Elisabeth Mollema
Door: Diana op 20 oktober 2014

Elisabeth Mollema is terug. Na een lange periode waarin we aan het thrillerfront niets van haar vernamen, zet ze zichzelf weer in de spotlights met haar vijfde thriller Kwaad. Ik was in de gelegenheid het boek op voorhand te lezen en legde de auteur vervolgens een aantal vragen voor waar ze openhartig antwoord op gaf..



Als succesvol kinderboekenschrijfster sloeg je met de thriller Prooi in 2007 een andere richting in. Hoe is het zo gekomen dat je je tevens wilde gaan richten op fictie voor volwassenen? En wat trok je destijds aan in het thrillergenre?

Na zo’n 70 kinderboeken had ik zo’n beetje alle onderwerpen behandeld die ik interessant vind. Schrijven in de kindertoon begon mij toen ook een beetje te vervelen.
Ik houd zelf van (vooral Engelse) psychologische thrillers zoals van Ruth Rendell en bijvoorbeeld The cement garden van Ian McEwan. Ik houd niet zo van verhalen waarin grof geweld voorkomt. Ik vind de subtiele gemeenheid veel leuker om over te lezen of te schrijven. Ik vind het interessant om te zien hoe iemand die ogenschijnlijk normaal is zich onder bepaalde omstandigheden kan ontpoppen tot een killer. Tegelijk worden onder diezelfde omstandigheden sommige mensen het slachtoffer.
Prooi ontstond nadat ik een tijdje was gestalkt door een vrouw. Het was een kennis en ik had eerst niet in de gaten dat ze mijn gangen tot in detail naging. Ze liep constant langs en als ik bezoek had, belde ze later op en vroeg terloops wie er bij me was geweest. Dat deed ze heel geraffineerd. Toen haar ziekelijke belangstelling me begon te irriteren en ik het contact met haar verbrak, werd ze boos. Lastig allemaal, maar Prooi was geboren.

Na Dirty Martini, die in de VN-thrillergids van 2012 maar liefst vier sterren kreeg, verdween je uit beeld. In thrillerland althans. Nu zet je jezelf terug op de kaart met Kwaad. Was het een bewuste keuze om een pauze in te lassen, je wellicht te richten op andere dingen?

Ten tijde van het schrijven van Dirty Martini, begon de crisis. In boekenland had dat tot gevolg dat uitgeverijen werden gereorganiseerd. Veel uitgeverijen hadden meer aandacht voor hun organisatie dan voor hun auteurs. Je kunt het hen nauwelijks kwalijk nemen, het is een bijna natuurlijk proces dat organisaties zich dan naar binnen keren. Mijn uitgever werd ontslagen, er kwam niet direct een nieuwe. Ik had niet eens een redacteur. Er kwamen forse bezuinigingen. Er werd geen geld voor promotie en er werd niets gedaan met die vier sterren toekenning in de VN thrillergids, terwijl er maar een paar Nederlandse auteurs waren die zoveel sterren kregen. De lol was er toen voor mij af. Ik vertelde het tegen een collega-schrijver in Rotterdam die het blijkbaar jammer vond dat ik geen zin meer had om te schrijven. Josje Kramer van uitgeverij Querido, die de beste redacteur van Nederland is, wilde met mij praten, zei ze. Ik dacht: Als zij met mij wil praten, kan ik niet weigeren. Ik had toen alleen geen zin in een verhaal over moord en doodslag en heb de feelgood roman Champagne en aardbeien geschreven. Bij Querido is het heerlijk werken. Het zijn erg vakkundige mensen en ze zijn nog aardig ook. Ik ga er nooit meer weg. Of ze moeten mij eruit schoppen.

Een verhaal ontstaat door een idee en krijgt vanzelf vorm naarmate je dat beeld omzet in woorden. Hoe verloopt doorgaans het schrijfproces voor jou? Is dit met ieder boek nagenoeg hetzelfde of volgt elke titel zijn eigen weg hierin?

Iedere auteur heeft zijn eigen manier van werken. Bij mij begint het met een achterliggend thema, zoals in Kwaad waarin iemand  aan geheugenverlies lijdt. Het is net zoals met boetseren, je begint met een homp klei en dan ga je zitten duwen en kneden tot het de vorm krijgt die je min of meer in je hoofd hebt. En het wordt altijd anders dan je van te voren had bedacht. Maar het belangrijkst zijn de personages. Je moet goed nadenken over wie er in je verhaal figuren. Ik denk daar net zolang over na tot ik hen zo goed ken als mensen van vlees en bloed. Dan laat ik ze los en beleven zij het verhaal. Ik hoef het alleen maar op te schrijven.

Hoewel er diverse personages op de voorgrond treden springt de zorgzame Ebe er duidelijk uit. Een toch wel uitzonderlijke naam, die ook om die reden opvalt. Een bewuste keuze?

Hoewel er diverse personages op de voorgrond treden springt de zorgzame Ebe er duidelijk uit. Een toch wel uitzonderlijke naam, die ook om die reden opvalt. Een bewuste keuze? Ebe heet eigenlijk Eva, maar na een korte relatie met een Spanjaard die de b uitsprak als v bleef het voor iedereen Ebe, vooral omdat ze zichzelf zo voorstelde. Een naam moet in mijn gedachten passen bij het personage dat ik heb bedacht. Ik houd van mensen met a touch of deviance.

In het verhaal is ruimte gegeven aan vier vrouwen. Hoe geef je ieder personage een eigen stem en gezicht?


Daar denk ik erg lang over na. De personages moeten goed van elkaar te onderscheiden zijn anders raakt de lezer in de war. Ze hebben hun eigen manier van praten en reageren. En ze moeten in het verhaal passen. Ik kijk om mij heen en meng fictie met werkelijkheid. Ik luister hoe mensen praten en hoe ze doen. Het zijn vaak onopvallende eigenschappen waarmee je iemand kunt typeren. Het is net zoals bij een schilderij dat met ene paar kleine kleuraccenten een bepaalde sfeer kan oproepen. Van elk personage maak ik een biografie. Ik weet hoe hun jeugd was, wat ze voor werk doen, waar ze wonen, hoe hun relatie is met de mensen om hen heen etc.

In je nieuwe thriller speelt amnesie een grote rol. In hoeverre heb je je daar in verdiept om gedrag en uitspraken realistisch over te kunnen brengen?

Ik heb er veel over gelezen en met een psychiater over gepraat. Geheugenverlies komt in veel vormen voor.

In Kwaad wordt de hulp ingeschakeld van een medium. Wat heb jezelf met het bovennatuurlijke?

Niets. Ik ben er veel te realistisch voor. Ik vind het wel interessant om te zien dat er mensen zijn die er wel in geloven en waarom ze dat doen. En vooral: wat drijft mensen die beweren een medium te zijn?

Een manuscript voltooien is een tijdrovend proces. Je schrijft, je schrapt, herschrijft of past aan. Wanneer ben je als auteur (pas?) tevreden over  je eigen werk?

Eigenlijk nooit. Kwaad is nu op weg naar de drukker. Ik lees de tekst nu niet meer, want anders ga ik er achteraan rennen om dingen te verbeteren.

Wat heeft schrijven je het meest geleerd in de loop der jaren?

Dat ik niet in therapie hoef. Om te kunnen schrijven over mensen en hun gevoelens, in thrillers zijn dat vaak heftige sentimenten, heb ik in mijn eigen hoofd zitten wroeten om er achter te komen wat iemand ervaart. Ik heb daardoor alles herbeleefd wat ik in mijn leven heb meegemaakt.

Is er wellicht een tip die je beginnende schrijvers kunt meegeven?

  • Kijk goed om je heen hoe mensen doen, luister naar de manier waarop ze spreken, denk na over hun motieven. Vraag je af waarom ze doen wat ze doen. Het is in veel gevallen niet wat het op het eerste gezicht lijkt.
  • En over de structuur van een verhaal: Schrijf elk hoofdstuk als een afgerond verhaal en met een cliffhanger.
  • En ten slotte de tip die ik vroeger van schrijver/illustrator Max Velthuijs kreeg: Het begin en het eind van het verhaal zijn het belangrijkst, de rest is opvulling.

Diana

- Meer weten over Elisabeth Mollema? Kijk dan op haar website.



Bezoekersreacties: