Simone Grimberg
Door: Wendy op 29 juni 2016

Onlangs mocht ik Niemand die me ziet, het debuut van Simone Grimberg, lezen en recenseren. Een spannend geschreven verhaal die door de thematiek inhoud heeft. Een debuut dat een indruk achterliet en mij overtuigde van het talent van Simone. Maar wie is Simone Grimberg? Ik legde haar een aantal vragen voor.



Wie is Simone Grimberg?

Wie ik ben? Eigenzinnig dat zeker. Als kind leerde ik om mijn eigen pad te bewandelen. Om te kijken naar het doel wat ik wil bereiken en welke struikelblokken ik tegen kan komen. Nu is dat niet veel anders, soms neem ik mensen mee in mijn pad en soms moet ik ze laten vallen. Ik ben duidelijk en direct. Mensen die me kennen weten wat ze aan mij hebben. Met mijn positieve blik en mijn grote optimisme streef ik ernaar om te zijn wie ik ben.

Wat heeft jou ertoe gebracht om te gaan schrijven? 

Ik ben een denker, voor mij stopt geen verhaal. Bijna veertien jaar geleden leerde ik mijn vriendin Judith kennen op de sportschool. Ik had een blauwe plek op mijn been en ze vroeg me met een big smile: "wil je aangifte doen?". Dat was het begin van onze nog steeds voortdurende vriendschap. Judith werkt als zedenrechercheur en deelt ervaringen met me. Geen vertrouwelijke informatie en geen namen. Deze situaties prikkelen mijn enorme fantasie. Ik voel en beleef dat wat zij vertelt, dat stopt nooit. Het rolt als een bal verder, vormt steeds meer personages die dan in mijn hoofd beginnen te leven. Natuurlijk schreef ik al veel langer en vertelde verhalen, maar een boek zoals Niemand die me ziet is een andere tak van de sport. Het overbrengen van een gevoel, een verhaal met diepgang dat is wat ik het mooiste vind.’ 

Niemand die me ziet is geschreven in een wisselend perspectief, had je dit op voorhand al in gedachten? 

Ja, dit heb ik bewust gekozen. Het verhaal van Sofie zat al heel snel in mijn hoofd. Datgene wat er afspeelde in de tijd dat niemand haar zag en hoe het zover kwam dat ze vastgehouden wordt. Ik wilde juist benadrukken wat haar gevoel is, hoe ze naar zichzelf kijkt en naar dat waar ze in terecht gekomen is. Meer diepgang dus en meer emotie. De werkwijze en het zijn van een rechercheur triggerde mij ook. Ik ben zelf dol op boeken die vervolgen. Rechercheurs die zich storten in een andere zaak, belicht vanuit een hele andere kant. Vandaar dat ik Inge en Liesbeth vormde die ieders op hun eigen manier naar de zaak Sofie Vrolijk kijken en daarop handelen. Door het verhaal in een wisselend perspectief te zetten, kon ik het van twee kanten laten zien. Daarnaast gaf het me de mogelijkheid een tijdsloop aan te geven. Bij de hoofdstukken van Sofie staat de datum en de andere hoofdstukken lopen opeenvolgend met nummers. In mijn opzet krijgt het verhaal zo meer vaart. Sofie moet snel gevonden worden. 

In Niemand die me ziet zijn grotendeels twee vrouwelijke hoofdpersonages aan het woord: Liesbeth en Inge. Liesbeth is een ervaren rechercheur en Inge is een jonge politieagente die haar sporen moet verdienen. Liesbeth volgt voornamelijk de feiten, terwijl Inge haar gevoel volgt. Inge beschikt ook over een bijzondere aanleg. Hoe zijn deze personages uit jouw fantasie ontsproten? En waarom heb je Inge een bijzondere aanleg meegegeven?  

Personages krijgen vorm in mijn ogen, doordat ze wat meemaken. Een zedenrechercheur zoals Liesbeth die al jaren in het vak zit, ontwikkelt een onderbuik gevoel maar staat heel stevig in het leven. En dan bedoel ik het leven binnen het werkgebied. Ze valt niet snel om: "emoties zijn er om uit te schakelen en zeker als je moet handelen". Dit intrigeert me enorm. Ik ga op zoek naar de tegenstrijdigheden, naar de uitingen van emoties. Om dat goed over te brengen ontstond Inge met haar sensibiliteit en haar wantrouwen naar de mensen, maar ook met haar bijzondere gave. Iemand als Inge is boeiend voor de lezer maar ook voor mij om over te schrijven. Ze blijft verrassen en door haar interactie met Liesbeth schep ik wederom de mogelijkheid de zaken van meerdere kanten te kunnen bekijken.’

Blijven deze personages in jouw volgende boeken een rol spelen? 

Haha, dat is een vraag die ik al vaker heb gehoord. En het antwoord is heel eenvoudig "jazeker". Ik ben al halverwege het tweede boek en het derde boek speelt al in mijn hoofd. In het tweede boek staan de rechercheurs voor een moeilijke aangrijpende zaak en worden ook hun karakters dieper uitgewerkt. Over zowel Inge als Liesbeth valt nog zoveel te vertellen. 

Welke eigenschappen dient een hoofdpersonage te hebben om daadwerkelijk een gezicht te krijgen?

Natuurlijk is ieder mens uniek en kun je over iedereen wel wat vertellen. Om een hoofdpersonage een gezicht te geven, heb je een grote factor "boeiend zijn" nodig. Een zedenrechercheur is op zichzelf al spannend genoeg. En zeker als ik naar de verhalen luister die ze meemaken. In boek is het nog specialer. Hier kan de fictie processen versnellen of zaken aan elkaar knopen. Bovendien is er altijd een uitkomst. Om een personage nog boeiender te maken, verras ik de lezer met een herkenbaar probleem of zorg ik ervoor dat ze iets persoonlijks te verbergen hebben. Hoofdpersonages moeten je blijven verrassen.’ 

Schrijf je het liefst over een onderwerp dat ver van je af staat of juist waar je bekend mee bent? 

Een onderwerp moet mij raken, wat het dan ook is, maakt me niet uit. Als ik me voldoende kan inleven dan krijgen de personages vorm en speelt het boek zich als een film voor me af. Ik zit als ik schrijf soms huilend achter de laptop. Bijvoorbeeld zoals Sofie in mijn boek Niemand die me ziet, eindelijk de kans krijgt om zich fatsoenlijk te kunnen wassen. Mijn kinderen moeten dan lachen en zeggen "mam je verzint het toch zelf, je weet toch ook hoe het afloopt". Dat lijkt wel zo te zijn, maar toch blijf ik slikken bij sommige passages in het verhaal. Ik heb het onderwerp eigen heb gemaakt.’ 

Wie zijn jouw grote voorbeelden in het schrijversvak of heb je andere inspiratiebronnen die belangrijk voor je zijn? 

Inspiratiebronnen heb ik genoeg. Ik zeg vaak als ik ergens ben, al is het een lunch op een terrasje "genoeg voer hier". Overal lopen boeiende personen, de manier hoe ze bewegen, hoe ze praten, hun tics, maar ook wat ze te vertellen hebben. Ik koppel alles aan elkaar van de verschillende mensen en creëer zo een persoon die voor de lezer herkenbaar kan zijn, maar ook voor mij leuk om over te schrijven. Natuurlijk blijft mijn vriendin een hele grote inspiratiebron. In het schrijversvak kies ik vaak boeken die spannend zijn, die ik niet weg wil leggen, bijvoorbeeld Michael Robotham of Karin Slaughter. De verhalen die zij schrijven blijven verrassend tot het eind.

Maak je ook gebruik van proeflezers? 

Ik heb inderdaad een paar proeflezers. Niemand die me ziet werd als eerst gelezen door mijn vriendin. Ik had het geschreven tot aan het hoofdstuk Nova. En ik wilde van haar horen of ik er verder mee moest gaan. Zij nam het mee op vakantie. Toen ik haar na twee weken belde of ze er al in begonnen was, zei ze me dat ik haar stoorde omdat ze helemaal in het verhaal opging. Daarna ben ik verder gaan schrijven en heb ik het laten lezen aan drie verschillende leeftijden. Door hun enthousiasme ben ik pas echt overtuigd geraakt dat ik op zoek moest naar een redactrice en een uitgeverij.

Schrijven zit in iemands bloed zeggen ze weleens. Geldt dit ook voor jou?

Ik denk het wel. Schrijven is het zoeken naar de juiste woorden en het juiste gevoel op het juiste moment. Ik zat in vier Havo toen ik begon met schrijven. Korte verhalen, spannend. Voor mij een automatisme. Ik dacht dat er bij iedereen een film in het hoofd speelde die omgezet kon worden met letters om een verhaal te vormen. Maar zo gaandeweg kwam ik erachter dat dit niet zo is. Een personage dat in mijn hoofd leeft en neerzetten op papier, of een verhaal maken van losse waargebeurde elementen gekoppeld met fictie… ja dat zit in mijn bloed, dat is niet aan iedereen meegegeven.

Wat hoop je dat het schrijven je zal brengen?

Ik geniet van het schrijven. De rust die het brengt als ik achter mijn laptop kruip. Ik geniet nog meer als ik een traan zie bij mijn lezers. De boodschap die ik heb, is overgekomen. Ik geniet het meest als ik enthousiast aangesproken word op straat met de vraag of ik alsjeblieft een tweede boek wil schrijven.

Wendy



Bezoekersreacties:
Mieke Schepens (59) op 4 juli 2016:
Een mooi interview!