Ellen den Hollander
Door: Diana op 30 oktober 2009

Ellen den Hollander is een nieuw gezicht aan het boekenfront. Met Door het vuur schreef zij een spraakmakend boek over een onderwerp waar nog niet veel over geschreven is en wat de lezer zeker geboeid zal houden tot de laatste bladzijde.

1. Je zal de vraag menig keer gesteld krijgen denk ik. Je hebt voor de lezers een bekende achternaam, bent geen familie en ook in de manier van schrijven is er geen overeenkomst met collega-auteur Loes. Nou zijn er natuurlijk meer mensen met dezelfde achternaam maar in boekenland wordt dan al vlug een link gelegd. Hoe kijk jij daar zelf tegenaan?

Ellen:
Ik verwacht dat weinig lezers ons met elkaar zullen verwarren. De verschillen zijn groot genoeg. Ik ben journalist, zij komt van oorsprong uit de zorgsector. Volgens mij lees je dat ook in de aanpak. Onze schrijfstijl is heel anders, de sfeer is anders en onze boeken zien er heel anders uit. Ach, je hebt ook Maarten ’t Hart en Kees ’t Hart, volgens mij haalt niemand hen door elkaar. En als Loes-fans per ongeluk mijn boek pakken, wie weet, misschien zijn ze wel aangenaam verrast dat er nog een Den Hollander is die hen kan boeien.

2. Je bent pas na het schrijven van Door het vuur je gaan verdiepen in diverse thrillergenres en hun auteurs. Vaak hoor je het juist andersom, dat auteurs wat kennis opdoen en de valkuilen proberen te vermijden waar anderen in zijn gestapt. Door je eigenlijk vrijwel blanco te kunnen concentreren lijkt me heerlijk maar ook best moeilijk of heeft dit juist in je voordeel gewerkt?

Ellen: Thrillers heb ik niet gelezen voordat ik begon te schrijven. Ik had weleens een Nicci French gelezen in een vakantie maar verder was ik behoorlijk blanco toen ik begon met schrijven. Ik ben mijn leven lang al wel een hartstochtelijk lezer. Alles: literatuur, biografieën over chef-koks, kinderboeken en natuurlijk ook boeken over economie vanwege mijn werk. Ik weet niet of dat vele lezen in mijn voordeel heeft gewerkt, dat mogen anderen beoordelen. Hopelijk beleven de lezers van mijn boek er evenveel plezier aan als ik toen ik het schreef. Wat mij trouwens opvalt, is dat op veel literaire romans ook best het predicaat ‘literaire thriller’ zou kunnen prijken. Het laatste boek van Leon de Winter bijvoorbeeld, Recht op terugkeer. Dat is prachtig geschreven én spannend.

3. Je bent bekend met het schrijversvak door je werk als financieel journalist bij het AD. Toch is een boek schrijven van een heel ander kaliber. Hoe kijk je, nu je debuut een feit is, hierop terug?

Ellen: Schrijven voor de krant is compleet anders dan een boek schrijven. Om te beginnen heeft een krantenartikel een vrij korte spanningsboog terwijl je bij een boek de lezer urenlang in de ban probeert te houden. Het is ook wonderlijk om telkens plukjes informatie weg te geven in een spannend verhaal zoals Door het vuur. Bij een nieuwsstuk voor de krant moet je juist in de eerste zin glashelder zijn, je kunt een krantenlezer niet opzadelen met prangende vragen of een cliffhanger. Het zou een interessante krant opleveren, als je dat eens zou proberen, maar ik denk dat je op den duur weinig lezers overhoudt.

4. Veel mensen dromen ervan ooit een boek te schrijven en het ook daadwerkelijk gepubliceerd te zien. Maar er komt wel het nodige bij kijken. Vaak is er eerst in grote lijnen een verhaal, wat later uitgroeit tot een totaalplaatje. Hoe is dit allemaal bij jou in z'n werk gegaan? En had je de ambitie om een boek te schrijven of is dit gaandeweg ontstaan?

Ellen: 
Bij mij groeide en groeide het verhaal als een sneeuwbal. Dan lag ik ’s nachts wakker en dacht: ‘Zo moet ik dat probleem oplossen’. Dat maakte het voor mij ook spannend. Het was een heel gepuzzel. Eerlijk gezegd wist ik niet hoe het zou aflopen. Het was een ontdekkingstocht. De ambitie om een boek te schrijven had ik al toen ik een jaar of tien was. Op verjaardagen zat ik niet aan de taart maar in een hoekje met mijn schrift driftig te pennen. Ik was toen fan van detectives. Het resultaat was niet geschikt voor publicatie, moet ik er wel bij zeggen. Eigenlijk was dit de eerste keer dat ik mij weer aan fictie waagde.

5. Je hebt je goed vastgebeten in beleggingsfraude en alles daaromheen en zet dit goed uiteen. Ook over mensen met een sterke geloofsovertuiging, veelal afkomstig uit de hechte kern van een dorp, schrijf je met verve. Er is veel over sekten bekend maar er ligt nog genoeg onder het matje geschoven. Hoe kwam je op het idee deze twee onderwerpen te combineren?


Ellen: Het zijn twee onderwerpen waar ik mij kwaad over heb gemaakt de afgelopen tijd. Fraude maakt zoveel kapot. Mensen verliezen niet alleen geld, maar ze raken ook gedesillusioneerd. Zeker als mensen worden bedonderd door figuren die ze vertrouwen, bijvoorbeeld uit hun eigen geloofsgemeenschap, dan hakt dat er flink in. Voor het AD heb ik behoorlijk wat slachtoffers van oplichting gesproken, ook mensen die zijn benadeeld door mensen uit hun eigen kerk. Heel pijnlijk. Het tweede onderwerp, fanatieke gelovigen, is een actueel thema waarover ik mij druk maak en heb gemaakt. We hebben in de krant flink wat aandacht besteed aan de Transformanten, ook een club mensen die – in mijn ogen – iets te enthousiast zijn met hun geloof. Beangstigend vind ik dat. Verder zag ik – voordat ik ging schrijven - de Amerikaanse documentaire Jesus Camp en probeerde mij voor te stellen wat er van de kinderen in die geloofsgemeenschap terecht zou komen door dat drillen. Dat beeld beangstigde mij. Ik merk dat juist onderwerpen die mij aangrijpen, geschikt zijn om over te schrijven. In mijn werk als journalist kan ik niet zoveel met mijn verontwaardiging. Dan moet ik mij netjes aan de feiten houden. Met het schrijven van fictie kon ik mij wel uitleven.

6. Zijn er overeenkomsten tussen hoofdpersoon Heleen Vermeer en jezelf? En heeft deze vrouw, die duidelijk haar eigen boontjes kan doppen, ook eigenschappen die jij beslist niet bezit?

Ellen: Zeker, Heleen en ik lijken enigszins op elkaar. Ik vind het leuk als vrouwen sterk zijn en niet te veel mopperen maar vooral actie ondernemen. Ik denk wel dat álle karaktertrekken van de personages uit Door het vuur uit mijzelf komen: de leuke en de minder leuke. In het boek komt een oud-klasgenoot van Heleen voor, Emiel. Die is heel uitbundig, een beetje vilein en houdt van roddelen. Aan die scènes heb ik veel plezier beleefd. Zwakheden zijn volgens mij interessant: iedereen herkent het als een personage iets te dik is of steeds de verkeerde beslissingen neemt.

7. Zijn er nog andere onderwerpen waarover je nog graag eens een fictieverhaal zou willen schrijven?

Ellen:
O ja, onderwerpen genoeg. Ik heb veel ideeën voor verhalen en ik ben nu aan het bekijken aan welk thema of welke thema’s ik mij weer een poos zou willen wijden. Het kan een universeel thema zijn maar ook iets actueels. In Door het vuur lopen ook verschillende lijnen door elkaar heen. De actuele van de golf van oplichtingszaken die in het nieuws waren maar ook de lijn van vriendschap en loyaliteit. Ik beschrijf de vriendschap tussen Heleen en Francine en die tussen Heleen en Evelien. De verschillen zijn groot. Wat is vriendschap? Wat heb je over voor een vriend of vriendin? Wanneer is het over? Dat zijn interessante vragen om je in te verdiepen. Ik denk dat ik daar nog wel vaker over zal schrijven. Net als bij een liefdesrelatie valt er veel over te vertellen.

8. Wie is de persoon achter auteur Ellen den Hollander?

Ellen:
Die vraag valt niet in drie zinnen te beantwoorden. Ieder mens heeft een hele serie rollen die hij vervult. Ik ben journalist, moeder en stiefmoeder, echtgenote, zus, dochter, schoonzus, kleinkind, vriendin, tante, buurvrouw, lezer en ga zo maar door. O ja, en sinds kort ook auteur. Wie ik echt ben? Dat weet ik alleen zelf. En ik denk dat ‘Ellen den Hollander’ doorklinkt in mijn boek.






Foto: Allard de Witte


Diana



Bezoekersreacties:
Harm Jager (81) op 29 maart 2010:
De schrijfster is de dochter van mijn neef Kees den Hollander. Ik weet dat hij in Ridderkerk woont en ik wil contact met hem. Na een crash ben ik zijn E-Mailadres kwijt. Ik wil dus vragen of Ellen contact op wil nemen met haar vader dat hij mij een mailtje stuurt dan heb ik zijn adres weer.