaam glijden maar besloot dan enkel te boeren als antwoord en stapte weer in zijn truck. Terwijl hij wegreed opende hij zijn raam een smeet er een half aangevreten appel uit. De appel bonkte niet toevallig recht op de motorkap van de oude jarige die gelukkig nog stevig genoeg was om net geen deuk te vertonen. Jody kookte van woede toen ze de rode bumpersticker kleiner zag worden maar wist dat ze er niks meer aan zou kunnen doen. Het varken had gewonnen en lachte haar waarschijnlijk nog eens goed uit ook.

Somber reed ze verder in haar rode wagen die gelijk gekleurde verkeerslichten leek uit te lokken. Het verkeer ging tergend traag en alle vertragingen bij elkaar zorgden ervoor dat ze toch net iets te laat kwam. Jody haat het te laat komen. De voormiddag vloog om en haar collega Lut, die wel in een goede bui leek te zijn, stelde zelfs voor om in de middagpauze gezellig ergens anders te gaan eten. Jody die wel een verzetje kon gebruiken ging akkoord en tegen vijf na twaalf zaten ze in een kleine, knusse broodjeszaak om de hoek. Het broodje was niet echt een culinair hoogtepunt maar het kon er mee door. Toen ze echter opstond en naar buiten wilde lopen hield haar collega haar plots tegen. “Jody je rok!” zei Lut met een vies gezicht. Jody trachtte de achterkant van haar rok te bekijken en trok hem wat naar voor en zag toen de oorzaak van Lut haar afschuw. Een felroze, uitgesmeerde ronde vlek pronkte op haar donkerbruine rok. “Ieuw,” bracht Jody uit. “Wie doet dat nu? Een kauwgom op een stoel achterlaten!” Met een wit papieren servetje probeerde ze het ding van zich af te plukken maar vermits er net gedurende twintig minuten een volle 72 kg op gezeten had, was het enige resultaat dat er op de roze bol nu ook nog witte stukjes papier plakten.  
“Die zal aan de onderkant van de tafel geplakt zijn en er weer zijn afgevallen,” verklaarde Lut die nog altijd een vies masker droeg. “Even naar het toilet,” zuchtte Jody en griste een mes mee dat op de gedekte tafel naast hen lag. In de toiletten was gelukkig niemand en ze draaide haar rok achterstevoren en ging het gevaarte met het mes te lijf. Even flitste de dikke man van deze morgen voor haar ogen voorbij. Hij kauwde wansmakelijk op een kauwgom waarmee hij nadien een grote roze bel blies die opensprong en nu over zijn neus en wangen plakte. Hij grijnsde naar haar. Jody omklemde het botte mes in haar handen en voelde de woede weer opkomen. Het mes was te bot om het roze plaksel te verwijderen maar zou scherp genoeg zijn om in zijn vette borst een groot gat te steken.

“Een varken aan een spies! Zoals het hoort,” vertelde ze zich zelf terwijl ze in de spiegel zag hoe haar vingerknokkels wit kleurden omdat ze het mes te krampachtig vasthield. Ze smeet het mes, dat machteloos was tegen de kauwgom, in de gootsteen en besefte in horror dat de enige manier om van het roze kauwsel van iemand anders kwijt te raken was het met haar nagels er af te krabben. Het goedje, dat minutenlang in een vreemde mond had gezeten tot alle smaak er uit was gezogen en nu doordrenkt was met de bacteriën van een ander, liet los en belandde stukje bij beetje in de vuilbak. Jody kon het niet verhinderen dat er stukken onder haar nagels bleven zitten. Ze trachtte haar nagels ook schoon te maken maar in plaats van los te laten nestelde zich het roze juist steeds verder onder haar nagel. Bijna roze vrij waste ze met veel te veel zeep haar handen. Ze kon nu maar evengoed naar het toilet gaan maar bedacht zich toen ze het toilet deurtje opende en het bebloede maandverband op de grond voor het toilet zag liggen. Het vuilnisbakje dat naast het wc stond was leeg. Het varken was blijkbaar getrouwd met een bloedende zeug, dat kon niet anders.

Die middag had Jody af en toe het gevoel dat ze zich letterlijk aan haar stoel voelde vastplakken. Iets met haar blote handen in haar mond stoppen zou ze de eerste dagen ook niet meer doen.

Gelukkig was het snel half vijf en zocht ze haar rode kar weer op. Een half uur later parkeerde ze in haar straat naast een andere berm dan deze morgen en liep naar haar voordeur. Haar voordeur die nu ter ere van de 300.000 km verjaardag van haar Opel versierd was met de inhoud van de vuilniszak die ze deze ochtend buiten had gezet. Zuchtend baande ze zich een weg door haar eigen vuil. Het leek wel of de arme grijze zak deze morgen aangereden was door een auto. Zeer waarschijnlijk door een zwarte pickup truck met een rode sticker achter op. Geen twijfel mogelijk. De zak – nee niet het varken maar de vuilniszak - zijn buik was ver opengescheurd en de ingewanden lagen verspreid voor haar anders zo nette voordeur. Ze opende de deur en zocht binnen naar een nieuwe zak. Ze verzamelde het vuil en stak het in de nieuwe zak. Even proefde ze haar middageten bijna weer toen ze de muis met zwarte pareloogjes weer tegen kwam maar ze slaagde er in het zuur te onderdrukken. Ze knoopte de zak zuchtend stevig dicht, wetende dat hij nu voor 14 dagen op haar terras zou staan.

Voor de zoveelste keer vandaag waste ze veel te lang haar handen die stilaan door water en koude erg droog aanvoelden. Ze keek in de koelkast en zag het stuk roze vlees liggen dat ze voor vandaag ingepland had. Beneden in het witte schaaltje lag een klein beetje rood gekleurd vocht. Ze sloot de ijskast, ze had nu geen zin in een vette varkenskotelet. Ze zou een varken kunnen slachten maar opeten? Nee, niet meer na vandaag. Ze glimlachte om haar eigen gedachten en nam de grote doos Kellogg’s Special K uit de kast. De rode letters op de witte doos leken vandaag speciaal voor haar te zijn. Met een volle kom speciale cornflakes en een veel te grote lepel liep ze naar de woonkamer en liet zich op de bank neerploffen. Ze zapte door de kanalen die niks nuttig konden laten zien tot ze op een oude aflevering van de Freggels stootte. “Zenden ze dat nog uit?” Ze had er vroeger graag naar gekeken behalve dan naar het logge monster bestaande uit tuinafval. Ze had het altijd maar een griezel gevonden maar terwijl ze hem nu over het tv-scherm zag glijden viel hij best mee. Een schoonheid in vergelijk bij de beer van deze morgen met zijn bloedende zeug. Ze zapte verder en stuitte op een film die bij haar favorieten hoorden. Ze zag hoe Anthony Hopkins – nu even Hannibal Lecter – op een karretje vastgebonden stond. Hij droeg een eng masker om te verhinderen dat hij iemand zou bijten. Ze reden hem – hoe toepasselijk voor vandaag – naar een grote varkensstal. Het waren geen gewone varkens maar grote kolossen met scherpe hoektanden die klaar stonden om de zo gevreesde kannibaal in stukken te scheuren en te verorberen. Ze kende het verhaal. Van Lecter zouden ze geen stuk krijgen. Van hem niet.

Jody schrok toen ze buiten een harde klap hoorde. Ze schoof het gordijn opzij en keek naar buiten. Ze kon haar ogen niet geloven: iets verder in de straat had een zwarte pickup truck in de straat gekeerd om een oprit op te rijden en met het naar achter te manoeuvreren had hij haar arme oude Opel geraakt. De truck met jawel, een rode sticker, reed vooruit zijn oprit op. Het zwijn stapte uit en bekeek de achterkant van zijn wagen, haalde zijn schouders op en liep naar binnen. Jody was in shock. Ze wist alleen niet wat haar het meeste choqueerde. Het feit dat hij een jarige had geramd en zorgeloos naar binnen was gelopen of het feit dat net hij – het wansmakelijke dier – in haar eigen straat woonde en net tegen haar auto gereden was. De shock werd doorbroken door het gekrijs van bloeddorstige soortgenoten van haar schuinoverbuurman op tv. Jody liet de varkens op het scherm zwijgen en schoot woedend in haar sneakers en liep naar buiten. Haar Opeltje was diep geraakt. Een afdruk van een dikke trekhaak stond in zijn portier gedrukt. De rode lak vertoonde zilveren blikwonden die zeker niet vanzelf zouden helen. Het wagentje was dapper en leed slechts in stilte.

Jody voelde hoe haar lichaam trilde van woede en ze moest diep inademen om zich te beheersen. De hormonen die haar bijnieren nu door haar lichaam joegen maakte haar extra moedig en met grote passen liep ze naar het huis van de aanrander van haar wagen. Naast de deur hing een bordje : “Let op hier waak ik!” Het zwijn had een hond en Jody wilde niet weten waar het dier deze morgen zijn ontlasting had neergelegd. Ze nam een grote hap lucht alsof die haar extra moed kon geven en belde aan. Het varken deed open en keek haar enigszins verbaasd aan. Zijn witte T-shirt was zeker twee maten te klein en liet een stukje spek zien. Gele kringen versierden zijn oksels en verwelkomden haar met een zurige geur. “Wat moet je?” leek het dier te kunnen zeggen. “U bent tegen mijn wagen gereden,” bracht Jody uit die wijselijk op een afstand was gaan staan. “Nee hoor er is niks aan mijn wagen,” antwoorde hij droog. Jody liet zich niet van haar stuk brengen. “Dat komt omdat u een stevige trekhaak hebt maar ik heb net gezien hoe u tegen mijn wagen reed en een flinke deuk achterliet. Dat wordt verzekeringswerk om dat te herstellen. Heeft u papieren?” Kalm en beleefd blijven leek haar de beste strategie als ze haar wagen nog wilde redden. “Natuurlijk heb ik papieren maar die heb jij niet nodig. Ik was het niet en u kunt iets anders niet bewijzen,” knorde hij en smeet de deur dicht in haar gezicht. Jody had nu moeite zich te beheersen. Zo kwaad was ze. Ze had het benauwd warm en wilde niks liever dan dit laatste beeld van haar interne harde schijf wissen maar toch belde ze weer dapper aan. “Wat moet je nu? Hoepel op!” “Ik ben zeker niet de enige die u heeft gezien. Wilt u echt dat ik de politie bel?” Jody wist niet waar ze de brutaliteit vandaan haalde. De reus was zeker twee koppen groter als zij en minstens het dubbele van haar gewicht. Ze was niet goed wijs. “Doe wat je niet laten kan missie maar ga nu of wou je soms binnen komen?” Hij keek haar nu grijnzend aan en liet zijn dikke varkenstong over zijn lippen glijden. Zijn linkerhand met vingers die echt op worsten leken gebaarden haar binnen te treden. Jody haar verstand nam het nu van haar woede over. Ze draaide zich om en liep weer weg. Weg van hem en al zijn vuiligheid. Ze kookte van woedde en wenste hem op een karretje, vastgebonden en klaar om de varkensarena te betreden. Ze wist echter dat dit buiten haar mogelijkheden lag.

De verstandige Jody zou de politie bellen, de Jody van gisteren zou dat zeker gedaan hebben maar de Jody die vandaag had moeten doorstaan deed dit niet. Ze zou niet tevreden zijn met wat de politie zou zeggen. Ze zouden niet veel kunnen doen en hij zou haar nog harder uitlachen. Nee, voor hem moest ze iets anders bedenken. Iets passends. Iets dat hem voorgoed zou doen zwijgen. Iets dat in de buurt kwam van de gruwel van de varkensarena. Hij zou minstens even hard moeten krijsen. Pas binnen in haar vertrouwde woning bedaarde haar hart. Haar lichaam keerde in rust terug maar haar geest was nog steeds razend en zocht koortsachtig naar een manier om hem te laten boeten. Hij moest boeten voor de stront, voor de appel en voor het blikje. Hij moest lijden voor de kauwgom die hij daar ongetwijfeld speciaal voor haar had neergelegd en voor het bloed. Hij zou betalen voor haar voordeur en voor haar wagen. Maar vooral zou hij moeten sterven voor zijn vieze zelf en voor zijn vrouwonvriendelijke gedachten die hij had gehad. En sterven zou hij.
arena te betreden. Ze wist echter dat dit buiten haar mogelijkheden lag.

“Wat doe je met zo een groot stuk vuil?” vroeg ze zich luidop af en opeens wist ze het. Ze wist hoe ze het zwijn zou kunnen laten zwijgen en niemand zou kwaad opzet vermoeden. Ze zou het krijsen ruilen voor iets dat veel beter was. Ze zou hem zelf niet vermoorden, dat zou het vuil in haar plaats doen.

De volgende ochtend stond Jody heel vroeg op. Ze had diep in haar binnenste verwacht dat de nacht haar woede zou bekoelen en ze haar plan nooit zou uitvoeren maar niks was minder waar. De duisternis van de nacht had haar vastberadener gemaakt dan ooit. Nog voor de wekker zes uur had laten zien stond ze op. De pen en het papier lagen al klaar en Jody twijfelde er niet aan of het zou werken en ze schreef in sierlijke letters:

Ik ben er van overtuigd dat we een compromis kunnen vinden en onze geschillen kunnen bijleggen. Graag had ik u daarover deze avond gesproken om 19:00 stipt. Uitkijkend naar een goed gesprek, vriendelijke groeten, uw buur van nummer 18 met de rode Opel. Jody 

PS: Als dat u past, gelieve dit briefje terug in mijn brievenbus te steken dan weet ik dat ik u kan verwachten.  

Ze drukte met haar net gestifte lippen een kus onder haar naam. Het rood zou de meeste mannen doen fronsen. Een verstandig, geleerd man zou dit niet geloven maar een beest als hij die zijn verstand veel te laag droeg zou ongetwijfeld toehappen. Ze stak het briefje onder zijn ruitenwissers en reed met haar gewonde wagen naar het huis van haar ouders. Ze dronk bij hen koffie, ruilde haar wagen voor een fiets en nam stiekem haar vader zijn pistool met geluidsdemper mee. Ze had hem nog voor gek verklaard toen hij besloot als reactie op de nieuwe wet dat je wapens enkel mocht bezitten als ze geregistreerd waren juist een ongeregistreerd wapen in huis te halen. Haar vader had een diep gewortelde haat jegens de overheid met zijn bijhorende marionetten en hij liet dat soms op een vreemde manier merken. Vreemd maar nu wel erg welkom. Jody reed met de fiets weer naar huis. De politie hoefde haar gewonde wagen niet te zien. “Ongelukken gebeuren,” zouden ze haar troostend zeggen en Jody zou aangeslagen knikken. Een traan zou ze om hem echter niet laten, ook niet een gefakete. Dat was hij niet waard.

Het was tien voor zeven toen de deurbel ging. Een dier gedreven door seksuele driften was ongeduldig. Ze opende de deur en keek naar de verwonder van haar wagen die nu een bruin-rood gestreepte trui aangetrokken had. Jody wist zijn naam niet maar als hij nu Freddy bleek te heten zou haar plan nog in gevaar komen door haar harde lachen die niet onmiddellijk te stoppen zou zijn. Ze glimlachte over haar gedachten en het hoofd op de trui vatte dit op als een vriendelijke groet.

“Missie je bent niet goed wijs maar dat bevalt me wel!” zei hij. 
Missie was er zeker van dat het hem wel zou bevallen en schonk hem eerst een stevige borrel in. Een die hij ook maar al te graag aannam. Gemarineerd vlees smaakt altijd beter. Het bio-label zou hij nooit halen. Jammer voor hem bleek hij Brent te heten. Helaas.
“Zo een compromis hé,” zei hij met een blik die Jody nooit van hem had willen zien.
“Ja, ik denk wel dat ik een manier weet hoe dat je me kunt terug betalen.” Jody was kalm, hetgeen haar eigenlijk zou moeten verbazen maar dat deed het niet. Ze glimlachte alleen geheimzinnig tegen de man die in haar woonkamer stond. 
“Missie je bent me er eentje!” Het zwijn, dat inderdaad naïef genoeg was en dacht de hoofdprijs gewonnen te hebben, deed een stap dichter bij.
Jody zag dit als een teken dat het toneel wel lang genoeg had geduurd. Ze trok haar wapen en deed nog steeds ijzig kalm een stap achteruit. Het varken schrok zichtbaar.
 “Een verkeerde beweging en je gaat eraan!” hoorde ze zichzelf zeggen.
“Wijf doe dat ding weg, dat lef heb je niet!” De inhoud van zijn woorden waren sterker dan het geluid van zijn stem. 
Jody glimlachte en loste een schot voor zijn voeten. Het lood boorde bijna geluidloos een gat in de houten vloer. Ze had dit voorzien en het vloerkleed weggehaald. Dat zou er straks weer mooi over gaan. Het zwijn sprong omhoog van de schrik. 
“Gestoord! Je bent gestoord!”  
Jody zweeg. Ze hield haar hoofd een beetje schuin een keek tevreden naar de zweetparels die op zijn voorhoofd verschenen waren. ‘Parels voor de zwijnen gooien’, was dat niet een uitdrukking?
“Doe alsjeblieft dat ding weg, ik zal je de schade vergoeden.” 
“Dat zal je zeker, je mag er voor werken zelfs!” zei Jody die zeker was dat haar plan zou werken.
“Alles, ik doe alles,” zei hij bevend. Een bevend varken. Uiterst amusant.
“Het deksel van de regenwaterput,” zei Jody en gebaarde met haar pistool dat hij naar buiten moest gaan.
“Hij klemt en jij moet hem los maken. Denk er niet aan om te roepen want ik zal niet aarzelen en schieten.”
Ze liepen naar buiten. Jody hield het wapen rechts van haar lichaam. Als Mevrouw Larson van hiernaast toevallig vanuit haar badkamer in haar tuin zou kijken zou ze het wapen nooit opmerken. Ze liep helemaal naar achteren in de tuin. 
Daar, dat deksel. Die krijg ik niet meer open. Maak hem open!” beval Jody.  
Hij keek haar even bedenkelijk aan. Het arme dier besefte nog niet eens waarom hij dit moest doen. Men noemt varkens soms ‘slimme dieren’, wel dit exemplaar was niet zo snugger. Zoals een echt varken liet hij zich op handen en voeten zakken en begon aan het verroeste deksel te trekken. Jody deed behoedzaam enkele stappen achteruit en sloeg hem gaande. Niet lang daarna opende hij de put en Jody liep nog een stuk naar achteren, trok haar sjaal over haar neus, terwijl ze de rotte eierstank van de septische put zijn werk zag doen. Een regenwaterput had Jody niet.
In geen tijd viel hij flauw voorover, met zijn logge lijf goed gemikt in het gapende gat zodat hij werkte als een stop op een fles. Zijn laatste trekken adem zouden zijn dood worden. Mooi, dit was het plan geweest. Moesten de dampen niet snel genoeg gewerkt hebben ze zou hem hebben moeten neerschieten en dan in de put voor goed dumpen. Hoewel dat een mooie begraafplaats voor hem zou geweest zijn, het zou heel riskant zijn. Zo was het veel beter voor haar.

Jody liep naar binnen en belde het noodnummer, wetende dat zowel de ambulance, politie en waarschijnlijk ook de brandweer zouden uitrukken en ze zouden allemaal te laat zijn. Ze legde het vloerkleed op zijn plaats, stak de revolver weg tussen de kerstballen op zolder en wachtte op de blauwe sirenes die enkel zijn dood konden vaststellen. De beer was ten prooi gevallen aan een beerput. Een klein uur later zag ze vanachter haar raam hoe de behulpzame, onfortuinlijke buurman in een nette zak afgevoerd werd.

Opgeruimd staat netjes.

Vivian

Vivian heeft Nederlandse roots maar is geboren in BelgIë. Tussen haar 3de en 9de levensjaar heeft ze in het Zwitserse Basel gewoond. Op haar 9de is ze naar het noorden van Antwerpen verhuisd en daar woont ze nu ook met haar man en twee jonge kinderen. Vivian schrijft altijd al graag en vorig jaar heeft ze een cursus schrijven gevolgd om er nu echt werk van te maken. In veel haar verhalen vinden we romantiek (al is dit in deze Quiller niet van toepassing) en subtiele humor. Verder is ze nog een zoekende naar het genre wat haar het meeste ligt.



Bezoekersreacties:
Adriana (62) op 5 december 2016:
Super leuk verhaal met veel humor. Wanneer komt de volgende?