Carien Touwen in gesprek met Loes den Hollander
Door: Carien Touwen op 5 juli 2014

Loes den Hollander (1948) schrijft al vanaf het moment dat ze kon lezen. Toch kwam het nooit in haar op om van schrijven haar beroep te maken, omdat ze zich helemaal richtte op haar carrière in de gezondheidszorg. Dat veranderde toen ze in 2001 een verhalenwedstrijd van Libelle won. Vanaf dat moment ging er voor haar gevoel een luik in haar hoofd open waarachter een ontoombare lading teksten zit die zich allemaal verdringen om te worden opgeschreven. Toen ze in 2006 haar carrière als directeur van een gezondheidszorginstelling beëindigde, vond ze gelijktijdig een uitgever voor Vrijdag, haar eerste literaire thriller. Het lijkt wel of Loes sindsdien niets anders meer doet dan schrijven. In april 2014 verscheen Schijnvertoon, haar zestiende thriller alweer! 

Schijnvertoon heeft drie hoofdpersonen die allemaal hun leven willen veranderen. Bert is gescheiden en mag zijn kinderen niet zien. In het ziekenhuis ziet hij een aantrekkelijke verpleegkundige, Sharon, en hij probeert van alles om met haar in contact te komen. Sharon is daarentegen alleen maar bezig met haar relatie met chirurg Vigo en heeft niet in de gaten dat ze zich van alles inbeeldt. Sharons behulpzame collega Annebeth, is in gevecht met haar overgewicht. Alle drie dragen ze een gebeurtenis uit het verleden met zich mee, waardoor ze situaties op een bepaalde manier inkleuren. Maar dan vallen er slachtoffers in hun omgeving en loopt de spanning op. Als lezer denk je te weten wat er aan de hand is, maar dat blijkt niet zo te zijn. Schijnvertoon intrigeert tot op de laatste bladzijde. 

Speciaal voor VrouwenThrillers.nl ging Carien Touwen in gesprek met Loes over haar meest recente boek, haar schrijfcarrière en haar aanwezigheid op sociale media.


Hoe ben je op het idee gekomen voor Schijnvertoon?


Dat is een opmerkelijk verhaal. Ik zat in de trein naar Sittard, om mijn nicht te gaan bezoeken die in het ziekenhuis lag. Dat was in de zomer van 2013. Een reis van drie-en-een-half uur, dus een mooie gelegenheid om te lezen. Ergens in de loop van de reis keek ik op van mijn boek en zag dat we het station Susteren passeerden. Ik dacht: Susteren, ik ga naar het ziekenhuis, daar lopen zusters rond. Het volgende moment zag ik een man voor me die in het ziekenhuis op bezoek was bij zijn moeder en zijn ogen niet kon afhouden van een bloedmooie verpleegkundige. Ik hoorde hem denken: hoe kom ik met die vrouw in contact? Daarna zag ik hem een briefje schrijven en het afgeven aan een collega van haar, die het vervolgens in het verkeerde postvakje stopte. Daarna las ik verder in mijn boek. Toen ik ’s avonds thuiskwam, vroeg mijn man of er nog leuke dingen gebeurd waren in Sittard. Ik vertelde dat het goed ging met mijn nicht en opeens herinnerde ik me Susteren. ‘Ik denk dat er op weg naar Sittard ook een nieuw boek is binnengekomen,’ zei ik. Een kwartier later opende ik een nieuw document op de computer, gaf het als werktitel ‘Thriller 16’ en schreef het eerste hoofdstuk. Dat werd dus Schijnvertoon.

Weet je van te voren waar een verhaal naartoe gaat of word je tijdens het schrijven verrast?

Ik weet eigenlijk alleen hoe de plot eruit zal zien, maar ook daar kan gedurende het schrijfproces nog van alles aan veranderen. Ik bedenk het verhaal terwijl ik schrijf.

Hoe komen de karakters in jouw boeken tot stand? Begin je met hen of kijk je wat voor personages het verhaal nodig heeft?

Ik bedenk eerst een naam, maar dat betekent niet dat die naam ook altijd gehandhaafd blijft. Soms ontdek ik ergens verderop in het verhaal dat een naam niet klopt en vervang ik hem. Meestal weet ik voordat ik begin welke hoofdpersonen er een rol zullen spelen, maar nog niet wie er nog meer komen opdraven. Ze komen gewoon tevoorschijn tijdens het schrijfproces.

Je hebt jarenlang in de gezondheidszorg gewerkt. Heb je je voor Schijnvertoon laten inspireren door dingen die je zelf hebt meegemaakt in die jaren?

In Schijnvertoon zit geen enkele persoon of situatie die te herleiden is naar mijn vorige leven. Die zitten wel in Naaktportret en in Zielsverwanten. Natuurlijk niet precies als dezelfde personen, ik heb aspecten van sommige figuren en karakters gebruikt. In Naaktportret heb ik ook een beetje afgerekend met mijn verleden. Annebeth, Sharon en Vigo doen zich allemaal anders voor dan ze zijn. 

Denk je dat er veel schijnvertoon op de werkvloer plaatsvindt?

Ik denk niet alleen op de werkvloer, maar in het hele leven.

In sommige recensies van Schijnvertoon lees ik dat mensen het eerste stuk van het boek wat weg vinden hebben van chicklit. Ben je het daar mee eens?

Een chicklit kenmerkt zich door luchtigheid en weinig diepgang. In Schijnvertoon worden de karakters vanaf het begin mooi uitgediept. Wie dat beoordeelt als chicklit neem ik niet helemaal serieus.

Lees je vaak recensies en lezersreacties van je boeken? Doe je daar ook iets mee?

Ik lees ze als ik ze onder ogen krijg en er komen beslist wel eens opmerkingen langs die ik de moeite van het overdenken waard vind. Ik werd er eens door een lezer op geattendeerd dat ik de personen in mijn boeken vaak tosti's liet eten. Sindsdien eet niemand in mijn boeken een tosti meer.
Er zijn ook wel eens opmerkingen langsgekomen over de onduidelijkheid van beweegredenen van een dader. Bij dergelijke opmerkingen lees ik de passages van een boek waarin ik meende duidelijk verteld te hebben waarom iemand tot bepaalde daden kwam, nog eens aandachtig door. Dat heeft wel eens aanpassingen in de herdruk opgeleverd.

Hoe ziet jouw schrijfdag eruit? Werk je de hele dag door? Heb je stilte nodig?

Ik heb geen typisch patroon, ik schrijf als ik zin heb en dat is bijna elke dag. In de beginfase van een nieuw verhaal werk ik meestal niet meer dan twee uur per dag aan een manuscript, maar als ik eenmaal op dreef ben worden dat meer uren. In de eindfase ben ik niet meer achter mijn computer vandaan te slaan. Ik werk in de eetkamer en de rest van het gezin (man en hond) kunnen gewoon geluid maken. Ik hoor het niet of nauwelijks.

Op jouw Facebookpagina is veel te lezen over jullie nieuwe pup. Het is een prachtig beest! Dat lijkt me heel gezellig, maar loopt je volgende boek nu geen vertraging op? ;-) Ben je iemand die snel afgeleid is?

Een pup vergt veel aandacht, maar zorgt er ook voor dat ik buiten kom en beweeg. Normaal gesproken zou ze niet voor vertraging hebben gezorgd, maar omdat we vlak voordat ze bij ons kwam te maken hadden met ziekte van en zorgen om onze vorige hond en mijn man ook maandenlang uit de roulatie was vanwege een rughernia, heb ik niet zo onafgebroken als anders aan mijn manuscript kunnen werken. Maar ik heb de schade ingehaald en steven momenteel op de afronding van nummer zeventien af.

Je bent veel aanwezig op Facebook en geeft daar regelmatig een update over je persoonlijke leven en je schrijfvorderingen. Kan een schrijver van nu nog wel zonder sociale media?

Ik vind Facebook een prima mogelijkheid om contact te hebben met mijn lezers. Dat voegt voor mij iets toe aan een schrijfproces, dat anders toch een meer geïsoleerd karakter zou hebben. Facebook biedt ook marketingmogelijkheden en daar maak ik graag gebruik van. Zonder Facebook zou ik ook schrijven, dus in die zin kan ik zonder, maar ik vind het contact en de reacties te leuk om daarvoor te kiezen. 

Hoe ervaar jij de contacten met je lezers via de sociale media? Voegt het iets toe aan je schrijversleven?

De contacten zijn doorgaans prettig, op een enkele uitzondering na. Soms melden zich ‘vrienden’ die een negatieve sfeer veroorzaken en als dat me gaat storen ontvriend ik ze gewoon. Mijn Facebookpagina is niet toegankelijk voor zeikerds en negatievelingen en dat geldt ook voor Twitter en mijn website. Ik krijg op Facebook regelmatig privéberichten waarin vrienden me persoonlijke dingen vertellen en daar ga ik vertrouwelijk mee om. En ik gebruik Facebook ook wel eens om informatie te verzamelen over een onderwerp waar ik mee bezig ben, dan is het een researchmogelijkheid. In die zin voegt het zeker iets toe.

Je hebt inmiddels een flinke stapel boeken op jouw naam staan. Hoe kijk je terug op je eerste boek? Zou je er nu iets aan veranderen?

Sinds mijn eerste boek heb ik natuurlijk veel ervaring opgedaan met schrijven en ik heb zeker veel bijgeleerd. Toch zou ik er niets aan veranderen. Het boek is mijn basis en het zou voor mij niet goed voelen om er aan te gaan sleutelen.

Is het schrijven nu gemakkelijker dan toen je aan je eerste boek begon? Of juist moeilijker? 

Ik vind schrijven leuk en denk niet in termen als gemakkelijk of moeilijk. De verhalen blijven zich aandienen en dat beschouw ik als een geschenk. Bij ieder nieuw manuscript heb ik soms dagen dat ik twijfel, even de weg niet kan vinden en honderd ideeën door elkaar rennen, maar ik weet dat ik me daar gewoon niet druk over moet maken of even totaal iets anders moet gaan doen. Een boek schrijven is boeiend, enerverend, spannend en verslavend. Maar vooral leuk.

Ik las dat je in een schrijversgroepje zit dat regelmatig bij elkaar komt. Hoe gaat het er daar aan toe? Kun je nog iets leren van andere schrijvers?

De schrijvers van de groep bedienen allemaal een ander genre en dat is zo leuk aan onze ontmoetingen. We vertellen elkaar waar we mee bezig zijn, maar wisselen ook ervaringen uit over uitgevers, verkoop, contracten en wat er zoal voorkomt in een schrijversbestaan. Vooral die uitwisseling kan leerzaam zijn. 

Je bent ook BABS, oftewel trouwambtenaar. Stel dat je zou moeten kiezen tussen schrijver zijn of trouwambtenaar. Wat zou het dan worden en waarom?

Natuurlijk wordt het dan schrijven, want dat hoort bij mij. Ik zal er niet voor kiezen om dat vrijwillig op te geven. Aan het trouwambtenaar zijn zit trouwens een leeftijdslimiet en daar heb ik bij mijn schrijverschap geen last van. Ik hoop dat ik daar nog heel wat jaren mee kan doorgaan.

Als ik goed geteld heb staan er nu al 23 titels op je naam. Hoeveel kasten vol wil je nog schrijven? Stel je jezelf daar doelen in? Blijf je twee boeken per jaar schrijven?

Ik schrijf omdat ik dat wil, niet omdat het moet. Tot nu toe komen de ideeën achter elkaar tevoorschijn en heb ik geen gebrek aan inspiratie. Dus twee per jaar lukt in ieder geval weer voor 2014 en we zien wel wat 2015 brengt.

Hoop je dat je boeken nog vertaald of verfilmd zullen worden?

Dat zou ik leuk vinden, maar ik slaap er niet minder om als het nooit gebeurt. Ik krijg vaak reacties van lezers die van mening zijn dat mijn boeken verfilmd zouden moeten worden. Wie weet, leest een goede regisseur dit ook eens en kunnen we om de tafel. Ik denk dat ik wel heel kritisch zal zijn.

Waar zou je over vijf jaar willen staan?


Ik sta voor mijn gevoel op de plek waar ik moet zijn en daar ben ik tevreden mee.

Carien Touwen

Carien Touwen, schrijfster, uitgever en freelance redacteur & journalist, gaat elke maand voor VrouwenThrillers.nl in gesprek met een (vrouwen)thriller-auteur. Meer over Loes den Hollander kan je vinden op haar website: www.loesdenhollander.nl



Bezoekersreacties: