Carien Touwen in gesprek met Patrick Ness
Door: Carien Touwen op 20 maart 2014

Patrick Ness (1971) is een Amerikaans-Britse auteur van zowel romans als Young Adult-boeken en woont in Londen. Recent verscheen in Nederland zijn bejubelde boek Zeven minuten na middernacht. Het boek is al vertaald in 25 talen en gaat over de dertienjarige Conor wiens moeder ernstig ziek is. ’s Nachts droomt Conor over een gevaarlijk monster dat de vorm heeft van een oude boom. Conor weet zeker dat hij slaapt, maar toch liggen er de volgende dag tastbare bewijzen op de grond zoals dennennaalden. Het monster vertelt drie verhalen en daagt Conor uit om het vierde verhaal te vertellen: zijn grootste nachtmerrie. 

Het boek is gebaseerd op een idee van Britse auteur Siobhan Dowd, die aan borstkanker overleed voordat ze het verhaal zelf kon schrijven, en werd prachtig geïllustreerd door Jim Kay. Zeven minuten na middernacht won o.a. de British Children’s Book of the Year, de Carnegie Medal, de Red House Book Award en de Duitse Preis der Jugendjury 2012. Patrick Ness kwam in november naar Antwerpen en ik mocht een uurtje met hem praten over dit bijzondere boek, dat me enorm wist te raken.


Zeven minuten na middernacht is een boek dat flink wat emoties kan losmaken bij lezers. Mij raakte het zeker. Is het niet moeilijk om zoiets te schrijven?
Als je een boek schrijft en de emoties zelf niet voelt, dan doe je het verkeerd. Als ik het niet voel, dan voelt een lezer het ook niet. Ik heb het ook niet met opzet emotioneler gemaakt, ik heb gewoon de waarheid geprobeerd op te schrijven. Als je een komedie schrijft en je zit zelf niet te lachen, dan is het niet grappig. Hetzelfde geldt voor een boek als dit, die emoties moet ik als schrijver voelen en ja, dat is niet gemakkelijk.

Hoe roep je die emoties op? Is het uitsluitend jouw fantasie geweest hoe Conor zich voelde of heb je met mensen gepraat die zo iets meegemaakt hebben? 
Ik probeer altijd zo dicht mogelijk bij de waarheid te blijven. Het is een boek over verlies en misschien nog meer over de angst om mensen te verliezen. Iedereen begrijpt die angst, het is een universeel iets: we zijn allemaal bang om onze geliefden kwijt te raken. Dat is iets wat je in jezelf kunt vinden en waar je geen onderzoek naar hoeft te doen. Ik heb de schrijfster die het originele idee op papier zette nooit ontmoet en ik heb haar dood niet betrokken bij het schrijven van het verhaal. Ik heb gewoon geput uit mijn eigen gevoelens en ervaringen. 

Toen je dit verhaal begon te schrijven, had je toen het gevoel dat je de toekomstige lezers iets wilde bijbrengen over omgaan met verlies?
Nee, zeker niet. Dat is een heel slechte reden om een boek te schrijven. Dan schrijf je een les en geen boek. Niemand wil een les leren. Ik aarzelde zelfs of ik dit boek moest gaan schrijven omdat ik vind dat je geen herdenkingsboek kunt schrijven, het moet een verhaal zijn. Maar ik heb het uiteindelijk wel geschreven omdat ik echt het gevoel had dat er iets in dit verhaal zit wat mensen raakt en ik hoop dat de lezers dat ook vinden. 

Had je verwacht dat het boek zo’n groot succes zou worden?
Ik denk dat je dat stiekem hoopt voor alles wat je doet, maar je kunt er niet op rekenen. Waar je vooral op hoopt, is dat een boek het juiste publiek vindt en ik ben echt onder de indruk van hoe de media dit boek hebben opgepakt. De illustraties van Jim Kay zijn ook zo geweldig geworden, dus ik heb dit succes niet in mijn eentje. We delen de eer met z’n drieën en dat is prachtig. 

Is het niet gek om nu weer over dit boek te praten? Het werd al in 2011 in Groot-Brittannië gepubliceerd. 
Nee helemaal niet. Zolang is het nog niet geleden. Ik praat graag over al mijn boeken. Er komen herdrukken aan van de eerste twee boeken die ik schreef voor volwassenen, in 2003 en 2004. Dat is tien jaar geleden en dan denk ik wel, oei, ik zou het nu toch echt anders doen. Maar aan de andere kant, ik deed toen ook mijn best en die boeken zijn het resultaat daarvan en daar ben ik trots op. Het feit dat ik het nu anders zou doen, laat vooral zien dat ik gegroeid ben als schrijver.

Had je een leeftijdsgroep in gedachten toen je aan Zeven minuten na middernacht werkte?
Nee, niet echt. Je luistert gewoon naar het verhaal en schrijft het. Je moet gewoon echt goed luisteren naar het verhaal zelf, en dan weet je het wel. Ik vraag me niet snel af of iets geschikt is voor een bepaald publiek of misschien te volwassen voor een ander lezerspubliek, ik kijk of het past bij het verhaal. De enige vraag die echt opkomt over de inhoud is hoeveel ‘duisters en moeilijks’ stop je in een verhaal. Daarnaast heb je natuurlijk de manier waarop je dingen opschrijft. Ik geloof echt dat je over alles kunt praten met iedere leeftijdsgroep, maar dat moet wel op verschillende manieren. Ik probeer de waarheid te vertellen en bekijk hoe de hoofdpersoon het beleeft vanuit zijn perspectief en doe mijn best om dat zo waarheidsgetrouw op te schrijven. En dat leidt soms tot verrassingen zoals hier, ik had gedacht dat jonge volwassenen het boek mooi zouden vinden, maar toen won het boek ook prijzen in de categorie van kinderen van tien tot twaalf jaar. Maar als ik begin met schrijven dan kijk ik vooral naar hoe enthousiast ik over het verhaal ben en probeer dat enthousiasme over te brengen op de lezer.

Hoe ben je op het idee gekomen van het boommonster? Kwam dat bij Siobhan vandaan?
Siobhan had een openingsscène van ongeveer 1000 woorden van Conor en Lily en een boomfiguur, maar dat was meer een grootmoedertype. En dat type voelde niet goed aan voor mij. Ik zag een ander beeld voor me, van een jongen die alleen woont met zijn moeder en die om hulp roept zonder dat hij het weet. En het lijkt misschien dat hij een vaderfiguur roept, maar hij roept eigenlijk zichzelf. 
In Engeland bestaan al oneindig lang verhalen over 'the green man', een soort bladermonster en ik heb dat beeld gebruikt als basis. Ik wilde een groot en eng monster, het moest echt angstaanjagend zijn. Dus ik ben begonnen met het idee van Siobhan en heb dat veel groter en enger gemaakt.

En waarom koos je specifiek voor de Taxusboom?
Siobhan werd indertijd behandeld met het medicijn Taxol, een medicijn gebaseerd op het gif uit de Taxusboom, en ik denk dat ze daarom op deze boom is uitgekomen. Het zijn erg bijzondere bomen die meer dan duizend jaar oud kunnen worden. Ik heb dezelfde boomsoort gebruikt als zij in haar openingsscène had staan, maar hem een stuk monsterlijker gemaakt.

Kun je jouw schrijfstijl in één woord omschrijven?
Nee. Waarom zou ik dat willen? Mijn boeken tot nu toe zijn wat emotioneler dan ik verwacht had dat ze zouden zijn. Maar ik wil niet een stijl. Ik wil me ook niet bewust zijn van een bepaalde stijl die ik zou hebben. Ik wil gewoon schrijven en zien wat eruitkomt. In de Chaos-trilogie gebruikte ik een bepaald trucje en toen ik me dat realiseerde heb ik heel bewust gezorgd dat eruit te laten bij mijn volgende boek. 

Wat denk je van ‘altijd-in-ontwikkeling’?
Ja, dat is het! 

Je schrijft voor jong volwassenen en voor volwassenen. Heb je een voorkeur?
Ik vind het beide leuk. Ik schrijf niet specifiek voor een bepaalde groep, ik wil geen label opgeplakt krijgen. Ik ben wat dat betreft een rebel, ik doe wat ik doe. Zoals bij The crane wife, mijn zojuist verschenen roman voor volwassenen, die volgend jaar ook in Nederland uitkomt. Alles in dat boek heeft een realistische verklaring, als je dat wilt, maar er is ook iets wat niet verklaarbaar is, zoals er in het leven altijd iets is wat je niet kunt verklaren. Daar houd ik van. In fictie kun je alles doen, dus waarom zou je dat niet doen? Ik schrijf wat wil ik zelf wil lezen. Ik schrijf wat ik wil schrijven. Ik let niet op het genre als ik schrijf, genres zijn voor de boekenverkopers, niet voor de schrijvers. 

Hoe ga je te werk? Maak je gebruik van een storyboard? 
Nee, niet echt. Als ik ga schrijven heb ik altijd de laatste zin van het boek in mijn hoofd. Ik weet altijd hoe een verhaal eindigt. Ik schrijf die zin niet op, maar weet wel waar ik naartoe ga. Ik weet nog niet hoe ik daar terecht ga komen, maar die zin zorgt ervoor dat ik niet verdwaal tijdens het schrijven. Het gaat om het gevoel dat het boek moet geven als het uit is, ik noem dat 'the exit feeling'. Dat is het belangrijkste, het hele boek rust voor mij op die laatste zin. Het is echt mijn manier om te werk te gaan en dit zal zeker niet voor iedere schrijver op die manier werken. Het is mijn rare gewoonte. Belangrijk is ook het volgende: een boek is geen lied, een boek is de uitvoering van een lied. En je moet als schrijver eerst een goed lied kiezen en dat vervolgens goed uitvoeren. 

Wilde je altijd al schrijver worden?
Ik heb altijd veel geschreven, maar dacht niet dat je van schrijven je carrière kon maken tot het me overkwam. Ik schreef een boek en leverde dat in bij een agent, die me vervolgens liet herschrijven en me een uitgever bezorgde. Wat ik vooral overweldigend vind aan schrijver zijn is hoeveel reacties ik krijg van lezers en wat mijn verhalen met mensen doen. Ik denk soms dat schrijven is als wat zangers ervaren. Ik kan absoluut niet zingen, echt niet, maar ik denk dat iemand die dat wel kan een geweldig gevoel krijgt als hij ziet of hoort dat mensen van zijn talent genieten en zo voel ik het ook met mijn schrijfwerk. Dat is voor mij echt een onverwacht aspect aan het schrijven. 

Wanneer ben je tevreden met je schrijfwerk?
Iedereen kan beginnen aan een boek, maar alleen een schrijver kan een boek afmaken. Er komt een punt waarop je weet dat je niets meer kan doen of laten om het boek beter te maken. En dat is het punt dat je het boek of verhaal moet inleveren. 

Wat is het meest bijzondere dat je ooit hebt meegemaakt als schrijver?
Poeh, dat is moeilijk. Ik denk het moment waarop je voor het eerst je eigen boek in handen hebt. Acht boeken verder is dat nog steeds elke keer weer het geweldigste moment. Het reizen rondom de boekpromotie en zoveel mensen ontmoeten die je boeken lezen is super, maar dat privémoment, waarop je voor het eerst thuis je nieuwe boek vasthoudt, dat is en blijft echt super. 
Het grappigste wat me ooit gevraagd werd, gebeurde op een school. Een jongen vroeg of ik ooit een ernstige verwonding heb meegemaakt. Ik antwoordde hem met dezelfde vraag en toen bleek dat hij net iets had meegemaakt waarover hij graag wilde vertellen. En dat is zowel grappig als bijzonder; kinderen kunnen zo heerlijk met hun eigen dingen bezig zijn. 
Schrijvers zijn niet zo beroemd. Ik word niet vaak op straat herkend. Ja, een keer, precies op het moment dat ik met mijn armen vol Amerikaans junkfood een winkel in Londen uitkwam. Ik voelde me lichtelijk betrapt.

Je komt nu over de hele wereld voor jouw boeken. Zie je verschillen tussen lezers? Lezen mensen nu meer, minder of anders dan vroeger?
Lezers zijn overal geweldig, hier en daar lezen mensen meer dan in andere landen, maar echt uitgesproken verschillen zie ik niet. Er zijn wel steeds meer mensen die vaker elektronisch lezen. Ik houd zelf van een fysiek boek. Ik heb nog steeds geen e-reader, maar vind het geen probleem dat andere mensen wel zo lezen. Er zijn veel verschillende versies van mijn boeken verkrijgbaar en dat is super. Mensen moeten lezen zoals ze willen lezen. De eerste regel voor geletterdheid is dat je niet bekritiseert wat mensen lezen, nooit! Het is vooral belangrijk dát mensen lezen. 
Er zijn tegenwoordig zoveel afleidingen, maar toch zijn er nog genoeg mensen die lezen. Ik was hier vijf jaar geleden heel pessimistisch over, dacht dat het de verkeerde kant uitging, maar voel me nu positiever. Ik denk dat het allemaal wel meevalt met het ontlezen. Mensen hebben altijd behoefte aan verhalen.

Wat kunnen we van je verwachten in de toekomst?
Dit jaar kwam er een nieuwe Young Adulttitel uit in Groot-Brittannië en daarnaast mijn roman The crane wife. Die komt dus volgend jaar naar Nederland. Ik heb recent het scenario voor de verfilming van Zeven minuten na middernacht geschreven en dat leverde tot mijn verrassing meer werk op. Ik mocht ook andere scenario’s schrijven, wat ik erg leuk vind en ook in de toekomst zal blijven doen. Het is echt fascinerend om met de beperkingen van het beeld een verhaal te vertellen. Ik voel me daar ook nog steeds een rebel bij: geef me alle regels en ik zal nog steeds het verhaal vertellen dat ik wil vertellen. Schrijven voelt voor mij als een rebelse daad. Verder blijf ik gewoon mooie boeken schrijven. Geen idee waar ik over tien jaar wil staan, ik hoef niet verder dan een jaar vooruit te kijken. 

Meer over Patrick Ness vind je op: www.patrickness.com

Dit interview is eerder verschenen in Azra Magazine 3.1

Carien Touwen

Carien Touwen, schrijfster, uitgever en freelance redacteur & journalist, gaat elke maand voor VrouwenThrillers.nl in gesprek met een (vrouwen)thriller-auteur. Meer over Carien kan je vinden op haar website: www.carientouwen.com




Bezoekersreacties: