Benidorm bastard
Door: Monique Milder op 9 april 2012

Haar bloesje plakt van achter helemaal tegen het kunstleer van haar rolstoel, zó zenuwachtig is ze. Ze voelt de druppels angstzweet nu ook vanaf haar voorhoofd langs haar slapen naar beneden lopen. Gelukkig heeft ze altijd een zakdoekje tussen haar borsten zitten. Mevrouw Manetti neemt immers nooit een risico in het leven. Nou ja, dat wil zeggen, tot vandaag dan. Want op alle mogelijke ongemakken was ze tot nu toe altijd voorbereid. Dat dateert al van de jaren dat haar kinderen nog klein waren. En die liggen al een tijdje achter haar. In mei wordt ze immers 81. Ze kan het zich niet voorstellen. Ze voelt zich eigenlijk nog net zo jong als vijftig jaar geleden. Alleen ziet ze iets heel anders iedere morgen als ze in de aanleunwoning in de spiegel van haar piepkleine badkamertje kijkt. Haar haren worden nu ook echt dunner, zag ze vanochtend. Al blijven de verzorgsters allemaal steevast zeggen dat ze nog altijd zulk prachtig haar heeft voor haar leeftijd.

Voorzichtig kijkt mevrouw Manetti eerst om zich heen en daarna probeert ze zo onopvallend mogelijk het zakdoekje uit haar beha te frutselen. Ze wil hier natuurlijk geen aandacht trekken. Stel je voor! Dan gaat iedereen zich vast en zeker weer met haar bemoeien. En dat wil ze niet meer. Ze is klaar met alle goedbedoelde adviezen van de jongelui om haar heen. Dat haar hart angstvallig hard begint te kloppen maakt haar weliswaar van streek, maar reden om hulp in te roepen vindt ze dat niet. Niet voor niets heeft ze vanochtend vroeg haar best gedaan om het complex stiekem te kunnen verlaten.
Ze moesten eens weten daar. Ze hebben echt geen idee. Mevrouw Manetti? Die lieve, stille, ingetogen, altijd vrolijke en behulpzame mevrouw Manetti? Inwendig moet ze om zichzelf glimlachen. Ze zullen zich onderhand wel zorgen beginnen te maken daar. Straks zal ze wel even een sms uitdoen. Alleen beven haar handen zo. Het lijkt wel alsof ze een tremor heeft, net als haar benedenbuurvrouw in het wooncomplex. Of zou het toch allemaal door de opwinding komen?

Ze merkt dat haar benen nu ook als vanzelf beginnen te trillen. En de zenuwen vliegen haar nu echt naar de keel. Dat ook haar hart zo tekeer gaat beangstigt haar wel. Ze voelt het tot in haar oren kloppen. En ze is verder weliswaar gezond van lijf, maar je weet maar nooit. Misschien is er toch iets met haar aan de hand. En moet ze alsnog weer terug naar het wooncomplex dat ze zo verfoeit. Liggend op een bed op ‘het volgende station’, zoals ze de verpleegafdeling altijd gekscherend noemt. Dat is het laatste wat ze zou willen. Nee, dan liever als ‘vrije vrouw’ sterven aan een hartaanval, toch? In plaats van je nadagen te moeten slijten als een zielig afhankelijk vrouwtje op een derdehands bed van de verpleegafdeling. Al moet ze eerlijk gezegd bekennen, dat daar het uitzicht wel een stuk beter is dan vanuit haar appartement. Van daar kijk je helaas uit op een binnenplaats, waar de zon nauwelijks komt en het mos welig tiert van al het vocht op de tegels en de muren. Als ze haar raam opendoet komt de muffe lucht daarvan ook altijd naar binnen. Ze wordt er vaak een beetje wee van op haar maag. Daarom kan ze bijna niet wachten tot ze straks de mediterrane zeelucht weer zal kunnen opsnuiven.

Het zout van het zweet dat over haar gezicht loopt, begint nu ook in haar ogen te prikken. Met het zakdoekje, dat in tweeën blijkt gescheurd, omdat er een stukje is blijven plakken aan het bezwete kuiltje tussen haar borsten, veegt ze zo goed en zo kwaad als ze kan, haar ogen, gezicht en hals droog. Het doorweekte witte papiertje drukt ze weer terug op het plekje waar ze het eerder vandaan heeft gehaald. Giuseppe, haar man, had er altijd al een hekel aan gehad, die beweerde dat 95% van de Italiaanse vrouwen van boven de zestig een zakdoek in haar beha schijnt te stoppen. Wie heeft dat ooit verzonnen eigenlijk? Natuurlijk was hij altijd wel blij geweest met haar grote borsten, die, in tegenstelling tot die van zijn vorige vriendinnetjes, ook nog lange tijd rechtop stonden. Zelf was ze er ook altijd trots op geweest. En ze droeg ze dan ook met verve. Nu niet meer helaas. Want als je in een rolstoel zit, zie je nauwelijks meer iets van de vrouwelijke rondingen. Je ziet eruit als een vierkant blok beton. Wat je ook aantrekt, staan doet vrijwel niets meer. En ook al was ze intussen oud, ijdel was ze eigenlijk altijd wel gebleven. Maar helaas ook volgzaam. Het leven van mevrouw Manetti had immers geheel in het teken gestaan van het dienen van haar man en later haar kinderen. Maar vanaf vandaag gelukkig niet meer. Want vanaf vandaag gaat alles veranderen. Het is nooit te laat. Ze zal niet langer over zich heen laten lopen en ze gaat alleen maar doen waar ze zelf zin in heeft. Dat kan straks ook met gemak. Morgen ligt ze immers lekker in de zon voor haar eigen huisje in haar geboortedorp op Sardinië. Een mooiere manier dan deze, om de laatste jaren van je leven te vieren, kun je niet bedenken, toch?

Giuseppe had nooit teruggewild. Die schaamde zich voor zijn familie, omdat het beloofde land hem toch nooit had gebracht wat hij ervan verwacht en vooral over verkondigd had. En uiteraard hadden ze er door de jaren heen ook het geld niet meer voor gehad om zich daar opnieuw te vestigen. Maar straks wel, gniffelt mevrouw Manetti in zichzelf, ondanks alle tensie voor wat ze nog even moet doorstaan. Al geeft het haar ook een kick eens lekker stout te zijn na dat lange alsmaar brave en gedweeë leven.

Onrustig kijkt ze weer om zich heen. Niemand lijkt aandacht aan haar te besteden. De mensen lopen mevrouw Manetti over het algemeen haastig voorbij. Een enkele keer draait een kindje aan zijn moeders arm zich om, om die dame in de rolstoel nader te observeren, maar meestentijds slaat vrijwel niemand acht op haar. Vreemd eigenlijk wel, als je bedenkt dat ze al ruim tachtig is en alleen op pad is in haar rolstoel op deze luchthaven. Zijzelf zou vroeger, toen ze nog jong was, waarschijnlijk al lang gevraagd hebben of ze de dame in kwestie misschien ergens mee kon helpen, maar de jeugd van tegenwoordig is daar nu eenmaal minder mee behept. Iedereen lijkt als eerste te willen aankomen bij de bagageband. Zij heeft echter geen haast. Hoe meer mensen er om haar heen staan, hoe minder zij zal opvallen. Nog even doorbijten en daarna zal ze alles nog kunnen doen wat haar hartje begeert in de nadagen van haar leven. Als ze in Italië was blijven wonen zou er nu natuurlijk vanzelf al heel goed voor haar gezorgd worden. Maar daar wil mevrouw Manetti nu even liever niet aan denken. Dat is helaas een gepasseerd station.

De meeste kindjes op Schiphol zijn moe en hangerig, het is natuurlijk ook al laat. Een enkele keer begint er dan ook een te huilen. Dat komt haar goed uit, want op dat moment richten alle hoofden zich die kant op. En zijn dan minder met haar bezig natuurlijk. Het gaat dus gesmeerd.

Twaalf uur, ziet ze op de grote klok boven de bagageband. Het zal nog een lange nacht worden. In de verte ziet ze haar koffer al verschijnen. Voorzichtig begint ze haar rolstoel richting de koffer te bewegen. Haar handen zijn nu ook klam van het zweet, merkt ze. En er zit een brok in haar keel, die ze allereerst probeert weg te slikken. Maar als dat niet voldoende blijkt, schraapt ze toch maar haar keel. Daardoor draait de man, die nog tussen haar en haar koffer in staat, zich plotseling om. Hij kijkt haar met opgetrokken wenkbrauwen aan. Mevrouw Manetti schrikt. Hier had ze per slot van rekening niet op gerekend. Rustig blijven, rustig blijven, prent ze zichzelf in.

‘Is dat uw koffer die daar aan komt, mevrouw?
Ik meen u vanochtend op de heenweg naar Spanje ook al met deze koffer gezien te hebben?’
Even weet ze niet wat ze moet zeggen. Ontkennen zal geen zin hebben, hij heeft haar al gezien. Aanval blijkt echter vaak de beste verdediging.
‘Oh, u was dus ook al vroeg op pad vanochtend’ grapt ze.
‘Laat mij hem even voor u pakken.’
De man legt de koffer voorzichtig in het mandje van haar rolstoel: ‘gaat het zo?’
Mevrouw Manetti krijgt het steeds warmer en ze voelt nu ook dat ze kleurt.
‘Maakt u zich geen zorg, dat komt helemaal goed’ weet ze nog uit te brengen, al merkt ze dat haar stem door de zenuwen steeds beveriger gaat klinken.
‘Dank u wel mijnheer.’
‘Wel thuis mevrouw!’
De man lacht haar nog eens bemoedigend toe: ‘zal ik u nog naar de uitgang helpen?’
‘Nee hoor, dank u wel, ik red me prima! En mag ik u dan ook nog een goede reis naar huis wensen?’

Zonder om te kijken beweegt mevrouw Manetti zich van de bagageband af richting de uitgang. Eigenlijk had ze wel willen zien of de man haar misschien nog nastaart, maar ze besluit het risico toch maar niet te lopen dat hij haar ook nakijkt. Ogenschijnlijk onverstoorbaar rijdt ze dus verder.
In werkelijkheid razen de gedachten echter door haar hoofd. En moet ze glimlachen in zichzelf, terwijl het vandaag toch een behoorlijk hachelijke onderneming betreft. Nog nooit eerder is ze in één dag heen en weer gevlogen naar Spanje. Ze had ook niet gedacht dat ze dat nog kon opbrengen op haar leeftijd, maar ja, ze moet er nu eenmaal iets voor over hebben. Tot het moment dat die mannen haar van de winter in de bar van Corina, haar buurvrouw van vroeger, in Benidorm hadden aangesproken, had ze dat ook nooit durven dromen. Ze had het geweldig gevonden om gratis en voor niets bij Corina weer eens van de mediterrane zon te kunnen genieten. En haar broers wisten natuurlijk van het verlangen van mevrouw Manetti om ooit eens terug te kunnen keren naar haar geboortegrond. Dus was het contact snel gelegd. En als het nu gewoon goed gaat, kan ze straks alles volgens afspraak afleveren.

In de koffer zullen ze gelukkig niets vinden. Alles zit in haar rolstoel. Ondanks haar stress heeft mevrouw Manetti toch schik. Coke noemden ze het. Zij grapte nog over Coca Cola. Wist zij veel. En verder kon het haar ook niet schelen. Dit was de enige kans om ooit iets spannends in haar leven te doen en daarbij zou het haar nog geen windeieren leggen ook niet. Dus de keuze was snel gemaakt.

Ja, Spanje, peinst ze. Ook niet verkeerd. Ook daar schijnt de zon die ze al die jaren in dit kikkerlandje heeft moeten missen. Ze overwinterde er vorig jaar dus graag. Want zelfs tot in februari laat de zon zich daar nog minstens vijf uur per dag zien. Geen wonder dat haar nog jonge buurvrouw een aantal jaren geleden besloten had om de stap te wagen en er een barretje te openen. Helaas spreekt mevrouw Manetti de taal niet. En het eten daar vindt ze ook net iets minder lekker dan dat van haar thuisland. Dus heeft ze er goed aan gedaan voor Sardinië te kiezen. Ze is benieuwd of er mensen zullen zijn die haar nog kennen van vroeger. Dat zou helemaal te gek zijn! Ze kan niet wachten tot morgen, dan zal ze eindelijk weer voet kunnen zetten op haar zo geliefde Sardijnse eiland.

Diep in dit soort gedachten verzonken nadert ze intussen al het groene lampje, voorzien van de tekst: Nothing to declare. Zonder rolstoel komt ze nergens, dus ze rijdt gewoon door. Een oude vrouw in een rolstoel, niets raars aan, toch? En bovendien hebben ze hebben haar tevoren al verteld dat oude mensen in rolstoelen echt nooit, maar dan ook nooit, worden aangehouden.

En dan, opeens, komt er een douanier naar haar toegelopen. Hij lacht uitermate vriendelijk naar mevrouw Manetti en buigt dan door zijn knieën om op gelijk nivo te komen met haar. Tegelijkertijd legt hij zijn hand op de leuning van haar rolstoel.
‘Mag ik u even verzoeken mee te komen, mevrouw? U moet niet schrikken, want het is natuurlijk al laat, maar we doen vandaag een zogenaamde honderd procentcontrole. Dat zijn we helaas verplicht. U mag met rolstoel en al door de scan hoor, dus u kunt lekker blijven zitten. Dan hoeven we u verder niet lastig te vallen. En kunt u daarna snel naar huis.

Even wordt het mevrouw Manetti zwart voor de ogen. Even maar.

Monique Milder

Monique Milder (48) woont met man en kids in het oosten van het land en schrijft. December 2010 verscheen de bundel De foute priester, met daarin haar korte verhaal Joost. Op dit moment werkt zij - onder andere - aan een vrouwenthriller. Andere quillerz van haar hand zijn Nachtduik en Wie zonder zonde is...



Bezoekersreacties:
Claire (48) op 30 juni 2012:
Monique, het blijft een genot om jouw verhalen te lezen, leuk, spannend én verrassend! Eigenlijk zou heel Nederland hiervan mee moeten kunnen genieten ! Good luck !

CvM (50) op 28 juni 2012:
Hoi, grappig verhaal

Jose (51) op 26 juni 2012:
Super verhaal Monique, echt Roald Dahl-stijl met een unexpected ending, daar hou ik van. Arme vrouwtje, dat wel ha, ha. Ga zo door.

anita adriaans (51) op 26 juni 2012:
Spannend verhaal Monique! Je blijft verrassen en het leest heerlijk door, naar de ontknoping... Iets doen wat spannend is, op je oude dag! Anita