Carien Touwen in gesprek met Kim Moelands
Door: Carien Touwen op 18 november 2015

2015 is een bijzonder jaar voor auteur Kim Moelands. Het is dit jaar alweer vijf jaar geleden dat ze donorlongen kreeg en ze vierde onlangs haar veertigste verjaardag, terwijl ze op jonge leeftijd te horen had gekregen dat ze de helft daarvan waarschijnlijk niet eens zou halen. Ook lag dit jaar alweer het vijfde boek van Kim Moelands in de winkels: De vrouw in de spiegel, een enerverende thriller vol boeiende karakters waarin een zuivelbedrijf afgeperst wordt en brigadier Tess Westerhout met een psychopaat om tafel moet om antwoorden te krijgen. Vorige week kreeg Kim Moelands te horen dat ze met dit boek de Hebban Award voor beste thriller van het jaar gewonnen heeft, waardoor er dit jaar nog een bijzondere gebeurtenis bij kwam. Redenen genoeg voor Carien Touwen om voor Vrouwenthrillers eens goed met Kim in gesprek te gaan over al deze bijzondere mijlpalen en over haar laatste thriller, die het eerste deel vormt van een serie over Tess Westerhout.


Je hebt onlangs je veertigste verjaardag gevierd en het is dit jaar vijf jaar geleden dat je donorlongen kreeg. Ook verscheen dit jaar je vijfde boek waarmee je de Hebban Award voor beste thriller van het jaar won. Ik kan me voorstellen dat dit aanleiding is om even stil te staan bij alles wat je bereikt hebt. Wat doet dit allemaal met je?

Dit jaar is ontzettend overweldigend voor me en het lijkt niet op te houden. Ik heb voor alles keihard geknokt en met resultaat. Ik bereikte een leeftijd die ik nooit dacht te halen (de voorspelling destijds was dat ik de 18 niet zou halen), ik verkeer al vijf jaar in redelijke gezondheid door twee prachtige donorlongen en ik heb een nieuw boek aan mijn oeuvre kunnen toevoegen waarmee ik ook nog eens de Hebban Crimezone Award voor beste thriller van het jaar won. Bij alle mooie gebeurtenissen (groot en klein) sta ik stil bij hoe bijzonder het is dat ik het dankzij mijn donorheld überhaupt nog mee mag maken. Ik draag een soort denkbeeldige disclaimer bij me met ‘Mede mogelijk gemaakt door…’ Niets in mijn leven is vanzelfsprekend, zelfs ademhalen was dat heel lang niet. Mijn donor gaf mij het grootste cadeau dat er bestaat, het cadeau van het leven. Ik adem haar, ik leef haar en mijn hart klopt tussen haar longen.


Hoe is het nu met je gezondheid, als ik vragen mag. Kun je weer alles of moet je het nog rustig aandoen?

Mijn gezondheid gaat nog steeds met ups en downs, maar over het algemeen gaat het redelijk goed. Wel moet ik heel goed op mijn rust letten, mijn energie is nog steeds niet overweldigend. Het verschil met vroeger is dat ik nu wel herstelvermogen heb en dat ik geen weken meer hoef bij te komen van een uitspatting en dat ik er ook niet meer ziek van word. Ik heb wel veel last van bijwerkingen van de medicijnen die ik slik om te voorkomen dat de longen afstoten. Het gevaar van afstoting blijft altijd bestaan. Op een dag kan het mis gaan. Dat kan vandaag zijn, morgen of pas over jaren. Dat blijft onzeker. Ik ken iemand die al 25 jaar met donorlongen leeft, daar houd ik me aan vast.

Je zegt zelf in interviews dat je leeft in ‘reservetijd’. Is dat (nog) wel zo? Leef je met de dag of durf je verder vooruit te kijken?

Daar ben ik een beetje ambivalent in. Op dagen dat ik me goed voel durf ik vooruit te kijken en plannen te maken. Op de slechtere dagen leef ik bij de dag en maak ik me zorgen over de toekomst waarin ik nog zoveel wil doen. Leef ik lang genoeg om al mijn dromen waar te maken? Dat geldt natuurlijk voor iedereen, maar ik denk dat ik me daar net wat bewuster van ben dan gezonde mensen. Ik heb de dood vijf jaar geleden een paar keer echt in de ogen gekeken en werd op het nippertje gered. Dat doet iets met je. Het haalt een bepaalde onbezorgdheid weg. Ik ben door alles wat ik heb meegemaakt wel wat zorgelijker geworden. Vroeger stapte ik overal in zonder beren op de weg te zien, daar heb ik tegenwoordig meer moeite mee. Ben ik dan een depressief somber mens geworden? Nee, zeker niet. Mijn karakter is optimistisch en vrolijk en ik omhels het leven nog steeds elke dag. Ik ben ontzettend dankbaar dat ik er nog ben.

In de column ‘Deadline’ die te lezen is op jouw website, schrijf je dat het personage Elisabeth bij jou aan het bed kwam zitten en je bleef lastigvallen tot je haar in het boek opnam. Dit lijkt me een heel bijzondere gebeurtenis. Zijn je karakters altijd zo dwingend of was dit een eenmalige ervaring?

Mijn karakters zijn over het algemeen allemaal vrij dwingend. Elisabeth en Charlie uit De vrouw in de spiegel en Stefaan uit Weerloos spanden de kroon. Die achtervolgden me, hielden me wakker en bleven maar kletsen in mijn kop tot ik er gek van werd. Het enige dat dan helpt is achter de computer gaan zitten en schrijven tot ze hun mond houden. Als ik op zo’n moment niet in de buurt ben van mijn computer dan maak ik aantekeningen in mijn telefoon.

Uiteindelijk besloot je, dankzij Elisabeth, om meer tijd te nemen voor je boek en je deadline uit te stellen. Je schrijft dat je je realiseerde dat je nu niet altijd meer haast hoeft te hebben. Hoe sta je nu tegenover dit bijzondere voorval? Was Elisabeth misschien een stem van jezelf die je tot meer rust maande?

Haha ja, dat zou best kunnen. Of die van mijn arts (lacht). Elisabeth is een heel speciaal karakter voor mij omdat ze voor de transplantatie al in mijn hoofd zat. Ik was toen te ziek om er concreet iets mee te doen. Vijf jaar geleden leek het erop dat ze samen met mij een vroege dood zou sterven. Na mijn tweede kans verdiende zij er ook een. Het is voor mij heel bijzonder dat in Elisabeth mijn leven voor- en na de transplantatie als het ware samenkomen. Zij is de vrucht van mijn twee levens. Het feit dat ik meer tijd heb genomen voor De vrouw in de spiegel heeft voor mijn gevoel wel resultaat gehad. Het boek is veel complexer dan mijn vorige twee thrillers. Ik heb het boek met meer oog voor detail kunnen schrijven waardoor de verschillende verhaallijnen en karakters beter uit de verf kwamen. Ik ben dan ook van plan om de opvolger ook in alle rust te schrijven (sorry lezers!). Toch blijft rust nemen moeilijk voor mij. Het kan zomaar zijn dat ik het op een dag weer op mijn heupen krijg en weer een sprint trek. Dat ongedurige stukje zit diep in mij verankerd. Altijd bang dat ik een kans mis of ergens niet het maximale uithaal. Als je je hele leven hebt moeten rennen voor de dood, dan is dat onvermijdelijk denk ik.

Je hebt zelf jarenlang als recensent en interviewer gewerkt voor Crimezone en Ezzulia. Heeft dat je extra kritisch op jezelf gemaakt? Heb je bepaalde standaarden waaraan een goede thriller moet voldoen?

Ik ben sowieso heel erg kritisch op mezelf, je zou me een perfectionist kunnen noemen. Soms ook wel heel vermoeiend hoor, ik kan daar namelijk wel eens in doorslaan. Ik baal bijvoorbeeld enorm als er een boek van de drukker komt en ik zie bij het openslaan meteen weer die ene spelfout die per ongeluk is blijven staan. Als je een tekst al tig keer achter elkaar hebt doorgenomen dan zie je bepaalde dingen gewoon niet meer. Ik weet dat in elk boek fouten zitten, dat is eigenlijk onvermijdelijk, maar ik wil dan toch altijd graag die uitzondering op die regel zijn. Als ik dan weer een beetje tot rust ben gekomen dan denk ik ‘mens, maak je niet zo druk, je kunt er nu toch niets meer aan doen en volgende keer beter’. Gelukkig beschik ik ook over een gezond portie relativeringsvermogen en kan ik mezelf goed tot de orde roepen als het nodig is (en anders help mijn omgeving wel een handje). Ik heb met veel plezier gewerkt voor Crimezone en Ezzulia en heel veel thrillers gelezen voordat ik me er zelf aan waagde. Een standaard voor een goede thriller geven vind ik lastig. Het is altijd subjectief en ik ben niet zo’n hokjesdenker. Wat voor het ene boek heel goed werkt, kan een complete miskleun zijn voor een ander boek. Een thriller moet in ieder geval spannend zijn. Spanning zit hem voor mij niet per se in gewelddadige bloederige scènes of wilde achtervolgingen. Van een boek met onderhuidse psychologische spanning kan ik ook echt kippenvel krijgen. Geloofwaardigheid in een thriller vind ik ook belangrijk. Dingen hoeven niet echt zo gebeurd te zijn, maar het moet in ieder geval aannemelijk zijn dat het in het echt zou kúnnen gebeuren. Verhaallijnen, maar vooral ook details moeten kloppen. Als een personage aan het begin van een hoofdstuk haar zwarte jurkje rechttrekt, dan kan ze niet aan het einde van het hoofdstuk haar handen aan haar spijkerbroek afvegen of ineens blond haar hebben in plaats van bruin. Wat niet per se een voorwaarde is voor een goede thriller (hij kan ook plot-driven zijn), maar wat ik wel belangrijk vind zijn de personages. Ik vind het prettig als de hoofdpersonen zo tot leven komen dat het voor mij echte mensen worden. Ik wil emoties voelen tijdens het lezen, een film voor me zien. Ik wil verdrietig zijn als zij dat zijn, boos worden met ze, om ze lachen en janken als er eentje doodgaat. Tot slot vind ik het heel leuk als ik als lezer verrast word met een onverwachte wending en wil ik graag meespeuren naar de dader. Het boek Nachtfilm van Marisha Pessl heeft alle bovengenoemde elementen. Dat vond ik echt een topthriller. 

Lees je nog steeds zoveel of is je leestijd nu ingenomen door schrijftijd?

Een gedeelte van mijn leestijd is ingenomen door schrijftijd. Een dag heeft maar vierentwintig uur helaas. Maar, ik lees nog steeds elke dag. Thrillers, romans, jeugdboeken, ik ben echt een boekenaddict. Op vakantie heb ik de heilige regel ingesteld dat ik mijn computer thuislaat en dat er zo veel mogelijk boeken meegaan. Weken van te voren ben ik dan al aan het verzamelen tot ik een veelzijdige stapel ‘must reads’ heb geselecteerd. Meestal lees ik op vakantie een boek per 1 à 2 dagen. Als ik aan het werk ben ongeveer een boek per week, soms nog niet eens. Voordat ik zelf begin met een nieuw boek lees ik altijd een aantal boeken die hetzelfde onderwerp hebben. Niet om ideeën op te doen, want die heb ik zelf genoeg, maar om in de sfeer en de stemming te komen. Na het lezen van een paar boeken begint het bij mij vanzelf te stromen en ga ik aan de slag.

De vrouw in de spiegel is geïnspireerd door een waargebeurde zaak, namelijk de afpersingszaak rond zuivelmerk Campina in 2003. Waarom was deze zaak een inspiratiebron voor jou?

Er waren heel veel dingen die me fascineerden aan de afpersingszaak van Campina. Allereerst de dader. Wat bezielt je als je willens en wetens onschuldige mensen in gevaar brengt voor eigen gewin? Heb je dan geen geweten of zit er een steekje los? Menselijk gedrag, psychologie, maar ook omgevingsfactoren die leiden tot bepaald gedrag, hebben me altijd al mateloos gefascineerd. Wat ik heel eng vond in het hele verhaal is hoe kwetsbaar wij als consumenten zijn. We kopen met zijn allen dagelijks legio producten op basis van vertrouwen. Vertrouwen dat er niet met de producten is gerommeld en dat ze veilig zijn. Als je daar als consument niet meer blind vanuit kunt gaan door bijvoorbeeld vergiftiging van toetjes, dan is dat een ontwrichting van de (consumptie)maatschappij die verstrekkende gevolgen heeft. Het creëert angst en chaos. De dubieuze manier waarop Campina in eerste instantie met de zaak omging was ook een trigger. Ik kan net als mijn personage Tess niet tegen onrecht en misstanden die onder de het tapijt worden geschoven. Tot slot viel ik ook voor deze zaak door de voor die tijd baanbrekende opsporingsmethoden die zijn gebruikt om de dader te pakken. De FBI werd hiervoor zelfs ingeschakeld. De FBI keek onder andere live mee toen de afperser zijn ‘buit’ stond te pinnen. Campina was een zaak uit 2003, maar afpersing is van alle tijden. Dat blijkt wel weer uit de recente afpersing van de Jumbo en de familie De Mol. 

Je bent een groot liefhebber van honden. Was het moeilijk om de scènes te schrijven waarin hond Joep een hoofdrol speelde?
Absoluut! Dat vond ik de moeilijkste scènes uit het boek. Tijdens het schrijven werd ik misselijk en moest ik huilen. Ik ben een enorme honden- en dierenliefhebber. De brute manier waarop mensen soms met ze omgaan raakt me heel diep, ik kan er niet naar kijken. De baas van hond Joep in De vrouw in de spiegel heeft helemaal niets met dieren, sterker nog hij verafschuwt ze. Vaak doen karakters in mijn boeken dingen die 180 graden anders zijn dan dat ikzelf zou doen. Toch geef ik mijn fictieve personages volledig de vrije hand, ook als hun persoonlijkheid of hun handelingen me tegenstaan. Dat is de enige manier om een karakter geloofwaardig tot leven te laten komen. Karakters zijn een afspiegeling van de maatschappij. Er zitten goede en slechte tussen. Als ik alle hoofdpersonen alleen maar dingen laat doen waar ik zelf achtersta, dan zouden het allemaal Kim-klonen worden en dat is voor een verhaal en zeker voor een thriller niet spannend. 

Was het voor jou meteen duidelijk wie de afperser van Latte zou zijn of werd jij ook verrast door de ontknoping?

Daar kan ik natuurlijk niet veel over zeggen zonder te spoileren, maar neem van mij aan dat de ontknoping anders was dan ik in eerste instantie voor ogen had. In die zin werd ik zelf dus ook verrast. Eigenlijk gebeurt dat altijd wel als ik schrijf. Ik heb een globaal verhaal voor ogen maar de details en plotwendingen ontstaan pas tijdens het schrijven. Dat is denk ik inherent aan een creatief proces. Soms moet je buiten de lijntjes kleuren. Het is voor mij vaak ook spannend wat er allemaal gebeurt en welke beslissingen mijn personages nemen. Dat maakt het schrijven extra leuk. In De vrouw in de spiegel liep maar weinig zoals ik het in eerste instantie had gepland. Zo heb ik tijdens de correctieronde nog een nieuw karakter en bijbehorende verhaallijn geschreven die ik in het volgende deel weer op kan pakken en uit kan bouwen. Pas in die correctieronde viel voor mij alles echt op zijn plaats. 

Dit is het eerste boek in een serie over Tess Westerhout. Wist je op het moment dat je begon met het schrijven van De vrouw in de spiegel al dat er een vervolg zou komen?

Ja, ik wist al van te voren dat Tess meerdere boeken mee zou gaan. Het begon met het idee om een thema-serie te schrijven die losjes is gebaseerd op de Zeven Zonden (De vrouw in de spiegel heeft het thema Hebzucht). De hoofdpersoon voor die reeks moest een stoer maar menselijk personage zijn dat de serie kon dragen. Dat is Tess. Ze heeft een grote bek maar een klein hartje. Ze is gedreven, maar zeker geen heilige. Een terriër die af en toe wel eens in de verkeerde kuiten bijt. Als het om haar gezin gaat dan is ze bereid heel ver te gaan, misschien wel te ver. Daardoor komt haar integriteit als politieagent soms onder druk te staan. Dat maakt haar interessant én actueel gezien de integriteitskwesties die momenteel bij de politie spelen. Perfecte mensen zijn saai om over te schrijven. Ik vond het wel belangrijk dat Tess een stabiele thuisbasis had. Het cliché van de rokende, aan drank verslaafde rechercheur die ongelukkig is in de liefde wilde ik vermijden. Tess is dan ook gelukkig getrouwd met Marc en heeft een zoon van vijftien, Kevin. Haar moeder is oud-rechter en huisvriend Antoine is gevangenispriester. Ik heb Tess vernoemd naar het dochtertje van vrienden. Een heel bijzonder en dapper meisje dat helaas veel te vroeg is gestorven. Ik vond het mooi haar naam te laten voortleven in mijn boeken. 

Je hebt in dit boek gewerkt met meerdere verhaallijnen en perspectieven. Was het moeilijk om het overzicht te houden? Hoe heb je hier precies aan gewerkt?

Klopt, dit was tot nu toe mijn meest ingewikkelde boek om te schrijven. Ondanks dat heb ik niet gewerkt met een storyboard. Alles gebeurt in mijn hoofd. Het is net of er binnenin mij een grote dossierkast staat met laatjes en vakjes vol ideeën. Het is de kunst om uit elk laatje de juiste ingrediënten te plukken en ze te combineren voor het verhaal waar ik op dat moment aan werk. Dat vergt heel veel concentratie. Daarom kan ik in tegenstelling tot vroeger ook alleen nog maar werken in absolute stilte. Ik heb zelfs het drukke Amsterdam ingeruild voor een rustige plek op de Veluwe. Nooit spijt van gehad overigens. Het komt mijn werk maar ook mijn gezondheid ten goede om uit de hectiek te zijn. Zalig vind ik het om te werken tussen bos en hei terwijl de eekhoorn in de tuin zit en de specht voorbij vliegt.

Hoe heb je de research voor dit boek gedaan? Ik kan me voorstellen dat er wat lastige dingen inzaten qua uitzoekwerk…

Ik heb – zoals elke schrijver denk ik – veel gebruik gemaakt van het internet, maar daarnaast heb ik ook contact gehad met de advocaat die destijds de afperser van Campina bijstond. Er heeft ook een psycholoog meegelezen waar ik de kronkels in de hoofden van sommige personages aan heb voorgelegd. Zij heeft bepaalde scènes vanuit haar expertise gecheckt op geloofwaardigheid. Verder heb ik uitgebreid gesproken met een vriendin die bij de politie werkt. Voor ad hoc politievragen stuur ik nog wel eens een appje aan collega Simon de Waal (o.a. Bureau Raampoort). 

Er komen dus nog meer boeken over Tess, wat ook meteen duidelijk is als we de laatste bladzijde lezen. Hoe ver sta je met het volgende deel? Kun je daar al wat meer over vertellen?

Ik werk op dit moment aan twee projecten; het vervolg op De vrouw in de spiegel en een kinderboek (10+). Binnenkort wil ik een keuze maken op welk boek ik me eerst volledig ga storten. Ik ben nu te versnipperd bezig in twee verschillende genres en dat werkt minder goed dan ik had gehoopt. Ik wil over de inhoud van beide boeken nog niks kwijt maar ik wil wel de eerste zin van het vervolg op De vrouw in de spiegel wel verklappen: Dus zo ziet de duivel eruit. Voor beide boeken heb ik nog geen concrete deadline in gedachten, voor het kinderboek heb ik zelfs nog niet eens een uitgever. Het is af als het af is, zeg ik altijd maar. 

Je bent actief op Facebook en op Twitter. Denk dat je dat het noodzakelijk is voor een schrijver van nu om met sociale media naar buiten te treden?

Ja dat denk ik zeker. Ik geloof zelfs dat het een must is. Sociale media maakt het lijntje tussen jou en je lezers heel erg kort. Ze kunnen je benaderen, berichten sturen en het is ook heel makkelijk om daar als auteur op te reageren. Facebook en Twitter hebben een enorm bereik zonder dat je daar grote inspanningen voor hoeft te leveren, zoals bijvoorbeeld bij signeersessies. Door mijn beperkte energielevel en daardoor ook beperktere actieradius ben ik groot fan van sociale media. Het is laagdrempelig om nieuwtjes te plaatsen en vragen te beantwoorden en een mooie manier om toch ‘je neus te laten’ zien. 

Wat is het meest bijzondere dat je ooit is overkomen, juist omdat je schrijfster bent?

Dat ik mijn huidige man heb leren kennen. Hij las mijn boek Ademloos en was daar zo van onder de indruk dat hij me een gedicht stuurde. Daar was ik weer zo van onder de indruk dat ik met hem heb afgesproken (na intensief mailverkeer). Vanaf het eerste moment dat we elkaar zagen was het raak. Inmiddels zijn we alweer zeven jaar samen en vijf jaar getrouwd. Ik ben nog steeds elke dag dolgelukkig met hem. 

Wat zou je nu doen als je geen schrijfster was?

Poeh, geen idee. Gelukkig heb ik daar nog nooit over na hoeven te denken. Schrijven voelt voor mij een beetje als mijn bestaansrecht, ik kan niet zonder. Het zou voor mij een regelrechte ramp zijn als ik daarmee zou moeten stoppen. Maar als dat om wat voor reden dan ook toch ooit het geval zou zijn, dan zou ik wel iets anders verzinnen. Ik kan niet stilzitten. 

Wat kunnen we nog meer van je verwachten de komende jaren? Wat zou je nog graag bereiken?

Het is mijn grote wens om echt door te breken als fictieschrijfster en een Bestseller 60 auteur te worden. Het winnen van de Hebban Award brengt die droom weer een stap dichterbij. De komende jaren hoop ik meer thrillers over Tess Westerhout te schrijven, een jeugdboek en ooit, ooit schrijf ik die grote roman. Plannen genoeg dus. Ik hoop dat ik lang genoeg leef om ze allemaal waar te maken.

Carien Touwen



Bezoekersreacties: