Isa Maron in gesprek met Michael Berg
Door: Isa Maron op 8 juni 2012

‘Ik ben een buitenlandse auteur die toevallig in het Nederlands schrijft.’

Isa Maron interviewde haar collega Michael Berg op een terras in Amsterdam. Ze spraken over zijn nieuwe thriller Nacht in Parijs en over schrijven in Frankrijk.

Ik begin met een hele gemene vraag: waarom schrijf je?

Michael: Mijn god, eh... ik heb eigenlijk altijd geschreven. Als 15-jarige schreef ik Franse liedjes – chansons, want dat deed het goed bij de meisjes – dus ik heb heel veel liedjes geschreven. Later, op de kleinkunstacademie, heb ik voorstellingen geschreven. Bij de studie Nederlands heb ik een cursus Creative Writing gevolgd en geprobeerd om een novelle te schrijven. Toen heb ik ook twee kinderboeken geschreven.

Zijn die boeken ook uitgegeven?

Michael:
Nee, godzijdank niet. Die novelle was iets triests, een lang verhaal over de eerste wereldoorlog, veel te zwaar. Ik ben wel altijd blijven schrijven. Columns, hoorspelen, radiosoaps, ik heb ook nog een kindertelevisieserie gemaakt die internationaal verkocht is – veel korte baan werk. Na 25 jaar bij de omroep ben ik gestopt met werken en dacht ik: nou moet ik dat boek maar eens schrijven. Ik wilde een thriller schrijven omdat ik die zelf het liefste las. Maar daarvoor moest ik eerst stoppen met werken, en verhuizen naar Frankrijk.

Moest dat om te kunnen schrijven? Verhuizen naar Frankrijk?

Michael: Anders kon het financieel niet uit. We hebben in Nederland alles verkocht en we zijn in ons vakantiehuis gaan wonen. In het begin componeerde ik veel muziek, maar dat liep niet geweldig, dus na een jaar ben ik aan het boek begonnen. Binnen een half jaar heb ik daar gelukkig een uitgever voor gevonden.


Chansonnier

Wat las die jongen van 15 eigenlijk? De chansonnier?

Michael: Veel Louis Paul Boon. Ondeugende literatuur. Licht pornografisch, dat vond ik erg spannend toen. Ik geloof dat ik alles van die man gelezen heb. Iets van 60 boeken of zo.

Is dat nog iets van een voorbeeld voor je geweest?

Michael: Nee, helemaal niet. Wel uit die tijd heb een een liefde overgehouden aan helder taalgebruik, zoals ik zag bij Hermans en Bordewijk, Nescio. Zo hoort het te zijn, dacht ik.

Heb je de wens om ook niet-thrillers te schrijven?


Michael: Ja, zeker. Mijn vierde boek Hôtel du Lac was eigenlijk meer een psychologische roman, een verhaal met autobiografische elementen over iemand uit de provincie die in de jaren zeventig in Amsterdam komt wonen. Er zit wel een spanningselement in, maar het gaat meer over iemand die 50 wordt en zijn oude vrienden terug ziet. Dat boek heeft het goed gedaan.

Publiek

Je bent blijkbaar vanaf jongsafaan erg bezig met jezelf te uiten.

Michael: Ik heb het altijd leuk gevonden om voor een publiek te werken. Of het nou radio, televisie is of schrijven. Je maakt iets voor een publiek.

Maar het is toch anders als je in een kroeg optreedt en de mensen zitten recht voor je neus te genieten, of je schrijft een boek en je ziet eigenlijk nooit een lezer lezen en kijken van oeh, wat spannend.

Michael: Het heeft ook voordelen. Schrijven kun je alleen doen. Overal ter wereld.  Bij de omoep kun je niet altijd maken wat je echt wilt, vanwege budgetten. Met muziek schrijven ben je afhankelijk van hoe anderen het uitvoeren. Dus ik dacht, laat ik het schrijven proberen, dan ben je echt helemaal zelf verantwoordelijk voor wat er uit komt. Je bent eigenlijk een jaar bezig om een ‘show’ te maken waar de lezer 8 tot 10 uur plezier van heeft.

Met wat voor gevoel moet het publiek van de show naar huis gaan?


Michael: Idealiter: dat je er over na blijft denken, dat het blijft nazoemen. Uiteindelijk zie ik schrijven als een vorm van intelligent amusement. Ik wil dat mensen zoveel plezier aan een boek beleven als ik dat zelf aan een boek van iemand anders beleef.

Noem eens een voorbeeld? Wat is er bij jou blijven nazoemen?


Michael:
De Milennium trilogie van Stieg Larson, en Bonita Avenue – niet echt een thriller – van Peter Buwalda.

Wat zoemt er na? Wat is het dat je raakt?

Michael: De grootsheid van het drama. De constructie. De personages. De wereld waar je ingezogen wordt. De taal. Zo, dacht ik, dat is een écht boek. Ik heb er grote bewondering voor dat hij zich 4 à 5 jaar heeft teruggetrokken om dit boek te schrijven. Ik las het toen ik Nacht in Parijs schreef en daardoor heeft het schrijven me 3 maanden extra gekost, ik dacht: my God, dit is goed… ik schreef natuurlijk een ander boek, maar toch… ik was er erg van onder de indruk.

Gebruik je die ervaring nu voor het volgende boek?


Michael: Nee, ik schrijf thrillers. Bonita Avenue is een roman.


Pageturner

Lees je ook Franse boeken, en is er een verschil tussen de Franse en de Nederlandse thriller?


Michael: Ik lees het zeker, maar ik ben geen kenner van het genre hoor. Wat me opvalt in wat ik gelezen heb is dat het gepsychologiseer – vrouw raakt in de war – bij Nederlandse thrillers wel sterker is. In Frankrijk zoeken ze ook meer de zwarte randjes, de horror.

Waarom heb je een vrouwelijke hoofdpersoon gekozen? Waarom geen mannelijke journalist?


Michael: Helemaal niet over nagedacht. In het eerste boek wilde ik over een jonge journalist schrijven. En het was meteen een vrouw. Misschien omdat het wat afstand creëert tussen mij en het personage, omdat ik ook journalist ben geweest.

En waarom een serie met dezelfde hoofdpersoon?


Michael: Dat ontstond gewoon. Per toeval. Ik had Twee Zomers geschreven en toen wilde de uitgever een vervolg. Ik was bezig met Hôtel du Lac, dat bleef toen liggen. En nadat dat later alsnog uitkwam, ben ik weer verdergegaan met Chantal Zwart.

En blijft ze nu? Of ben je haar al zat?


Michael: Nee, ik ben haar niet zat. Ik ga een nieuwe Chantal schrijven. Veel lezers vinden Chantal sympathiek en ze vinden het een leuke serie. Het geeft ook houvast, zo’n vast personage. En ik heb genoeg stof voor een nieuw boek. Bovendien woont ze nu in Parijs, waar meer gebeurt.

Spelen alle boeken die je schrijft zich trouwens in Frankrijk af?


Michael: Ja. Chantal is Frans en Nederlands, ze heeft een dubbele nationaliteit. Hôtel du Lac ging over Nederlanders in een Frans hotel. Ik vind het ook wel kloppen. Ik woon in Frankrijk. Ik ben heel weinig in Nederland. Ik zie me zelf als een buitenlandse auteur die toevallig in het Nederlands schrijft. Ik wilde ook niet de zoveelste Nederlandse auteur zijn die een verhaal schrijft dat in een Nederlandse Vinex-wijk speelt.

Laatste vraag, heb je iets van een rode draad in je boeken? Iets speciaals waarvan je wilt dat het publiek nog nadenkt als ze het zaaltje uitlopen? Wat maakt dat het geen bezigheidstherapie is? Man vertrekt naar Frankrijk, hup, laptop en dan…


Michael: Boodschap is een te groot woord, maar ik ben natuurlijk journalist geweest. Ik maakte programma’s over maatschappelijke onderwerpen die me bezighielden. In Nacht in Parijs speelt populisme een grote rol. Iets wat ik in Frankrijk al jaren om me heen zie. Dat zijn wel dingen die je kunt gebruiken. In mijn derde boek komt het onderwerp misbruik binnen de katholieke kerk voor. Ik heb op een katholieke jongensschool gezeten en dat van dichtbij meegemaakt. Het leuke van een thriller is dat je het onderwerp gebruikt als een decor, niet als onderwerp voor een tv of radio programma. Je kunt de personages erop laten reflecteren.

Dat kan ook in een gewone roman, ik bedoel, dan hoeft het niet perse een thriller te zijn.

Michael: Ja, maar ik schrijf graag een plotdriven verhaal. De opzet is om de lezer bij de kladden te grijpen en naar de laatste pagina te sleuren. Je wilt toch graag een pageturner schrijven.

Isa Maron



Bezoekersreacties: