Marcel Vaarmeijer
Door: Diana op 7 augustus 2014

Marcel Vaarmeijer lanceerde afgelopen maand zijn thrillerdebuut Spit. Nieuwsgierig geworden door het fraaie omslag en de intrigerende flaptekst las ik over het leven van hoofdpersonage Eva Doorman. Gaandeweg kriebelde het om Marcel de vragen voor te leggen die bij mij naar boven kwamen. Contact werd gezocht, de vragen werden vervolgens voorgelegd, wat resulteerde in een interessant vraaggesprek.



Bij de naam Marcel Vaarmeijer gaat niet direct een belletje rinkelen. Kun je in het kort iets meer over jezelf vertellen?


Ik ben geboren op 4 april 1963. Na de dood van mijn vader (1966) woonde ik jarenlang alleen met mijn zieke, stille moeder in een klein flatje. In die stilte ontdekte ik de wereld van boeken en las ik de halve bibliotheek leeg. Toen ik zeven jaar bij de marine had gewerkt en veel van de wereld  had gezien, begon ik te schrijven. Al snel werden er gedichten en korte verhalen geplaatst in o.a. Propria Cures en NRC Handelsblad. In 1996 verscheen mijn eerste boek, een verhalenbundel over de marine. Sindsdien schrijf ik bijna elke dag, of eigenlijk elke nacht, dat vind ik prettiger. Met veel vallen en opstaan publiceerde ik nog acht boeken, waaronder mijn laatste boek Spit. In 1996 trouwde ik met Jacquelien. We wonen in een oud Amsterdams hofje, heel klein en meestal stil.

Werkt de rust om je heen stimulerend wat schrijven en concentratie betreft? Of heb je echt de stilte van de nacht nodig?


Rust en stilte zijn noodzakelijk, ik werk altijd met oordopjes. De nacht is toeval. Gaandeweg ontdekte ik dat het overdag minder goed ging en werkte ik langer door, soms tot vier uur 's nachts. In die nachtelijke uren ging het verrassend goed, zo is mijn schrijftijd naar de nacht verhuisd.

Wat bracht je ertoe om het thrillerpad te gaan bewandelen?


Ik vind het leuk om telkens iets nieuws te proberen. Elke keer hetzelfde boek schrijven gaat me snel vervelen. Een thriller stond nog op mijn verlanglijstje. Ik had het in 2004 al eens geprobeerd met de roman Val, deze keer besloot ik het serieuzer aan te pakken en een échte thriller te schrijven.

Waar moet een echte thriller aan voldoen volgens jou?


De lezer moet zich met de situatie, het slachtoffer (of de dader) kunnen identificeren. En het moet goed, of op z'n minste niet slecht aflopen.

Hoe ben je op het idee gekomen voor het verhaal van Spit?

Mijn beste vriend woont in Almere. Op een dag stond ik voor het keukenraam naar buiten te kijken en zag ik een verlaten, nogal eentonige straat. Dat bracht me op het idee voor Spit. Een thriller in zo'n omgeving bleek de ideale combinatie voor een geslaagd boek.

In Spit komen meerdere vrouwen aan het woord, ieder met een toch wel stevig karakter. De een wat evenwichtiger dan de ander, maar ze staan zeker hun mannetje. Hoe was het voor jou om in hun huid te kruipen? En zijn er mensen in je eigen omgeving (geweest) waarop je de hoofdperso(o)n(en) hebt gebaseerd?


De drie "boze" buurvrouwen in Spit zijn gebaseerd op echte personen. Hun namen kan ik niet noemen, anders worden ze boos, maar ze bestaan en ze lijken op de buurvrouwen in Spit. In de huid kruipen van een vrouw is voor mij niet zo moeilijk. Ik ben opgevoed door mijn moeder en had tijdens mijn jeugd overwegend contact met haar vriendinnen en meisjes. Daardoor ontdekte ik dat vrouwen (meestal) interessanter en veelkleuriger zijn dan mannen. Vanuit dat perspectief schrijf ik het liefst. Ook Wendy's Moeder, Su-su-superster, Val en mijn volgende roman De Gloriedagen van Walter Gom (voorjaar 2015) zijn vanuit het perspectief van een vrouw geschreven.

Hoe zou je Eva Doorman beschrijven? Is zij bijvoorbeeld de buurvrouw die ik graag zouden willen leren kennen als ik naast haar of in de zelfde buurt zou wonen?

Eva lijkt in veel opzichten op mij. Ze is erg op zichzelf, heeft weinig sociale contacten en is tevreden met weinig. Gelukkig is ze niet, maar als je in je jeugd zwaar bent beschadigd is het lastig om écht gelukkig te worden.

Toch heeft Eva het ver geschopt in haar werk. Ze is daarin erg gedreven. Ben jij dat ook?


Ik kan niet veel, ik heb weinig talenten en geen hobby's. Dat wist ik al heel jong. Toen ben ik op zoek gegaan naar wat ik wél kan, waar ik wél talent voor heb, en daarin heb ik mij vastgebeten. Zo vergaat het veel mensen. Met een beetje geluk kun je dan succesvol zijn, en wellicht ook gelukkig.

Er is veel wat we niet zien, genoeg wat ons niet opvalt zolang het dagelijkse leven en  vaste patronen en gewoontes ons blijven opslokken. Soms bewust, of niet altijd. Het feit blijft dat we aan veel dingen voorbij gaan zonder dat we er erg in hebben. Klopt dat een beetje wat je met het verhaal wil zeggen?

Dat klopt inderdaad. Er zijn jaren geweest waarin ik erg ondernemend en actief was, en veel "leuke dingen" deed. Die jachtige jaren zijn voorbij. Het is stil geworden om mij heen. Pas nu zie en ontdek ik dingen die ik voorheen niet zag, en waarschijnlijk nooit zou hebben gezien als ik op de oude manier had doorgeleefd.

Vaak moet er eerst iets gebeuren willen de ogen opengaan, zoals in Spit het geval is. Mensen blijven toch vaak dezelfde weg volgen die ze zo goed kennen. Persoonlijk deel ik je ervaring, weet wat het oplevert als je naar jezelf luistert en ergens een afslag durft te nemen. Wat heeft het jou opgeleverd?

Ik pieker niet meer over geld, dat is een heerlijk gevoel. Ik voel en leef meer mee met zieke en bedroefde mensen. Het verlangen naar dure en luxe artikelen is verdwenen, en aan vakanties heb ik geen behoefte meer. (Soms voel ik me net een monnik, een monnik in een spijkerbroek.)

Voor het schrijven van fictie is het gebied tussen schijn en werkelijkheid een prima plek om te vertoeven als auteur. Al lezende in Spit dacht ik geregeld: er zijn zoveel gesloten deuren in de straat waar je zelf woont. Dat wat Eva overkomt lijkt bizar, maar hoe onrealistisch is het eigenlijk? Of beter: hoe wezenlijk? Wilde je inderdaad in Spit de realiteit en de schijn zo dicht mogelijk bij elkaar laten liggen?

Spit is eigenlijk een metafoor voor ons alledaagse bestaan. Waar je ook komt, met wie je ook spreekt, altijd word je in meer of mindere mate beïnvloed en in een hokje geduwd. Dat thema heb ik enigszins uitvergroot en in een pakkend verhaal gegoten. Toch vinden dergelijke situaties, hoe bizar en wreed ook, weldegelijk plaats. Ik heb het diverse keren meegemaakt, zo fictief is het dus niet.

Is Eva Doorman een personage die je wellicht laat terugkeren in een eventueel volgende thriller?

Die mogelijkheid is er zeker. Vooralsnog moet ik afwachten hoe Spit het gaat doen. Als het aanslaat en veel mensen het lezen en waarderen, zou er een vervolg kunnen komen. Er staan nog diverse verhaallijnen open (o.a. haar vader en het gezin waarin ze is opgegroeid), daar zit absoluut een goed boek in, misschien nog beter dan het eerste.

Diana

- Meer weten over Marcel? Kijk dan op zijn website.



Bezoekersreacties: