Griselda Molemans
Door: Bojoura op 15 mei 2012

Griselda Molemans schreef meerdere non-fictie-boeken. Oog van de naald was haar fictiedebuut. En nu is daar dan haar tweede boek: Tot op het bot. VrouwenThrillers.nl hield bij het verschijnen van haar eerste boek al een interview met Griselda, maar ook nu hadden we weer een hoop vragen voor haar.

1. Fay Pizarro is journaliste en van Indonesische afkomst. Zijn dit enige overeenkomsten tussen jullie of ben jij Fay?

Griselda: Even een kleine correctie: Fay is Indisch, dus gemengd bloedig. Dat verklaart ook waarom haar ouders in 1952 gedwongen naar Nederland zijn gekomen vanuit de nieuwe republiek Indonesië, omdat ze weigerden Indonesisch staatsburger te worden op last van president Sukamo. 
Fay is eigenlijk een afsplitsing van mezelf, die met name mijn slechte eigenschappen (ongeduldig, betweterig) heeft meegekregen, maar jonger is. En ze is geboren en getogen in Covina, een deelgemeente van Los Angeles, terwijl ik opgegroeid ben in Bakkum aan Zee. Alles waar ik op de middelbare school van droomde (High School in Los Angeles, studeren aan de USC) heb ik 'waargemaakt' door haar te creëren. Zelf ben ik wel gelukkiger in de liefde dan zij.

2. In 2006 heb je New Orleans bezocht voor een reportage, daarna ben je in 2011 teruggegaan en kreeg je inspiratie voor Tot op het bot. Ben je daar echt praktijken tegengekomen zoals in je boek?

Griselda: Het wonderlijke was dat toen ik in april 2006 in de stad verbleef, ik steeds op onverklaarbare wijze in de richting van voodooshops en West-Afrikaanse kunst getrokken werd. Alsof ik door een onzichtbare hand voortbewogen werd. Toen ik terugkeerde stond het voor me vast dat voodoo een belangrijk component van het nieuwe boek zou worden, ook al omdat ik zelf opgegroeid ben met verhalen over goena-goena, de zwarte kunst die in het oude Indië werd beoefend. Wat ik vrijwel letterlijk uit de kranten heb geplukt, is informatie over corruptie binnen de gemeente New Orleans en het Burr Oak-schandaal waarbij graven illegaal zijn geruimd. En mijn vader, die tandarts is, was in 1977 betrokken bij de forensische identificatie van een patiënte, die slachtoffer was van de beruchte vliegtuigramp op Tenerife, vandaar mijn interesse in forensische tandheelkunde.

3. Voodoo speelt een hele grote rol in je boek en je bedankt ook voodoopriesteressen in Tot op het bot. Je hebt hen dus echt ontmoet. Mocht je ceremonies bij wonen? 

Griselda: Ik ben te gast geweest bij priesteres Miriam en Sallie Ann Glassman, fascinerende persoonlijkheden die de helende kracht van voodoo toepassen. De ceremonies hadden een meer mystieke sfeer, waarbij gebeden en geofferd werd aan de voodoogodheid Papa Gedé om voorspoed en geluk af te smeken. En laten we wel wezen: veel ceremomies in New Orleans worden juist voor toeristen georganiseerd. De zwarte, onheilspellende kant van voodooceremonies heb ik niet van dichtbij meegemaakt. Natuurlijk zijn er priesteressen die die specifieke kennis beheersen, maar daar laten ze zich niet over uit. Ik heb uiteindelijk bij patholoog Frank Minyard m’n licht opgestoken over ricine, een vloeistof met dodelijke uitwerking die nauwelijks te traceren valt.

4. Wat ik erg interessant vond in Tot op het bot waren de verschillende stromingen binnen voodoo. Op wat voor een manier heb je hier onderzoek naar gedaan?

Griselda: Veel informatie heb ik in de lokale bibliotheek en archieven gevonden en ik heb het een en ander gegoogled. En priesteres Miriam was zo vriendelijk om enkele vragen over Haitiaanse voodoo te beantwoorden.

5. Zou je zelf voodoo durven gebruiken?


Griselda: Absoluut niet. Als kind was ik als de dood wanneer er verhalen werden verteld over 'djarak tjina', heesterolie die bij verkeerde dosering de dood tot gevolg heeft, en 'doekoens', inheemse kruidendokters die een betovering konden uitspreken waardoor het slachtoffer krankzinnig werd of kwam te overlijden.

6. Een heel andere vraag, schrijf je altijd in chronologische volgorde of is het zoals bij films dat je verschillende scenes later in de goede volgorde 'plakt'?

Griselda: 
Eigenlijk een combinatie van beide: ik zet het verhaal op in hoofdstukken (of scènes) en hou daarbij een eerste volgorde aan. Naarmate het verhaal vordert, zijn er momenten waarop ik ontdek dat de volgorde van bepaalde hoofdstukken gewijzigd moet worden of dat er nog een scène of dialoog aan toegevoegd moet worden. En ik werk met een ijzersterk redactieteam.

7. Wie zijn jouw favoriete auteurs en met wie zou je samen een boek willen schrijven?

Griselda: Michael Connelly, Jussi Adler-Olsen en Patricia Cornwell. En als ik het lef had, zou ik aan Tomas Ross voorzichtig vragen of hij iets voelt voor een samenwerking.

8. Ik heb erg genoten van je boek. Een mooie combinatie van de toch wel duistere wereld van voodoo en van de helaas nog steeds bestaande problemen in New Orleans. Ik kijk erg uit naar een volgend boek met Fay. Gaat dat er komen?

Griselda: Dat is absoluut de bedoeling. Deel drie heb ik gepland in Las Vegas met Schoppenvrouw als werktitel. Alles wat ze over Vegas zeggen is waar, dus ik kan niet wachten om terug te keren naar die krankzinnige woestijnstad.

Bojoura



Bezoekersreacties: