Ingrid Oonincx
Door: Annette op 9 oktober 2011

Het eerste boek van Ingrid Oonincx, Nickname, kreeg ik in handen in de vorm van een manuscript van een verhalenwedstrijd die uitgeverij The House of Books had georganiseerd samen met VrouwenThrillers.nl. "Dit zou wel 'ns de winnaar kunnen zijn" stond in het mailtje dat ik van de uitgever doorgestuurd kreeg, en inderdaad, Ingrid werd de winnares. Ik zie mezelf nog zitten, diep in de nacht met het manuscript in mijn handen, het boek werd steeds spannender, en ik móest het uitlezen.
Nu is het tweede boek van Ingrid verschenen: Botsing. Wij mochten Ingrid enkele vragen stellen.

1. Hoe is je leven veranderd door het succes van Nickname? Voel je je inmiddels echt "schrijver"?

Ingrid:
Ik combineer het schrijven van thrillers nog steeds met mijn baan. Maar ik ben het schrijven wel serieuzer en meer gestructureerd gaan aanpakken. Schrijven is een belangrijk deel van mijn leven geworden, waar ik graag nog heel lang mee door wil gaan en daardoor voel ik me nu wel een echte schrijver. 

2. Botsing heeft net als Nickname 3 hoofdpersonen waarvan de verhaallijnen op een gegeven moment door elkaar heen gaan lopen. Heb je bewust opnieuw voor deze vorm gekozen?

Ingrid:
Ik vind het prettig en uitdagend om drie verhaallijnen zo goed mogelijk met elkaar te verweven. Bij Botsing was ik oorspronkelijk begonnen met één hoofdpersoon, maar dat bleek na een tijdje niet goed te werken voor het verhaal dat ik wilde vertellen. Toen koos ik bewust opnieuw voor de mozaïekvertelling met drie gelijkwaardige hoofdpersonen. Dat bleek voor dit verhaal de juiste vorm te zijn. 

3. Ewoud is een bijzonder personage. Hij is een zeer onaangenaam persoon, maar je hebt er - heel knap - geen typetje van gemaakt. Hij heeft ook een lieve kant. Hoe voorkom je dat je personages typetjes worden en hoe maak je ze zo echt?

Ingrid:
Door ze in een apart document compleet te beschrijven en dat ‘cv’ er tijdens het schrijven bij te houden. In zo’n cv beschrijf je niet alleen de achtergrond, het uiterlijk en de sterke en zwakke punten van je personage, maar ook de kleine eigenaardigheden. Wat doet hij als hij zenuwachtig is? Wat vindt hij echt belangrijk in het leven? Wat is zijn lievelingseten? Hoe reageert hij op stress en onverwachte gebeurtenissen? Dat zijn, volgens mij, de extra’s die ervoor zorgen dat een personage echt gaat leven. 

4. Van Anna en Lisa heb je allebei ambitieuze, pittige dames gemaakt die ook echt en sympathiek overkomen. Lijkt een van beide op jou?

Ingrid: Ik vrees dat ik qua carrière niet aan ze kan tippen. Maar ik ben op mijn manier wel ambitieus en gedreven. Net zoals heel veel vrouwen in mijn omgeving. Alleen daarom al horen sterke, gedreven vrouwen thuis in zo’n verhaal als dit. 

5. Sinds kort heb je een blog-wisseling met Anita Terpstra. Hoe kennen jullie elkaar en waar kwam dit idee vandaan?

Ingrid:
Ik was met Nickname genomineerd voor de Schaduwprijs voor het beste thrillerdebuut en ik wist dat Anita het jaar daarvoor genomineerd was. Ik stelde haar via Facebook wat vragen en daaruit ontstond een leuke mailwisseling. Toen ik even later samen met iemand van mijn uitgeverij bedacht dat het leuk zou zijn een duoblog te beginnen, moest ik meteen aan Anita denken. Zij was meteen enthousiast. We zijn samen het thrillerschrijversblog (http://thrillerschrijversbloggen.wordpress.com/) begonnen met het idee daar ervaringen uit te wisselen en schrijftips te geven. We vragen ook thrillerschrijvende gastbloggers. 

6. De vraag die Anita je op jullie blog stelt, kwam ook bij mij op tijdens het lezen van Botsing. Je moet haast wel een schema van de verhaallijn naast je hebben liggen tijdens het schrijven. Lukt het altijd om dit te volgen, of moet je het vaak bijstellen?

Ingrid:
Vooraf maak ik inderdaad een schema. Daarin geef ik beknopt per hoofdstuk de gebeurtenissen aan die nodig zijn om van A tot Z te komen. Tijdens het schrijven vul en kleur ik het verhaal verder in. Maar dat schema zit niet helemaal dichtgetimmerd hoor. Ik mag van mezelf gerust dingen aanpassen, veranderen of weggooien. Je komt er namelijk pas tijdens het schrijven echt achter of het werkt. Zo heb ik van Botsing een eerste versie van circa 30.000 woorden weggegooid en ben ik helemaal opnieuw begonnen. Dat is geen verspilde tijd geweest, blijkbaar was het nodig om tot de juiste vorm te komen. 

7. Botsing is gebaseerd op een krantenartikel leg je achterin je boek uit. Heb je al een nieuwe inspiratiebron voor een volgend boek?

Ingrid:
Ik heb het plan voor mijn volgende boek al wel in mijn hoofd zitten. Dat ga ik nu uitwerken tot een schema en als dat goed is, ga ik schrijven en kijk ik of het werkt. Dit verhaal is overigens niet geïnspireerd op een dramatische, ware gebeurtenis zoals Botsing, maar op mijn herinneringen aan het grensdorp waar ik opgegroeid ben.

Annette



Bezoekersreacties: