Carien Touwen in gesprek met Carla de Jong
Door: Carien Touwen op 23 april 2014

Thrillerauteur Carla de Jong studeerde Nederlands en sociale wetenschappen en werkte in het bedrijfsleven en de gezondheidszorg. In 2009 debuteerde zij met In retraite, nog datzelfde jaar volgde Serpent. In de jaren daarna volgden Outcast en Gebroken wit.
In februari van dit jaar verscheen haar vijfde boek De ingreep, evenals Serpent een medische thriller. 

Carla de Jong is goed bekend met de ziekenhuiswereld en dat is te merken in De ingreep. Het boek gaat over psychologe Mensje Kramer, die een baan aangeboden krijgt in het managementteam van het ziekenhuis waar ze net zelf een ingrijpende operatie heeft ondergaan. Uit haar rechterborst is een tumor weggehaald, met een groot litteken en gevoelens van onzekerheid tot gevolg. De baan levert echter al snel meer spanning op dan ze had voorzien. Haar manager spaart niets en niemand in haar pogingen het ziekenhuis te verjongen. De vreemde arts die Mensje zo goed geholpen heeft is haar belangrijkste doelwit. Dan wordt er onderaan een trap een lijk gevonden. Was het een ongeluk of was het moord?

De ingreep is een goed in elkaar gezette thriller met meerdere perspectieven. De Jong geeft hiermee de verschillende karakters kleur en maakt het verhaal zowel boeiend als spannend. Speciaal voor Vrouwenthrillers ging Carien Touwen in gesprek met Carla de Jong. 


Hoe ben je op het idee gekomen voor De ingreep?
Ik heb jarenlang als organisatieadviseur gewerkt met als specialisatie cultuur- en leiderschapsveranderingen. Ik geloof in geleidelijkheid en verder bouwen op wat er al is, omdat daar ook altijd goede kanten aan zitten. Ik ben van nature genuanceerd en word achterdochtig wanneer iedereen hetzelfde beweert. Die houding werkt vaak heel goed in verandertrajecten, maar botst ook wel eens met mensen die wel een heel sterke ideologie aanhangen en die rucksichtslos willen doordrukken. Dan ga ik steigeren, net als Mensje in De ingreep steigert tegen haar manager Rita Jansen. Sommige gebeurtenissen in De ingreep komen dicht in de buurt van wat ik zelf heb meegemaakt, al waren de gevolgen in het echt gelukkig minder dramatisch. 

Je hebt zelf in de gezondheidszorg en psychiatrie gewerkt. Heb je deze ervaring gebruikt voor dit boek en zo ja, hoe heb je dat aangepakt? Zit er veel van jezelf in dit boek?
Mijn ervaring in de gezondheidszorg kwam natuurlijk goed van pas in De ingreep. Ik weet hoe het eraan toe gaat in ziekenhuizen, ook achter de schermen. Hoe de verhoudingen liggen tussen artsen, verpleegkundigen en managers. Ik heb wel een arts mee laten lezen als laatste check voor de medische details. Ook in andere opzichten zit er veel van mezelf in dit boek, zoals eigenlijk in al mijn boeken. In al mijn personages stop ik wel iets van mijzelf of van mijn ervaringen.

Borstkanker is een belangrijk thema in dit boek. Was het moeilijk om je in te leven in de situatie van de vrouwen die deze vreselijke ziekte onder de leden hebben en in hun familieleden? Is dat iets waar je onderzoek naar hebt gedaan?
Ik kruip als schrijver in mijn personages. Ik ben van nature erg gevoelig, wat soms een last is, maar als schrijver is het mooi meegenomen. Ik hoef niet alles zelf te hebben meegemaakt om me er een voorstelling van te kunnen maken. Ik heb in mijn omgeving wel te maken gehad met borstkanker, dat hielp. Wat betreft de medische kennis had ik het geluk dat ik bij een kankerinstituut werkte toen ik De ingreep schreef. Ik had daardoor eenvoudig toegang tot de nieuwste medische ontwikkelingen.

Je hebt ervoor gekozen om het perspectief bij vier verschillende personages neer te leggen en op die manier het hele verhaal te vertellen. Waarom heb je dat gedaan en wat hoopte je daarmee te bereiken?
Ik schrijf eigenlijk altijd vanuit meerdere perspectieven. Ik doe dit om verschillende redenen. Ten eerste vind ik het interessant om vanuit verschillende gezichtspunten naar gebeurtenissen te kijken en ik hoop dat de lezer dat ook vindt. In De ingreep is het perspectief van de arts Wim bijvoorbeeld totaal anders dan dat van zijn patient, Mensje. Beiden zijn van belang om het verhaal wat ik vertel 'rond' te maken. Een enkel perspectief doet geen recht aan de complexiteit van wat er in een ziekenhuis gebeurt. Rond de moord geldt ditzelfde: hier laat ik zowel de rechercheur aan het woord, als de verdachte. Doordat de vier hoofdpersonen elk een behoorlijk aantal hoofdstukken vullen kan ik er volwaardige karakters van maken. Ten slotte kun je met meervoudig perspectief spanning opbouwen door te switchen als het spannend wordt. Een beproefd recept dat ook in films en series vaak wordt toegepast. Om dit voor de lezer niet storend te laten zijn is het wel belangrijk dat elke hoofdpersoon boeiend genoeg is. 

Met De ingreep ligt alweer je vijfde boek in de winkels. Hoe voelt dat?
Nog steeds een beetje onwerkelijk. Ik ga niet meer kijken in de boekhandel of ik er lig. Ik laat het boek los als het af is en ben allang weer met de volgende bezig tegen de tijd dat het in de winkel ligt. Maar natuurlijk ben ik best wel een beetje trots dat ik mijn lustrum heb mogen vieren als schrijver. 

Is schrijver zijn wat je ervan verwacht had? 
Het is meer dan ik ervan had verwacht. Ik had er weinig voorstelling van, was altijd meer bezig met schrijven dan met schrijver zijn. Inmiddels durf ik te zeggen: 'Ik ben schrijver', maar het is natuurlijk een rekbaar begrip. Wie mag zichzelf schrijver noemen? Vrijwel iedereen schrijft immers. Laat ik het erop houden dat het tegenwoordig mijn hoofdactiviteit is. En dat is nog steeds een voorrecht. Ik mag verhalen schrijven en ze worden nog gelezen ook. Natuurlijk is het ook hard werken en zijn er schaduwzijden aan het beroep. Het is altijd weer eng om je boek de wereld in te sturen. Iedereen mag zich er vervolgens een oordeel over aanmeten, maar als schrijver dien je daarop te zwijgen. Dat is een raar onderdeel van het vak. 

Heb je het gevoel dat je sinds je eerste boek veel hebt bijgeleerd over het schrijversvak? Is je schrijfstijl bijvoorbeeld veranderd doordat je meer ervaring hebt?
Dat hoop ik wel. Ik laat tegenwoordig meer weg, al kan het wellicht nog steeds kaler. Ik lees nog wel eens stukjes terug uit eerdere boeken en al kan ik nog steeds achter mijn werk staan, ik zie nu wel stilistische slordigheden die ik mezelf inmiddels niet meer toesta. Aan de andere kant wordt schrijven vreemd genoeg steeds moeilijker naarmate ik meer mogelijkheden zie die taal kan bieden. De kunst is om tijdens het schrijven de vrijheid op te zoeken, anders kan ik niet creëren. Later kan ik dan schaven, snijden, husselen en toevoegen. 

Hoe zou je jouw schrijfstijl omschrijven?
Dat vind ik een lastige vraag. Ik hoor wel vaak dat ik een herkenbare stijl heb, maar waar hem dat precies in zit is voor mijzelf niet makkelijk te duiden. Ik denk wel dat ik een vrij directe stijl heb met oog voor details. Wat ik vaak hoor is dat mijn karakters en dialogen sterk zijn. Dat komt volgens mij omdat ik vooral geïntrigeerd ben door de psychologie van mensen: waarom doen ze zoals ze doen? En als ik hun karakter in de vingers heb, weet ik ook hoe ze praten, dus vandaar dat mijn dialogen waarschijnlijk levensecht zijn.

Wat hoop je te bereiken met je schrijfwerk? Puur vermaak of wil je ook mensen aan het denken zetten met je boeken?
Beiden. Ten eerste wil ik dat de lezer een fijne tijd heeft tijdens het lezen. Maar diepgang hoort daar voor mij wel bij. Eigenlijk hebben al mijn boeken wel een onderliggend thema. Maar dat moet er niet te dik bovenop liggen, ik ben toch vooral een verhalenverteller.

De uitgeverij heeft het boek van een sticker voorzien met de tekst ‘Voor fans van Suzanne Vermeer’. Ik vind de vergelijking niet opgaan. Wat vind jij hiervan?
Ik heb hier al veel commentaar op gehad. De uitgever meende dat lezers van Suzanne Vermeer mijn boek ook fijn zouden vinden. Ik ben het eens met de commentaren dat ik totaal andere boeken schrijf dan Suzanne Vermeer. 
 
Je hebt nu twee romans en drie thrillers geschreven. Is er een groot verschil tussen die twee qua stijl en aanpak? Wat vind je het leukste om te schrijven en waarom?
Ik vind eigenlijk de term spannende roman het best van toepassing op al mijn boeken. Maar dat schijnt qua marketing lastig te zijn omdat de boekhandel dan niet weet op welke tafel ze mijn boek moeten leggen. Er is voor mij dus niet een groot verschil in aanpak tussen mijn thrillers en mijn romans. Ik heb altijd een stevige plot en sterke karakters. Of die plot misdaad betreft of menselijk falen maakt voor mij niet heel veel uit. 

Je bent dit jaar samen met collega Annet de Jong de Literaire Thrillersalon gestart. Met welk doel zijn jullie hiermee begonnen en wat kunnen bezoekers hiervan verwachten?
De Literaire Thrillersalon vindt elke derde zondag van de maand plaats in het proeflokaal van Brouwerij De Prael in hartje Amsterdam. We ontvangen en interviewen steeds een auteur van naam en faam en een nog onontdekt talent. Boekhandelaar Wim Krings, bekend van het boekenpanel van DWDD, presenteert elke maand zijn thrillertips. We willen hiermee meer aandacht genereren voor het spannende boek en lezers gelegenheid bieden kennis te maken met hun favoriete auteurs. Er was wat dat betreft gewoon heel weinig, dus in dat gat zijn wij gesprongen. 

Inmiddels zijn de eerste drie salons geweest en staan er nog zes in de planning voor 2014. Dat lijkt me een prachtig begin. Hoe zijn deze avonden verlopen?
De eerste drie edities van de thrillersalon waren een groot succes. Niet alleen hadden we prachtige gasten zoals Saskia Noort, Corine Hartman en Tomas Ross en anderen, maar er kwam ook veel publiek op af. We hadden mooie gesprekken en na afloop werd er uitgebreid nagepraat, gesigneerd en geborreld. Erg leuk! Je kunt meer informatie vinden op www.literairethrillersalon.nl

Is het voor auteurs van nu moeilijk om lezers te vinden in deze tijd van economische crisis, illegale downloads, faillissementen van boekwinkels etc.? Heb je enig idee wat auteurs kunnen doen om hier verandering in te brengen? Is aanwezigheid op Facebook, Twitter etc. noodzakelijk?
Sociale media zijn tegenwoordig een must voor elke auteur, maar niet iedereen is hier handig in, of beleeft er plezier aan. Ik probeer dingen te doen die bij mij passen en me toch in verbinding brengen met lezers. De Literaire Thrillersalon is daar ook een voorbeeld van. 

Op je website valt te lezen dat je je voorlopig op ziekenhuisthrillers zal richten. Zou je ook wel eens iets anders willen proberen? 
De keus voor medische thrillers is gemaakt omdat ik die wereld goed ken. Daardoor kan ik situaties levensecht neerzetten en me volledig concentreren op de plot en de karakters. Bovendien heeft de medische wereld van zichzelf al iets spannends: wie wordt er nou graag opgenomen in een ziekenhuis? Maar daarnaast ga ik zeker ook andere verhalen schrijven. Er komen beslist nog meer romans en wellicht ook projecten samen met andere schrijvers. Het boekenvak is in beweging en dat is zeker niet alleen negatief. Er is ook ruimte voor nieuwe initiatieven.

Ben je al bezig met boek zes? Zo ja, kun je hier iets meer over vertellen?
Ik ben al wel bezig, maar ik wil er nog niets over kwijt. Daarvoor is het nog te pril.

Wat zijn je plannen voor de toekomst? Waar zou je over tien jaar willen staan?
Ik hoop dat ik me over tien jaar nog veel verder heb ontwikkeld als auteur en dat ik mijn eigen plek heb gevonden als schrijver van spannende romans in het kleurrijke landschap van schrijvers. Ik hoop dat mijn plezier in schrijven net zo groot is als toen ik schrijven ontdekte als zevenjarige, en dat ik me kan blijven verwonderen over wat er allemaal mogelijk is met taal. 
 
Meer over Carla de Jong vind je op: www.carladejong.nl

Carien Touwen

Carien Touwen, schrijfster, uitgever en freelance redacteur & journalist, gaat elke maand voor VrouwenThrillers.nl in gesprek met een (vrouwen)thriller-auteur. Meer over Carien kan je vinden op haar website: www.carientouwen.com




Bezoekersreacties: