04.21 uur
Door: Hedi Derijks op 28 september 2011

Het is rustig op de snelweg, ze is al bij de afrit. Birgit is hier maar een paar keer geweest en alleen overdag. Ze dacht dat ze er zo naar toe zou kunnen rijden, maar toen was het licht. Geïrriteerd graait ze in het dashboardkastje. Waar ligt dat ding nu! Ze weet het weer. De tomtom zit in de rolkoffer en die ligt achterin! Ze zucht, ze heeft hier echt geen zin in.
Kon ze deze dagen maar overslaan. Annette heeft haar overgehaald om deze reis naar jezelf te ondernemen, maar dan wel met zijn tweeën. Is dat dan wel de bedoeling? Wat is er mis met ouderwets stappen en te veel drank? Waarschijnlijk heeft haar vriendin wel gelijk en is het niet verkeerd om een keer de balans van je leven op te maken. Vijfendertig, happy single, hoog opgeleid, gezond en een normaal sociaal netwerk. Moet ze eigenlijk nog wel op zoek naar zichzelf? Volgens de folder zijn er uitgebreide wellness faciliteiten aanwezig op het meditatie landgoed in Frankrijk, dus die gaat ze dan maar grondig inspecteren.

Nu eerst even rondrijden, kijken of ze iets van de omgeving herkent. Zelf zou ze nooit in bebost gebied willen wonen, ze houdt van overzicht. Bos is leuk als het licht is, maar in het donker voelt het claustrofobisch aan. Helemaal alleen in deze natte nacht, zelfs de maan is er niet om haar bij te schijnen. Ze denkt aan de nieuwe baan waar ze volgende week begint en voelt zich gelijk iets beter. Een topsalaris, een nieuwe lease auto en internationale contacten, haar jarenlange opleiding en werkervaring werpen eindelijk vruchten af.
Ze beseft opeens dat ze hopeloos verdwaald is en besluit te stoppen om haar tomtom te pakken. Wat bezielt Annette in vredesnaam om hier te gaan wonen, denkt ze terwijl ze om haar auto heen loopt. Het is hier uitgestorven, geen huizen of achtergrond geluid van verkeer, zelfs de snelweg hoort ze niet terwijl ze daar niet zo ver vandaan kan zijn. Het regent nog steeds. Ze gooit de achterklep dicht en met haar schouders hoog opgetrokken wil ze snel terug naar voren lopen. Plotseling blijft ze verstijfd staan.
Een vogelschreeuw wordt gevolgd door wild gefladder vanuit een boom vlak naast haar. Ineens is ze in paniek. Ze rukt het portier open en perst zich naar binnen. De tomtom gooit ze op de bijrijderstoel. In een reflex doet ze de deuren op slot. Ze start en wil gehaast wegrijden maar het enige wat de auto doet is gierend loeien. Vlug schakelt ze. De banden slippen even op de natte bosgrond maar al snel hebben ze grip op het asfalt. Nu pas durft ze een snelle blik opzij te werpen. Een silhouet lijkt tussen de bomen op te doemen.Vergist ze zich of staat daar iemand. Dan is ze weg. Langzaam begint haar hart weer in een normaal ritme te kloppen. Een beetje hysterisch moet ze om zichzelf lachen. Wat heeft ze zich mee laten slepen. Natuurlijk was daar niemand, die vogel schrok gewoon van het dichtslaan van de kofferbak. Hoogstwaarschijnlijk is die nog meer geschrokken dan zij. Hoezo zou daar iemand staan? In het donker en in de regen, toevallig waar zij net stopt. Nee hoor, het enige wat daar staat zijn bomen.
Birgit rommelt met één hand het navigatieapparaat op het raam en doet de stekker in de opening van de sigarettenaansteker. Ze slingert maar dat maakt niets uit. Ze rijdt langzaam en er is toch geen ander verkeer. Ze haalt het adres van Annette vanachter haar zonneklepje vandaan. Ze kan het niet lezen, dus doet ze het autolampje aan. Ineens ziet ze buiten niets dan alleen maar zwart. Het licht van de lamp en de tomtom maken haar nachtblind. Snel doet ze het lampje uit. Als ze op een recht, open stuk weg komt wil ze het adres intypen. Het is veiliger om te stoppen, maar daar heeft ze geen zin meer in. Ze ziet langs de kant van de weg een vierkant gebouwtje staan. Met een gele spuitbus is er een hakenkruis op gespoten. Ze weet dat de andere kant vol gekalkt is met racistische teksten, want dit elektriciteitshuisje herkent ze! Deze lange rechte weg uit, langs het asielzoekerscentrum, nog één klein bochtig bosje en dan is daar de straat waar Annette woont. Opgelucht wil ze haar bellen dat ze er over een kwartiertje is. Ze kijkt op haar klokje. Het is 04.21uur. Dan voelt ze hoe de auto opzij geslingerd wordt door een zware klap tegen de zijkant. Ze hangt in haar gordel en heeft al haar kracht nodig om de wielen op de weg te houden. Zigzaggend komt de auto tot stilstand.

What the fuck?! Van schrik laat hij zijn handelswaar vallen. Voorzichtig steekt hij zijn hoofd om het hoekje van het elektriciteitshuisje. Daar staat een auto en schuin daarvoor lijkt een hert te liggen. Geen moment komt het in hem op om te gaan kijken wat er aan de hand is en of hij eventueel kan helpen. Dan heeft hij het weer gedaan, zoals meestal het geval is. Of zou dat zijn contactpersoon zijn? Die heeft toch geen auto? Hij ziet een vrouw uitstappen en behoedzaam naar voren lopen. De autodeur heeft ze opengelaten. De wind heeft vrij spel in haar blonde haren en blaast wat propjes uit de auto. Ze bukt voorover naar wat ze heeft geraakt. Dan kokhalst ze en slaat haar hand voor haar mond. Hij ziet tegelijkertijd met haar dat het geen hert is wat daar levenloos op het asfalt ligt.
Waarschijnlijk is die kleine, tengere persoon degene waar hij op aan het wachten was. De vrouw deinst terug en gefascineerd wacht Stefan haar verdere reactie af. Gejaagd kijkt ze om zich heen en onderzoekt vluchtig de zijkant van haar auto. Stefan ziet dat die geen opvallende deuken heeft opgelopen. Besluitloos blijft ze staan. Dan hoort hij een misplaatst vrolijke irritante ringtone en ze ontwaakt uit haar trance. Ze noemt haar naam en begint een gesprekje alsof er niets aan de hand is. Haar hand strijkt zenuwachtig plukken haar uit haar gezicht achter haar oor. Dit begint steeds interessanter te worden. Met een “tot zo” beëindigt ze het gesprek. Dan loopt ze weer naar voren en ogenschijnlijk zonder twijfel sleept ze het lichaam de bosjes in.
Hij kijkt haar rode achterlichten even na en verlaat dan behoedzaam zijn plek achter het elektriciteitshuisje. De snoepwikkeltjes stopt hij gedachteloos in zijn jaszak, maar het verfrommelde papiertje met haar handschrift erop strijkt hij zorgvuldig glad. Nadat hij het adres heeft gelezen vouwt hij het briefje netjes op en laat het in zijn binnenzak glijden.

Ze opent de kofferbak van haar auto. Ze staat geparkeerd onder een lantaarnpaal. De cirkel van licht accentueert de duisternis om haar heen. Ik zie dat angst haar doet verstarren. Ze reageert onbewust op mijn aanwezigheid in het donker en voelt zich bekeken in het volle licht van de lantaarnpaal. Het moment is voorbij als iemand met een weekendtas in haar handen opgewekt pratend het huis uit komt. Dat moet Annette zijn.

Ze is alweer een week aan het werk en de droombaan is alles wat ze er van verwachtte. Het voorval heeft ze diep weggestopt. Het tripje naar Frankrijk heeft geen lang gesloten deurtjes in haar onderbewustzijn geopend. Annette dacht dat ze misschien eerst iets meer moest leren ontspannen en daarna nog een keer zo’n meditatie doen. Birgit moest er heimelijk om lachen. Ze moest eens weten. Natuurlijk lukte het haar niet te ontspannen. Met grof geweld een recente herinnering volledig uit vlakken is gewoon hard werken, niets relaxen! Nu haar leven weer volgens een redelijk voorspelbaar ritme begint te verlopen lijkt die nacht steeds meer op droom die langzaam vervaagd. De man, eigenlijk een jongen nog, is een paar dagen later ontdekt door scholieren op weg naar school. Uit het kleine stukje in de krant bleek dat het om een asielzoeker ging die hoogstwaarschijnlijk door een ongeval om het leven is gekomen. Van de dader ontbreekt ieder spoor.
Toen Birgit het berichtje las heeft ze overgegeven en zich afgevraagd of ze zich alsnog aan moest geven. Maar de logica onbrak. Ze kan het niet ongedaan maken en moet er toch mee leren leven. De man is dood en of zij nu gestraft wordt of niet, daar veranderd niets aan.
Ze heeft een lange warme douche genomen en met een handdoek om haar natte haar en een versleten joggingpak aan installeert ze zich op de bank. De afstandbediening en een glas wijn zijn binnen handbereik. Ze wil net aan haar maaltijdsalade beginnen, als de bel gaat.

Daar zit hij dan, in haar appartement. Zoals hij al had gedacht is de inrichting modern en stijlvol. Hij kijkt haar aandachtig aan.
Hij herkent haar handbeweging. Ze strijkt onzichtbare plukken haar achter haar oren. Ze is zenuwachtig. Hij weet haar naam en somt details op van een nacht die zij juist probeert te vergeten. Met stijgende verbazing hoort zij zijn verhaal aan. Het had even geduurd voordat hij wist wat hij met deze gebeurtenis aan moest vertelt hij haar. Ze knikt, aarzelend begrijpend. Dan is hij stil. Hij ziet dat ze niet durft te vragen wat hij van haar wil, dus helpt hij haar een handje. Geduldig legt hij haar uit dat zijn voornaamste bron van inkomsten verdwenen is op het moment dat zij zijn contactpersoon doodreed. Weer is hij stil. Hij ziet haar hersenen op volle toeren werken. Wil hij geld van haar? Hij vertelt haar dat chanteren zijn eerste idee was, maar toen hij zich wat meer in haar leven had verdiept (ze moest trouwens de groeten hebben van haar goede vriendin Annette) kreeg hij een veel beter idee. Als hij dat aan haar uitlegt ziet hij haar lijkbleek worden en ze sputtert wat tegen, maar verbazend snel accepteert ze de nieuwe situatie.

Ze heeft geen zin om naar huis te gaan, daar is Stefan. Hij heeft al gebeld dat ze een pizza moet meenemen. Overdag gaat zij werken en hij heeft haar appartement tot de zijne gemaakt. Zijn nieuwe kleding, aangeschaft met haar creditcard, heeft haar kast overvol gemaakt. Het pakket voor digitaal tv kijken is uitgebreid met een porno en een sport kanaal. Ze heeft pijn in haar rug van het op de bank slapen en ze is doodmoe. Moe van die vent in haar huis, die doet alsof ze een stelletje zijn. Moe van zichzelf, die dat accepteert en hem haar geld laat uitgeven. Moe van het gevoel dat het haar verdiende loon is. Moe van het liegen tegen familie en vrienden, die vinden hem gewoon een leuke vent! Moe van zijn opdringerige geur die zich langzaam maar zeker nestelt in iedere vierkante centimeter van haar huis en ongetwijfeld binnenkort ook op haar lichaam. Nu laat hij haar nog met rust, maar dat zal niet lang meer duren. Dan heeft ze nergens controle meer over.

Stefan kijkt naar Birgit. Ze wordt magerder. Haar borsten worden kleiner en haar broek slobbert om haar billen, maar ze heeft nog steeds een fantastisch lijf. Zijn lid zwelt bevestigend. Vorige week heeft hij het nog geprobeerd, maar met onverwachte felheid heeft ze hem van zich af geslagen. Hij weet dat de tijdelijke verlichting die het aftrekken voor de televisie hem brengt, nu niet genoeg meer is. Hij heeft lang genoeg gewacht.

Hij praat maar door. Over zijn ongelukkige jeugd en dat ze blij moet zijn met zulke ouders. Ze zouden er vaker heen moeten gaan, ook al wonen ze in Drenthe. In de drie maanden dat ze nu bij elkaar zijn heeft Birgit geleerd dat ze zijn monologen beter niet kan onderbreken, ze hoeft alleen af en toe bevestigend te knikken. Ze focust haar blik op de donkere weg en luistert naar het zoeven van de motor. Zo probeert ze haar zintuigen af te sluiten van de persoon naast haar. Ze ademt door haar mond om hem niet te ruiken en in haar hoofd speelt een liedje. Ze weet niet meer of het een hit van ABBA of van de Dolly Dots was, dus daar denkt ze even over na. Te laat heeft ze door dat het eentonige geluid naast haar is gestopt. Ze kijkt even opzij als ze zijn hand in haar nek voelt. Ze kan zijn gezicht niet onderscheiden in de donkere auto, maar ze voelt zijn ogen over haar borsten glijden. Al snel volgt zijn hand. Ze slaat hem weg. Dan grijpt zijn hand haar achterhoofd en hij commandeert haar zo snel mogelijk te stoppen. Met zijn ene hand maakt hij zijn broek open en met de andere verstevigt hij de greep op haar achterhoofd door hard aan haar haren te trekken. Ze snakt naar adem als hij haar hoofd in zijn kruis duwt. Ze moet door haar neus ademen om niet te stikken en ruikt nu zijn penetrante lijflucht, geconcentreerd in de zweterige plooien van zijn liezen. Ze kan zich niet inhouden en een grote golf braaksel wordt in zijn schoot gedeponeerd. Hij duwt haar van zich af en ook de tweede zure stroom kan hij niet ontwijken. Vloekend ontvlucht hij de auto en probeert met zijn handen de brokken braaksel op te diepen tussen zijn benen. Dan wil hij de stinkende natte broek uitdoen.
Zijn eerste been is halverwege de pijp van zijn spijkerbroek en in zijn haast verliest hij bijna zijn evenwicht. Wankelend wil hij zich aan de auto vastgrijpen. Hij valt alsnog als de auto langzaam achteruitrijdt. Dan beseft hij iets wat Birgit al eerder heeft begrepen. Het laatste wat hij ziet is haar verbeten gezicht omlijst door natte slierten haar.

Op de boerderij achter haar is het licht aangegaan. Als ze rustig de weg opdraait ziet ze in haar achteruitkijkspiegel dat iemand naar Stefan rent. Ze hoort hard geroep, wat kennelijk voor haar bedoeld is. Maar Birgit rijdt vastberaden door.

Hedi Derijks

Hedi Derijks is 42 jaar, moeder van 3 (14,12,9) en woont in Oudewater.



Bezoekersreacties:
Ria (62) op 13 oktober 2011:
Geweldig geschreven! Spannend vanaf het begin! Ben benieuwd wat je verder nog gaat schrijven.

Michelle (40) op 9 oktober 2011:
Heel snel geschreven, geen woord te veel; nu wil ik een boek!!

Rita Hilhorst (66) op 3 oktober 2011:
Spannend verhaal waarbij je nieuwsgierig wordt naar het verdere leven van de hoofdpersoon. Ga zo door met schrijven en je krijgt veel enthousiaste lezers!!

Bets Wagevoort (62) op 29 september 2011:
Als het begin spannend is ,maakt het mij erg nieuwsgierig en wil ik weten hoe het eindigd.Goed verhaal.Mooi geschreven.

Anita de Jonge (40) op 29 september 2011:
Meer, meer, meer !!!!! In 1 woord een geweldig verhaal. Of beter gezegd....ik wil wel een heel boek.

Monique (39) op 28 september 2011:
Spannend...en t leest heerlijk!! Goed geschreven, ik kan niet wachten op n vervolg-en/ of nieuw verhaal!! Super!!

Hennie van Hove (61) op 28 september 2011:
Spannend verhaal en een leuke schrijfstijl. Het verhaal boeide me gelijk en het heeft een onverwacht einde.

Claudia de Groot (47) op 28 september 2011:
Supersnel en een mooi rond cirkeltje!