Milou van der Will
Door: Diana op 17 november 2010

Milou van der Will, een bezige bij die met de pen in de hand lijkt geboren voor het schrijversvak. Ze is vakkundig te werk gegaan na zich te hebben vastgebeten in het fenomeen loverboys, met als resultaat een debuut waar menig debuterend schrijver jaloers op kan zijn. Is Milou een naam om te onthouden? We vroegen het haar zelf.

1. We lezen op je website dat je je journalistieke carrière bent begonnen in de bladenwereld. De reiziger (her)kent je naam ongetwijfeld uit het dagblad Metro. Was de journalistiek een vak dat je ambieerde en dus bewust voor gekozen hebt of ben je hier in gerold?

Milou: Schrijven en verhalen vertellen zat er altijd al in. Dus het was wel een logische stap om de journalistiek in te duiken. Wel heb ik altijd veel liefde gehad (nog steeds) voor muziek, dus ik heb ook nog een tijdje bij een muziekuitgeverij gewerkt. Erg leuk, maar het schrijven kriebelde te erg… En heel eerlijk: ik kan niet zoveel anders. Ik was vroeger een ramp in vakken als wiskunde, scheikunde en natuurkunde, een roeping voor de zorg heb ik ook niet en tja, om nou op je 25e al huisvrouw te worden…

2. Wat maakt onderzoeksjournalistiek nou zo boeiend voor jou?

Milou: Jeetje, ik zou niet zeggen dat ik onderzoeksjournalistiek heb bedreven. Ik doe net als heel veel andere journalisten goede research voor verhalen, natuurlijk, maar echte onderzoeksjournalistiek is een apart vak. Dat lijkt me nog wel eens mooi, om zonder enige vorm van tijdsdruk bepaalde zaken tot op de bodem uit te zoeken.

3. In je werk als journalist houd je je vooral bezig met sociaal maatschappelijke onderwerpen. Ben jij een vastbijter in een onderwerp dat je ligt of die op een of andere wijze je aandacht heeft?

Milou: Ja, als ik ergens overmatige interesse voor heb, of heel erg nieuwsgierig naar ben, bijt ik me daar zeker in vast. Zo is dat met het thema loverboys ook een beetje gegaan. Maar ik kan het ook hebben met een verhaal over de problemen in het mbo-onderwijs, of een stuk over het aantal vrouwen in een topfunctie...

4. Rood licht ligt amper in de winkel of er wordt je ongetwijfeld gevraagd of er een opvolger komt. Nou kan ik mij indenken dat je kunt putten uit veel zaken waarin je je hebt verdiept maar dat wil niet zeggen dat je dit ook voor ogen hebt. Hoe kijk je hier zelf tegenaan?

Milou: Er komt geen vervolg op Rood licht, maar ik ben al wel bezig met een nieuw boek. En reken maar dat je door je werk bij de krant veel inspiratie opdoet voor een nieuw verhaal, al is het voor een kleine scène in een boek. Te veel om op te noemen…

5. Hoe is het om nu ineens vragen te beantwoorden in plaats van ze te stellen?

Milou: Onnatuurlijk. Dat is denk ik het beste woord. Maar wel erg leuk, hoor!

6. Vaak wordt gedacht dat als je ervaring hebt in het schrijversvak, de stap naar een boek schrijven niet zo heel groot is. Waar? of juist niet?

Milou: Je hoort wel eens: waarom moeten journalisten toch altijd een boek schrijven?! Het antwoord? Geen idee. Ik moet wel zeggen dat het schrijven van een artikel en het schrijven van een boek twee heel verschillende kunsten zijn. Het is een totaal ander niveau. De stap is in die zin grotere dan die lijkt.

7. In Rood licht benader je een veelbesproken onderwerp vanuit zowel de hoek van het slachtoffer als van de kant van diegenen die met lege handen achterblijven. Waarom heb je gekozen voor dit uitgangspunt?

Milou: Voor de spanning van het verhaal werkt deze vorm goed, je kunt er fijn mee spelen, maar ook: als je één van de twee verhaallijnen weglaat, mis je zo’n belangrijk deel van het verhaal dat het zonde zou zijn.

8. In je werk heb je te maken met de realiteit, in Rood licht kon je realisme verwerken in het fictieve. Hoe is dat bevallen?

Milou: Dat was geweldig. Ik kon helemaal losgaan! Een verademing voor als je altijd gewend bent geweest om alleen maar over feiten te schrijven in de krant.

9. Mij werd gevraagd, toen ik je boek las, of Rood licht niet onder de jeugdthrillers valt. Alhoewel ik denk dat jongvolwassenen het boek zouden moeten lezen is Rood licht zeker geen jeugdboek. Met welke intentie heb jij het boek geschreven?

Milou: Niet met het idee dat het een jeugdthriller moest worden, inderdaad. Als je het leest, dan merk je vanzelf dat het geen jeugdthriller is. Maar goed, ik ben het met je eens dat jongvolwassenen het zeker kunnen lezen. Het is een boek voor iedereen die van spannende romans houdt. En voor mensen die gek zijn op een flinke portie ellende. En voor mensen die van lezen houden. Eigenlijk gewoon voor iedereen, is dat niet mooi?

10. Is Milou van der Will een naam om te onthouden?


Milou: Dat mag!

Diana



Bezoekersreacties: