Carien Touwen in gesprek met Corine Hartman
Door: Carien Touwen op 10 februari 2013

Corine Hartman (1964) zette sinds 2007 al tien boektitels op haar naam. Haar elfde boek Bloedlijn verschijnt op 14 februari aanstaande en is onderdeel van een serie psychologische thrillers. 
Hoofdpersoon van deze serie is rechercheur Jessica Haider, op de omslag omschreven als niemand minder dan de Nederlandse Dexter. Ieder die Bloedlijn leest zal het met deze vergelijking eens zijn; deze vrouw weet van stevig aanpakken. 
Carien Touwen ging in gesprek met Corine over haar schrijfwerk, haar voorkeur voor vrouwelijke hoofdpersonen, het tot stand komen van Bloedlijn en haar plannen voor de toekomst.



Jessica Haider is een hoofdpersoon met flink wat emotionele bagage. Hoe ontstaat zo’n karakter bij jou? 


Corine: Vaak begin ik met een plot-idee en leer ik de personages al schrijvende steeds beter kennen, maar voor deze nieuwe serie was Jessy mijn uitgangspunt. Ik wilde een stoere vrouw die sterker kan zijn dan de mannen om haar heen en niet alleen het goede vertegenwoordigt. Ik wilde een fascinerend, niet vanzelfsprekend sympathiek type en toen ik haar personage uitwerkte, kreeg ik onmiddellijk ideeën voor meer plots en hoe ze zich moest gaan ontwikkelen. Ik heb pagina’s vol geschreven over Jessy, over haar jeugd, karaktertrekken, haar geheime motieven, driften, enzovoorts, maar veel ervan zie je denk ik nooit terug in de verhalen.

Hoe ben je erop gekomen om een nieuwe reeks te beginnen met deze vrouw als hoofdpersoon?

Corine:
 Tsja, hoe kom je op een idee? Waarschijnlijk in bad, of hardlopend, ik weet het niet meer precies. Zoiets ontstaat, soms langzaam, soms komt het ineens binnen, lees ik iets wat blijft hangen en zeuren. Ik wist wel dat ik na een aantal op zichzelf staande thrillers weer zin had in een serie. En dan ga je nadenken… met wat voor type zou ik het langer dan één boek kunnen volhouden?

Je lijkt er geen moeite mee te hebben om gruwelijke sterfscènes te schrijven. Is dat ook zo? Waarom?

Corine: Nee hoor, het schrijven van die scènes kost me geen enkele moeite. Waarom? Ik heb eigenlijk geen idee. Ze zijn soms best heftig, merk ik achteraf van lezers, en ik leef erg mee met mijn personages tijdens het verhaal, ik ga met ze naar bed en sta met ze op. Maar het is natuurlijk toch fantasie, en als een verhaal erom vraagt aarzel ik geen moment om slachtoffers te maken. Soms zelfs met groot plezier. Ik ben niet van de happy endings, zo steekt het leven ook niet in elkaar, en als het goed is leidt het verhaal me tijdens het schrijven vanzelf naar dat soort scènes toe.

De dood is een overduidelijk thema van Bloedlijn. Fascineert de dood jou? Waarom?

Corine: De dood fascineert zeker, ja, ik kan me eigenlijk niet voorstellen dat er iemand op deze aardbol rondloopt voor wie dat níet geldt. Het is toch een uitermate sinister maar ook bizar gegeven, dat je er op enig moment niet meer bent? Ik ben wel eens jaloers op mensen die rotsvast vertrouwen in een hiernamaals. Helaas doe ik dat niet. Maar stiekem hoop ik soms toch op ‘iets’…. Het zou wel kúnnen, zelfs atheïsten geloven in iets, namelijk dat er niets is. Moeilijke materie. En dat maakt het onderwerp nou juist zo boeiend!

Hoe heb je de research gedaan voor je boek? Zonder te veel weg te willen geven… er zijn aspecten die je, neem ik aan, niet in je dagelijkse leven tegenkomt. Hoe doe je research daarnaar en wat doet dat met je?

Corine: Ik doe wat nodig is voor het verhaal. Ga naar locaties, benader mensen die verstand hebben van bepaalde zaken, ik heb ook een paar recherchekennissen waar ik altijd terecht kan. Soms loop ik een dag met iemand mee. Voor het verhaal waar ik nu mee bezig ben, bijvoorbeeld, wilde ik graag sfeer snuiven in een hospice. Het kostte wat moeite, maar het is me wel gelukt. Research doen vind ik een boeiend onderdeel van het vak, dat geldt niet alleen voor het bezoeken van locaties en sfeer snuiven, maar ook omdat mensen me van alles vertellen over hun leven, hun beroep of andersoortige verhalen. Een enkele keer word ik uitgenodigd voor een verblijf, ergens, zoals in het hotelletje dat ik als locatie uitkoos voor In vreemde handen. Ik heb er een deel van het boek geschreven. En ik mocht een weekendje genieten in Château St. Gerlach, toen ik voor Flikken Maastricht schreef. Zulke uitjes zijn erg inspirerend én aangenaam. 

Er komen veel liedteksten van Pink Floyd in het boek voor. Waarom heb je ervoor gekozen dat Jessica van deze muziek houdt? Ben je zelf liefhebber van Pink Floyd? 

Corine: Een vroegere liefde die ik heb herontdekt. Op zoek naar passende muziek voor Jessy kwam ik terecht bij een dvd met een concert van Roger Waters en ik kon me er niet van los maken. The dark side of the Moon vind ik een van de beste albums ooit gemaakt en ik kwam teksten tegen die ik perfect bij haar vond passen. Ik kies bij een protagonist of verhaal altijd passende muziek en luister er ook naar tijdens het schrijven om in een bepaalde stemming te komen.

Waarom is ervoor gekozen om Jessica neer te zetten als de Nederlandse Dexter?


Corine: De kreet ‘Jessica Haider is de Nederlandse Dexter’ komt van mijn uitgever. Ik vond het wel een geestige vergelijking, hoewel ik sindsdien nogal wat mensen tref die de serie niet kennen. Weet je trouwens waarom ik de naam Jessica Haider heb gekozen? Omdat het een beetje klinkt als Jekyll & Hyde. Dat mag ik wel verklappen, ik noem het natuurlijk in Bloedlijn ook niet, omdat (voorlopig) niemand die link legt, en Jessy zeker niet.

Het tweede deel van de Jessica Haider serie staat al voor dit najaar op de planning. Je bent dus flink aan het doorschrijven… hoe ziet jouw werkweek eruit? Schilder je ook nog?

Corine: Het schrijven laat geen ruimte voor schilderen, nee, soms kriebelt het wel eens, bijvoorbeeld als ik bij een bevriende beeldend kunstenaar ben, maar het kost te veel tijd en ik heb het nu te lang laten liggen om het weer moeiteloos op te pakken.
Het bedenken van een nieuw verhaal is heerlijk, complete plotlijnen doemen op en verdwijnen soms even snel weer in de prullenbak. Zodra er personages en plotideeën blijven hangen, begint het goed te voelen. Maar als ik echt moet beginnen met schrijven, moet ik elke keer een hoge drempel over. Vooral in het begin worstel ik oneindig - vooral met mezelf - en zitten er dagen tussen dat het niet lukt en ik me afvraag waarom ik er in godsnaam ooit van droomde schrijver te worden. Als ik eenmaal echt goed in een verhaal zit en dan praat ik ruwweg over de tweede helft van het manuscript, ben ik er dag en nacht mee bezig, wil ik vooral ook weten hoe het afloopt en of de uitgezette lijnen goed in elkaar vallen. Dat is de euforische fase waarin ik zeker weet dat ik niets anders wil doen dan schrijven.

Hoeveel delen zou deze serie in jouw ideaalplaatje moeten krijgen? Wanneer zou je besluiten om te stoppen met een hoofdpersoon als Jessica Haider?

Corine: 
Voorlopig heb ik er zeven gepland - daar zit wel een gedachte achter, maar die zal de lezer zelf wel ontdekken. Een personage dat zich niet ontwikkelt, vind ik niet zo boeiend, dus ook Jessy zal veranderen, dat merk ik trouwens nu al, in deel twee. Ik zal dus niet eindeloos met haar verder kunnen, maar de tijd zal het leren. Een geslaagd voorbeeld van zo’n serie met een zich ontwikkelend hoofdpersonage vind ik de Wallender-serie van Mankell. ‘De gekwelde man’ was ook echt een waardige afsluiter, en dan weet je: nu is het klaar.

Je lijkt in je boeken altijd voor een vrouwelijke hoofdpersoon te kiezen. Waarom?

Corine: Vrouwen, ja, maar dan wel dames met flink wat mannelijke hormonen, en Jessy spant de kroon. Waarom een vrouw? Omdat ik er zelf een ben, wellicht, of omdat vrouwen vaak wat complexer in elkaar steken. Als mannen onderling ruzie hebben, praten ze het uit en dan is het klaar. Vrouwen kunnen er nog lang over doordrammen. ‘Ja, maar jij… en toen…’
Ik houd zelf wel van de Clint Eastwood - Dirty Harry-methode: Wat, jij mij belazeren? Geen gezeik, baf, overhoop schieten die klootzak (lacht). Maar de complexere vrouwengeest biedt natuurlijk wel voer voor verhalen die wat dieper gaan.

In november 2012 verscheen er een verhalenbundel van jouw hand: De ondergang. Zit er voor jou veel verschil tussen het schrijven van romans en korte verhalen? Waarom?

Corine: 
Het verschil zit ‘m vooral in de tijd. Een roman vereist veel meer tijd, alleen al omdat die vele pagina’s meer bevat en evengoed spannend en boeiend moet zijn. Het moeilijke - tegelijkertijd de uitdaging - van een kort verhaal zit ‘m dan juist weer in de beperking van het aantal woorden.

Je hebt de opleiding aan de Schrijversvakschool afgerond met een specialisatie in scenarioschrijven. Ben je nog wel eens in die richting bezig of werk je alleen aan romans?

Corine: Toevallig (of niet) nét bezig met iets nieuws, in de richting van een scenario… daar wil ik nog niets over kwijt. Maar ik zie mezelf in de toekomst geen filmscenario schrijven, ach, hoewel… zeg nooit nooit.

Wat schrijf je het liefst? 

Corine: 
De afwisseling is prettig. Op het moment dat een eerste versie van een thriller naar een proeflezer is, of naar de uitgever, vind ik het fijn om even een kort verhaal te doen of met iets anders bezig te zijn.

Je hebt een flinke basis fans in Nederland en hebt in 2012 de eerste en tweede plaats behaald in De Top 30 Vrouwenthrillers Aller Tijden 2012. Hoe denk je dat dat gekomen is? Ben je een schrijver die veel interactie heeft met jouw lezers?

Corine: 
Ik heb geen idee of het veel is. Ik probeer af en toe op de social media actief te zijn, dat wil zeggen dat ik nieuws plaats over mijn boeken, maar ik struin er niet veel rond dus of het veel is? Als lezers vragen hebben, beantwoord ik die, dat vind ik wel zo aardig en enthousiaste reacties zijn natuurlijk gewoon leuk.

Is het voor een schrijver van nu noodzakelijk om op actief te zijn op social media en veel naar buiten te treden? Denk je dat het beroep van een schrijver erg veranderd is de laatste tien jaar?

Corine: Een noodzaak, op social media aanwezig te zijn? Nee, dat denk ik niet, ik ken collega’s die er geen enkele affiniteit mee hebben en er ver van blijven. Naar buiten treden en in contact komen met lezers kan ook op andere manieren en is belangrijk, maar je moet je er wel prettig bij voelen, en anders werkt het waarschijnlijk ook niet.
Of het beroep van schrijver erg veranderd is? Ik denk het niet, niet als het om de inhoud gaat, de essentie van het vak. De wereld eromheen is wel erg veranderd, maar daar bemoei ik me liefst zo min mogelijk mee (dat doet mijn uitgever uitstekend). Laat mij maar schrijven!

Wat vinden je gezin en familie ervan dat je schrijft? Lezen ze jouw boeken? Geven ze feedback?

Corine: Mijn man is meestal mijn eerste, kritische lezer, die vooral erg let op spanning. Hij mag van mij strepen zetten door passages waar hij bij in slaap valt… En mijn moeder is apetrots, maar ze durft mijn boeken ’s avonds niet te lezen, dan kan ze niet slapen. En dat beschouw ik dan wel weer als een compliment. Ze vraagt wel eens of ik ook een keer een ‘gewoon’ boek kan gaan schrijven. ‘Waar heb ik toch vroeger een steek laten vallen,’ zei ze ooit, ‘dat jij zulke afschuwelijk enge dingen bedenkt…’

Wat zijn je schrijfplannen voor de toekomst? 

Corine:
 Oef… ik ben niet zo goed in langetermijnplanning. Ik houd er ook niet zo van. Met strakke doelen voor ogen kan je zomaar blind worden voor nieuwe kansen onderweg en die zijn nu juist vaak zo mooi. Als ik in ieder geval mijn hart kan blijven volgen, ben ik een gelukkig mens. Natuurlijk heb ik wel zo mijn dromen… maar dromen zijn precies dat, ongrijpbaar, en dat is eigenlijk ook helemaal prima.

Carien Touwen


Carien Touwen, schrijfster, uitgever en freelance redacteur & journalist, gaat elke maand voor VrouwenThrillers.nl in gesprek met een (vrouwen)thriller-auteur. Meer over Carien kan je vinden op haar website: www.carientouwen.com




Bezoekersreacties: