Siska Mulder
Door: Diana op 9 december 2010

Siska Mulder's debuut, Zus, was indrukwekkend. Ook haar (vrouwenthriller)debuut, Doof, was de moeite waard, en dit jaar kwam haar boek Na Delphine uit, dat al even goede recensies krijgt. Tijd dus om Siska wat vragen te stellen over haar nieuwste boek, haar nieuwste personages en de betekenis van vriendschap.

1. In augustus 2008 verscheen Doof, je (vrouwen)thrillerdebuut. Hoofdpersoon Stella, die ten gevolge van een hersenvliesontsteking geheel doof is, zette je op voortreffelijke wijze neer. Toch wordt iets realistisch als doofheid niet door veel auteurs als uitgangspunt gebruikt. Wat heeft je destijds doen besluiten om juist hierover te schrijven?

Siska: Bijzondere personages blijven je eerder bij dan personages die op de buurvrouw lijken. Dat Stella doof zou zijn, wist ik vanaf het begin. Door haar doofheid is Stella geïsoleerd en leeft ze in haar eigen, stille wereld. Dat vond ik een mooi gegeven. Haar zoontje Jimmy is in bad verdronken. Als ze had kunnen horen, had ze Jimmy vermoedelijk weten te redden, dat verhoogt de tragiek. Toen ik me in plotsdoofheid ging verdiepen raakte ik erdoor gefascineerd. De Nederlandse Gebarentaal is zo mooi en elegant. Ik heb veel met dove mensen gemaild en uiteindelijk ook een filmpje met hen gemaakt over plotsdoofheid. Op Doof heb ik veel reacties gehad van dove lezers. Gelukkig vonden ze Stella’s handicap levensecht beschreven.

2. Twee jaar later is daar Na Delphine. Het verhaal gaat over een hechte vriendengroep die de jaren naar volwassenheid heeft doorstaan. Delphine lijkt de centrale figuur te zijn en iedereen heeft zijn of haar eigen relatie tot haar. Ondanks de onderling sterke band is er veel dat niet wordt uitgesproken en hiermee creëer je een sfeer waar je als schrijver een hoop kanten mee op kunt. Hoe was het om je in deze hoofdpersonen te verdiepen?

Siska: Een genoegen! Ik wilde al veel langer een boek schrijven vanuit een wisselend perspectief, maar dat het er zeven zouden worden had ik ook niet verwacht. Zodoende kon ik steeds weer in een ander hoofd kruipen, wat het schrijven enerverend maakte. Van tevoren heb ik de plot helemaal uitgedacht, maar al schrijvend kregen de karakters steeds meer persoonlijkheid en gelaagdheid. Gaandeweg leerde ik hen steeds beter kennen – ook hun duistere kanten. De personages zijn zo gaan leven dat ik ze nog steeds met me meedraag.

3. Geloof je dat vriendschappen voor het leven kunnen zijn? En dat in ieder mens – hoe goed je ze ook denkt te kennen – iets ondoorgrondelijks zit?

Siska: Ik wil graag geloven dat vriendschappen voor het leven zijn, maar heb al een paar keer het tegendeel meegemaakt. Mensen veranderen, of blijken niet degene te zijn van wie je dacht te houden. Uiteindelijk is het onmogelijk om de ander helemaal te kennen, ja, dat denk ik zeker. De vrienden in Na Delphine projecteren allerlei gevoelens op Delphine: jaloezie, frustratie, afgunst, lust. Hun beeld van Delphine zegt misschien wel meer over hen dan over hun vriendin. Vriendschap gaat ook over het beeld dat je van jezélf weerspiegeld krijgt. Het is net als met verliefdheid; een aangename kant daarvan is dat je jezelf in een heel prettig daglicht ziet. Met name charismatische mensen zoals Delphine zijn er goed in om je een bijzonder gevoel te geven. Het is alsof ze je boven jezelf uittillen. Zo’n vriendschap kan verslavend zijn. En misschien wel per definitie eindig, omdat er zulke hevige gevoelens meespelen.

4. Je hebt ervoor gekozen de lezer lang in het ongewisse te laten en de spanning weloverwogen op te bouwen en hebt dit enorm knap gedaan. Wilde je de lezer zelf wat te puzzelen geven?

Siska: Ja, die hersenen mogen best een beetje kraken. Dat vind ik zelf ook altijd fijn tijdens het lezen van een boek. En de klap van de ontknoping komt op deze manier des te harder aan.

5. Zonder iets prijs te geven over het slot van Na Delphine: de rillingen lopen over je rug. Voor mij persoonlijk een pluspunt, voor anderen wellicht aangrijpend, juist omdat je het niet verwacht. Realiseer je je dat de meningen hierover dubbel zouden kunnen zijn?

Siska: Ik krijg veel reacties op het einde. Een lezer vertelde me dat ze naar buiten moest om frisse lucht te krijgen, zo aangrijpend vond ze het. En een andere lezer, die het boek ’s avonds laat had uitgelezen, zei licht verontwaardigd dat ze de volgende dag anderhalf uur niet had kunnen werken doordat ze almaar moest denken aan het einde.  Ik leef met ze mee, maar ben natuurlijk stiekem best blij dat lezers zo geraakt zijn.

6. Het valt op dat Na Delphine niet het labeltje literaire thriller heeft meegekregen, waar tegenwoordig menig boek onder wordt geschaard. Een bewuste keuze?

Siska: Ja. Het predicaat ‘literaire thriller’ is langzamerhand zo uitgehold dat het weinig waarde meer heeft. Na Delphine is een psychologische thriller, dus waarom zou je het boek dan niet gewoon zo noemen?

7. De psyche van de mens intrigeert schrijvers veelvuldig. Wat trekt je daar zelf daar zo in aan?

Siska: Vooral de zwaktes van mensen vind ik interessant; daarom voel ik me ook zo thuis in het thrillergenre. Ik wil weten waarom mensen doen zoals ze doen, wat ze beweegt. Of ik nou in een café zit, door de supermarkt struin, of op een feestje rondloop, ik ben eigenlijk altijd aan het kijken en luisteren – op het obsessieve af. Ik vind mensen een bijzonder interessante diersoort die ik het liefst 24 uur per dag met een verrekijker observeer. Aangezien dat op den duur enigszins gênant wordt, ben ik maar gaan schrijven.

8. Wat doet een boek opvallen?

Siska: Als het vanuit een bepaalde noodzaak is geschreven. Ik denk dat lezers heel goed het verschil aanvoelen tussen een formuleboek en een boek dat geschreven móest worden. En hoe interessant de achterliggende thematiek ook is, uiteindelijk begint het altijd met een goed verhaal.

9. Naar mijn idee ben je een auteur die zich comfortabel voelt op de achtergrond. Klopt dat beeld een beetje?


Siska: Daar ben ik dubbel in. Aandacht en applaus hebben een verslavend element, maar je moet zorgen dat je er niet afhankelijk van wordt. Als je in de schijnwerpers staat, is er weinig ruimte voor contemplatie. Op den duur vind ik dat vervelend en wil ik terug naar de kern. Ik kan enorm genieten van gezelschap; als ik mijn vrienden te lang niet zie, word ik ongelukkig. Tegelijkertijd heb ik een sterke behoefte aan alleen zijn. Vroeg of laat trek ik me terug in mijn hol. En dan schrijf ik weer een boek.

10. Is er iets wat je zelf nog kwijt wilt aan de bezoekers van onze site?


Siska: Aha, de moraal van het verhaal. Nou, na het schrijven van Na Delphine is me die wel duidelijk: weet wie je vrienden zijn.”

Diana



Bezoekersreacties: