Belinda Aebi
Door: Diana op 26 juli 2011

Dat Belinda Aebi gedreven is in wat ze doet mag duidelijk zijn na het lezen van dit interview. Ze schrijft als een topsporter traint en heeft het gevoel dat ze de lat steeds wat kan verhogen. Inmiddels ligt haar tweede vrouwenthriller in de schappen, Het geluid van stilte, en werd het hoog tijd voor een gesprek met deze ambitieuze auteur.

Belinda Aebi is weliswaar een opvallende naam maar in Nederland nog niet alom bekend. Kun je in het kort iets meer over jezelf vertellen?

Belinda: Aebi is een Zwitserse naam, mijn vader is Zwitser. Hij reisde op 18-jarige leeftijd alleen naar Brussel, met als opdracht om er het horlogemerk ‘Rodania’ nieuw leven in te blazen. Samen met mijn Vlaamse moeder, zijn eerste secretaresse, is hij erin geslaagd om de kleine firma in hartje Brussel tot een bruisend bedrijf te laten groeien en van Rodania een topmerk te maken.
Ik heb zelf gedurende 26 jaar een verantwoordelijke functie gehad in het bedrijf, samen met mijn broer en zus. Tijdens die periode werd ik gewaar dat ‘het creatieve’ mij meer lag dan ‘het commerciële’. Toen mijn vader in 2008 op rust ging (toen 76 jaar), besloot ik om zijn biografie te schrijven, als blijk van appreciatie, als kers op de taart. De biografie werd onder de naam ‘Swiss Made’ uitgegeven in 2009. Door het werken aan dit boek, wist ik dat schrijven iets was wat ik echt wilde doen. De momenten tijdens dewelke ik eraan schreef, maakten mij gelukkig. Het zou niet bij dit éne boek blijven.

Was schrijven een vak wat je altijd al ambieerde of kwam dit later pas?


Belinda:
Ik ben pas beginnen lezen toen ik vijfenveertig was, laat dus. Als kind was ik meer met muziek en sport bezig.
Nadien slorpte de drukke job in het bedrijf en een gezin met drie kinderen mijn dagen (en de jaren) volledig op. Ik kwam er niet toe om te lezen. Het is door het neerpennen van het levensverhaal van mijn vader, nu 3 jaar geleden, dat de schrijfmicrobe mij stevig te pakken kreeg. Sindsdien heeft ze mij niet losgelaten en ben ik niet meer weg te slaan van mijn zolderkamertje, waar mijn pc staat en waar ik mij totaal kan verliezen in mijn verhalen. Ik doe het nu voltijds, dagelijks dus, vele uren. Het is onmisbaar geworden. Een nieuw leven, een mijlpaal.

Je debuut Dubbelspel verscheen vorig voorjaar. In welk opzicht ben je, volgens jezelf, gegroeid als je beide boeken vergelijkt?


Belinda:
Het is niet aan mezelf om te zeggen dat ik gegroeid ben. Wat ik wel voel, is dat door veel te schrijven, het schrijfproces vlotter gaat. Jeroen Brouwers zei: ‘Schrijven is topsport, en dat wil zeggen dat je iedere dag moet trainen.’
Dat is helemaal juist, een toptennisser die moet veel tennissen, een renner moet veel fietsen. Het is met schrijven niet anders, als je goed wilt worden in je vak, moet er gewerkt worden. Of ik als schrijfster gegroeid ben tegenover mijn eerste boek, dat wil ik graag van anderen horen. Groeien zou dan voor mij betekenen: een nog betere structuur in het boek leggen, de spanning opdrijven, een verrassende ontknoping bedenken, dat allemaal in balans brengen, én een geloofwaardig verhaal uit je mouw schudden. Vergis je niet, het is verdraaid moeilijk om àlles te doen kloppen. Geen sinécure.
Ik heb wel het gevoel dat ik deze eigenschappen bezit, en ik denk ook dat ik een pakkend verhaal kan schrijven, maar ik heb geen enkele literaire opleiding, lees zelf nog maar sinds een jaar of zeven, ik kom dus eigenlijk uit het niets gekropen.
Het heeft ook voordelen, ik weet dat de basis er is, en mezelf en wat ik doe constant in vraag stellen is de beste methode tot vooruitgang en ontwikkeling. Ik ben heel kritisch voor mezelf en leg de lat hoog. Mijn boeken moeten iedere keer beter zijn, daar ga ik steevast van uit, die uitdaging ga ik aan. ‘Groeien’ is een van mijn favoriete woorden, ik koester het.

Tijdens het lezen komen er regelmatig typisch Vlaamse woorden voorbij dat de Nederlandse lezer soms laat nadenken over wat er precies wordt bedoeld. Heb je het gevoel dat dit wellicht in je nadeel kan uitpakken? Of juist niet?


Belinda: Daar ben ik mij tijdens het schrijven niet van bewust en ga nadien, bij het herlezen en polijsten, typisch Vlaamse uitdrukkingen niet aanpassen of wijzigen. Ik heb een Nederlandse redacteur, en die doet steeds moeilijk over ‘zetel’, dat moet dan steevast ‘sofa’ of ‘bank’ zijn...
Je kan het ook in de andere richting bekijken, schrijfsters uit Nederland gaan toch ook hun teksten niet aanpassen aan het Vlaamse publiek? Ik vind die subtiele verschillen net grappig, we hebben dezelfde taal maar toch soms aparte bewoordingen en uitdrukkingen, moet kunnen, en zo blijft een schrijver toch wie hij/zij is. Mocht ik mij, bij iedere uitdrukking, de vraag stellen, gaan onze Noorderburen dat begrijpen, dan  zou ik niet meer spontaan kunnen schrijven, het zou geforceerd overkomen.
Nu, ik heb niet de indruk dat ik veel ‘onbegrijpelijke Vlaamse’ woorden gebruik, maar liever dàt dan constant te goochelen met Engelse uitdrukkingen, dat doen vele auteurs en mij stoort het wel. De Nederlandse taal is rijk genoeg.

Is het volgens jou moeilijk om als Vlaamse naam te maken in Nederland?


Belinda:
Het is om te beginnen al moeilijk om naam te maken in eigen land. Ik geraak er steeds meer van overtuigd dat succes een samenloop is van omstandigheden: het juiste boek, met het juiste thema, op het juiste moment, en een portie geluk natuurlijk. De boekenberg is zo hoog, dat de kans dat iemand nu net ‘jouw’ boek eruit pikt, erg klein is, als debutant bedoel ik dan.
Wanneer je boek niet op de goeie plek bij de boekenboer ligt, of wanneer er in de pers niets over je boek geschreven wordt, is de kans groot dat het aan de zijlijn blijft liggen, omdat het niet in de aandacht komt.
Maar om heel concreet op jouw vraag te antwoorden, ik ambieer het zeker om bij de Nederlandse lezers een plekje op hun boekenplank te bemachtigen. Ik ben zelf iemand die graag een sprong over de grens maakt, Maastricht, Amsterdam, maar vooral Zeeland doe ik vaak aan, het geeft mij altijd een vakantiegevoel. Er is zoveel ruimte en ik kan er beter ademen, echt.
Dit gaat nu wel heel melig klinken, maar ik zeg het toch maar, ik zie jullie graag. Op een dag mijn boek in de etalage zien liggen in Nederland, tja, dat zou heel fijn zijn.

Autisme speelt een grote rol in Geluid van stilte, alsmede een erfelijke ziekte en seropositiviteit. Gewichtig om daar een verhaal omheen te schrijven. Waarom besloot je deze onderwerpen te gebruiken in het boek?

Belinda: De medische wereld heeft mij altijd al geïntrigeerd en met psychologie zijn we allemaal dagelijks bezig, want alles in deze wereld is psychologie. Waarom doen we iets of waarom niet? Hoe gaan we met iets om? Hoe geven we bepaalde dingen een plaats in ons leven?
De combinatie van het medische aspect met de psychologie daaromheen, daar voel ik me toe aangetrokken en daar schrijf ik graag over. In mijn debuutthriller van vorig jaar ‘Dubbelspel’, was het hoofdthema een vrouw met een dubbele persoonlijkheid. Daarover ben ik dan beginnen lezen en heb geleerd dat in 95% van de gevallen, de vrouwen zwaar seksueel misbruikt werden op heel jonge leeftijd.
In het nieuwe boek ‘Het geluid van stilte’, is het autisme van het meisje een gegeven wat binnen de familie voor zware problemen zorgt.
De hippotherapie, of therapie met paarden zorgt ervoor dat geleidelijk aan de communicatie verbetert alsook het zelfvertrouwen bij het kind.
Het paard wordt niet beschouwd als groot of gevaarlijk, maar als een vriend die rust brengt. Er staat bij autisme vaak een barrière tussen het kind en de volwassene, bij het paard voelt het zich  meer ontspannen dan bij de mens. Er gaat minder dreiging vanuit en door de wiegende bewegingen worden te gespannen spieren weer losser. Ik heb een dochter die hippotherapie geeft, en zij heeft op een dag verteld dat ze hele speciale ervaringen had met de paardentherapie bij autisme.
Vandaar is het idee ontstaan om erover te lezen, met mensen te gaan praten, lessen bij te wonen, en het uiteindelijk als uitgangspunt voor het boek aan te wenden. De elementen uit de medische wereld en de kennis die ik ervan opdoe, doorgeven in een boek, vind ik belangrijk. Vaak zeggen mijn lezers, dat ze uit mijn boeken iets bijleren, en dat hoor ik graag, ik beschouw het als een compliment.

Er komen diverse complexe karakters voorbij in Geluid van stilte. Iedereen heeft zo zijn of haar eigen redenen voor hun daden of keuzes. Was het moeilijk (of juist niet) om ieder personage de ruimte te geven zich te kunnen ontwikkelen?

Belinda: Voor mezelf is het typeren en het uitwerken van de personages even belangrijk als het verhaal zelf. Complexe karakters zijn altijd boeiend, mensen waar niets aan scheelt en de hele dag lopen te lachen, zijn geen interessante mensen voor een thriller. Het zijn de intermenselijke relaties met al hun blutsen en builen, die een verhaal voeding geven.
De wereld is niet mooi en mensen doen elkaar pijn, maar tegelijk worden ze ook smoorverliefd en zijn constant op zoek naar aandacht en liefde. Ingrediënten te over om er personages uit te boetseren, met hun eigen kwaliteiten en zwakheden. We zijn allemaal kwetsbare wezens, kleine monsters soms, worstelend met gevoelens die bepalen wie we zijn en hoe we ons gedragen. Ik besteed hier veel tijd en aandacht aan, de lezer moet de personages bijna pal voor zich zien staan.
Hij moet als het ware hun adem voelen.

Hoe ontstaat een basis bij jou voor een boek? En hoe ga je vandaaruit te werk? Ben je iemand die de hele dag met pen en papier op zak loopt om aantekeningen te maken of komen ideeën pas als je er echt voor gaat zitten?


Belinda:
Ik heb altijd een notaboekje en pen bij, klopt, en die liggen ook ’s nachts naast mijn bed. Eens ik een basisthema heb en de personages vorm krijgen, begin ik te typen. Door het schrijven zelf, volgt de rest van het verhaal, best spannend.
Maar ik moet mijn vingers goed in het oog houden, omdat ik mezelf erop betrap dat ik af en toe te breed te ga, te snel ook, en dan wordt het pas moeilijk. Soms heb ik teveel ideeën waardoor ik de indruk krijg om met twee boeken tegelijk bezig te zijn.
Het gebeurt dat ik een bepaalde passage heel duidelijk voor me zie, en die dan uit schrijf. Dan weer een andere passage. Allemaal leuk, maar het in elkaar puzzelen achteraf is beestenwerk, dat is het allermoeilijkste, zeker in een thrillerverhaal, alles moet juist zitten... Ik heb bij de aanvang wel een verhaallijn voor ogen, en ook de plotlijn, dat wel, maar ze lopen in zig-zag, en ik moet tijdig bijsturen. Langs de andere kant, vraag ik me af, of ik een volledig uitgestippeld verhaal met vast einde, wel leuk zou vinden.
Denk van niet.

Waaruit of waar vandaan haal jij je inspiratie tot schrijven?


Belinda:
Alles geeft mij inspiratie, een krantenkop, film, ervaringen binnen de familie, iets wat iemand zegt.
Ik lees nu ook vele andere boeken van collega’s, en niet enkel van het thrillergenre.
Dat kan ook inspiratie geven, een zin, een bedenking.
Het heeft ook vaak met sferen te maken, dingen die met emoties te maken hebben, daar lig ik van wakker, die moet ik van mij af kunnen schrijven.

Is Belinda Aebi een naam die wij Nederlanders moeten onthouden?


Belinda:
‘Moeten’, niet, maar ik zou het natuurlijk wel heel graag willen. Daar moet ‘ik’ in de eerste plaats voor zorgen, namelijk door een goed boek te brengen.
Hard werken en veel geduld oefenen, daar heeft het mee te maken. Dat eerste, geen probleem, ik ga ervoor en lukt het niet met dit boek, dan misschien met het volgende. ‘Rome is ook niet op één dag gebouwd.’ Dat geduld, is een harde dobber voor mij, alles moet vooruit gaan, opschieten dus, niet talmen, snel resultaten zien.
Hopelijk hebben mensen die boekrecensies schrijven, ook wat geduld, en gaan ze beginnende schrijvers niet meteen afknallen.
Maar ik ben niet iemand die ter plaatse blijft trappelen, een strebertje heet zoiets, ja?

Diana



Bezoekersreacties: