Mary Morgan / Carla Vermaat
Door: Marlies op 7 november 2010

Enige tijd terug verscheen bij uitgeverij Elessy Crime het boek Onderstroom. VrouwenThrillers.nl was razend enthousiast over dit boek en vond het hoog tijd om de vrouw achter dit boek, Mary Morgan, eens aan de tand te voelen. Al snel bleek dat Mary Morgan een pseudoniem was. De schrijfster heet in werkelijkheid Carla Vermaat en blijkt al veel meer boeken op haar naam te hebben. Geen onbekende in de schrijverswereld dus.

Om maar met de deur in huis te vallen, je heet Carla Vermaat en schrijft onder het pseudoniem ‘Mary Morgan’. Is daar een speciale reden voor?

Carla:
Toen in 2002 mijn eerste thriller ‘Kunstlicht’ uitkwam bij uitgeverij De Boekerij, was het nog droevig gesteld met de Nederlandse vrouwelijke auteurs. Ik was toen van mening dat het Nederlandse publiek massaal ging voor de buitenlandse namen. Nederlandse speelfilms werden als derderangs beschouwd en zo was het ook met boeken. Daarom besloot ik het met een buitenlandse naam te proberen, maar helaas paste de uitgeverij de publiciteit daar niet bij aan. De naam Mary Morgan betekent niet speciaal iets voor me. Ik vond het wel mooi klinken en voor mij had de naam iets tijdloos.

Je schrijft al heel lang. In 1975 kwam zelfs al jouw eerste boek uit. ‘De noodlottige vergissing’. Daarna schreef je nog meer damesromans. Kun je mij vertellen waarom je bent overgestapt naar de meer psychologische thriller-achtige boeken?

Carla:
Ik schreef de eerste damesromans in rap tempo nadat ik was getrouwd. Acht romans in drie jaar. Korte tijd later overleed mijn man en het schrijven kwam op een laag pitje te staan. Jaren later begon ik toch weer, maar ik voelde dat ik boven de damesromans was uitgegroeid. Bovendien las ik altijd graag thrillers, dus was het logisch dat ik mij op een ander genre ging richten.

Waarom ben je ooit begonnen met schrijven?

Carla:
Dat kan ik niet uitleggen. Ik moet het gewoon doen. Altijd. Als ik ergens heen ga, moet ik altijd papier en pen bij de hand hebben. Voor het geval ik iets wil opschrijven. Al zo lang ik mij kan herinneren, verzin ik verhalen. Toen ik nog heel klein was, ‘woonde’ er een oud mannetje onder mijn bed aan wie ik de verhaaltjes vertelde. Mijn moeder nam me mee naar de huisarts, maar stelde haar gerust: ik was gezegend met een zeer rijke fantasie.
Toen ik een jaar of 8 was, zeurde ik bij mijn vader altijd of hij in het weekend een typemachine mee naar huis kon nemen. Dat moet zo vervelend geweest zijn, dat ze me op mijn tiende verjaardag een kleine, draagbare typemachine gaven. Bij elkaar gespaard van de AH-zegeltjes.

Hoe reageren jouw kinderen op jouw boeken?

Carla:
Mijn kinderen vinden dat ze mij in mijn boeken herkennen. Dat vinden ze niet prettig, denk ik. Ze zijn wel heel erg enthousiast over ‘Onderstroom’. Dat komt misschien wel omdat het wat verder van mij afstaat.

Je publiceert ook verhalen in Amerikaanse maandbladen. Deze zijn vertaald door Josh Pachter. Hoe heb je dat bereikt?

Carla:
Ik ben lid van CWA, de Crime Writers Association in Engeland. Via hen nam de samensteller van ‘The Mammoth Book of Best International Crime’ contact met mij op. Die wilde een kort, Nederlands misdaadverhaal. Via Rene Appel, van wie ook een verhaal in het boek is opgenomen, kwam ik in contact met Josh Pachter. Josh is een Amerikaan die jaren in Amsterdam heeft gewoond. Hij vertaalt en schrijft ook voor het Ellery Queen Mystery Magazine en stelde voor dat ik daar ook een verhaal voor zou schrijven.

Nu woon je zelf in Groot-Brittanië, zou je zelf ook in het Engels willen schrijven?

Carla:
In Engeland wonen en er Engels spreken, betekent nog niet dat je de taal voldoende beheerst om iets te schrijven. Het gaat me gewoon net snel genoeg af. Bovendien is de concurrentie er zo groot, dat je wel heel ver boven het gemiddelde moet uitstijgen, wil je überhaupt een agent vinden die het voor je wil proberen. Ik heb het me echter wel voorgenomen, dus … wie weet?

Wat lees je zelf graag?

Carla:
Ik lees zelf graag thrillers. Het liefst van Engelse of Ierse bodem en het liefst door vrouwelijke auteurs omdat die in de regel meer psychologisch schrijven.

Wat of wie is jouw grootste drijfveer op schrijfgebied? Om te kunnen bereiken wat je wilt bereiken?

Carla:
Ik heb geen persoon als drijfveer. Ik heb geen bepaald idool of voorbeeld. Ik moet gewoon schrijven en de bekroning is je eigen boek in handen te hebben.

Toen je ‘Onderstroom’ schreef, wat ging er toen door je heen?

Carla:
Als ik schrijf, gaat er niets speciaals door me heen. In mijn hoofd speelt zich een film af en ik ga simpelweg zitten en schrijf de film na. Voor de start van de film heb ik natuurlijk al heel wat denkwerk gedaan, Soms gebeuren er (net als in een echte film) dingen die je niet verwacht en die moet je dan creatief oplossen. Elke misdaadschrijver is wel eens aan een verhaal begonnen met de bedoeling een bepaalde persoon in het eerste hoofdstuk te laten vermoorden – om aan het eind te ontdekken dat het slachtoffer nog in leven is en zelfs een heel andere rol in het geheel is gaan spelen. Zo vergaat het mij soms ook, wat voor een plezierige of frustrerende spanning kan zorgen.

Hoe lang heb je over ‘Onderstroom’ gedaan?

Carla:
Ik denk een paar maanden, een half jaar. Als ik eenmaal begin met schrijven, kan ik meestal niet meer stoppen. Dan moet het af, net zoals je soms een boek moet uitlezen.

Sommige schrijvers hebben bepaalde structuur nodig om te kunnen beginnen met schrijven (potlood links, pen rechts, perse drie koppen koffie of zes rondjes om het huis lopen), heb jij dat ook?

Carla:
Nee hoor. Ik ga gewoon achter mijn PC zitten en begin. Of ik ga iets anders doen, e-mails lezen en beantwoorden, surfen op het net, spelletje doen – wat dan ook om het beginnen met schrijven maar uit te stellen. Tot ik mezelf tot de orde roep en zeg: oké, nu ga je stofzuigen of schrijven. Ja, en dan is de keus gemakkelijk en snel gemaakt, hè?

Hoe ziet jouw ideale schrijfplek eruit?

Carla:
Ik kan overal schrijven. Soms word ik ’s morgens te vroeg wakker om al op te staan en dan pak ik een kladblok dat altijd naast mijn bed ligt. Later begin ik dat dan over te typen en dan zit ik meteen goed in het verhaal.
Ik heb geen ideale plek, maar ik zit het liefst in de huiskamer. Ik zonder me niet af. Wel moet ik enigszins rust hebben. Er mogen wel mensen om me heen zijn, maar ze moeten niet voortdurend moeilijke vragen stellen of de aandacht opeisen.

Schrijf je fulltime?

Carla:
“Ik denk dat ik wel fulltime schrijf, alles bij elkaar. Als ik geen afspraken heb, begin ik na het ontbijt en stop dan rond een uur of twee. Als ik overdag ben weg geweest, schrijf ik graag nog voor het avondeten. Ik word nooit ’s nachts overvallen door schrijfkoorts, ten minste, het is nooit zo hevig dat ik eraan toegeef. Ik draai me gewoon weer om en vertel mezelf dat het wel kan wachten.”

VrouwenThrillers.nl heeft net een thriller-schrijfwedstrijd gehouden. Wanneer is een verhaal/manuscript/boek goed volgens jou? Waar moet het aan voldoen?

Carla:
Elk verhaal/boek is onderhevig aan smaak. Wat de één een geweldig boek vindt, wordt door de ander soms voortijdig terzijde gelegd. Of zelfs niet eens in begonnen. Daarom moet je, denk ik, sterk generaliseren. Een verhaal moet volgens mij dan ook maar aan enkele criteria voldoen: het moet een prettige schrijfstijl hebben en de aandacht van de lezer vasthouden tot de laatste pagina.

Wat zou jij tegen beginnende schrijfsters willen zeggen?

Carla:
Lees veel van andere schrijvers, maar laat je niet zodanig inspireren dat je een kloon wordt van je favoriete auteur. Leer jezelf eerst goed kennen zodat je weet of je een strak schema nodig hebt of juist niet. En schrijf wat je zelf heel graag zou lezen.

Marlies



Bezoekersreacties: