Anita Larkens
Door: Karin op 8 april 2017

Onlangs is de nieuwe thriller van Anita Larkens, De dagen verschenen. Recensente Karin las het boek en legde daarna Anita een aantal vragen voor.



Kun je jezelf beschrijven in vier woorden?

Gedreven. Gevoelig. Leergierig. Liefhebbend.

Wat neem je mee naar een onbewoond eiland? (het mogen geen personen zijn) 

Zelfbouwhut, bed, pen, papier 

Hoe kom je van een idee tot een verhaal en hoe verloopt je schrijfproces?

Er komen vaak ideeën in me op. Die kunnen ontstaan door iets wat ik zie, hoor, lees of bedenk. Alleen de meest vasthoudende ideeën worden een echt plan. Dan begint het te leven in mijn hoofd. Ik ben er dan vervuld van, bijna zoals wanneer je verliefd bent. Het schrijfproces begint bij mij ‘simpel’. Ik begin gewoon. Door het proces dat in mijn hoofd is gestart, vindt het verhaal een weg. Hoe dieper je in een verhaal komt, hoe meer er in je hoofd/creatieve denkproces gebeurt. Vaak leidt het ertoe dat alles in de loop van de tijd (lees: anderhalf jaar) op zijn plaats valt. Maar dan heb ik al meerdere keren van alles over de kop gegooid, ge-delete en bijgeschreven.

Hoeveel van jezelf zit er in Maud (personage uit De dagen)?

In Maud zit niet heel veel van mijzelf, omdat ik geprobeerd heb trouw te blijven aan de vrouw die ik voor ogen had: iemand die door haar levensstijl vijanden maakt en een onvermogen heeft om haar kwetsbaarheid te delen. Ik zou bijvoorbeeld altijd mijn kinderen op de eerste plaats zetten en ik ben heel huiselijk. Verder floreer ik bij rust en structuur en dat is bij Maud ver te zoeken! Maar ik heb – mede door het schrijven van haar verhaal – wel affectie voor Maud ontwikkelt; ze wíl het namelijk wel, maar ze kán het niet. Ik hoop echt dat lezers dat ook zo ervaren, omdat Maud een vrouw is als elke andere vrouw. De rode draad van het boek is heel erg de boodschap dat vrouwen op moeten houden elkaar zo snel te veroordelen. Iets wat vooral ook in het eindstuk tot uitdrukking komt. Dus nee, er zit niet veel wezenlijks van mij in Maud, maar net als haar ben ik een vrouw die soms oordeelt over anderen en zich soms veroordeeld voelt. 

Wat doe je naast schrijven van heerlijke thrillers?

Dankjewel. Ik heb een gezin, bestaande uit een echtgenoot, een zoontje van 7 en een hele grote zoon van 22, die niet meer thuis woont (hij werkt en studeert en woont op kamers in Groningen). Ik probeer de vrijheid die ik heb om thuis als schrijfster te werken te combineren met een rustig gezinsleven. Daar heb je het weer: rust. Maar ik heb ook een sterke innerlijke ‘drive’, dus ben ik nu alweer volop bezig met het volgende boek: een historische roman. Die houdt me niet alleen aan huis gekluisterd achter mijn bureau, maar brengt me ook naar plekken en mensen die ik anders nooit zou bezoeken. Ik sport twee keer per week (fitness in sportschool), niet omdat ik daar zo dol op ben, maar omdat ik gezond en fit wil zijn/blijven. Verder houd ik van shoppen, ergens een kop koffie drinken of naar een concert of voorstelling gaan. Ik lees veel, elke avond/nacht voor het slapen gaan. En door mijn jongste zoon sta ik iedere woensdag langs de lijn bij het voetbalveld. Schrijven, zoals ik het doe tenminste, is wel een aanslag op je sociale leven, dus dat probeer ik nu weer op te pakken. Meer met vriendinnen en familie afspreken. En ik ben dol op uitstapjes; een weekend of midweek weg met het gezin en dan heel veel zien en beleven.

Je schreef eerder een non-fictieboek, nu reeds je derde thriller. Wat vind je het leukste en waarom?

Beide hebben leuke en minder leuke kanten. Het fijne van non-fictie is dat je er heel erg je eigen invalshoek aan kunt geven. En als je een dagje geen zin hebt in het schrijven zelf, verdiep je je in de theorie/vakliteratuur. Of je doet interviews. Aan de andere kant ga je minder de ‘diepte’ in dan bij fictie. Het schrijven van thrillers is heel intensief. Bij mij tenminste, vanwege het denkproces. Alle verhaallijnen spelen zich af in mijn hoofd, de karaktervorming, de hoe en waaroms. Dat kan vermoeiend zijn. Ik heb het wel anders geprobeerd, met uitgeschreven schema’s, maar dat droeg voor mij niets bij. Alles zat al in mijn hoofd. Daarbij maak ik het mezelf vaak niet gemakkelijk, door met data en tijdswisselingen te werken. Ik weet niet waarom dat zo ontstaat, ik houd zelf ook niet van hele gemakkelijke boeken, alleen af en toe heb ik daar even behoefte aan. Dan lees ik een Sophie Kinsella of Liane Moriarty. Overigens zijn die boeken uitstekend geschreven, alleen de verhaallijn is eenvoudig, je duikt er zo in. Kan heerlijk ontspannend zijn. Als ik een nieuwe thriller ga schrijven, zal ik opnieuw de uitdaging met mezelf aangaan, want ik wil vernieuwen en de lezer uitdagen, vooral met psychologische vraagstukken. 

Heb je een favoriete auteur/boek? Zo ja, welke?

Ik lees nu Het puttertje van Donna Tartt. Dan denk ik tijdens het lezen: ‘Mens, wat kun jij schrijven!’ Daar geniet ik van, goede schrijvers die de essentie raken. Maar als je mij om een favoriete thrillerschrijver vraagt, dan is het Gillian Flynn. Ik houd ervan hoe zij zichzelf als schrijfster niet censureert. Haar verhalen hebben vaak schokkende elementen, maar zijn zo knap psychologisch uitgewerkt dat ik daar diepe bewondering voor heb. Ze schrijft heel naturel, maar ik twijfel er niet aan dat het hard werk is. Maar ik lees ook veel mannen, als Michael Connelly, Dennis Lehane, Michael Robotham, Joël Dicker. 

Je schrijft momenteel aan een volgend boek? Wil je daar iets meer over vertellen? 

Het is een historische roman, die enerzijds mijn bloedlijn volgt en anderzijds een beeld schetst van de landarbeiders die hun lijf en leven aan de Groningse kleigrond wijdden. Het hoofdpersonage, Jannetje, is mijn betovergrootmoeder. Zij kwam van de Utrechtse Heuvelrug als dienstmeisje naar Noordoost Groningen en ontmoette daar een weduwnaar met kinderen. Die weduwnaar was mijn betovergrootvader Simon. Met Jannetjes verhaal als leidraad ga ik de hele bloedlijn langs vanaf 1750 tot 1920. Het wordt een familiesaga en een arbeiderspamflet. Dat laatste is belangrijk voor mij, omdat mijn voorouders (en de andere arbeiders) alles in de kleigronden hier hebben gestopt, terwijl de herenboeren met de eer streken. Er is veel over de herenboeren geschreven (o.a. De Graanrepubliek van Frank Westerman), maar over degenen die het echte werk deden (ook kinderen) bijna niets. Ik ben al een eind op weg en het wordt een prachtig verhaal. Hoewel het in Groningen gesitueerd is, is het vooral een verhaal van de Nederlandse geschiedenis, gegoten in een vrouwenleven met vreugde en verdriet. 

Waar zie je jezelf over vijf jaar?

Ik verwacht dat ik mijn schrijverschap uit zal bouwen, maar in welke richting zal de tijd uitwijzen. Aangezien het schrijven (en het creatieve proces) deel is van wie ik wezenlijk ben, zal dat niet veranderen, alleen nog beter worden! 

Welke vraag heb je gemist? (en wil je hierop antwoord geven) 

Ik heb niet echt een vraag gemist, als er nieuwe ontwikkelingen zijn, houd ik jullie graag op de hoogte!

Anita, bedankt voor je openhartige antwoorden!


Karin



Bezoekersreacties: