Lineke Breukel
Door: Wendy op 6 mei 2017

Lineke Breukel schrijft al een hele tijd, maar ik was nog niet bekend met haar boeken. Daar kwam verandering in na het lezen van het eerste deel van de trilogie IJsblauw, Het instituut.  Inmiddels is het tweede deel, Het beest verschenen. Na het lezen van het superspannende eerste deel was ik nieuwsgierig geraakt naar deze auteur. Ik legde haar een aantal vragen voor en ondanks dat Lineke momenteel aan het rondreizen is in Europa, en niet voortdurend over een internetverbinding beschikt, heeft ze toch tussendoor tijd gemaakt om mijn vragen te beantwoorden.



Wie is Lineke Breukel, wil je wat meer over jezelf vertellen? 

Lineke Breukel is prettig gestoord en zo eigenwijs dat ze bij voorbaat niet luistert naar mensen die een oordeel hebben over hoe ‘het leven’ in elkaar hoort te zitten. Ik heb een onrustige, creatieve geest die constant nieuwe dingen wil ondernemen en ik ben wars van structuur en routine. Ik ben een ontdekker die graag haar grenzen voortdurend verlegt. Ik ben nooit een ‘meeloper’ in groepen geweest, ging dat zelfs al van jongs af aan uit de weg. Het is voor mij ongelooflijk belangrijk om mijn eigen pad te volgen, mijn eigen ideeën te vormen en die ook daadwerkelijk uit te voeren. Dat maakt mij gelukkig. Voor al die projecten heb ik vrijheid nodig en die heb ik niet altijd gehad. Mijn ideeën over mijn leven en toekomst pasten niet altijd binnen de verwachtingen van bijvoorbeeld ouders en andere intimi. Ik ben behoorlijk streng en zakelijk opgevoed, hoewel er wel ruimte was voor creativiteit. Dat hoorde bij onze opvoeding, vonden mijn ouders. Het heeft echt heel wat gekost om mijzelf uit het keurslijf van mijn opvoeding los te vechten en om de oordelen en verwachtingen van anderen niet meer belangrijk te vinden. In dat groeiproces zit ik eigenlijk nog steeds. Na schoolopleidingen is het normaal om te gaan werken en je te blijven ontwikkelen, een kind te baren en een huis te kopen, een goede baan te vinden... Dat heb ik allemaal gedaan, maar heb dat ook uiteindelijk allemaal weer losgelaten. Na de middelbare school heb ik de Kunstacademie Psychopolis in Den Haag gevolgd omdat beeldende kunst altijd een grote rol heeft gespeeld in mijn leven. Omdat mijn baan bij de overheid mij niet bevredigde en ik als kunstenaar bijna niets verdiende, begon ik psychologie te studeren. Daarna ben ik gaan werken als coach en trainer van probleemjongeren en volwassenen die vast zaten in hun leven. Ik deed dit in dienst van twee grote gemeenten en via mijn eigen bedrijf. Dat leverde soms weken van rond de zeventig uur werken op en er bleef geen tijd en energie over voor andere zaken. Behalve dan voor de vechtsport, waar ik mijn man (mijn trainer) heb leren kennen. Sport is voor mij altijd enorm belangrijk gebleven.  

In 2012 ben je met je gezin naar Zweden vertrokken, was hier een specifieke aanleiding voor? 

Waarom onze emigratie? Ik ben een echt projectmens dat graag creëert, dat was ik als kind al en ik volg zoveel mogelijk mijn hart. Niet alleen op het gebied van zelfontwikkeling, maar ook fysiek. Ik wilde vooral mijn eigen ideale leven creëren en daar had ik volgens de maatschappelijke normen en waarden soms redelijke extreme ideeën over. Vooral de totale controle hebben over hoe we leven was en is belangrijk voor mij, maar dat snapte ik niet direct van mezelf. Het borrelde al erg lang binnen in mij en ik begreep die onrust een tijd niet. Ik kon nooit zeggen dat ik gelukkig was met mijn leven, wat ik ook deed en waarheen we ook verhuisden. Dat terwijl ik toch het idee had dat ik kon doen wat ik wilde binnen de grenzen van onze (financiële) mogelijkheden van toen. Er was echter altijd wel een muur waar ik tegenop liep, een beperking die mij frustreerde. Mijn creativiteit overwon vele van die barricades, maar niet alle. Die innerlijk onrust had vooral met het gemis aan totale vrijheid te maken, met een leven dat we niet konden leven in Nederland. Ik wilde bijvoorbeeld onafhankelijk zijn van grote organisaties, het liefste helemaal off the grid leven en totaal voor onszelf zorgen. Dat betekende dat ik geen werkgever meer wilde hebben en los wilde zijn van energieleveranciers, gemeentelijke voorzieningen en andere verplichtingen. Mijn man deelt die gevoelens, hoewel hij daar wel eerst voor moest warmlopen. In 2012 kreeg ik mijn gezin (man en zoon) zover om te verhuizen naar het Zweedse hoogland van Småland en we lieten daarvoor een comfortabel huis en twee goede banen achter. Sindsdien wonen we in een klein huis midden in de natuur. Daarover schreef ik twee boeken die via Van Dorp, imprint Grenzenloos zijn uitgegeven. Zweedse buren over onze emigratie met alle bijbehorende emoties en Rare Jongens die Zweden over onze integratie en de cultuurverschillen waar wij tegenaan liepen. We lieten veel zekerheid achter, maar ruilden die in voor totale vrijheid en daardoor een oneveneerbaar gevoel van geluk. Onzekerheid over bijvoorbeeld onze financiële toekomst is slechts één van de vele uitdagingen in ons nieuwe leven die we als consequentie van onze keuze accepteren. Ik heb het als een ongelooflijke opluchting ervaren dat ik dat benauwde leven achter mij kon laten en het avontuur tegemoet ben gegaan. Waarom specifiek Zweden? Zweden heeft altijd in mijn systeem gezeten, van jongs af aan. Vraag mij niet waarom, wellicht heeft dat met een vorig leven te maken. Als klein schoolmeisje wist ik al dat ik ooit naar Zweden wilde reizen, terwijl ik er geen enkele binding mee had. We zijn als gezin pas in 2002 voor het eerst in Zweden terecht gekomen, tijdens een fiets-survivalvakantie. We hebben toen een maand lang door de wildernis gezworven en in het wild gekampeerd. Toen we na enkele jaren van dat soort vakantie-avonturen een huisje kochten midden in het Smålandse bos, begon het pas echt te kriebelen bij mij, maar ook bij mijn man. Onze benauwde levens, vol met verplichtingen, waren zo’n tegenstelling met de vrijheid en de ruimte die we ervoeren op ‘onze’ plek in het bos dat het steeds moeilijker werd om te geloven in een verdere toekomst binnen die veeleisende Nederlandse maatschappij. Die roze wolk wilden we eerst vooral graag doorprikken, omdat we natuurlijk ook al die vreselijke afleveringen van ‘Ik vertrek’ hadden gezien. Toch wisten we beiden dat we niet meer konden doorgaan zoals we leefden in Nederland. Vooral ik kon niet meer ademhalen binnen die opdringerige maatschappij waar we klem leken te zitten tussen geld verdienen en rekeningen betalen. Ruimte voor mijn creatieve ontwikkeling was er op het laatst totaal niet meer, zeker niet toen al ons spaargeld in de opleidingen van onze zoon ging zitten. Zweden bood ons de mogelijkheid om ongemoeid een eigen bestaan op te bouwen, vanuit de basis opnieuw te beginnen. Ons huisje, met een heleboel boompjes en beestjes, in totale vrijheid. Zonder toekomstverwachtingen, zonder verplichtingen en eindelijk met alle ruimte voor het ontwikkelen van mijn creatieve geest. 

Je hebt in Zweden een zelfvoorzienend bestaan opgebouwd, kun je daar wat meer over vertellen? 

De voorliefde voor een zelfvoorzienend bestaan kwam door diverse behoeften. De eerste en belangrijkste behoefte heeft te maken met het niet afhankelijk willen zijn van grote organisaties zoals leveranciers van energie, water en dergelijke. We zijn er nog niet helemaal los van, maar daar werken we voortdurend aan. We hebben geen abonnementen meer, hebben geen tv, zo weinig mogelijk verzekeringen (alleen de verplichte) en kopen eigenlijk alles dat we nodig hebben tweedehands. We produceren voor een belangrijk deel ons eigen voedsel en doen inmiddels maximaal rond de tweehonderd euro per maand aan boodschappen. Dan kopen we zaken als toiletpapier en koffie, tandpasta en dergelijke. De rest produceren we dus zelf. Alleen elektriciteit gebruiken we van het net. We stoeien met zelfgebouwde windmolens en zonnepanelen en omdat we amateurs op dat gebied zijn, gaat dat nog steeds niet helemaal goed. Ons ideaal is om alle electriciteit uiteindelijk zelf te produceren, maar omdat we ons water van honderdtwintig meter diepte moeten oppompen, hebben we sterkstroom nodig. Dat kunnen we zelf niet produceren. We hebben dus onze eigen waterbron op ons terrein en een eigen ‘mini reinigingswerk’ waarbij we onze afvalstoffen zelf filteren in een biologisch systeem. Dat is een behoorlijke investering geweest, net als de aanschaf van een grote houtketel/cooker waarmee we ons huis verwarmen en waar we op koken. We vangen duizenden liters regenwater op in een regentonnensysteem waar we onze hele tuin en kas mee bewateren. In de toekomst willen we daar ons toilet mee spoelen, want dat doen we nu met bronwater.... nogal jupperig vind ik dat. Vanaf het eerste seizoen zijn we met kippen en konijnen begonnen voor de productie van eieren en vlees. De konijnen zijn inmiddels de deur alweer uit, want kostentechnisch is dat vlees te duur. Bovendien vond ik konijnen slachten toch moeilijk. Ze kijken zo lief. Ik bak ons brood en mijn man maakt kaas en boter van melk die hij krijgt van een boer. Daarvoor helpt hij iedere zondagmorgen met melken zodat de boer kan uitslapen. Dat heeft een dikke vriendschap opgeleverd. Van die man krijgen we regelmatig omgewaaide bomen die we verwerken tot brandhout. We staan daarvoor dagen te zagen en te kloven, te stapelen en inmiddels heb ik echte spierballen gekregen. Een tweede behoefte is dat we niet houden van de enorme verspilling binnen de moderne maatschappij waar wij deel van uitmaakten. Niet alleen op het gebied van consumptiegoederen, maar ook op het gebied van gebruiksmaterialen. Bovendien willen we milieuneutraal wonen en dat gaat in Zweden gemakkelijk met het stoken en koken op hout. Men zegt hier dat een boom net zoveel kooldioxide omzet in zuurstof als hij produceert wanneer hij verbrand wordt. Dat noem ik neutraal. Omdat we mensen in onze buurt helpen en regelmatig eieren weggeven, krijgen wij veel afvalhout dat we zelf uit hun bossen mogen halen. Tot nu toe levert dat ons al vijf jaar gratis stookhout op. Onze voorliefde om met gerecycelde materialen te werken heeft bovendien een ander groot voordeel. Oude materialen zijn overal te vinden, bij buren, bij bedrijven, in het bos... Het kost vaak niets en dat was voor ons vooral in het begin een groot voordeel omdat we geen inkomen meer hadden. We begonnen direct na onze emigratie met een heleboel romantische ideeën over een kleinveestapel, een groentekas en het inmaken van zo’n beetje alles wat van ons stukje grond afkwam. Ik heb mijzelf geleerd hoe je dat doet en iedere winter genieten we van onze eigen groenten en sappen en ingemaakt fruit. Sinds onze emigratie hebben we bovendien nooit meer een brood gekocht en eten we veel minder vlees omdat we dat het liefste niet willen kopen. Ondanks dat we al doende leren en dat er best projecten mislukken, hebben we samen veel voor elkaar gekregen. Dat geeft een enorm gevoel van voldoening en bovendien hebben we onszelf bewezen dat we kunnen overleven, zelfs midden in de koude wildernis van Zweden.  

Wat doe je zoal naast het schrijven? 

Natuurlijk houd ik mij bezig met onze dieren en de tuin en de kas. Bovendien is er altijd wel iets leuks te doen in en om ons huis. Ik heb altijd wel ergens een project waar ik aan werk. Zo maak ik een muurschildering in de woonkamer en ben ik weer aan een schilderij begonnen, na jaren. Daarnaast heb ik het samenschrijfproject IJsvogel opgestart en werk ik aan een biografisch manuscript voor iemand die een deel van haar jeugd wil beschrijven. Sinds enkele jaren ben ik toch parttime gaan werken bij een instituut voor probleemjongeren. Dat kwam vooral omdat de pensioenleeftijd in Nederland steeds maar opgeschroefd wordt en wij zonder inkomen van ons bij elkaar gespaarde geld leven. De tussentijd tot onze pensioenen is te lang geworden om financieel zonder werk te ‘overleven’. Dat is een consequentie die helaas een streep trekt door die totale vrijheid, maar ik hoop ooit dat ik als schrijver ons bestaan volledig zal kunnen bekostigen. Ik kreeg een vast dienstverband aangeboden dat ik in eerste instantie accepteerde, maar na negen maanden heb ik dat losgelaten omdat het mij begon te benauwen. Daarvoor waren we niet geëmigreerd. Ik streefde er mijn eigen principes mee voorbij. Nu ben ik weer oproepkracht, want ze wilden mij niet kwijt. Ik bepaal dus zelf wanneer ik werk en hoeveel geld ik extra verdien per maand. Op dit moment zwerven we twee maanden rond in Europa, in een vorig jaar gekochte, bijna dertig jaar oude camper. Dat is een avontuur op zich waarin we onszelf willen bewijzen dat we kunnen leven zonder al dat om ons heen verzamelde materiaal en dat comfortabele dak boven ons hoofd. Die totale vrijheid is toch erg belangrijk, zo belangrijk dat ik zelfs soms stiekem droom over een nomadisch bestaan. We kijken gaag naar vlogs van Amerikaanse mensen die fulltime in een camper wonen en rondtrekken. Romantisch, maar ook keihard. In het klein doen we dat een beetje na. We ‘spelen’ dus onze droom en dat houdt ons jong. Ik doe gewoon wat ik wil, gun mijzelf die vrijheid, maar laat mij tegelijkertijd beperken door die baan. Toch heb ik de controle in handen, want ik bepaal zelf hoe vast ik mijzelf zet. Het is een leven dat ik ongeveer voor ogen had toen ik begon te begrijpen waar mijn behoeften lagen. Iedere dag is er weer een en ik denk niet na over hoe mijn leven er over twintig jaar uit zal zien. Dat weten we met zijn allen niet. Ik weet in ieder geval dat ik kan overleven met weinig zonder daar ongelukkig over te zijn. Wat ik zoal doe... was je vraag. Dat is dus vooral gelukkig zijn. Dat is volgens mij het belangrijkste om aandacht aan te besteden en ik heb er mijn hobby van gemaakt.  

Je bent een kleindochter van Jan Nowee, één van de schrijvers van De Arendsoogserie. Heeft dat een invloed gehad en kun je zeggen dat je door hem besmet bent geraakt met het schrijfvirus?  

Mijn opa en oom waren beide de schrijvers van de Arendsoogserie en er zitten daarnaast journalisten, redacteurs en uiteindelijk ook een uitgever in de familie. Mijn moeder (Tine Nowee) was bovendien correctrice bij een grote krant. Taal is er bij ons met de paplepel ingegoten en heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in ons gezin. Het correct gebruiken van ABN werd op het laatst zo’n frustratie voor mijn zus en mij, dat we onszelf tijdens onze pubertijd expres ‘plat’ Haags hebben aangeleerd. Vooral onder het avondeten vonden we het heerlijk om onze ouders daarmee te sarren. Mijn moeder riep dan altijd ontsteld: “Meisjes, kuis je taal!” Met taal en verhalen heb ik altijd een liefdesrelatie gehad. Van kinds af aan was ik al leesverslaafd en ik kan trots melden dat ik de hele bibliotheek in Scheveningen (van toen) heb gelezen. Ik was gek op verhalen en fantaseerde er als kind al op los. Als ik in mijn eentje door de duinen fietste, dan was ik in gedachten altijd ergens anders. Ik zat vaak bij Paul Nowee (de broer van mijn moeder) en dan spraken we over zijn nieuwste manuscripten. Het was zo normaal voor mij om bezig te zijn met verhalen dat ik niet beter weet. Vroeger op school werd ik al beperkt in de klas, want mijn opstellen waren altijd veel te lang. Het schrijfvirus is voor mij dus geen virus, maar een deel van mijn DNA. Ik kan niet zonder. Als jonge meid schreef ik al kinderverhalen, maar die heb ik nooit naar een uitgever gestuurd, die behoefte had ik niet. Gek genoeg vond ik het moeilijk om dagboeken bij te houden. Die heb ik nog en ze staan vol met onzin. Ik schreef dan iets en schreef daar direct onder dat ik het dom vond om mijn dag te beschrijven. Er gebeurde toch niets bijzonders. Die onrust en ontevredenheid over mijn bestaan zat er dus al vroeg in.  

Het is mij opgevallen dat je ontzettend snel schrijft en heel vlot van een idee een rond verhaal kan maken. Is dat iets wat je door de jaren heen aangeleerd hebt of heeft dat er altijd al ingezeten?  

Ik heb mijzelf volgens mij nooit iets aangeleerd. Ik schrijf gewoon wat er in mij opkomt. Ik heb een beeldende geest, zie verhalen voor mij en kan erin verdwijnen. In mijn fantasie kan ik in een situatie ronddwalen en zie ik voor mij wat er gebeurt of kan gebeuren. Een drie-dimensionaal beeld dus waar ik inkruip en waardoor ik van alle kanten kan bekijken hoe ik het wil ontwikkelen. Alsof ik in een grote zeepbel stap waarin een verhaal aan het ontstaan is. Ik weet niet of dit geldt voor iedere schrijver, maar zo werkt mijn fantasie in ieder geval. Dat deed ik als kind al graag. Het wegduiken in een fantasiewereld en het in gedachten aannemen van een rol is iets natuurlijks voor mij. Zo kan ik mij ook gemakkelijk verplaatsen in de diverse karakters in de verhalen. Toen ik dit laatst met een tante (een zus van mijn moeder) besprak, vertelde ze mij dat haar vader (Jan Nowee) op dezelfde manier werkte. Dat heb ik nooit geweten, want ik heb hem nooit gekend. Hij was gestorven net voordat ik geboren werd.  

Je hebt al meerdere boeken geschreven waaronder een boek over je emigratie naar Zweden en de literaire Vluchtspel trilogie. Maar toch was je nog niet bij iedereen bekend. Dit is veranderd sinds het verschijnen van het eerste deel van de IJsblauw-trilogie, dit is wel een soort doorbraak voor je geweest. Hoe kijk je hier zelf tegen aan?  

Ik vind het geweldig dat ik meer bekendheid heb gekregen, maar het is eigenlijk dubbel. Dat heeft te maken met het feit dat ik vooral schrijf omdat ik er gelukkig van word. Omdat ik graag op deze manier ons bestaan in Zweden hoop te kunnen bekostigen, is het echter natuurlijk fantastisch dat er meer boeken verkocht worden, maar dat is niet waarom ik ben begonnen met schrijven. Ik merk ook dat ik toch niet zo stoer ben als ik mijzelf heb voorgehouden al die jaren, want het feit dat er zoveel meningen zijn over mijn verhalen maakt mij soms onzeker. Het levert een druk op waar ik niet op gerekend heb. Omdat ik toch al een prestatiebeest ben, wil ik de lat daardoor alleen maar hoger leggen. Dat is een oude vijand van me en ik wil ervoor waken dat ik niet geforceerd ga schrijven. Wat ik ongelooflijk leuk vind is het persoonlijke contact via social media sinds die toegenomen bekendheid. Dat heeft mij enorm veel leuke connecties met mensen opgeleverd en omdat ik een mensenmens ben, voelt dat goed aan.  

In het verleden ben je meerdere malen gestalkt en en vooral de emoties en de manier waarop jij je hier tegen sterkte, heb je verwerkt in de trilogie Vluchtspel. Heb je in IJsblauw ook emoties van jezelf verwerkt?  

Ik denk dat in al mijn verhalen een deel van mijzelf terug te vinden is in de hoofdpersonen. In Tijdbuigers is dat ook zo en in het nieuwste boek dat ik aan het schrijven ben ook. In IJsblauw heb ik vooral de getransformeerde Lineke beschreven. Dat heb ik niet expres gedaan, maar omdat ik in mijn karakters duik, komt er een deel van mijzelf tevoorschijn tijdens mijn beschrijving van de emoties. In dit geval van Eva-Lin. Ik ben een stoere meid met een grote mond, die tegelijkertijd lekker onzeker kan zijn. Het heeft jaren geduurd voordat ik eindelijk een plek voor mijzelf op deze aarde in durfde te nemen en dat groeiproces kun je in principe vergelijken met de zoektocht van Eva-Lin naar haar identiteit. Ze ontdekt gedurende de drie delen dat ze niets te maken wil hebben met haar programmering, met de persoon die men wilde dat ze zou worden. Ze voelt zich niet thuis in die manier van ‘zijn’, maar ze ontdekt dat ze er in ieder geval voor een deel niet onderuit komt om zo te zijn, gewoon omdat het in haar zit. Ze heeft meerdere persoonlijkheden in zich die afhankelijk van de situatie tot uiting komen. Ik vind dat ook in mijzelf terug. Door mijn opvoeding ben ik een onzeker kind geworden dat niet durfde te stralen, dat bang was om afgerekend te worden op te enthousiast gedrag, want thuis moest ik vooral in het gareel lopen. Het heeft jaren geduurd eer ik niet meer bang was om mijzelf te zijn. Dat proces van het loslaten van die onzekerheid is pijnlijk en confronterend geweest. Juist toen ik eindelijk van mijzelf mocht gaan stralen, werd ik geconfronteerd met die stalkers. De eerste was mij bekend, maar van de tweede heb ik nooit de identiteit kunnen achterhalen. Dat heeft mij met een grote smak teruggeworpen in mijn schulp, totdat ik het zat was om een schuiler te zijn en ik besloot om een vechter te worden. Dat heeft mij emotioneel bevrijd en een heel stuk sterker gemaakt. De weg die ik al gegaan ben heeft mij dus gebracht tot het zijn van een vechter. Eva-Lin is dat ook. Ze is een vechter, maar met een tere ziel. Daarin herken ik de Lineke van nu.  

Hoe ben je op het idee gekomen voor het schrijven van de trilogie IJsblauw?  

Mijn uitgever wilde graag dat ik nogmaals een trilogie schreef. Het is dus eigenlijk een opdracht geweest, maar hij omschreef de opdracht vrij sumier. “Maak het net zo spannend als Vluchtspel, maar dan iets anders.” Daar kun je als schrijver alle kanten mee op. IJsblauw als idee is gewoon op komen borrelen. Mijn hoofd zit voortdurend vol met ideeën en scenario’s. Ik heb echter altijd al een onrustig gevoel gehad bij die kloonexperimenten in de jaren zeventig. Dolly het Schaap bezorgde mij het ‘triffid’gevoel. (The day of the Triffids is een heerlijke SF die ik wel vijf keer gelezen heb). Een wetenschappelijke ontdekking waar iedereen blij mee is, maar die een tijdbom legt onder de veiligheid van de menselijkheid... Dat soort scenario’s spreken mij aan. Kloning is precies zo’n soort ontwikkeling waarbij je als schrijver de ‘pleuris kunt laten uitbreken’. Ik hou ervan om onrust te zaaien en mensen bang te maken, heb ik ontdekt. Een raar karaktertrekje van me, maar het heeft dus deze trilogie opgeleverd. Het inzetten van Eva-Lin en haar tegenspelers in deze verhaalsconstructie komt vooral door de behoefte om een vrouwelijke hoofdpersoon neer te zetten die weerbaarder is dan Nicole uit Vluchtspel en die buiten haar externe vijanden ook geconfronteerd wordt met haar interne ‘tegenstander’. Dat maakt haar kwetsbaar en menselijk, terwijl ze juist aan haar menselijkheid twijfelt. Ik denk dat ik de behoefte had om juist dat deel van mijn eigen groeiproces te injecteren in het verhaal, die tegenstelling tussen krachtig zijn en kwetsbaar voelen.

Kun je het karakter van Eva-Lin omschrijven? In hoeverre lijkt de hoofdpersoon Eva-Lin op Lineke Breukel? Wat zou Eva-Lin bijvoorbeeld wel doen dat jij zelf nooit zou doen?

Eva-Lin is weerbaar, kan haar mannetje staan en is zeker niet bang. Ze lijkt stoer, maar van binnen voelt ze hoe onzeker ze kan zijn. Ze is vooral onzeker over haar manier van ‘zijn’ omdat ze het idee heeft niet de volledige controle in handen te hebben. Zo krachtig als ze is, kan ze zich verbazen over de simpelste aspecten van het leven. Daar heeft ze oog voor. Ze is naïef als het gaat om de liefde en menselijke verhoudingen en heeft soms moeite met het al dan niet vertrouwen van mensen, heeft daarin nog veel te leren. Als ze niet teveel piekert en durft te luisteren naar haar instinct, dan is ze sterk, staat ze in het middelpunt van haar kracht. Gaat ze over die grens heen, dan komt ze in haar ‘programmering’ terecht en verdwijnt ze uit haar eigen bewustzijn. Op menselijk vlak zou je dat kunnen omschrijven als een emotionele vlucht, bij haar gebeurt het niet bewust. Ze kan het niet sturen of beïnvloeden. Ze is erg bezig met het leren kennen van zichzelf op emotioneel gebied en heeft een sterke behoefte aan menselijke steun. Ze voelt zich alleen en klampt zich daardoor vast aan degene die ze eigenlijk niet zou moeten vertrouwen. Daarin is ze hetzelfde als Nicole in Vluchtspel, die zo’n behoefte aan gezelschap had, dat ze zichzelf in de nesten werkte. Lineke Breukel is weerbaar en kan zichzelf verdedigen, is bovendien niet snel bang. Ook ik lijk stoer, ben dat vaak, maar van binnen voel ik mij net zo goed soms onzeker. Het gaat bij mij niet om het niet hebben van controle, maar om angst om er te mogen zijn. Dat heeft Eva-Lin in feite ook, maar dan om er te zijn als mens in plaats van als deel van een project. Vroeger was ik ook naïef als het ging om menselijke verhoudingen en vertrouwen, dat stadium ben ik inmiddels voorbij. Net als Eva-Lin ik heb oog voor die simpele aspecten van het leven die zo uniek zijn. Het is iets dat ik van mijn vader heb meegekregen en ik heb dat bewust bij Eva-Lin ingebracht omdat ik vind dat het haar iets puurs geeft, als een klein kind dat de wereld nog aan het ontdekken is. In feite is ze dat ook, want haar leven is nog pril. Zo wil ik zelf blijven tot aan mijn dood, omdat het zo goed voelt. Wat zou Eva-Lin wel doen en ik nooit? Dat is niet zo moeilijk, maar het is niet veel. Of ik nooit een mens zou ombrengen? Nee, natuurlijk niet. Dat is mijn overtuiging en dat is Eva-Lins wens net zo goed. Ze wil het nooit meer, maar ze wordt ertoe gedwongen en uiteindelijk gebeurt het zelfs zonder dat ze zichzelf kan tegenhouden. Als ik kijk naar de kinderlijkheid in haar karakter en naar haar humor dan kijk ik in een spiegel. Daarin zijn we hetzelfde. Eva-Lin en Lineke Breukel zijn niet zo verschillend, als ik erover nadenk... hoewel ik mij meer mens dan kloon voel.  

Een tijdje geleden ben je op Facebook begonnen met het project Verzoekboek IJsvogel. Een samen-schrijfproject waarvan de opbrengst naar een goed doel gaat. Dit project liep meteen als een speer en samen met veel enthousiaste mede-schrijvers is er inmiddels een boek ontstaan. Kun je hier nog wat meer over vertellen?

Ik ben begonnen met het project omdat ik wilde laten zien hoe je als schrijver tot een boek komt. Dat idee kwam op als ‘kakken’ nadat verschillende mensen mij hadden geschreven dat ze zo graag zelf een boek zouden willen schrijven. Er waren mensen die niet tot een goed idee kwamen en er waren mensen die hun ideeën niet op papier kregen. Eerst dacht ik aan het opschrijven van de verschillende schrijftechnieken, maar dat zou te droog worden. Ikzelf houd van de dynamiek van het groepsproces, van de creativiteit die ontstaat binnen een groep gelijkgestemden. Leren door te doen leeft bovendien veel meer dan een paar pagina’s theorie. Binnen een middag heb ik het project opgezet en gelanceerd en binnen drie dagen had ik meer dan 3000 belangstellenden. Natuurlijk bleven die niet continu de Facebookpagina bezoeken en uiteindelijk bleef er een kerngroep over die meegewerkt heeft tot het einde. Er waren mensen die mij vroegen of ik het niet moeilijk vond om mij door dit project zo kwetsbaar op te stellen, om mij open te stellen voor kritiek op mijn technieken. Als beeldend kunstenaar heb ik ook altijd laten zien hoe ik werk. Ik ben lid geweest (in Nederland) van culturele kringen en kunstgroepen en heb altijd zitten schilderen tijdens exposities of beurzen. Gewoon omdat ik vind dat je open moet zijn over je werk. Ik denk dat het goed is om te laten zien hoe jouw werk tot stand komt. Je leert daar als ‘uitvoerder’ tenslotte zelf ook van, want op die manier krijg je tijdens je werkproces belangrijke feedback. Het gaat er vooral om dat je jezelf als ‘leerling’ durft op te stellen, leerbaar, want je bent als mens nooit uitgeleerd. Schrijven is een eenzaam proces en pas nadat een boek gepubliceerd is, komt de feedback. Voor mij als schrijver is het goed geweest om op deze manier met ‘open kaarten’ op tafel te spelen. In die zin is Verzoekboek IJsvogel een experiment geweest waarin ik ook vooral mijzelf heb uitgedaagd. Ik heb de deur opengezet en iedereen een kijkje in mijn keuken gegeven. “Kijk, zo doe ik het, geef er maar kritiek op. Schiet er maar op.” Natuurlijk is dit groepsproces niet te vergelijken met de manier waarop ikzelf gewoonlijk aan het werk ben, maar er zijn aspecten van mijn stijl en techieken naar buiten gekomen waarover gediscussieerd is binnen de groep en dat was uitdagend en verfrissend. Ik moet zeggen dat ik genoten heb van de eerste tot de allerlaatste letter en dat ik het jammer vind dat het over is. Het project heeft veel tijd gekost, maar ik kon het niet loslaten, net zomin als de deelnemers. Tijdens nachtdiensten zat ik te schrijven en vaak had ik de volgende ochtend rond zeven uur al de eerste feedback van de deelnemers binnen. Geweldig vond ik dat! Wat ik belangrijk vind is dat iedereen de mogelijkheid krijgt om een schrijver te zijn. Om zich op die manier creatief te uiten. Bovendien vind ik het belangrijk dat de opbrengst van het eerste uitgavejaar naar een doel gaat dat te maken heeft met het stimuleren van lezen. Het zal nog even duren, maar dan is er een echte IJsvogel geboren!  

Sommige auteurs zijn van mening dat je zelf veel moet lezen om te kunnen schrijven. Hoe sta jij hierin? Lees je zelf veel en zo ja, wat lees je graag?  

Helaas heb ik niet veel tijd om te lezen. Ik heb natuurlijk aan Verzoekboek IJsvogel gewerkt, maar daarnaast werk ik nog steeds aan deel drie van IJsblauw, aan een manuscript voor iemand anders en aan mijn nieuwste boek. Af en toe werk ik dan op het instituut en dat doe ik vooral ’s nachts. Dan moet ik overdag slapen. Vind ik de tijd (en ook vooral de rust) om te lezen, dan pak ik het liefste een Dean Koontz. Vroeger las ik alle Stephen Kings, maar die ben ik zat. Ik hou van Dan Brown, complottheorieën. Spanning, een verhaal met vele onverwachte wendingen dat mij tot het laatst op het verkeerde been brengt... Dat zijn zaken die mij aanspreken. Ik lees expres geen Nederlandse thrillers omdat ik zuiver wil blijven schrijven. Natuurlijk word je als schrijver altijd wel door iets of iemand geïnspireerd, maar ik wil voorkomen dat mijn boeken ‘besmet’ worden met ideeën uit andere Nederlandstalige boeken. Ik heb op mijn e-reader nog een hele boekenkast staan waar ik nog aan moet beginnen. Ik lees graag, maar ik vind niet dat je als schrijver per se zelf veel moet lezen. Inspiratie haal je als mens uit vele zaken, niet alleen uit andere boeken. Het lijkt mij juist beter als je je richt op andere media zoals films en op andere zaken, zoals bijvoorbeeld een mooie omgeving of onderzoeken of gebeurtenissen die je uit actualiteiten haalt. Lezen op zich kan je schrijftechnieken verbeteren, of in ieder geval je taalgebruik, maar het kan je ook vastzetten in je ideeën en/of je werkmethoden. Als ik kijk naar de opbouw van de Arendsoogboeken van mijn opa en oom, dan zie ik dat beiden zich hebben beperkt tot één enkele vaste structuur. Dat is veilig, maar ook saai, hoewel de lezers er eigenlijk op zaten te wachten. Er is een probleem. De held en zijn helper komen erachter, komen in actie. De held komt in moeilijkheden en wordt gered door zijn helper en ze lossen het probleem op. Lees je veel van dit soort boeken, dan ben je wellicht als schrijver geneigd om die structuur over te nemen. Ik denk dat afstand nemen van lezen je als schrijver kan helpen om oorspronkelijk te blijven. 

Dank je wel voor dit interview en tot het volgende contact! 

Lineke Breukel

Lineke, bedankt voor de openhartige en uitgebreide antwoorden!

Wendy



Bezoekersreacties:
Lineke Breukel (55) op 24 mei 2017:
Bedankt voor het interview! Veel succes met de website. Lineke Breukel