Katja Schoondergang
Door: Querido op 21 mei 2013

Katja Schoondergang (1961) studeerde in 1985 af aan de beeldhouwafdeling van de Gerrit Rietveld Academie te Amsterdam. Na een paar jaar hield ze het beeldhouwen voor gezien en werd freelance copywriter. Daarnaast ontwikkelde ze zich ook op andere vlakken: als flamencodanseres en als scenarioschrijver. En daarover gaat haar nieuwste boek Tarantobloed.
VrouwenThrillers.nl mocht onderstaande Q & A publiceren van haar uitgever.

Q: Kan je in het kort vertellen waar Tarantobloed over gaat?
A: Tarantobloed gaat over een twaalfjarige jongen, Quique genaamd, die op de vlucht is voor zijn stiefvader. Hij gaat op zoek naar zijn echte vader in Sevilla, een telg van een beroemde flamencofamilie. Tarantobloed is in feite een zoektocht van een jongen naar zijn ware identiteit. Daarbij krijgt hij hulp van een bewaker en een Nederlandse flamencodanseres. Beiden hebben zo hun eigen redenen om hem te helpen.

Q: In welk genre valt Tarantobloed: heb je een roman of een literaire thriller geschreven? 
A: Beide. Bij de uitgeverij is lang gediscussieerd onder welke noemer het boek uitgebracht moest worden. Zelf vind ik het een spannende roman. Ik schrijf graag boeken die in dit tussengebied vallen en lees ze ook graag. De boeken van Patricia Highsmith of Arnaldur Indridason zijn ook niet echt onder één noemer te vangen.

Q: Een belangrijke rol is weggelegd voor de Tarantofamilie, een beroemde flamencofamilie in Sevilla. Hoe kwam je hierbij? 
A: De Tarantofamilie is heel losjes gebaseerd op de Farrucos, een gitanofamilie uit Sevilla. Met het accent op losjes, want ik ben als schrijver met de werkelijkheid aan de haal gegaan. De godfather van de Farrucofamilie was de in 1997 overleden Farruco, een groots en charismatisch danser. Deze bijnaam kwam van de farruco, een flamencostijl die hij danste. Na zijn dood nam zijn kleinzoon Farruquito het stokje over. Hij had de talenten van zijn grootvader geërfd. In 2003 kwam deze jongen slecht in het nieuws: hij had iemand doodgereden. Heel Spanje viel over hem heen. Ze namen het hem vooral kwalijk dat hij iemand anders voor dit ongeluk op wilde laten draaien. Ik zal hier nu verder niet te uitgebreid op ingaan, want ik gebruik dit voorval in mijn boek. Alhoewel ik nog eens wil benadrukken dat ik er fictie van heb gemaakt. De godfather in mijn boek heet Taranto, genoemd naar de flamencostijl tarantos, en zijn kleinzoon heet Tarantito. Verder houden de gelijkenissen met de Farrucofamilie op.

Q: Het boek is opgedeeld in drie delen: Amsterdam, Sevilla en Las Vegas. Het valt op dat in alle delen een duistere kant van het leven naar voren komt.
A: Klopt. In het eerste deel laat ik Amsterdam zien door de ogen van een bewaker die ’s nachts verlaten panden in de gaten moet houden. Hij komt in aanraking met mensen die zich overdag verscholen houden. Ik vond het interessant om een wereld te beschrijven waar niemand echt weet van heeft. Maar hij bestaat wel degelijk. Het is de wereld van de heemlozen. In het tweede deel, Sevilla, vertel ik over de vlucht van mijn drie hoofdpersonen. Ze worden gezocht en moeten daarom ‘onder de radar vliegen.’ Daardoor belanden ze op duistere plekken waar de doorsnee reiziger nooit komt. In het derde deel Las Vegas, beschrijf ik de harde strijd van flamencoartiesten. Het is geen gemakkelijk bestaan. Alleen de absolute top heeft werk. Voor de rest is het worstelen, zeker in het Spanje van nu waar de recessie keihard heeft toegeslagen.

Q: In Tarantobloed speelt ook de flamenco een belangrijke rol. Je hebt zelf toch ook op professioneel niveau gedanst?
A:
Ik heb lesgegeven en als flamencodanseres op het podium gestaan. Zo’n tien jaar geleden ben ik met het dansen gestopt vanwege een voetblessure, maar ik blijf de rest van mijn leven een aficionada (flamencoliefhebster).
Ik was in de twintig toen ik in 1983 de film Carmen van Carlos Saura zag. Ik was gelijk verkocht: dansen als Cristina Hoyos en Antonio Gades: dat wilde ik ook. Ik begon in Amsterdam lessen te volgen. In 1986 vertrok ik naar Madrid om aan de flamencoacademie Amor de Dios te dansen. Ik kreeg er les van flamencogrootheden als Ciro, El Güito en Carmen Cortés. Toen ik jaren later berooid maar vele ervaringen rijker terugkwam, ging ik als flamencodanseres aan de slag. Ik heb dansles gegeven op verschillende dansscholen waaronder La Chispa in Amsterdam en Stap in te Delft. En ik heb veel opgetreden, met onder meer de flamencogroep La Parra. Natuurlijk moest ik op een gegeven moment een boek schrijve n dat in de flamencowereld afspeelde. Mijn oude flamencomaatjes vroegen erom. “Schrijf over wat je kent”, is de oude schrijversregel. Dat heb ik dan ook gedaan. Ik heb het naar deze tijd getrokken dus kom er zelf niet dansend in voor. Wel heb ik veel van mijn ervaringen als flamencodanseres erin kunnen verwerken.

Q: Moeten je lezers flamencokenners zijn om dit boek te begrijpen?
A:
Nee! Ik strooi wel met termen, maar die kan je ook naast je neerleggen. En voor de geïnteresseerden heb ik een verklarende woordenlijst toegevoegd, waarin alles wordt uitgelegd. Misschien dat mensen na het lezen van mijn boek meer van de flamenco begrijpen. Maar het tegenovergestelde is net zo goed mogelijk: dat het in hun ogen alleen maar ingewikkelder wordt. Want de flamenco is gecompliceerd. Het valt niet één twee drie uit te leggen. Op elke regel is weer een voorbeeld te bedenken die deze regel ontkracht.

Q: Waar kwam het idee vandaan om in het boek flamencoteksten te gebruiken?
A:
Flamenco is heel audiovisueel ingesteld. Ik vond het een uitgelezen kans om met dit boek de teksten te belichten. Veel mensen hebben geen idee waarover flamencozangers zingen. Dat is ook niet zo verwonderlijk, want zelfs Spanjaarden hebben moeite om de zangers te verstaan. Ik heb letras gebruikt die bij konden dragen aan het verhaal. Dat is nog een hele speurtocht geweest. Ik wilde ook een verscheidenheid van stijlen neerzetten. Sommige letras stammen nog uit de negentiende eeuw. Dat wist ik zelf ook nog niet, daar kwam ik pas achter toen ik op zoek ging naar de herkomst. Dus ik heb er uiteindelijk zelf ook nog het een en ander van opgestoken.

Querido



Bezoekersreacties: